Tag archieven: boekrecensie

Stig Sæterbakken – Siamese

Stig Sæterbakken Siamese recensie, review en informatie over de inhoud van de roman van de schrijver uit Noorwegen. Bij Uitgeverij Dalkey Archive Press verschijnt de Engelse vertaling van Siamesisk de roman van de in 2012 overleden Noorse dichter Stig Sæterbakken. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Stig Sæterbakken Siamese recensie van Tim Donker

Een man. Een vrouw. Ouder echtpaar. Ooit moeten ze van elkaar gehouden hebben. Maar hoe gaan die dingen. Je bent jong, je ontmoet iemand, je gaat van elkaar houden, of je denkt van elkaar te houden, of je ziet hele andere dingen aan voor liefde, en je gaat trouwen, want dat is hoe het hoort te lopen in het leven. En voor je het weet is je leven alweer bijna voorbij en ben je vijftig jaar lang bij iemand geweest van wie je je nu hard afvraagt wat je ermee moet. In Siamese resteert voornamelijk afstand, afkeer, nijd en wat misschien nog het best als een vorm van stockholmsyndroom omschreven kan worden. De vrouw richt zich op het hier en nu, huishoudelijke taken, dingen die gedaan moeten worden, boodschappen, eten, klusjes. De man heeft zich teruggetrokken in de badkamer en doet niets meer dan zitten, denken en kauwgom kauwen. Dat is geen Samuel Beckett of Thomas Bernhardt, die er op het achterplat maar weer eens bijgehaald worden (want hee de situatie is absurd en vol van gal en animositeit dus met welke namen gaan we anders schermen?) maar, als je het mij vraagt, eerder Jean-Philippe Toussaint.

Dan flikkert de lamp in de badkamer, en gaat kapot. De vrouw haalt er de conciërge bij van het gebouw waar ze in wonen. Misschien is dat wat overdreven: de conciërge bellen om een lampje te vervangen. Maar allicht is dat in Noorwegen heel gebruikelijk. Wat heeft zo’n conciërge anders te doen in zo’n gebouw met, naar ik veronderstel, sociale huurappartementen.

In Siamese wisselt het vertelperspectief voortdurend tussen de man: Edwin Mortens en zijn vrouw: Erna Mortens. Maar Sæterbakken geeft blijk van zijn meesterschap door het eerste hoofdstuk door Erna te laten vertellen. Zo komt de ongemakkelijkheid van de situatie optimaal tot zijn recht. Erna loopt met de conciërge de badkamer in en daar zit haar man zwijgend in een stoel. Ze haalt er een opstapje bij zodat de conciërge de lamp eruit kan drajen. Edwin boert een paar keer luid, Erna staat er even bij, en kijkt erna, gaat weg, reddert wat in de keuken (“rommelen”, noemde mijn tante dat – heeldurdagen was zij in de keuken aan het “rommelen”, ieder kopje waaruit een van ons koffie had gedronken waste ze ogenblikkelijk af, en bovendien begon ze idioot vroeg met het avondeten, veelal reeds aan het eind van de ochtend – terwijl ze doodnormale oerhollandse gerechten op tafel zette: aardappels, vlees, groente. de aardappels waren bijna altijd gegratineerd dus allicht dienden die kort gekookt vooraleer ze in de oven gingen maar alsnog geen maaltijden waarmee een mens uren bezig moest zijn. haar groenten waren dan ook altijd volledig kapot gekookt omdat ze die meerdere keren op een dag opwarmde. maar haar jus was altijd goed op smaak, dat moet ik zeggen), totdat de conciërge terugkomt uit de badkamer. Ze biedt hem een kopje koffie aan, ze gaan zitten in de huiskamer, ze praten niet of nauwelijks, zitten daar maar, de conciërge steekt een sigaret op. Dat moet ook in het 1997 waarin Sæterbakken dit Siamesisk, zoals Siamese in de originele versie heette, het levenslicht liet zien, bijzonder onattent geweest zijn. Maar Erna zegt er niks van.

Hiermee zet Sæterbakken de lezer feitelijk op het verkeerde been. Of misschien. Op een half been. Bij nu kun je nog denken te maken hebben met een absurdistische komedie over menselijk onvermogen. Twee echtelieden die tot elkaar veroordeeld zijn, een man die verdrinkt in zijn walging en ervoor gekozen heeft de wereld de rug toe te keren; een vrouw die het liefst blijft doen alsof er niks aan de hand is. Niet raar, hij zit gewoon graag in die badkamer, moet kunnen. Zich ondertussen wel afvragend wat de conciërge ervan denken zal. Pijnlijk. Menselijk. Grappig.

Had Edwin als eerste het woord gekregen, dan had het eerste hoofdstuk er heel anders uitgezien. Woede en achterdocht hadden geprevaleerd. Bovendien had hij niet goed begrepen wat er precies aan de hand was. Niet alleen omdat de conciërge niet de hele tijd in de badkamer is, en Edwin weigert de badkamer uit te gaan. Maar ook, zo blijkt, is Edwin blind.

Pas in opvolgende hoofstukken wordt de achtergrond meer en meer ingekleurd. Edwin begon op een bepaald moment zijn zicht te verliezen, tot op het nivo waarop hij nu zit: volledige blindheid. Bovendien lijkt hij ziek te zijn. Terminaal wellicht? (alles is terminaal, zei Zappa ooit toen een journalist hem vroeg in welk stadium zijn ziekte was) Zit hij vast aan een of meerde apparaten? Het kan ook alleen maar een stoma zijn. Kleinswijltjens lang dacht ik dat hij daar in een rolstoel zat, maar het blijkt een schommelstoel te zijn. Is hij verlamd? Het lijkt erop dat hij niet eens kán opstaan. Eén of andere progressieve ziekte, kun je denken, die steeds meer van zijn lichaamsfuncties aantast. Of depriveert hij uit verkozen inactiviteit? Ook een mogelijkheid: Edwin heeft zich toegelegd op het voltijds vegeteren en omdat hij niets anders meer wil dan zitten, en denken, verzwakken al zijn andere spieren. Misschien toch niet ziek, afgezien van zijn blindheid. Erna denkt soms dat hij alles simuleert. Dat hij misschien helemaal gezond is, kan zien, haar en iedereen in de maling neemt. Sæterbakken laat de lezer heen en weer slingeren tussen beide veronderstellingen. De Edwin-hoofdstukken lezend zou je denken dat hij elk moment dood kan gaan. Wanneer je echter door Erna’s ogen kijkt is er misschien echt niet zoveel aan de hand. Gans het boek doorheen blijft het in het midden.

Misschien is Edwin onbetrouwbaar. Uiteindelijk is hij de gek. Een vent die in een schommelstoel zit in de badkamer, op de vloer een zee van kauwgompapiertjes. Hij eet niet, hij praat nauwelijks, hij schreeuwt en scheldt alleen maar. De hoofstukken waarin hij aan het woord is, zijn wel het langst en gaandeweg krijgt hij steeds meer diepte. Gedurende een groot deel van zijn leven was hij de directeur van een verzorgingstehuis, Kronsæter. Hoe hij daar weggegaan is, is niet geheel helder. Gewoon met pensioen misschien? Of moest hij weg toen hij zijn zicht begon te verliezen? Er is ook een incident geweest met een verpleegster; Edwin werd driftig om iets kleins en iedereen op Kronsæther koos de kant van de verpleegster.

Langzaamaan tekent zich het plaatje. Zijn hele leven lang al, was Edwin een temperamentvol man. Maar ook consciëntieus, toegewijd, precies, en zeer intelligent. Op het idiote af. Ja, in de Edwin-hoofdstukken neemt Siamese een beckettiaanse toon aan – het gaat over dood, verrotting, stront, vuiligheid, een enkele keer met een licht erotiese lading. Maar zijn herinneringen aan Kronsæther zijn net zo goed nietzscheaans: de wil tot macht, hoe wat de een vergaart altijd ten koste van de ander gaat. Een ex-collega over wie hij voornamelijk in deze termen nadenkt is De-Sarg; een man waarmee hij een soort haatliefde-verhouding lijkt te hebben gehad. Geen goed woord heeft Edwin over voor De-Sarg maar het lijkt wel een man geweest te zijn die hij met liefde heeft gehaat. Daarnaast denkt Edwin veel na over politieke, sociale, maatschappelijke en emotionele zaken. En komt daarbij vaak tot moje bevindingen. Bijvoorbeeld dat de wet er niet is om de burger te beschermen maar juist om hem te onderdrukken. Of neem dit idee over het huwelijk – of lange relaties tout court: “A liar, that’s what you turn into when you’re with a woman. You have to liet he whole time. Otherwise you’d never be able to keep her.” Kijk met Erna mee en je ziet een onhebbelijk monster vol chagrijn zitten daar in die stoel in de badkamer. Maar eens Edwin zelf aan het woord is, kun je niet anders dan sympathie voor hem opvatten.

Het monster, de volslagen gek in de badkamer. Erna kookt voor hem, brengt hem zijn cola – de enige drank die hij nog drinkt – en vult zijn kauwgom en zijn medicijnen steeds aan. Voorheen nam ze ook zijn persoonlijke verzorging op zich. Knipte zijn haren en zijn vinger- en teennagels. Duwde zijn nagelriemen terug. Schoor en waste hem. Daar is ze omdat ze niet echt veel dankbaarheid hierbij ontmoette mee opgehouden. Nu is Edwin vervuild, stinkend, lang haar, lange baard – om hem een nog iets sardonieser aanzien te geven allicht. Maar is Erna echt wel betrouwbaarder dan Edwin? Ze is onzeker, stil, naïef, beïnvloedbaar en een beetje karakterloos. Ze heeft zeer zeker niet per se een helderder zicht op de waarheid dat de blinde en “gestoorde” Edwin.

Misschien is het aan de lezer, of ligt het ergens in één of ander midden – misschien wat meer naar links, misschien wat meer naar rechts ervan. Geloof je Erna, dan is Edwin een vreselijke man. Bezie je het van de andere kant dan is Erna een emotieloze, ijskoude vrouw die een blinde hulpeloze man aan zijn lot over laat, hem alleen maar het hoogstnoodzakelijke brengt om hem in leven te houden en verder in huis de hele dag door met dingen bezig is waarop Edwin geen enkel zicht meer heeft. Letterlijk en figuurlijk.

Je hoeft niet heel veel fantasie te hebben om Siamese te lezen als emblematisch voor alle huwelijken. Hoe abnormaal de situatie van Erna en Edwin ook is, in essentie is het niet heel anders dan datgene waar veel mensen mee overblijven wanneer ze tientallen jaren bij elkaar zijn geweest. Ze hebben alles gegeven, de anders was ondankbaar. Ze waren en deden zoveel dat de ander nooit zag. Ten beste blijft er een kameraadschap over waarin de ander gedoogd kan worden. Maar pure weerzin is ook niet onmogelijk. Doorschoten met flitsen van genegenheid. Edwin noemt Erna Sweetie. Uit dodelijk cynisme. Maar soms ook met de compassie die de twee altijd nog voor elkaar hebben, ergens, diep verscholen onder de zwarte teer van alle andere lagen.

Iemand van de New York Times zegt: “Siamese is a difficult and brilliant book, like one of those skulls inscribed: ‘As I am now, so shall you be’ that a death besotted Romantic might have kept by his bedside.”; wel – Siamese is geen moeilijk boek. Een pijnlijk boek misschien, omdat het gaat over verval. Verval van liefde, verval van decorum, verval van aanzien. Verval van gezondheid ook. Dood gaan we allemaal, en de laatste stappen erheen zijn vaak niet de mooiste in een mensenleven. En briljant is Siamese ook niet echt. Het had briljant kunnen zijn, maar Sæterbakken laat na zijn geniale opening net iets teveel liggen. De ontwikkelingen met de conciërge, die, zo komen als we het boek al bijna uit hebben nog te weten, Olav Martiniussen blijkt te heten, zijn net iets te voorspelbaar. Al heeft Sæterbakken het einde dan wel weer zodanig open gelaten dat wat er op het allerlaatst aan de hand is een weinig in de lucht blijft hangen. En Erna is me toch iets te tweedimensionaal gelaten. Ik kon haar niet anders zien dan als Edith Bunker. De archetypische huisvrouw. Voornamelijk bezig met praktische zaken. Ondanks al het zuur dat haar ten deel valt, toch altijd loyaal aan haar man. Zelfs als ze boosaardige dingen over hem denkt, houdt ze een marge open waarin ze hem toch niet helemaal wil afvallen. Ook blijkt veel van wat ze in eerste instantie als gekheid terzijde schuift, later in het boek toch op waarheid te berusten (zoals een schuld die De-Sarg volgens Edwin nog bij hem heeft openstaan). Misschien had Edwin toch gelijk. Misschien zag Edwin het toch allemaal juist. Zulke gedachten. Zulke twijfels. Die Erna als personage in ieder geval niet krachtiger maken. Tot slot had er meer met de taal gedaan kunnen worden. De taal had gestoorder, kapotter gekund. Maar dat euvel ligt misschien eerder bij vertaler Stokes Schwartz. Die behalve literatuur ook -of misschien vooral- technisch en historisch werk heeft vertaald. Mogelijkerwijs heeft hij een te zakelijke benadering van het Noors gehad? Alleen diegenen die het Noors machtig zijn, kunnen die vraag beantwoorden.

(en hoe een boek kan zijn als een schedel met inscriptie zie ik al helemaal niet, maar voor New Yorkers zal dat allemaal wel duidelijk zijn)

Misschien had er meer in kunnen zitten, maar Siamese is al bij al een zeer fijn boek. Pijnlijk. Absurd. Grappig. En, zeker op het eind, af en toe ook regelrecht ontroerend. Een boek over liefde. Een boek over dood. Een boek over leven. Ik kende Sæterbakken eerlijk gezegd niet, ik weet niets van zijn oeuvre. Geboren in 1966, overleden in 2012 en in ieder geval dus niet bijster oud geworden. Maar dat zegt niets over een oeuvre; sommige schrijvers pennen boek na boek na boek na boek in slechts enkele jaren. Siamese verscheen in 2010 al een keer in Engelse vertaling; deze twede editie is meer dan verdiend. Een vertaling in het Nederlands zou ook mooi zijn. Misschien iets voor Koppernik?

Stig Sæterbakken Siamese

Siamese

  • Auteur: Stig Sæterbakken (Noorwegen)
  • Soort boek: Noorse roman
  • Origineel: Siamesisk (1997)
  • Engelse vertaling: Stokes Schwartz
  • Uitgever: Dalkey Archive Press
  • Omvang: 164 pagina’s
  • Afmetingen: 14 x 20,3 x 1,3 cm
  • Gewicht: 227 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 13,50 / € 12,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst van de Stig Sæterbakken dichtbundel

Edwin Mortens is almost blind, but has good hearing; his wife Erna is hard of hearing, but has excellent eyes. Paralyzed from the waist down, Edwin sits locked in his bathroom all day, every day, trying to liberate his mind from his body.

Edwin Mortens is almost blind, but has good hearing; his wife Erna is hard of hearing, but has excellent eyes. Paralyzed from the waist down, Edwin sits locked in his bathroom all day, every day, trying to liberate his mind from his body. The experiment is going relatively well: nearly all his bodily functions have ceased, his limbs are in a state of decay, and his digestive system is in the process of breaking down. “This body,” he says, “is a sewer.”

To pass the time, Edwin dedicates his days to chewing gum and screaming at his wife, on whom he is, nonetheless, entirely dependent; while Erna’s life, despite Edwin’s constant abuse, revolves around her hideous husband. Edwin and Erna live in a state of perfect equilibrium—fueled by habit, cruelty, humiliation, and quite possibly love—until a young maintenance man is called to replace a lightbulb in Edwin’s bathroom, and the “Siamese twins” find themselves embroiled in a new and vicious struggle for power.

Stig Sæterbakken is op 4 januari 1966 geboren in Lillehammer, Noorwegen. Hij was een romanschrijver, dichter en vertaler. Van zijn werk is tot nu toe nog geen Nederlandse vertaling verschenen. Op 24 januari 2012 overleed Stig Sæterbakken op 46-jarige leeftijd. Hij pleegde zelfmoord.

Bijpassende boeken en informatie

Anne-Katrin Weber – De smaken van Lissabon

Anne-Katrin Weber De smaken van Lissabon recensie, review en informatie kookboek met authentieke gerechten uit de Portugese hoofdstad. Op 22 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Deltas het kookboek van Anne-Katrin Weber met recepten en gerecht uit Lissabon, de hoofdstad van Portugal. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Anne-Katrin Weber De smaken van Lissabon recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De smaken van Lissabon, authentieke gerechten uit de Portugese hoofdstad, het kookboek geschreven door Anne-Katrin Weber, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Wie wel eens een bezoek heeft gebracht aan Lissabon, de hoofdstad van Portugal, weet dat het niet alleen dat het een mooie en sfeervolle stad is maar ook zeer rijk aan vele, vaak vrij kleine eettentjes en bakkerijen waar je de smakelijkste lekkernijen kunt kopen. De stad heeft een lange en rijk geschiedenis met, mede door het koloniale verleden, invloeden uit de gehele wereld die terug te vinden zijn in de eetcultuur.

Sommige van die gerechten zoals de pasteis de nata, de bekende puddingpasteitjes kun je tegenwoordig zelfs op veel plekken in Nederland terugvinden. Maar voor een groot aantal gerechten geldt dat je er toch echt voor naar Lissabon moet. Wat wel helpt is dat je her en der in Nederland en België tegenwoordig winkels en marktkramen vindt waar je veel Portugese ingrediënten kunt kopen.

Om je te helpen zelf aan de slag te gaan met het maken van gerechten en lekkernijen die zo kenmerkend zijn voor de stad is er nu het kookboek De smaken van Lissabon. Met het door Uitgeverij Deltas mooi uitgegeven en rijk geïllustreerde kookboek kun je nu zelf aan de slag om de volle rijkdom van de keuken van Lissabon thuis te ervaren. De recepten zijn helder en duidelijk opgeschreven. Bovendien nodigen de foto’s van de gerechten en sfeerfoto’s van de stad uit om aan de slag te gaan. Kortom een mooi en geslaagd kookboek voor iedereen die thuis ook een beetje Lissabon wil ervaren. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Anne-Katrin Weber De smaken van Lissabon

De smaken van Lissabon

Authentieke gerechten uit de Portugese hoofdstad

  • Auteur: Anne-Katrin Weber
  • Soort boek: Lissabon kookboek, Portugees kookboek
  • Uitgever: Deltas
  • Verschijnt: 22 april 2026
  • Omvang: 160 pagina’s (met veel kleurenfoto’s)
  • Afmetingen: 20,7 x 27 cm
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 32,95
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Kookboek bestellen >

Flaptekst van het kookboek met gerechten en recepten uit Lissabon

De lekkerste Portugese gerechten om thuis van te genieten!

Met dit kookboek leer je stap voor stap authentieke Portugese gerechten bereiden. Met duidelijke recepten en handige tips maak je niet alleen de lekkerste gerechten, maar breng je ook de smaken, geuren en kleuren van Lissabon naar je eigen keuken. Met de recepten in dit boek ervaar je de stad met elke hap!

Ontdek de authentieke smaak van:

  • Ragu de borrego
  • Amêijoas à Bulhão Pato
  • Peras em vinho Porto com queijo
  • Peixinhos da Horta
  • Gin Negroni
  • Pastéis de nata

Dit prachtige cadeauboek staat boordevol boeiende verhalen, sfeervolle foto’s, typisch Portugese recepten en nog veel meer!

Maak een wandeling door de kronkelende steegjes van Alfama, ga picknicken met uitzicht op de rivier, geniet van een glas vinho verde in een knusse tasca en laat je betoveren door de magische sfeer van de ‘cidade da luz’, de stad van het licht! Authentieke recepten worden afgewisseld met sfeervolle foto’s van het leven in de stad van het licht.

Bijpassende boeken

Gabriella Zalapi – Ilaria

Gabriella Zalapi Ilaria recensie, review en informatie over de inhoud van de roman van de schrijfster van Engels, Italiaans, Zwitserse afkomst. Op 21 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Tristan de Nederlandse vertaling van Ilaria, Ou la conquête de la désobéissance, geschreven door Gabriella Zalapi. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Gabriella Zalapi Ilaria recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Ilaria, Of de weg naar ongehoorzaamheid, geschreven door Gabriella Zalapi, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Dat ik er een paar weken geleden nog iets over zei tegen een collega in het depot hoort hier nog niet.

Dat de tekst zwemt in een zee van wit ook nog niet. Of dat ik toen ik dat zag erachteraan dacht: als een foetus in vruchtwater (of: hoe die gedachte me deed afvragen waar gedachten vandaan komen, hoe komen ze in je kop, wie plaatst ze daar?).

Het moet beginnen met wat ik al uitentreuren heb verteld. Ooit was ik bevriend met een man die de eigenaar was van een uitgeverij, een wat kleinere uitgeverij. Eerst had de uitgeverij een tamelijk experimentele koers gevaren maar inmiddels richtte het zich meer en meer op wat traditionelere, of zeg: pretentieuzere, literatuur. Daar spraken we over. De uitgever zei: Die experimenten ken ik nu wel, vertel me eerst maar eens een boeiend verhaal. Ik zei: Die verhalen ken ik nu wel, vertel het me eerst maar eens op een boeiende (vernieuwende / afwijkende) manier.

(eigenlijk weet ik niet of ik dit zei. mogelijkerwijs dacht ik het alleen maar. ik ben slecht in discussies, mijn brein werkt er te traag voor. doorgaans ben ik zeer onder de indruk van mensen die met grote stelligheid iets te berde brengen, denk ik jajaja dat zal dan wel zo zijn, er zit wel iets in, je zult wel gelijk hebben, misschien weet ik er ook niet voldoende vanaf, misschien mis ik het overzicht, het grotere plaatje, wie weet. dan gaat het nog uren- en soms dagenlang rond en rond in mijn brein, en veel te laat ontdek ik dan de zwakte in de redenering die me in eerste instantie zo overdonderd had – ik ben zo iemand die pas op de terugweg het geschikte weerwoord bedenkt, en nog in staat is terug te fietsen om het te gaan zeggen ook)

(ooit, in een ander leven, was er een schrijverken die de hoger aangehaalde anecdote kondt deed aan zijn dregke, en dregke zei dat het waar was wat die uitgever gezeid haadt over boeiende verhalen, dat ze zich daar alles bij voor kon stellen, en het schrijverken voelde een steekchen toen, een steekchen van verraad, van ook gij dregke, gaat het bij het schrijven immers niet veeleer om de organisatie van je materiaal, anders haadt gij me toch net zo goed het vertellerken kunnen noemen?)

Ik denk vaak terug aan de woorden van die uitgever, en van mijn gedroomde weerwoord erop.

Ook nu weer.

Je zou kunnen zeggen dat Ilaria. Of de weg naar ongehoorzaamheid gaat over een gescheiden vader die zijn dochter ontvoert en over hoe ze samen door Italië reizen, waarbij de vader zijn dochter af en toe op plekken achterlaat en voor enige tijd verdwijnt. Dat zou je kunnen zeggen, en daarmee zou je het boek niet per se onrecht aandoen. Behalve dat ik zou denken: Ik geloof niet dat ik dat boek zou willen lezen.

En Gode weet hoe graag ik Ilaria gelezen heb. Hoe het mijn adem benam, hoe het me nagelde aan mijn leesstoel, hoe het me pagina na pagina na pagina liet vreten. Hoe het me ontroerde, begeesterde, verlamde. Geheel momenteelderlijk weeral eventjes het mooiste boek dat ik las dit jaar (sinds het vorige mooiste boek van het jaar, totaan het volgende mooiste boek van het jaar).

Want er is het verhaal. En er is hoe je het verhaal organiseert. En dat laatste doet de vertellers onderscheiden van de schrijvers. Vertellers onderhouden. Schrijvers overweldigen.

Al dat wit, om te beginnen. Het paginawit. Zalapì brengt het wit zo prachtig tot spreken. Het wit als zuurstof, het wit als het ademen van de pagina. Het brengt verstilling, rust en traagte.

En de taal. Die op het desolate af afgepast is. En poëtisch. Zo wondermooi poëtisch is. Impressionistisch, eerder dan op uitputtende wijs beschrijvend. Lees: “Nachtkastje. Lavendelgeur. Bureau. Stoel. Groot raam met uitzicht over de binnenplaats. Een gestreepte kat steekt het erf over.” God. Wie valt daar nu niet voor? Of: “Isabella is aan het breien. Ze doet me denken aan een kostbaar glas, lang, smal, recht, koel.” Ik had nooit kunnen denken hoe treffend de vergelijking van een persoon met een glas zou kunnen zijn. Jij? Of: “Het woord ‘Papa’ ligt onder onze voeten. Een glasscherf. Er niet in lopen.”

De schrijfstijl van Gabriella Zalapì deed me denken aan het einde van een hete zomerochtend. Hoe je in de tuin kunt staan, als het echt warm is buiten, rond een uur of elf, en je bijna geen geluiden hoort want iedereen is naar school, iedereen is naar werk, je bent vermoedelijk de enige in deze straat die nu in zijn achtertuin staat, en de hitte is al zo dik dat je er plakjes van zou kunnen snijden, heel de werkelijkheid lijkt iets dat stolling gekomen is, alsof je het vast zou kunnen pakken, en ook alsof het iets is dat alleen voor jou bestaat, je hebt de tuindeur open laten staan en vanbinnen komt zachtekens het geluid van Mi and L’Áu naar je toe gegleden, en alles lijkt bijna onwerkelijk.

Dat.

Door die taal.

Door dat wit.

En ook: door het perspectief. En hier komt langzamerhand in beeld wat ik een kleinstwijltjens voor ik dit boek las al eens tegen een collega zei. In het depot.

Zalapì vertelt het verhaal vanuit Ilaria. Een klein meisje. Zeven, acht jaar oud. Waardoor alle cynisme, alle haat, alle oordelen tot nader order opgeschort blijven. Ilaria is gewoon maar een meisje, ze houdt van turnen, ze hangt ondersteboven op het schoolplein in afwachting van haar zus, het is na schooltijd, Ana, de zus, heeft haar nog zo op het hart gedrukt om op tijd te zijn, anders gaat ze alleen naar huis, dus Ilaria wacht, Ilaria hangt, en dan hoort Ilaria een bekende stem.

Haar vader.

Haar ouders zijn gescheiden, ze ziet haar vader nu alleen nog maar samen met haar moeder en met Ana in publieke gelegenheden maar nu staat hij ineens aan het schoolplein. Hij zegt dat de plannen gewijzigd zijn, hij zal haar naar het restaurant brengen waar Ana samen met haar moeder naartoe zal komen, en natuurlijk heeft Ilaria geen reden om daaraan te twijfelen, waarom zou een kind twijfelen aan iets wat één van haar ouders zegt?, twijfel komt later pas. Dus ze stapt in. Bij haar vader. En ze rijden.

En ze blijven rijden, want de plannen blijven wijzigen. Een middagje op restaurant wordt een weekendje bij haar vader, wordt een week, een maand. Uiteindelijk zullen het jaren zijn.

En Ilaria is. Ilaria komt. Ilaria gehoorzaamt. Aan alles.

En de lezer leest.

Wat ik dus zei tegen die collega. Is dat ik bepaalde boeken ander lees sinds ik vader ben. Boeken over dysfunctionele ouders. Met name vader, het zijn altijd de vaders die er ongenadig van langs krijgen bij schrijvers. Vaders zijn lomp, dronken, zorgen niet, zijn op een verre achtergrond of helemaal weg. Ooit las ik dat en identificeerde me met het kind, voelde mee met een nijpend gebrek aan ouderliefde. Toen, op de kop af deze dag dertien jaar geleden, mijn oudste geboren werd, verschoof mijn perspectief. Vooral wanneer een boek weer eens een vader aan de schandpaal wenste te nagelen. Las ik en zag ik en dacht ik.

Dat valt wel mee. Dat soort gedachte weet u.
Die vader is maar een mens. Ook.
Iemand die zijn best doet, de opvoedstijl misschien een weinig onorthodox maar niet zonder liefde. Niet zonder goede intenties. Weet u. Omdat ik probeerde te zien, te snappen, te volgen hoe ouders, hoe vaders soms verkeerde keuzes maken en hoe dat hen niet tot slechte mensen maakt. Hooguit tot mensen die onhandige keuzes maken.

En dit doet Zalapì dus goed. Dit doet Zalapì fantastisch.

In de eerste helft van het boek kan ik nog meevoelen met de vader. Hoewel Ilaria de vertelller is, het slachtoffer van de onhandige keuzes van de vader. Snap ik die man ook nog wel.

Je leest alles uit de ogen van een meisje.
Je moet het maar met je volwassen cynisme reconstrueren.
En dan reconstrueer je dit:

dat Ilaria’s ouders naar alle waarschijnlijkheid niet op vriendelijke voet uit elkaar gegaan zijn. Misschien omdat Ilaria’s vader net iets teveel van een borrel hield. Of. Nah. Weet jij veel. In ieder geval is er een scheiding geweest, en klaarblijkelijk heeft Ilaira’s moeder, ongetwijfeld met de allerbeste bedoelingen bedongen dat vader zijn dochters alleen nog onder haar toezicht mag zien.

Dat zo’n man vader wil zijn. Gewoon een vader die altijd vader is, niet alleen onder toeziend oog tot vaderschap komen mag. Dat snap je. De ontvoering is één van die onhandige keuzes die je kunt snappen, gewoon een man die interactie met zijn dochter wil, die ook los van zijn ex-vrouw een vader wil zijn, dat kun je snappen, iedereen moet zoiets kunnen snappen toch?

Tot, halverwege, de vader zich laat zien als een vreselijke man. Een werkelijk vreselijke, vreselijke man. En mijn loyaliteit weer geheel bij Ilaria komt te liggen. Waarmee Zalapì iets voor elkaar krijgt wat geen schrijver in de voorbije dertien jaar gelukt is: even ben ik niet meer vader, even ben ik alleen nog maar kind.

Misschien niet het soort kind dat Ilaria is.

Want Ilaria is zo lief.
Jezus, hoe lief.
Ilaria is zo godverdomde lief en zacht.

Haar vader brengt haar naar een internaat. Naar zijn moeder. En dan weer naar een vriendin van zijn moeder. En steeds past Ilaria zich aan, voegt zich, schijnbaar moeiteloos, naar haar nieuwe omstandigheden. En ze gaat al jaren niet meer naar school. Ze ziet al jaren haar moeder niet meer. Ze ziet al jaren Ana niet meer. Maar overal waar ze komt laat ze haar ontwapenende licht schijnen, overal waar ze komt, probeert ze het moje te zien, overal waar ze komt, ontwaart ze lieve mensen. Ze opent haar hart voor de nonnen en de ingezetenen van het internaat, ze opent haar hart voor een manusje-van-alles bij haar oma, ze opent haar hart voor de vriendin en voor de bekenden rondom die vriendin van haar oma. Iemand die zoveel positiviteit, zoveel schoonheid in zich meedraagt, kan niet anders dan je gehele zijn beroeren.

Ook dat kan op Zalapì’s conto. Met Ilaria ontwierp zij het liefste, zachtste en innemendste personage allertijden.

Ilaria is een kind dat je wil omarmen.
En Ilaria is een roman die je wil lezen. Omdat het je plaatst in het midden van wat je leest. Je wil gaan liggen. Je wil gaan liggen in het boek. En erin verdwijnen. Er zijn weinig boeken die dat verlangen zo sterk oproepen als Ilaria. Wie zoekt onderdeel te worden van het boek dat hij leest, zal misschien geen sterkere uitnodiging tegenkomen dan deze roman van Gabrielle Zalapì. Het eerste boek van haar dat in het Nederlands vertaald zou zijn. Wel. Van mij mogen er nog veel meer boeken volgen.

Gabriella Zalapi Ilaria

Ilaria

Of de weg naar ongehoorzaamheid

  • Auteur: Gabriella Zalapi
  • Soort boek: roman
  • Origineel: Ilaria, Ou la conquête de la désobéissance (2024)
  • Nederlandse vertaling: Janine Cathala-Vette
  • Uitgever: Tristan
  • Verschijnt: 21 april 2026
  • Omvang: 165 pagina’s
  • Afmetingen: 15 x 22,4 x 2 cm
  • Gewicht: 343 gram
  • Uitgever: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 14,99
  • Winnaar prix Femina des Lycéens 2024
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de roman van Gabriella Zalapia

Op een lentedag in 1980 stapt de achtjarige Ilaria na school in de auto van haar vader. Een weekendje bij Papa verandert in een lange zwerftocht door Italië. Wanneer daar geen einde aan lijkt te komen, begint Ilaria zich vragen te stellen.

Waarom moet Papa zoveel bellen? Waarom verzint hij al die dingen? En waarom krijgt zij Mama niet aan de lijn? Terwijl ze met haar steeds meer drinkende vader Italië doorkruist, probeert Ilaria zich staande te houden in een onheilspellende aaneenschakeling van gebeurtenissen. Haar enige houvast is haar knuffelbeer Birillo.

In een sobere en beeldende taal vertelt deze aangrijpende roman het verhaal van een kind dat alleen staat in een nieuwe werkelijkheid die het niet begrijpt. Ilaria is het scherpzinnige relaas van een meisje dat balanceert tussen gehoorzaamheid en verzet.

Gabriella Zalapi is in 1972 geboren in Milaan, Italie. Ze is van Zwitsers, Italiaans, Engelse afkomst en schrijft in het Frans. Naast auteur is ze beeldend kunstenaar.

Bijpassende boeken en informatie

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen recensie, review en informatie boek over materiële sporen in heden en verleden van diverse auteurs. Op 10 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Walburg Pers het boek over de voorwerpen zijn gekoppeld aan de zeven fasen die onderdeel zijn van iedere camino. Op deze pagina lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De Camino de Santiago in 101 voorwerpen, Materiële sporen in heden en verleden, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

De Camino de Santiago de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella in Noord-Spanje, ook wel bekend als de Jacobsweg mag zich in het afgelopen decennium verheugen in een enorme populariteit. Natuurlijk is de wandelroute, met ups en downs, altijd wel populair geweest bij gelovigen maar tegenwoordig zien ook ongelovigen de pelgrimstocht als een uitdaging die ze ten minste een keer in hun leven willen volbrengen.

Van oorsprong heeft de route een religieus karakter en gelovigen leggen deze tocht al ten minste sinds de elfde eeuw om de aanwezige relikwieën aan het einde ervan te vereren en hun geloof te bevestigen.

In het huidige tijdsgewricht zijn de geschiedenis van de pelgrimage en de achtergronden van de plekken die onderweg aangedaan worden, wat naar de achtergrond gedrongen. Dat is best wel jammer en gelukkig zorgt het boek De Camino de Santiago in 101 voorwerpen die verhalen en geschiedenis weer over het voetlicht.

Het boek vertelt op beeldende wijze wat de pelgrimstocht inhield, waarom deze werd afgelegd en hoe de ontwikkeling van de ervaringen door de pelgrimgangers in de loop van de eeuwen veranderde. Door te kiezen voor de 101 voorwerpen die de Santiago kenmerken, zowel in historische, religieuze als praktische zin, krijgt de lezer een mooi beeld over wat de toch behelst, hoe deze ervaren werd en wordt en wat je onderweg moet doen en zeker niet mag missen. Gewaardeerd door de redactie met ∗∗∗∗ (uitstekend).

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen

Materiële sporen in heden en verleden

  • Redactie: Herman Holtmaat, Paul Post (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenisboek
  • Uitgever: Walburg Pers
  • Verschijnt: 10 april 2026
  • Omvang: 272 pagina’s (rijk geïllustreerd)
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 24,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek over de Camino de Santiago

Pelgrimeren, alleen of in een groep, blijft trekken en fascineren. De pelgrimage naar Jacobus in Santiago de Compostela is hier een treffend voorbeeld van: jaarlijks gaan er honderdduizenden mensen op camino. Dit boek vertelt en verbeeldt aan de hand van 101 voorwerpen de pelgrimage naar Santiago in heden en verleden. De voorwerpen zijn gekoppeld aan de zeven fasen die onderdeel zijn van iedere camino, of die nu in Nederland of elders begint: de aanleiding om op pad te gaan, de voorbereiding, het vertrek, het onderweg-zijn, de aankomst, de thuiskomst en tot slot de doorwerking van de ondernomen reis.

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen bevat naast een algemene inleiding ook kleinere inleidingen bij de verschillende onderdelen. Zo biedt het een prachtig overzicht van het ontstaan van de pelgrimstocht in de middeleeuwen, van het verval in de eeuwen die volgden en van de opmerkelijke hedendaagse populariteit.

Het boek is een uitgave van de Camino Academie, sinds haar oprichting in 2013 een platform waar wetenschap en pelgrimspraktijk elkaar ontmoeten in de gedeelde interesse in de camino naar Santiago de Compostela en bedevaart- en pelgrimagecultuur in brede zin. De Camino Academie stimuleert en coördineert die ontmoeting en geeft die vorm via expert meetings, symposia en festivals, onderzoek en documentatie, uitwisseling en informatie. De Camino Academie werkt structureel samen met het Nederlands Genootschap van Sint Jacob.

Herman Holtmaat is socioloog en kunsthistoricus en lid van de Stuurgroep van de Camino Academie. In 2000 liep hij de pelgrimstocht van Amsterdam naar Santiago de Compostela.

Paul Post is emeritus hoogleraar Rituele Studies aan Tilburg University en daarnaast oprichter en voorzitter van de Camino Academie.

Jasper Koedam (beeldredactie) was vele jaren als eindredacteur verbonden aan De Jacobsstaf, het magazine van het Nederlands Genootschap van Sint-Jacob. In 2007 liep hij van Nijmegen naar Santiago de Compostela.

Bijpassende boeken

Sarah Beth Durst – The Faraway Inn

Sarah Beth Durst The Faraway Inn recensie, review en informatie over de inhoud van de fantasy roman. Op 8 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij De Fontein de Nederlandse vertaling van The Far Away Inn, de youn adult fantasy geschreven door Sarah Beth Durst. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Sarah Beth Durst The Faraway Inn recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van The Faraway Inn, het young adult fantasyboek geschreven door Sarah Beth Durst, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Monique van der Hoeven

Ik ben door een cozy magisch portaal gegaan dit boek in en ik ben pas helemaal aan het einde weer in de echte wereld teruggekomen!

Voor mij was dit de eerste kennismaking met Amerikaanse schrijfster Sarah Beth Durst (en ik lees dat ze al 30 boeken op haar naam heeft staan, waarvan er maar liefst 2 op de New York Beststeller lijst terechtkwamen).

De titel The Faraway Inn klonk voor mij als een plek waar ik wel naar toe zou willen en ik vond het boek er ook prachtig uitzien met zijn sprayed edges in bloemenmotief.

Als eerste ontmoet ik de jonge Calisa, die onderweg is naar de Faraway Inn, de B&B van haar oudtante Zet. Ze heeft net een nare ervaring met een vriendje achter de rug en besluit om de zomer even aan zichzelf te wijden en afstand van het leven in Brooklyn te nemen. Waar zou ze dat beter kunnen doen dan in het afgelegen Vermont?

Als Calisa na meteen al de nodige pech aankomt bij de B&B treft ze vooral vergane glorie aan. Ze wordt ook nog eens beslist niet hartelijk welkom geheten door haar tante en het zoontje van de klusjesman, Jack, is weliswaar knap, maar ze krijgt niet echt hoogte van hem.

En toch voelt Calisa dat ze niks anders wil dan blijven… daarvoor moet ze Tante Zet overtuigen van haar kwaliteiten: zij kan helpen om de B&B weer tot leven te brengen.

Langzamerhand leert Calisa de ware aard van de B&B en zijn eigenzinnige en bijzondere bewoners kennen.

Wat een ongelofelijk heerlijk boek is dit. Ik zat er meteen in, de magie was vanaf de eerste regels voelbaar. Met haar fijne optimistische en vlotte schrijfstijl neemt Sarah Beth Durst je mee op avontuur. Een avontuur dat telkens op het precies het goede moment verrassingen en bijzondere personages onthult. De opbouw van de verhaallijn vind ik echt heel sterk.

Cozy is het zeker weten, de magie vliegt je in elk vertrek om de oren en het is ook spannend. Want is deze fantastische B&B ten dode opgeschreven? Of is hij nog te redden? En wat is daar dan voor nodig? Lukt het met dat alles Calisa ook nog om haar gebroken hart te helen?

Wat heb ik genoten van dit geweldige boek! Ik heb gelukkig al deel 1 en 2 van de Spellshop serie van Sarah Beth Durst klaar liggen. Het boek is gewaardeerd met de maximale ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Sarah Beth Durst The Faraway Inn

The Faraway Inn

  • Auteur: Sarah Beth Durst (Verenigde Staten)
  • Soort boek: fantasy, young adult (15+)
  • Origineel: The Faraway Inn
  • Nederlandse vertaling: Saar Breimer
  • Uitgever: De Fontein
  • Verschijnt: 8 april 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Afmetingen: 14,9 x 22 x 3,2 cm
  • Gewicht: 490 gram
  • Uitgave: gebonden boek / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 25,00 / € 5,99 / € 25,00
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Fantasyboek bestellen >

Flaptekst van de fantasyroman van Sarah Beth Durst

Na een gebroken hart verruilt de zestienjarige Calisa de zomerdrukte van Brooklyn voor de afgelegen B&B van haar oudtante. Maar haar oudtante zit helemaal niet op haar te wachten, het pension is vervallen en de gasten zijn… merkwaardig. Terwijl Calisa het huis probeert op te knappen met hulp van de knappe zoon van de tuinman, ontdekt ze dat het huis een magisch geheim bewaart.

Een sfeervolle cozy fantasy vol romantische spanning, magisch realisme, familiegeheimen en een meisje dat langzaam haar plek in de wereld vindt.

Sarah Beth Durst is op 23 mei 1974 geboren in Northborough, Massachusetts, Verenigde Staten. Als op jonge leeftijd werd ze gegrepen door het schrijven en het vertellen van verhalen. Metname schrijft ze fantasyromans voor zowel volwassenen als young adults.

Bijpassende boeken

Merel Bem – Los

Merel Bem Los recensie, review en informatie over de eerste roman van de Nederlandse schrijfster. Op 7 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Hollands Diep de roman van Merel Bem. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en de uitgave.

Merel Bem Los recensies en reviews

Als er in de media een een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Los, de eerste roman van Merel Bem, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Een literair debuut waar het vertelplezier vanaf spat.” (Sacha Bronwasser)

Recensie van de redactie

Los is de debuutroman van Merel Bem die voorafgaande hieraan als haar sporen verdient heeft als journalist die met regelmaat publiceert over kunst, fotografie en kleding in vooraanstaande kranten en andere media.

De hoofdpersoon van de roman is Anja. Zij is net de vijftig gepasseerd en de verpersoonlijking van het muurbloempje. Ja ze heeft een aantal jaren een relatie gehad maar die is gestrand, waarover ze trouwens niet echt rouwig is. Haar moeder is niet zo lang geleden overleden maar speelt nog steeds een rol in haar leven. En ondanks het feit dat Anja haar moeder verzorgd heeft tot aan haar dood, een niet al te prettige rol. Eigenlijk kon Anja nooit wat goed doen volgens haar moeder en moest ze blij zijn dat ze ooit een man had.

Nu Anja de vijftig net gepasseerd is, besluit ze iets te doen dan totaal buiten haar comfortzone ligt. Ze meldt zich aan voor een wandeltocht in Bretagne waar de focus zal liggen op het ontdekken van jezelf. Zoals je al begrijpt geeft dit Merel Bem de ruimte om een aantal kleurrijke personage op te voeren die de roman interessant en grappig maken.

Natuurlijk is dit een thema en onderwerp dat vaker wordt gebruikt in de literatuur en het risico van meligheid en het intrappen van open deuren ligt bij een keuze als dit op de loer. En om maar gelijk duidelijk te zijn, Merel Bem weet de meligheid knap te omzeilen, zij het zo nu en dan op het randje.

Al met al is ze erin geslaagd om een boeiende, grappige, soort van coming of middle age, roman te schrijven die vrolijkheid koppelt aan mijmeringen over liefde, verlies, gebrek aan vertrouwen. Het is een geslaagde debuutroman die door onze redactie gewaardeerd is met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Merel Bem Los

Los

  • Auteur: Merel Bem (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman, debuutroman
  • Uitgever: Hollands Diep
  • Verschijnt: 7 april 2026
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 11,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de debuutroman van Merel Bem

Als in korte tijd haar man, haar moeder en haar kat haar verlaten, wordt Anja meer dan ooit op zichzelf teruggeworpen. Angstvallig probeert ze haar lot in eigen hand te nemen, best een opgave voor iemand die het leven over zich heen laat komen als een maartse regenbui. Wie had ooit kunnen voorspellen dat een introverte vrouw als zij zich zou opgeven voor een spirituele groepscursus wandelen in Bretagne? Anja in elk geval niet. In een poging zichzelf enige levensmoed in te blazen, raakt ze aan de Franse kust meer verloren dan haar lief is – en wint ze onverwacht een beetje terrein terug.

In haar literaire debuut schrijft Merel Bem op onderkoelde wijze over onderwerpen als identiteit, eenzaamheid en menselijk onvermogen. Met humor en wijsheid ontleedt Bem de ongemakkelijke waarheden van het moderne leven. Los laat zich lezen als een speels commentaar op de hedendaagse behoefte aan zelfontplooiing – en wat mensen zichzelf vertellen als die groei nog even uitblijft.

Merel Bem is geboren in 1977. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en New York University en gaf les aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Ze schrijft over kunst, fotografie en kleding voor diverse kranten en tijdschriften, waaronder de rubriek ‘Beeldvormers’ voor de Volkskrant.

Bijpassende boeken

Jazzjaren boek over Amsterdam 1930-1939

Jazzjaren boek over Amsterdam 1930-1939 recensie, review en informatie over de inhoud. Op 3 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij WBOOKS in samenwerking met het Stadsarchief Amsterdam beh boek Jazzjaren, Mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930-1939, geschreven door Mark Ponte en andere auteurs. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Jazzjaren boek over Amsterdam 1930-1939 recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Jazzjaren, Mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930-1939, geschreven door diverse auteurs, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Dat Amsterdam in de jaren dertig van de vorige eeuw een behoorlijk rijke jazzscene kende zal lang niet bij ieder een bekend zijn. Zwarte Amerikaanse grootheden als Louis Armstrong, Cab Calloway en Duke Ellington traden op in de hoofdstad. Bovendien wist een aantal Afro-Surinaamse jazzmuzikanten het podium te veroveren.

Maar ondanks het feit dat er jazzoptredens mogelijk in Amsterdam, wilde het niet zeggen dat het gemakkelijk was. Voor alle zwarte muzikanten gold dat ze te kregen hadden met discriminatie en problemen om het hoofd boven water te houden.

Het boek schets op boeiende wijze hoe het toeging in de jazzscene in Amsterdam, met welke vormen van discriminatie de zwarte artiesten te maken kregen, maar ook hoe levendig en boeiend deze periode desondanks was. Dat ook vrouwen een rol speelden in de jazz, wordt vaak, op een aantal zeer grote sterren zoals Josephine Baker, na, onderbelicht. Daarom is het goed dat er een apart hoofdstuk is opgenomen waarin de de rol van vrouwen in de jazz, ook in de jaren dertig, beste groot was en dat sommige vrouwen, soms letterlijk, een behoorlijke deun meebliezen.

Het Stadsarchief Amsterdam beschikt over behoorlijk wat interessante foto’s en een aantal kunstwerken uit die tijd die mooi beeld schetsen van de jazz in de jaren dertig. Uiteraard is een bezoek aan de tentoonstelling een bezoek zeker waard. Maar het door WBOOKS uitgeven boek Jazzjaren waarin boeiende verhalen, prachtige foto’s en andere kunstwerken staan is niet te versmaden. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

over Amsterdam 1930-1939

Jazzjaren

Mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930-1939

  • Auteur: Mark Ponte (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenis van Amsterdam, jazzmuziek
  • Uitgever: WBOOKS, Stadsarchief Amsterdam
  • Verschijnt: 3 april 2026
  • Omvang: 96 pagina’s (71 afbeeldingen)
  • Afmetingen: 22 x 27 cm
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 24,95
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek over mensen, migratie en muziek in Amsterdam tijdens de jaren 30

A night on the town.

Wie in de jaren 1930 ’s avonds door het centrum van Amsterdam liep, hoorde meer dan het geratel van trams en het geroezemoes uit cafés. In stegen en straten klonk een nieuw geluid: jazz had haar weg gevonden naar de stad.

Tegen de achtergrond van opkomend fascisme, crisis en oorlogsdreiging, raakt jong Amsterdam in de ban van hotjazz en swing. Wereldsterren als Louis Armstrong, Duke Ellington en Cab Calloway treden op in Amsterdam. Jazzmusici uit de Verenigde Staten, Oost-Europa en Suriname strijken er neer.

Een plek veroveren in de stad is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Veel jazzmigranten zijn Afro-Surinaams en krijgen te maken met institutioneel racisme en discriminatie. Het is een leven van schnabbelen en hosselen, als kunstenaarsmodel of als barman.

Jazzjaren brengt de jazzscene in beeld aan de hand van persoonlijke verhalen, film, fotografie en kunst en biedt context over de ontvangst van jazz in Nederland en de de strijd om gelijke rechten door zwarte activisten.

Het boek verschijnt bij de tentoonstelling Jazzjaren die van 3 april t/m 13 september 2026 in het Stadsarchief Amsterdam te bezoeken is.  

Mark Ponte is geboren in 1979. Hij is historicus en onderzoeker. Hij is verbonden aan Stadsarchief Amsterdam en samensteller van de tentoonstelling Jazz-jaren. Mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930-1939. Hij is actief op Instagram en Bluesky als @voetnoot.

Bijpassende boeken

Sytske Frederika van Koeveringe – Bewegingsmogelijkheden

Sytske Frederika van Koeveringe Bewegingsmogelijkheden recensie en informatie boek met gedichten en poëziedebuut van de Nederlandse schrijfster. Op 2 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de dichtbundel van Sytske Frederika van Koeveringe. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Sytske Frederika van Koeveringe Bewegingsmogelijkheden recensie en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Bewegingsmogelijkheden, de dichtbundel van Sytske Frederika van Koeveringe, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

& zinnig zinnig we zijn allemaal waanzinnig & waar begint jouw lichaam & volledige vrijheid voor de wolven betekent de dood van de lammeren & en clarice zijn de lammeren gestopt met schreeuwen & deze plek is geen vangnet voor als je valt we heten niet voor niets sodom & een militair zegt miauw & er zal hier dus geen sprake zijn van wat een wereld is maar van wat ze voor het levende wezen dat erdoor omringd wordt betekent & een of andere oude god die galmde bij dageraad en avondschemer & de dingen gaan toch zoals ze gaan & en als ik opkijk neemt alles nieuwe kleuren aan & suikertje had hun aandacht & grondeleend ook jouw trend zal komen & die week was het koel in de tunnel en warm in het bos & in tijden van eenzaamheid troost niets meer dan een verhaal dat klopt als je het vooruit vertelt en achteruit ook & steeds als ik naar de klok kijk herhalen de nummers zich of is de tijd een palindroom & een boek over rouw is iets anders dan een elegisch gedicht & het maanpoeder dwarrelt over je neer & alles en niets zitten samen op de fiets & een bijl maakt stof van de mens & het is nog te vroeg om nu te zijn & de bakkers hoeven niet meer om vier uur uit hun nest & quid expectamus nunc abent omnes volucres nidos inceptos nisi ego et tu hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu & vlooien zullen nesten maken & het is er niet en het is er het doet zich voor en verdwijnt je ziet het (hoofd) en het draait (ont) & spierspanning smeltpunt ploegschaarzuigkracht zaaidichtheid roestbestendigheid hevelhoogte staarwind afvoerverval konkeling omgekeerde evenredigheid sphaeropsis malorum schimmel van het appelklokhuis & laten we de stilte niet beroeren & wat uit stilte kwam er ook weer naar terugging: & (…) & een poging tot reconstructie van zaken die eens voorvielen & is 133 een huisnummer een gezin een meisje een codewoord & in troebel water ronddrijvende ogen & ga die kop koffie eens in door de melkdeeltjes tot op atoomniveau dan tot op subatomair niveau en je komt in een wereld waar iets oproepen uit niets wel degelijk mogelijk is & wij zijn de soort die de zon heeft overwonnen & ga nu en slacht het is goed & de drumband en het majorettekorps met succes geïntroduceerd & een duur speeltje om serenades te componeren & kijk mij diep in de mond (ik zal verzen gapen) & als om een ruimte te schonen & tijd huist in een voorbije zomer zeelucht en herinnerd meisjeshaar & meneer bestaat uit vergeten dromen en nieuwsfeiten & geen zeep maar de grammatica & de vogels worden gezongen & omdat je geen heilige hebt kunnen zijn word je stomdronken op straat & woorden van warme mensenadem gemaakt ten hersens varend & een tweede wereld heeft zich afgescheiden van de eerste & wakker of wat zo heet levend en wel & wolf wolk welk wenk wens mens & de zon is een mooie opening een oog een o in de donkere omberen pruisisch-blauwe lucht en de maan een c & soms is er nauwelijks iets voor nodig of het is zo ver & wat uit stilte kwam en er ook weer naar terugging: & (…) & (wat breekt met het geluid van brekend glas) & (waarom ik mijn vrouw heb opgegeten) & bloedgeschoren en onleesbaar deze wereld & sneeuw bestaat helemaal niet maar hangmat is des te echter & een niet o.a. mijnheer van het spreken heeft hij alle taal bepraten en verzwegen het zingen het klinken springende stemmen die geen antwoord handhaven en hij definieert en divideert & de invasie van glorende ochtenden en de invasie van de groene kleuren & geen enkele toestand is metastabieler dan wachten & klonken de stemmen achter de tekst & wordt er in ochtendschemering een hoofd uit een auto gegooid & verbreding van de existentiële horizon & verliezen is een kunst & uiteenvallende letters als zelfherstellende baarmoeders & het leven der delen is meer dan het leven van het geheel & als een pad Italiaans sprak waarom zou hij op den duur dan geen Frans spreken & nemen volgen staan plaats de beweger de konstrukteur & jij café levenscentrale spirituele produktenhandel je booglampen geven richting aan de nacht & mannen ontploffen wanneer je het het minst verwacht & in dezelfde ademtocht een tong kussen en een keel sluiten & het etherische effect van verleiding door ogen volgelopen met kwik & dit uur is doorschijnend & vijftien minuten van belichaamde vergetelheid & de bloemen worden verstrooid de vruchten afgeworpen & bodem van het toekomstige woord & de straatstenen bonden de blikken & de cirkel het eindeloze geluk van de punt & een berg te bewegen als een mens die nabij komt en nooit nagenoeg & schapenvlees zout en een houweel & de waarheid ligt in het midden waar het ook lag & een cel van woorden heeft zich gedeeld in onze hersenen is aangegroeid tot een gezwel & de zenuwen zijn van geïnspireerde draden & wie is op de roltrap een appel ontglipt & een parkje waar eens een bom is gevallen en niet ontploft & hier zwelt de klank onbegrijpelijk aan & het dril der ziel te drogen & orkesten en koren zwijgen maar de muziek is aanwezig & nu laten de trefwoorden zich niet meer verder onderverdelen en preciseren & een gevallen en geprezen en zo hoge en overweldigende horizon & nachtvogel onzalig product van psychoanalyse & wat uit stilte kwam en er weer naar terugging was:

het liegend konijn, ik leerde het blad pas kennen krot voor het ermee ophield, of liever, ik ging het pas serieus nemen één nummer voor het laatste nummer, ik weet niet waarom ik het zo lang op afstand hield, was het misschien de naam die me stoorde, hoewel komend van paul van ostaijen, al wist ik dat niet voor ik het blad daadwerkelijk in handen hield en daarbij van ostaijen is ook weer niet zaligmakend, wegens net weer niet de allerbeste schrijver die ooit geleefd heeft, maar nummer 1 van 2025 bestelde ik, liet ik komen, waarom?, omdat bas kwakman erin stond of idwer de la parra of vincent van meenen of eva gerlach of robin block of weetikveel?, of neen, eerder, denk ik, omdat er vooral heel veel dichters in stonden die ik niet kende en ik wel weer eens behoefte had aan een nieuwe stem, een nieuw geluid, of hoe dan ook, ik bestelde, liet komen per post, en het beviel me, al kwam dat misschien ook wel omdat ik het op vakantie las, de laatste negentig pagina’s overigens alweer op de terugweg, in een of ander hotel in lyon, het beviel me zodanig goed dat ik me voornam het vaker te bestellen, of altijd, waarom niet een abonnement?, nummer twee van vijfentwintig liet ik ook komen maar dat bleek meteen de zwanenzang van jozef deleu en dat viel me dan weer heel erg tegen, goed ik las het thuis, en goed het weer, en goed ook al even geen echt keelsnoerend moje seedee meer gehoord, maar toch, nauwelijks een goed gedicht gelezen, al vond ik de poëzie van peter verhelst verrassend goed, ik las ooit een roman van hem en die vond ik niet zo best, ik weet niet meer hoe het heette, ik weet alleen nog dat er mannen in voorkwamen die half mens half motorfiets waren, en dat ik het niet goed vond en de naam peter verhelst in mijn hoofd kwam te staan als die van een te mijden schrijver, maar die gedichten van hem in het afscheidsnummer van het liegend konijn vond ik goed of minimaal best heel aardig toch, zeker in vergelijk met de rest, zoveel pretentieuze zever, is dat de stand van zaken in de nederlandstalige poëzie dezer dagen?, misschien moet ik emigreren naar een land met een beter poëzieklimaat ik heb amerika zelfs overwogen maar je gaat toch niet in trumpland wonen alleen vanwege broken sleep bijvoorbeeld, en dan, één dag, bewegingsmogelijkheden.

Sytske Frederika van Koeveringe. Die ik niet kende. En een dichtbundel pende die Bewegingsmogelijkheden heet. En het gaat over volwassen zijn, of mens, of vrouw, over de etiketjes die een mens kan opgeplakt krijgen door therapeuten of artsen of door je buren. En soms hadden de eieren hierin een tikje harder gekookt mogen worden, als u het mij vraagt, al kan ik u meteen al te kennen geven dat ik eigenlijk meer van zachte eieren hou, of liever nog gepocheerd, maar dan moet het wel goed gebeuren, dat pocheren bedoel ik. Maar ik hou van hoe ze haar woorden van de bladzijde laat aflopen, hoe de taal dans en springt en zingt in haar gedichten. Een gedicht heet Mogelijkheden. Het bestaat uit meerdere delen, genummerd. Rare nummering overigens. Het gaat van één naar twee naar drie naar vier maar dan naar twee punt één naar vijf naar één punt één. Het zou flauw zijn om die laatste het mooiste gedicht van de bundel te noemen en niet alleen omdat het geen afzonderlijk gedicht is maar een schakel in de keten. Het is maar één zin, ruim zwemmend in zijn paginawit: “Ik kijk nooit op buienradar, ik ga gewoon naar buiten”. Toen had de dichter mijn definitieve & onverdeelde aandacht.

Een volgend deel stelt alleen maar vraagtekenloze vragen. Vragen als Hoe ziet accepteren eruit, waar kan ik dit halen. Kost dit geld. Of als Kan ik heimwee krijgen naar een dier dat nooit van mij is geweest. Of Groeien oordelen net zo snel als mijn melktanden dat deden. Of er wordt een vraag gesteld over de geschiedenis van het woord geschiedenis. Maar waarlijk achterover sloeg ik van deel vijf punt twee. Het begint: “goed stamt af van god / van oudsher betekent goed god of goddelijk / dus ik kan mijn spullen wel pakken / god is overal / zelfs tijdens een weekendje weg weet hij me te vinden / zit ik op een terras aan de sangria waar niemand me kent staat god daar met z’n goede gedrag met lege bijvoegelijk-, zelfstandige naamwoorden te strooien” en zo gaat dat verder tweekwart pagina lang, volle blokken tekst, inclusief die schuine strepen, die zijn niet van mij, niet om de harde returns aan te geven, dit keer niet, die staan gewoon zo in de tekst, en ik vind het fantastisch. Of het deel een punt drie. Een mens jarenlang op de dool in de zorg, steeds weer andere diagnoses, sommige extreem hip trouwens (HSP bijvoorbeeld, daar kun je nog eens mee voor de dag komen in deze tijden die van nu & de onze heten te zijn).

Het twede gedicht, Beweging, is zelfs nog iets mojer. Hoe te bewegen in een wereld, welke wereld, deze wereld. De dingen die over je gezegd worden. Waar je staat ten opzichte van de ander. Of de ander ten opzichte van jou. Zulke dingen. In zinnen die kruipen en kronkelen en wervelen en fluisteren en schreeuwen. Deze bewegingen zijn allemaal mogelijk met taal, en Bewegingsmogelijkheden benut dat ten volle.

Het zou wat overdreven zijn te stellen dat Sytske Frederika van Koeveringe mijn vertrouwen in de Nederlandse poëzie hersteld heeft. Maar na lezing van Bewegingsmogelijkheden ben ik er zeker aanzienlijk minder somber over gesteld.

Sytske Frederika van Koeveringe Bewegingsmogelijkheden

Bewegingsmogelijkheden

  • Auteur: Sytske Frederika van Koeveringe (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 2 april 2026
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 21,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst poëziedebuut van Sytske Frederika van Koeveringe

Poeziëdebuut van multitalent en genomineerde Jan Hanlo essy prijs 2021.

In haar poëziedebuut onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe het is om mens te zijn – en hoe je je als vrouw beweegt binnen de kaders die je worden opgelegd, mentaal én fysiek. Met een scherpe, onderzoekende blik legt zij de spanning bloot tussen goed willen doen en goed genoeg handelen. Wanneer is een keuze werkelijk juist – en voor wie?

Sytske Frederika van Koeveringe is geboren in 1988 in Heerenveen, Frisland. Ze is beeldend kunstenaar en schrijver. Ze debuteerde met de roman Het is maandag vandaag (2017), gevolgd door Dag nacht licht toch (2020), dat genomineerd werd voor de Jan Hanlo Essayprijs 2021. Vrouw doet dit, dat verscheen in november 2021. Haar toneel, essays, columns, poëzie en proza worden gepubliceerd in De Revisor, Tirade, De Groene Amsterdammer, Mister Motley en NRC. Haar roman Meeloper verscheen in januari 2024.

Bijpassende boeken

Ryan Gingeras – Maffia

Ryan Gingeras Maffia recensie, review en informatie boek met een ontluisterende wereldgeschiedenis van de Amerikaanse historicus. Op 19 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Omniboek de Nederlandse vertaling van Maffia, A Golbal History, geschreven door Ryan Gingeras. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Ryan Gingeras Maffia recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Maffia, Een ontluisterende wereldgeschiedenis, geschreven door Ryan Gingeras, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Dit boek is meeslepend, belangrijk, mondiaal en ronduit fascinerend.” (Simon Sebag Montefiore, historicus en schrijver)

Recensie van de redactie

Over de rol van de maffia en de geschiedenis van het misdaadfenomeen bestaat. als je het goed beschouwd, behoorlijk wat verwarring en veel misvattingen. De Amerikaanse historicus heef met zijn boek de uitdagende taak op zich genomen om de wereldgeschiedenis te schrijven van de maffia. En om maar gelijk duidelijkheid hierover te verschaffen, daar lijkt hij behoorlijk goed in geslaagd.

Los van het feit dat Ryan Gingeras goed kan schrijven waardoor je als lezer gegrepen wordt door het boek, weet hij op vakkundige wijze het misdaadfenomeen van de maffia wereldwijd te ontrafelen. Bovendien is hij erin geslaagd om het kaf van het koren te scheiden in wat je wel kunt beschouwen als maffia-achtige misdaad en wat zo vaak wel genoemd wordt maar het feitelijk niet is.

Omdat de maffia vaak heimelijk georganiseerd is, zij het niet altijd, heeft het Gingeras veel werk moeten kosten om de structuur en historie van het fenomeen te onderzoeken en te ontrafelen. En doordat hij de gehele wereld als plaats van handeling heeft gekozen, is het een nog uitdagender klus geweest.

Toch weet Gingeras, voor zover mogelijk, helderheid te verschaffen in de geschiedenis van de ontwikkeling van de organisaties. Van het ontstaan ervan in Italië, alhoewel je ook op andere plekken in de wereld en vroeger, vergelijkbare misdaadorganisaties kunt vinden, tot de situatie in het huidige tijdsgewricht. Van de Chinese maffia, tot de Russische, van Japanse organisaties tot drugskartels in Mexico en de tentakels ervan die reiken tot in Europa en Nederland, van de Libanese, Turkse en Tsjetsjeense en de opkomst en ondergang van de maffia van Marseille. Bovendien heeft Gingeras veel aandacht voor de verbanden met de zogenaamde bovenwereld, dat wil zeggen, de stedelijke, landelijke en wereld politiek.

Het te boek stellen van de wereldgeschiedenis van de maffia is een ambitieus project met een grote kans van mislukken en een grote kans op clichés. Echter het is goed gelukt om grote valkuilen te vermijden. Soms duizelt het als je het boek leest, maar het verhaal is van begin tot eind fascinerend en Gingeras slaagt er zeer goed in om de eindjes, voor zover mogelijk, aan logisch en goed aan elkaar te knopen. Al met al een geslaagd stuk misdaadgeschiedenis dat goed verheldert en veel verklaart. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Ryan Gingeras Maffia

Maffia

Een ontluisterende wereldgeschiedenis

  • Auteur: Ryan Gingeras (Verenigde Staten)
  • Soort boek: geschiedenis van de maffia
  • Origineel: Maffia, A Global History (2026)
  • Nederlandse vertaling: Brenda Mudde. Maarten van der Werf
  • Uitgever: Omniboek
  • Verschijnt: 19 maart 2026
  • Omvang: 416 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24,99 / € 11,99 / € 24,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek van Ryan Gingeras met de wereldgeschiedenis van de Maffia

Hét boek over de geschiedenis van misdaadorganisaties wereldwijd
verschijnt in het voorjaar van 2026 in 28 talen.

In Maffia neemt Ryan Gingeras de lezer mee in de duistere geschiedenis van misdaadorganisaties over de hele wereld, van de Siciliaanse Cosa Nostra tot het Medellínkartel, de New Yorkse Five Families en de Chinese tong.

Gingeras onderzoekt hoe deze misdaadorganisaties onder leiding van Al Capone, Pablo Escobar en tal van anderen hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de moderne wereld op politiek, economisch en maatschappelijk vlak. De nadruk ligt daarom op de periode vanaf 1800.

Ryan Gingeras is geboren in 1978. Hij is een Amerikaanse historicus en doceert aan de Naval Postgraduate School in Californië, waar hij is gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van Oost-Europa en het Midden-Oosten.

Bijpassende boeken

Mehdi Belhaj Kacem – God, techniek en alwetendheid

Mehdi Belhaj Kacem God, techniek en alwetendheid recensie, review en informatie boek met een essay over het kwaad. Op 12 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Ten Have de Nederlandse vertaling van het essay van de Frans-Tunisische filosoof Mehdi Belhaj Kacem. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Mehdi Belhaj Kacem God, techniek en alwetendheid recensie van Tim Donker

Kan een filosofie een muziekstuk zijn?, ja kan, is, wordt gedaan, hier.

Of.

Misschien zit het achterplat, als altijd, daar ook wel voor iets tussen.

“[G]oddelijke eigenschappen [worden] in ons tijdperk belichaamd [..] door de technowetenschap.”, staat daar, op dat achterplat, en: “[T]echnologie, […] ooit begonnen als hulpmiddel, [heeft] de rol van God [..] overgenomen.” Wel. De idee dat wetenschap tegenwoordig een religieuze status heeft, en dat de verlichting dus met een zekere verblinding gepaard is gegaan, kwam ik eerder al tegen bij figuren als Mattias Desmet en René ten Bos en ik vind het een prikkelende gedachte. Er niet ganzelijk nevens ook. Dus ik verheugde me al. Op een flinke portie feyerabendiaanse relativering de kritiekloze wijze waarop de geseculariseerde mens “het laatste woord” altoos weer in de mond van de wetenschap wenst te leggen. Kacem trekt wel een parallel tussen religie en wetenschap en opteert ook voor een radicaal en algeheel atheïsme (dus ook een “ontgoddelijkte” wetenschap), maar niet helemaal op de manier die ik in gedachten had toen ik me lezend zette. En hij komt ook via omtrekkende bewegingen daar waar ik niet dacht dat hij heen zou gaan.

Misschien omdat dit “essay” (een kleine 160 pagina’s vind ik een nogal behoorlijk essay) gebaseerd is op een lezing die Kacem in 2016 hield; een lezing die naar de wens van organisator Bertrand Schefer moest gaan over “de subjectiviteit en de ervaring van ieder van ons die beelden bekijkt, maakt of interpreteert” (welja), komt Kacems betoog als een trage dans tot de kern: verschuiving, herhaling, verschuiving, herhaling, verschil (of is het een knipoog naar Deleuze, Kacem?). De woorden ontvouwen zich als de noten van een minimalistisch muziekstuk, met een maximalistisch orgelpunt.

Hij begint met een kantelpunt.

Er moet altijd een kantelpunt zijn. Waarom moet er altijd een kantelpunt zijn? (de idee dat er ooit een kantelpunt geweest zou zijn, staat trouwens wat haaks op wat hij verderop in het boek beweert)

Hij begint met beelden, inderdaad. De Franse revolutie bracht de val van het monarchale christendom. Kunstenaars haalden vanaf dat moment hun inspiratie niet langer uit het goddelijke, maar daarentegen uit het kwaad. Postrevolutionaire kunst wordt, aldus Kacem, gedomineerd door wat hij “traumatiserende” beelden noemt. Dat woord komt nogal eens terug in zijn filosofie en ik moet u zeggen dat ik met Gerbrand Bakker een diep wantrouwen deel tegen dit overmatige gebruik. Trauma. Alles is maar een trauma tegenwoordig. Iedereen is getraumatiseerd. In de filosofie van Mehdi Belhaj Kacem zeker, en dit maakte me aanvankelijk wat sceptisch. Daar kwam bij dat ik er niet geheel zeker van ben dat het kwaad pas na de bestorming van de Bastille in de kunst gekomen is. Ik ben geen kunsthistoricus en ik kan er best naast zitten. Maar toch. Alsof de bijbel ook al niet vol staat van, laat ik het dan ook maar zeggen, “traumatiserende” beelden. Nota bene het oerbeeld van het Christendom. De Mens aan het kruis, dat is toch ook al niet zo’n heel prettig beeld, wel? Maar het zal niet geheel onwaar zijn dat “moderne” kunst wat onbeschaamder is in het tonen van weerzinwekkende beelden. Kacem verbindt dit aan het aristotelische begrip katharsis (Aristoteles! Gaat toch ook alweer wat verder terug dan de Franse revolutie), en stelt en passant dat technologie een democratisering van de katharsis bracht: waren De Goya en De Sade nog enigszins voor de elite; Game of Thrones is voor iedereen. Het kwaad alledaags gemaakt, genormaliseerd zo je wil.

Makenschap. Het bestel.

Misschien is het nu goed om te weten dat Kacem alles dat niet natuurlijk is, technologisch noemt. Dat wat uit de zichzelf voortkomt, is natuurlijk; dat wat door de hand van de mens wordt gemaakt, is technologisch. De mens is dus van meet af aan een technologisch wezen, en hier komt het langzamerhand het cruciale punt. De mens is namelijk het enige dier dat zijn geheugen buiten zichzelf bewaart (schrift, computer), en er is ontzettend veel meer buiten de mens dan in hem. Hier komt ook de idee van “ontologische alzheimer” kijken, al had dit van mij iets steviger in de verf gezet mogen worden. De optelsom van al het weten is God (Spinoza?), lichtelijk gelijk aan de noösfeer die u van Teilhard de Chardin kunt kennen (en anders wel van Llorenç Villalonga). In de onmetelijke hoeveelheid van dit “opgetelde weten”, en alle daaruit voortkomende informatiestromen, ligt de oorzaak van alle pathologieën. Zo bezien maken wetenschap en technologie de mens dus misschien wel eerder zieker dan gezonder. Maar er is meer. En daar komt de verwantschap met religie kijken. Monotheïstische religies hebben een hiernamaals gepostuleerd en dit heeft wetenschappers, uitvinders; zeg voorvechters van de zogeheten “vooruitgang” (ja, progressieven!) verzoend met het vernietigen van het milieu. Misschien niet zozeer omdat er toch een hemel is, en heel die aarde wel verkloot mag worden maar wel omdat er een “daar” is waarnaar gestreefd moet worden, een “anders en beter” dat wel een offer waard is. De Jezus van de wetenschap is dan de cyborg, de menswording van het de gehele mensheid overstijgend superwezen dat techniek heet. Internet van dingen. Internet van lichamen. Biotechnologie. Transhumanisme: waar wetenschappers, net als gelovigen, streven naar onsterfelijkheid. Zo is wetenschap volgens Kacem feitelijk ten diepste religieus. En communistisch bovendien: planetaire communicatie; de planeet getransformeerd tot één gigantisch brein waar iedereen deel aan heeft. De huidige staat der techniek als de verwezenlijking van de communistische droom? Hoe ongerijmd. Hoe geniaal ook. Een alternatieve titel had dan ook God, techniek en onsterfelijkheid kunnen zijn.

In zijn visie op de technoïde mens brengt Kacem uiteindelijk ook zijn meest diepzinnige filosofie in stelling. Die heeft alles te maken met pleonectiek. Hij zegt toe deze filosofie in een komend werk verder uit te werken, maar het voorschot dat hij hier geeft is alvast veelbelovend. In deze analyse verschijnt de mens als een pleonectisch wezen. Dit gaat verder dan hebberigheid alleen; pleonectiek wijst op een buitensporige toe-eigening. Een steen eigent zich niks toe, en “leeft” tweehonderd miljoen jaar. Dieren eigen zich alleen datgene toe dat nodig is om te overleven. De meeste dieren leven individueel bezien dan wel korter dan mensen, maar ze doen ook niks om het voortbestaan van de soort in gevaar te brengen. Mensen eigen zich alles toe. Niet alleen in materiële zin, maar ook in ruimtelijke. De hele aarde is nog niet genoeg, ook het heelal moet gekoloniseerd. Ook het willen weten, het willen kennen is eindeloos. Wetenschap dient dus ook deze pleonectiek (die mij overigens uiterst heideggeriaans aandeed, het deed mij onmiddellijk denken aan Heideggers idee van de mens als “ontverringsmachine”): alles moet in het bezit van de mens komen, verkend zijn door hem, geweten, gemeten, geannexeerd door hem. Dit zal ook zijn ondergang zijn. In de woorden van Kacem: “De meest gigantische […] toe-eigening die ooit op aarde is waargenomen […] resulteert in de meest catastrofale onteigening die ooit is waargenomen”. En dat wordt nog toegejuicht ook! Kacem citeert Stephen Hawking: “Zelfs als de mens zou verdwijnen, zou het feit dat hij zich de meest wetten van het universum heeft toegeëigend een ongekende prestatie blijven. In reactie hierop zegt Kacem, toewerkend naar zijn slotpleidooi: “Ik vind geen troost voor de miljarden wreedheden die sinds we hier verschenen op aarde zijn begaan om tot al deze kennis te komen; kennis die tot overmaat van ramp misschien wel tot niets heeft gediend. Ik kan mezelf er niet toe brengen te denken, zoals de meeste traditionele filosofen, dat dit de ‘prijs was die we moesten betalen’ om op een dag tot iets beters te komen.”, en: “Misschien rest ons […], net zoals aan het einde van een andere magnifieke film over dit onderwerp, Spielbergs A.I. Artificial Intelligence, niets anders dan het downloaden van de beste cognitieve gegevens waarover de mensheid heeft kunnen beschikken, zodat we over een paar miljoen jaar, wanneer de meeste levensvormen van deze planeet zijn verdwenen, een ras van buitenaardse wezens al deze prachtige gegevens kan terugwinnen, om er hopelijk beter gebruik van te maken. Deze tekst, en al mijn werk, zou slechts een kleine bijdrage zijn, een waarschuwend getuigenis voor de fouten die niet herhaald mogen worden – als een soort met een beter geheugen dan wij er ooit toegang toe krijgt.” Een soort met een beter geheugen? Een soort met een beter geheugen? Echt? En gij meent dat, Kacem? Maar als ik de finesse van uw filosofie juist gevat heb, lijkt het mij veeleer toch juist om een minder te gaan? Minder ruimte innemen, minder pleonectiek, minder willen weten, het geheugen minder belasten. Het woord beter wijst namelijk weeral op de jacht voorwaarts, naar dat daar waar alles glanzender, onovertrefbaarder, geweldiger is. En dit daar is toch juist het kwaad van de mens, het kwaad van de techniek, het kwaad van de wetenschap? (het kwaad heeft het kwade gevat, zegt Małgorzata Lebda).

Met God, techniek en alwetendheid weeft Mehdi Belhaj Kacem een belangwekkende filosofie. Draad voor draad. Sommige draden leiden rechtstreeks naar de kern, andere, zoals die over de “traumatiserende beelden” die kunstenaars vanaf de Franse revolutie over de mensheid zijn blijven uitstorten, lijken wat losser van aard. Hopelijk wordt zijn nog te verschijnen hoofdwerk over de pleonectiek ook vertaald.

Ik kende Kacem eerlijk gezegd niet maar hij heeft nog veel meer geschreven. Ook enkele fictiewerken, die blijkens de inleiding van de vertaler, Pieter Lemmens, eveneens zeer lezenswaard zouden moeten zijn. Helaas der helazen lees ik geen Frans. Aan het werk dus, Pieter Lemmens. Na dit essay wil ik meer lezen van Mehdi Belhaj Kacem. Veel meer.

Mehdi Belhaj Kacem God, rechniek en alwetendheid

God, techniek en alwetendheid

Een essay over het kwaad

  • Auteur: Mehdi Belhaj Kacem (Tunesië)
  • Soort boek: filosofisch essay
  • Uitgever: Ten Have
  • Verschijnt: 12 maart 2026
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Afmetingen: 13,5 x 21,5 x 1,4 cm
  • Gewicht: 202 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 11,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst filosofisch boek over het kwaad van Mehdi Belhaj Kacem

De Frans-Tunesische filosoof Mehdi Belhaj Kacem beschikt over een zeldzaam origineel tegengeluid. In dit boek schrijft hij over de rol van technologie in ons leven en in onze maatschappij, met een scherpte en radicaliteit die hem in Frankrijk al tot cultfilosoof maakte.

Deze Nederlandse vertaling introduceert een denker die de erfenis van Derrida en Badiou weet te verbinden met de urgentie van het heden – een onderscheidend werk voor de lezers van Byung-Chul Han en Markus Gabriel.

Mehdi Belhaj Kacem is geboren op 17 april 1973 in Parijs. Hij is een Frans-Tunesische schrijver, filosoof en acteur en is bekend om zijn provocerende, vaak nihilistische essays en zijn breuk met Alain Badiou. Naast fictie publiceerde het meerdere filosofische teksten.

Bijpassende boeken