Tag archieven: Berlijn

Trude Teige – Ze danste in de regen

Trude Teige Ze danste in de regen recensie en informatie van de inhoud van de oorlogsroman uit Noorwegen. Op 25 april 2025 verschijnt bij Uitgeverij Ambo | Anthos de Nederlandse vertaling van Mormor danset i regnet de roman van de Noorse schrijfster Trude Teige. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Trude Teige Ze danste in de regen recensie

  • “Deze roman laat niemand onberoerd. Niet te missen.” (Expressen)
  • “Ontroerende roman over een zwarte bladzijde in de geschiedenis. Dit boek moet je lezen.” (M-Magasin)

Trude Teige Ze danste in de regen

Ze danste in de regen

  • Auteur: Trude Teige (Noorwegen)
  • Soort boek: Noorse oorlogsroman, historische roman
  • Origineel: Mormor danset i regnet (2015)
  • Nederlandse vertaling: Erica Weeda
  • Uitgever: Ambo | Anthos
  • Verschijnt: 25 april 2025
  • Omvang: 336 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 23,99 / € 13,99 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Noorse schrijfster Trude Teige

Na het overlijden van haar grootouders erft Juni hun huis op een klein Noors eiland. Bij het leegruimen vindt ze een foto van haar grootmoeder als jonge vrouw met een Duitse soldaat en een brief uit 1946. Haar moeder kan Juni er niet meer naar vragen, maar ze weet wel dat de relatie tussen haar moeder en grootmoeder altijd werd overschaduwd door iets waarover gezwegen werd. Hebben de foto en de brief daar iets mee te maken?

Juni’s zoektocht naar de waarheid brengt haar naar Berlijn en naar het stadje Demmin in het oosten van Duitsland, dat na de capitulatie veroverd werd door het Russische leger. Daar beseft ze dat het om veel meer gaat dan alleen om een geheime liefde en dat haar ontdekkingen ook gevolgen hebben voor haar eigen geluk. Ze danste in de regen toont hoe het verleden ons vormt en hoe het doorwerkt van generatie op generatie. Maar bovenal is het een verhaal over de helende kracht van liefde.

Trude Teige is geboren op 27 juni 1960 in Herøy, Møre og Romsdal in Noorwegen. Ze is een van de bekendste tv-persoonlijkheden van Noorwegen, ze was jarenlang presentator, nieuwslezer en politiek verslaggever. Daarnaast schrijft Teige krimi’s en romans, die in vele landen zijn verschenen. Voor Ze danste in de regen deed ze uitgebreid onderzoek in Berlijn en Demmin. De roman is gebaseerd op ware gebeurtenissen.

Bijpassende boeken en informatie

Willem du Gardijn – Het koor van de 300 moordenaressen

Willem du Gardijn Het koor van de 300 moordenaressen recensie en informatie van de inhoud van de roman over Oost-Berlijn in de DDR. Op 25 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de nieuwe roman van de Nederlandse schrijver Willem du Gardijn. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver en over de uitgave.

Willem du Gardijn Het koor van de 300 moordenaressen recensie van Tim Donker

De koning danst op de muziek van een fascist.
De zon het volk het brood de spelen.
En de koning danst op de muziek van een fascist.

Andermaal spreekt een achterplat maar halve waarheden. Het zegt van Lena en Maksa. Ze wonen naast elkaar in de brede straat, ze reizen samen met de tram naar hun werk, want ook werken doen ze in hetzelfde bedrijf. Dat is waar, het achterplat liegt er niet over. Ze hebben mannen, Frans en Markus, ze hebben kinderen, Rainer en Rosie, twee gezinnen, wonend naast elkaar, de vrouwen zijn al bevriend sedert hun kindertijd, de kinderen krijgen misschien ook wel iets met elkaar. De boodschappen doen Lena en Maksa ook al samen, het zou alles heel gewoon kunnen zijn, heel volks. Behalve dan dat het verhaal speelt in Oost-Berlijn, in de tijd van, denk ik, Erich Honecker, toen de muur nog fier overeind stond (en dat maakt alles anders en net dat zegt het achterplat u niet). U weet. De socialistische eenheidspartij. De Stasi. Alle bedrijven in handen van de staat, alle neuzen dezelfde kant op. Planeconomie. Afgegrendelde grenzen. De welvaart en de mensenrechten waren elders. Alleen het socialisme gold, wie het socialisme niet aanhing was een vijand van het volk. En alles dat van verre of nabij met het gehate kapitalisme in verband gebracht kon worden, was uit den boze. Maar Lena en Maksa willen ook wel eens een spijkerbroek kunnen dragen. Dan. Er worden dingen gefluisterd, er zou iets gaande zijn, het moet alles strikt geheim, Markus weet ervan, er zijn mensen bij betrokken die alleen gekend kunnen en mogen worden via initialen, maar het lijkt echt zo te zijn: dat er een tunnel gebouwd wordt. Een tunnel, dwars onderdoor de muur, een tunnel die uitkomt in West-Berlijn, een tunnel naar de vrijheid, een tunnel naar spijkerbroeken. En hoe opmerkelijk: de tunnel zou uitkomen in de kelder van de slagerij bij Frans, Lena, Maksa en Markus in de straat, de vier buren moeten daar alleen nog even een beginnetje hakken, en dan komen ze hun bevrijders vanzelf tegen. Het moet gebeuren in een nacht, het komt, het komt eraan, nog even geduld en dan kunnen ze gaan.

Het blijkt alles verraad. Maksa speelt een dubbelrol, onduidelijk is hoe lang al, misschien al heel lang, er is geen tunnel, er zijn wel agenten, er wordt geschreeuwd, gerend, geschoten, iemand overleefd het niet, Lena probeert de koelbloedige moord van een agent op andere familieleden te voorkomen, de kogel verdwaalt en doorboort een andere agent, nu is Lena een moordenares, van een agent nog wel, een beschermer van het socialisme, hoe erg kan een mens zijn, Lena komt in de gevangenis.

In de gevangenis is het erg. Manipulaties, vernederingen, vuigheden, vuile spelletjes. Er is gefilmd, in het huis van Lena en Frans, er zijn beelden, ook van Frans met een andere dame op ergens een hotelkamer ofzo, sadistische bewakers laten Lena alles zien, het is alles onderdeel van iets veel groters, Maksa heeft in veel een rol gespeeld, Maksa heulde al langer van de machtshebbers, onduidelijk is hoe lang, in een onvrij land is het onmogelijk om niet af en toe te collaboreren, Rik Zaal toonde dat onlangs al onweerlegbaar aan, hoe zou je zelf zijn, hoe lang kan je je rug recht houden in omstandigheden waaronder de rug buigen zoveel voordeel brengt? Soms is verraad heel begrijpelijk, al zijn er gradaties misschien, en erg onmenselijk schildert Du Gardijn Maksa zeker niet af. En helemaal vrijuit gaat ze ook niet: na een lichtere straf komt ze onder curatele te staan van een misschien niet heel onaardige maar wel tamelijk opdringerige en ook enigszins viezige man die voornamelijk op haar liefde uit is. Het eindigt ermee dat ook Maksa voor moord gevangen wordt gezet.

Ergens, niet ver van Leipzig, is een vrouwengevangenis. Er zitten driehonderd moordenaressen gevangen. Twee ervan zijn Maksa en Lena. De grote hoedster is “het vrouwtje”, een kleine, niet al te moje vrouw die voor vele veranderingen, zeg verbeteringen, in de gevangenis heeft gezorgd. “Het vrouwtje” houdt therapeutische sessies met de moordenaressen, en de veelvuldige, door haar gedirigeerde, koorgezangen hebben een al even therapeutische werking. Hoewel “het vrouwtje” een sleutelrol speelt in Het koor van de 300 moordenaressen, ontwikkelt deze verhaallijn zich pas tegen het einde van het boek – ja dat hele koor van driehonderd moordenaressen komt pas tegen het einde van het boek aan bod. Het is waar de roman een haast surrealistiese lading krijgt. Ofnee. Wacht. Anders.

Want het zal wel. Dat Du Gardijn een te totalitair en te verstikkend beeld schetst van het toenmalige Oost-Berlijn. Jaja. Dat zal best. Ik weet het niet. Ik was toen niet daar, ik ben maar één keer in Berlijn geweest, dat was aan deze zijde van de millenniumwending, de muur was allang verleden tijd, ik was niet heel erg onder de indruk van Berlijn maar achteraf hoorde ik uit vele monden dat ik me niet in de goede wijken begeven had, ik had naar daar en daar moeten gaan, waar het allemaal veel mojer was dan waar ik geweest was. Het zal wel. Het zal allemaal wel. En toen kwam de overheid en zei dat de mensen niet naar hun werk mochten, dat de kinderen niet naar school mochten, dat niemand na tien uur ’s avonds nog de straat op mocht, dat je louter geboeid en gekneveld de supermarkt in mocht, dat de oude mensen moesten sterven zonder ooit nog hun kinderen of hun geliefden te zien, dat wie zich niet liet inspuiten met een of ander veel te snel ontwikkeld serum waarvan niemand de effecten op langere termijn kon voorspellen niet het recht had om op restaurant of op kaffee te gaan, en ik zei Het totalitarisme is geïnstalleerd, we moeten iets doen en monneer Bepaaldekeuzeshebbenbepaaldegevolgenendatisaltijdalzogeweest zei Ik vind niet dat het totalitarisme geïnstalleerd is en ik dacht hoeveel totalitarisme moet er zijn voor je het totalitarisme mag noemen? En de koning danst op de muziek van een fascist, de koning staat met zijn bolle kop vrolijk te wiegen op de muziek van een fascist, en ik denk is dat niet het begin van verstikking? Mijn ademen alleszins al wat stroever bedacht ik me dat het fascisme zo zou komen: met de koning vrolijk, de koning dansend, de koning die van de krommen aas gebaart. Hoe stroef moet het ademen gaan voor er sprake is van verstikking? Ik weet het niet, maar wat meer is –

want er is altijd meer –

wat meer is, is dit: waarom moeten Nederlanders proza toch altijd aan een of andere buitenromaneske realiteit toetsen? Een romancier is geen historicus. Waarom literatuur meten aan een lat die iets zeggen wil over het “wie es eigentlich gewesen war”, er zijn altijd anderen die beter kunnen zeggen wie es eigenlich gewesen war en die mogen anderen dan op de vingers tikken en zeggen ja so war es dus nicht. Nicht zo verstikkend en nicht zo totalitair, jajaja, het zal wel, er waren geloof ik ook westberlijners die liever in het oosten dachten te wonen, hoeveel verstikking is verstikkend genoeg, de koning danst op de muziek van een fascist en Boele zegt dat dat het verschrikkelijke was, voor ons westerlingen, toen, in de jaren tachtig, dat de Stasi alles van je wist, in zo’n soort maatschappij hoopte je toch nooit te hoeven leven, en nu, zegt Boele, geven we al onze privacy prijs aan koekjes en aan het internet, de grote bedrijven weten nu misschien wel meer van ons dan de Stasi ooit van haar burgers wist, misschien is het waar wij nu leven wel verstikkender en totalitairder dan ooit, en so war es dus nicht, waarom moet ik verdomme een abonnement nemen als ik alleen even wil lezen wat een of andere gast over een of ander boek geschreven heeft, nog een reden om kranten te mijden als de pest, maar wat ik zeggen wil is dat realiteitszin volgens mij niet de voornaamste waarde is in Het koor van de 300 moordenaressen. Misschien vergis ik me, maar het lijkt me dat het Du Gardijn er niet om te doen is een volledig en juist beeld te schetsen van het toenmalige Oost-Berlijn (en misschien had hij er wel beter aan gedaan om een fictieve plek in een fictieve tijd als achtergrond te gebruiken), hij lijkt mij, eerder, een podium te willen geven aan een bepaald soort vervreemding.

Die bijna hypnotiese vervreemding.

Dat vreemde sfeertje dat er doorheen gans de roman hangt.

Dat beklemmend is ja, maar ook bijna kinderlijk, bijna sprookjesachtig. Dat onwerkelijke. Dat, sja, toch, dromerige. De ene keer neigend naar een nachtmerrie. De andere keer alleen maar verwarrend. En soms  welhaast mooi.

Gardijns instrument, de taal, is overeenkomstig gestemd. Lange, meandere zinnen, vol komma’s, soms lichtelijk naïef, of, in ieder geval toch, impressionisties. De ene keer is Lena aan het woord, de andere keer Maksa. Iemand zei dat Du Gardijn doorsloeg in zijn schrijfstijl maar ik vind zijn stijl werkelijk prachtig. Ook de taal is gezang hier, ook de taal hypnotiseert. Uiteindelijk creëert het een heel nieuw universum dat het bestaande universum niet wenst te reproduceren maar zo haar eigen wetmatigheden heeft. Geloven in een tunnel naar West-Berlijn kan, je woonst veil hebben voor een spijkerbroek kan, een gevangenis met driehonderd moordenaressen kan, een vrouw die met liefde het koor leidt kan, gelouterd de gevangenispoort uitlopen kan ook. Kan allemaal zo erg dat het universum van Het koor van de 300 moordenaressen iets is waar je zo maar in zou kunnen verdwalen, hier en nu op goede dag of in een daar en dan op een kwadere dag – want in een land waar de koning danst op de muziek van een fascist is er nog veel meer verstikking mogelijk.

Willem du Gardijn Het koor van de 300 moordenaressen

 

Het koor van 300 moordenaressen

  • Auteur: Willem du Gardijn (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse DDR roman
  • Uitgever: Uitgeverij Koppernik
  • Verschijnt: 25 maart 2025
  • Omvang: 232 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50 / € 11,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Willem du Gardijn

De vriendinnen Anna en Maksa, die werken bij Die Fleisch Union Berlin, worden door een functionaris van de partij uitgenodigd voor een gesprek. De intimiderende ontmoetingen zetten een keten van gebeurtenissen in gang die niet anders dan noodlottig lijkt te kunnen eindigen.

In Het koor van de 300 moordenaressen roept Willem du Gardijn, in zijn geroemde stijl, de donkergrauwe wereld van Oost-Berlijn in de jaren tachtig van de vorige eeuw op. Ondanks de grove ernst van de communistische ideologie en het verraad door je naasten schetst hij een intrigerend claustrofobische wereld die toont dat het zelfs in de meest uitzichtloze tijden saamhorigheid een ontsnapping kan bieden.

Willem du Gardijn (1964) studeerde in Utrecht en Berlijn. In 2008 publiceerde hij de roman Monografie van de mond. Daarmee werd hij genomineerd voor de Academica Literatuur Prijs. In 2011 verscheen zijn buitengewoon goed ontvangen verhalenbundel Negen raven. In 2016 volgde de roman Bevrijding. In de herfst van 2018 verscheen de verhalenbundel Het grote vakantiepark. Met deze verhalenbundel stond du Gardijn op de longlist van de Bookspot Literatuurprijs. Zijn laatste roman Het einde van het lied (2021) stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs en de Boekenbon Literatuurprijs 2022.

Willem du Gardijn Het einde van het lied RecensieWillem du Gardijn (Nederland) – Het einde van het lied
Nederlandse roman
Recensie van Tim Donker
Weergaloos mooi. Het nam me mijn adem. Het stolde mijn bloed. Het zette de tijd stil. Dit is literatuur van het allerhoogste nivo…lees verder >

Bijpassende informatie

Andris Kuprišs – Berlin

Andris Kuprišs Berlin recensie, review en informatie van de inhoud van het boek met verhalen van de uit Letland afkomstige schrijver. Op 11 maart 2025 verschijnt bij Open Letter Books de Engelse vertaling van de verhalenbundel Berlin van de Letse schrijver Andris Kuprišs. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave. Een Nederlandse vertaling van de roman is niet verkrijgbaar.

Andris Kuprišs Berlin recensie, review en informatie

  • “Berlin uses laconic simplicity to mask that which is painful—and uses the ironic awareness of that pain to mask that which is even more painful.” (Newspaper Diena)

Andris Kuprišs Berlin

Berlin

  • Auteur: Andris Kuprišs (Letland)
  • Soort boek: verhalen, debuut
  • Origineel: Berlin (2019)
  • Engelse vertaling: Ian Gwin
  • Uitgever: Open Letter Books
  • Verschijnt: 11 maart 2025
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 15,95
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol

Flaptekst van het boek van de Letse schrijver Andris Kuprišs

“Berlin is a sad city, but it’s a sadness you don’t see. It’s like having heavy metals slowly build up in your body. You can spend a few days, weeks, months, or even years here and never notice how heavy your heart has become.”

A little boy who is afraid of telephones; a woman recounting to her lover her recent sexual assault; a man wondering what would happen if he woke up each morning nine minutes earlier than he had the morning before; a student who is plied by his German teacher with glass after glass of cheap wine . . .

The protagonists of Andris Kurprišs’s debut collection are at times melancholy and worrisome, and world-angry or absurdist at others. Kuprišs plays with tension, a building up to climaxes reminiscent of Henry James—but with endings that leave a lingering sense of having missed some important detail, some sinister clue that will reveal all meaning. Deceptively simple, nostalgic, and resigned, Kurprišs’s characters show how it can be just as hard to arrive somewhere (physical or intangible) as it can be to leave.

Andris Kuprišs is in 1982 geboren in Letland. Hij is schrijver en vertaler. Hij studeerde journalistiek aan de Universiteit van Letland en behaalde een MA in fotografie aan de Goldsmiths University of London. Berlin is zijn literaire debuut.

Bijpassende boeken en informatie

Liam Cagney – Berghain Nights

Liam Cagney Berghain Nights recensie, review en informatie boek over techno en de clubcultuur in Berlijn. Op 1 oktober 2025 verschijnt bij Reaktion Books het boek van Liam Cagney, A Journey through Techno and Berlin Club Culture. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave. Een Nederlandse vertaling van het boek is niet verkrijgbaar.

Liam Cagney Berghain Nights recensie, review en informatie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van het boek over de techno en clubcultuur in Berlijn, geschreven door Liam Cagney, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Liam Cagney Berghain Nights

Berghain Nights

A Journey through Techno and Berlin Club Culture

  • Auteur: Liam Cagney
  • Soort boek: muziekboek, boek over Berlijn
  • Uitgever: Reaktion Books
  • Verschijnt: 1 oktober 2025
  • Omvang: 184 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek /  ebook
  • Prijs: £ 15,99
  • Boek bestellen bij: Amazon 

Flaptekst van het boek over techno en de Berlijnse clubcultuur

An electrifying guide to Berlin’s notorious club scene.

Fascinated by Berghain’s strange techno and stranger goings-on, Liam Cagney journeys through techno as an art form, exploring Berlin club culture in all its colour and intensity.

Berghain Nights is the result. From kinky parties in the labyrinthine KitKat Club to the smoky gloom of Tresor’s repurposed bank vault, to the psychedelic lab of Cocktail d’Amore, Berghain Nights not only captures the excitement of Berlin club culture; it asks how techno in a queer club context can help people strip away their inherited hang-ups to find a truer self.

Berghain Nights is about spiritual frenzy and soulful music, countercultural urgency and capitalistic cash-ins. It’s a story of the most notorious club in the world and of a scene that, enthralling thousands every weekend, feeds billions annually into Berlin’s economy. In the midst of it all is the story of a person who, having gone through life feeling like an alien, find himself in the most alien place imaginable – and feels at home there.

Bijpassende boeken

Djuna Barnes – Nachtwoud

Djuna Barnes Nachtwoud recensie en informatie van de inhoud van de roman uit 1936 van de Amerikaanse schrijfster. Op 7 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij Orlando de nieuwe Nederlandse vertaling van de roman Nightwood van de uit de Verenigde Staten afkomstige schrijfster Djuna Barnes. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Djuna Barnes Nachtwoud recensie en informatie

  • “Nachtwoud is zijn eigen gecreëerde wereld, exotisch en vreemd, en het lezen ervan is als het drinken van een glas wijn met een parel die oplost. Je hebt meer tot je genomen dan je beseft, en de uitwerking ervan blijft voelbaar. Vanaf nu ben je gepareld.” (Jeanette Winterson)
  • “Verbluffend (…) diepgravend (…) grote intensiteit (…) schitterend vuurwerk.” (Vrij Nederland)
  • “Ik las met de pijnlijke intensiteit van een bezetene (…) Het verhaal van passie en verdriet, van ballingschap en eenzaamheid, sprak rechtstreeks tot mij, een jonge vrouw die nooit het gevoel had dat ze er helemaal bij hoorde (…) Een lofzang op de bezitlozen, de buitenbeentjes en degenen die te veel liefhebben.” (Siri Hustvedt)

Djuna Barnes Nachtwoud

Nachtwoud

Orlando Klassiekers

  • Auteur: Djuna Barnes (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Amerikaanse roman
  • Origineel: Nightwood (1936)
  • Nederlandse vertaling: Erik Bindervoet
  • Uitgever: Uitgeverij Orlando
  • Verschijnt: 7 maart 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van Djuna Barnes uit 1936

Nachtwoud speelt zich af in Parijs, Berlijn en Wenen tijdens de decadente periode tussen de twee wereldoorlogen en ‘behoort tot die kleine groep boeken die op de een of andere manier een tijdperk weerspiegelen’, aldus de Times Literary Supplement.

In Nachtwoud vertelt Djuna Barnes de verhalen van een groep Amerikaanse en Europese ontwortelden in het Parijs van de jaren twintig van de vorige eeuw, die in de marges van de maatschappij leven: circusartiesten, homoseksuelen, transgenders, travestieten – een nachtelijke onderwereld, excentriek, louche en mooi.

Sinds de publicatie in 1936 is Barnes’ meanderende tour de force een klassieker geworden van de modernistische literatuur geworden. Daarnaast is het een van de eerste romans waarin homoseksualiteit openlijk beschreven werd.

Djuna Barnes is geboren op 12 juni 1892 in Cornwall-on-Hudson, Orange County in de staat New York. Ze was een Amerikaanse schrijfster en journaliste. Ze woonde in New York en reisde tussen de twee wereldoorlogen door Europa, met Parijs als standplaats, waar ze verkeerde in de kringen van James Joyce en Gertrude Stein. Nachtwoud (1936) is haar bekendste roman, die ze schreef in het Engelse landhuis van Peggy Guggenheim. Ze overleed op 18 juni 1982, 90 jaar oud, in New York City.

Bijpassende boeken en informatie

Ferdinand von Schirach – Namiddagen

Ferdinand von Schirach Namiddagen recensie en informatie nieuw boek met verhalen van de Duitse schrijver. Op 21 januari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de Nederlandse vertaling van Nachmittage, het boek van de uit Duitsland afkomstige schrijver Ferdinand von Schirach. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver, de vertaler en over de uitgave.

Ferdinand von Schirach Namiddagen recensie en informatie

  • “Zo worden deze verhalen van onderweg zijn tot een grote puzzel die de geborgenheid van het individu omsluit.” (Westdeutsche Allgemeine Zeitung)
  • “Eén of twee middagen zijn genoeg om het vrij dunne boek uit te lezen. Maar de beelden, ideeën en verhalen blijven nog lang resoneren.” (Claudio Campagna, NDR Kultur)

Namiddagen Tim Donker recensie

Lang had ik dit op mijn nonfiksiestapel
Ik dacht dit zijn ontmoetingen
Ik dacht dit zijn portretten
Ik dacht dit zijn beschouwingen
Ik dacht dit zijn dagboekaantekeningen
Ik dacht dit zijn reisverhalen

Ohnee reisverhalen

Weinig is ergelijker, eigenlijk, dan reisverhalen. Met al die beschrijvingen van exotische landschappen & die Heel Erg Exotische dingen die er allemaal op Zeer Exotische Wijze mis gingen of juist juist gingen & het exotische verdwalen & de exotische mensen & de exotische ontmoetingen & al bijzondere ontmoetingen die een mens al reizend hebben kan. Sja. Reisverhalen zijn het toppunt van luiheid.

Zeg ik, terwijl ik hou van luie kunst. Een simpele maar niettemin bloedmoje gitaarslag. Een paar eenvoudige lijnen op papier die geheel onverwacht een zeer indringende pentekening opleveren. Een minimalistisch pianomotiefje. Enkele woorden die op de juiste wijze gerangschikt een prachtig gedicht blijken te zijn. Kunst die je laat denken Dat had ik ook kunnen doen. Maar je hebt het niet gedaan. Je had er niet het inzicht, niet de creativiteit, niet de moed voor. Je deed het niet. Je zag niet dat genialiteit zoveel nabijer is dan je ooit had durven dromen. Je wist niet dat je met minimale middelen ook onuitwisbaar kon zijn. Je deed niet. Je zag niet. Je wist niet. Kunst die je voor je hoofd laat slaan. Waarom ik niet. Dat soort kunst.

Maar ook, er is, de verkeerde soort luiheid. Reisverhalen bijvoorbeeld. Het is het soort luiheid dat pretendeert helemaal geen luiheid te zijn. Het bijzonder maken van wat algemeen is. Gemiddelde gebeurtenissen verkopen als iets dat voortkwam uit je ongekende avontuurlijkheid. O. Juist jij. Juist jij reisde af, juist jij kwam hier terecht, juist jij sprak met deze mensen. Zal wel. Iedereen die reist maakt dezelfde dingen mee. Naja. Wie over land reist dan tenminste (niets is zo treurig als vliegen). Je krijgt pecht met de auto en je strandt in een onooglijk Frans dorpje en de reparatie duurt en duurt en uiteindelijk ben je daar een week en heb je met iedereen in het dorp gesproken en geloof je niet dat de eigenlijke vakantie nog beter kan worden. Of. In de trein naar Italië raak je in gesprek met een veteraan die je vertelt hoe hij zijn been is kwijtgeraakt. Of. Ergens in de bergen van waardanook & een verfrissing want je moet wel & de waardin van een herberg waar zelden iemand komt deelt haar droevige levensgeschiedenis met jou.

Je hoeft echtwaar niet heel verder te gaan dan de Albert Heijn bij jou om de hoek om zulke dingen mee te maken. Maar in reisliteratuur wordt het allemaal omkranst met een sfeer van uniciteit die het niet past. Zoals die gast, ken je hem, die met zijn godverdomde “Guus” van Alaska naar Argentinië reed, wat net een graadje minder kliesjeematig is dan roete zesenzestig rijden, een graadje maar, ik zeg, en die er een tamelijk slecht geschreven boekje over publiceerde. De eerste dagen dat hij op depot was dacht ik nog wat een fijne gozer wat een ongelooflijke prachtvent want een indringende gesprekspartner want hoe geweldig, nu, om weer eens te praten met een doorleefd met een belezen figuur. Maar wat een kwal bleek hij na een paar weken te zijn.

Kwallerig. In de sfeer van. De Kloot Die Lange Reizen Maakt. Dat is dat onuitstaanbare aan reisliteratuur. Reizigers denken altijd zo godverdomde uniek te zijn, zo ver verheven boven het gepeupel. Vanwege alleen al het simpele gegeven dat ze de ene voet voor de andere zetten weten. Zegt hier, zegt het achterplat van Namiddagen: “[de] verhalen spelen zich af in Berlijn, Pamplona, Oslo, Tokio, Zürich, New York, Marrakesh, Taipei en Wenen. En ik dacht Ohnee. Reisverhalen. En inderdaad. Binnen de eerste hoeveelheid pagina’s was ik al in Taipei en New York en Parijs en Tokio en Marrakesh geweest en ik dacht Ohnee. Reisverhalen. Kwallerige kwallenverhalen van kwallerige kwallenkoppen. Het mocht niet eens meer baten dat er een scene in voor kwam die ik al kende uit Rachels rokje, het boek dat mijn tot ver in mijn twintiger jaren slechts latente liefde voor literatuur definitief wakker schudde en de rabiate boekenwurm van me maakte die ik inmiddels ben – helaas nee, Namiddagen ging, even toch, terug op de stapel. De stapel die voor later is. De stapel die voor straks is. De stapel die altevaak totnooitmeerziens is.

Totdat.
Ja.
En later.

Soms.

Er weer iets boven komt.
Boeken in een stapel niet voor eeuwig verloren gaan.
Iets uit de hoop tevoorschijn komt.
Een stem er ineens weer bovenuit klinken weet.

En je denkt aan verhalen.
Je aan verhalen denkt.
Of de verhalen ineens aan je borst aan je buik aan je lijf aan je brein kleven blijven.

Want.

Verhalen. Von Schirach tekent verhalen op. Hij luistert. Mensen vertellen. Von Schirach geeft het door. Aan ons. Aan lezers. Of luisteraars. Misschien is het allemaal echt gebeurd of misschien ook niet maar Von Schirach heeft het ons in ieder geval echt verteld. Deze verhalen. Die niet zelden een onverwachte wending krijgen. Iets dat al het voorgaande in ander licht zet. Een licht dat ook beklemmend, wrang of afhankelijk van je gevoel voor humor lachwekkend kan zijn. Hebben we hier dan te maken met sketches misschien? Hum. Ja. Nee. Wat maakt het uit. Alles beter dan reisliteratuur, niet?

Noem het ZKV’s. Of noem het pilromans. Wel. Ja. Sommige van deze teksten kun je best als pilroman zien. Bijvoorbeeld het verhaal van de vrouw die haar man voor een exhibitionist hield.

Of.
Lees ik: “De Zweedse schrijver Lars Gustafsson wil tegen het publiek een volkomen betekenisloze zin zeggen. Hij zegt: ‘In de hele ruimte was een bolvormige geur waar te nemen en tegelijkertijd was een lichtgrijs getint geluid te horen.’

Ik kan het me allemaal meteen voorstellen.”

En ik zit in stoel en die Gustafsson die ken ik wel en daar met koud wordende koffie denk ik na over betekenisloosheid als fluïdum, dat heet, iets dat zich niet begrenzen laat, dat vloeit, dat zich aanpast aan wat of wie het tegenover zich heeft, want betekenisloosheid begint waar voortstelbaarheid eindigt; Von Schirach kan zich iets voorstellen bij wat Gustafsson uitdrukkelijk bedoelt als onzin, kan Gustafsson zich geen onzin voorstellen of stelt Schirach zich zelfs bij onzin nog iets voor?, en ik?, wat zie of ruik of voel of denk ik bij een bolvormige geur?, geur kan vorm hebben, zeker, vooral onaangename geuren, een zuil van stank, dat kan, een rechthoekige stank die op je inbeukt, kan best, kan allemaal, geur kan materie aannemen en geluid kan kleur hebben, muziek kan zichtbaar doorheen mijn kamer gaan, als dit Gustafssons oefening in betekenisloosheid is, is zijn voorstellingsvermogen geringer dan je van zo’n voorwaar toch lang niet misse schrijver aannemen zou.

Vestzakessay?
Ja.
Dit.
Zeker.

Ik lees razender alvast.

Komt ook. Becketts fameuze en (iets te?) vaak aangehaalde maar niettemin altijd nog onsterfelijke uitspraak (ja die over dat beter falen ja) voorbij en ik lees.

Ik lees razender nog.

Kun je zo verliefd zijn dat je vergeet dat je niet kunt zwemmen? Hubble. 100 miljard sterrenstelsels. Een Algerijnse bioscoopeigenaar die ongekend nobel lijkt maar een wat vettig randje blijkt te hebben. Als de spiegel breekt. Of. Aangename eenzaamheid. Een vuilaard blijkt een liefdevolle opa die met zijn kleindochter danst. Voorval en reactie. Een bijzonder irritante vechtersbaas die zich het liefst Tom laat noemen wordt op stel en sprong tot introverte garagist Norbert geslagen. De suïcide van zijn vrouw maakt een middelmatig dichter nog niet goed. Een zoeken naar leven in het midden. Op welk moment verraad je als pianiste je instrument? Geloof als hoefijzer. Hoeveel jaren van je leven leef je nu eigenlijk echt? Onbegrijpelijke sculpturen, park en voorjaar.

Dus nee.

Dit zijn geen reisverhalen.

Verkenningen misschien. Maar reisverhalen? Nee.

Namiddagen is geen wereldschokkend boek. Niks davert. Niks valt om. Niks is onherstelbaar anders. Maar beelden, zinnen en gedachten uit dit boek nestelen zich wel voor langere tijd – wie weet wel voor altijd – in je hoofd. En dat is, naast daveren, toch het hoogste waartoe een schrijver in staat is.

Ferdinand von Schirach Namiddagen

Namiddagen

  • Auteur: Ferdinand von Schirach (Duitsland)
  • Soort boek: verhalen
  • Origineel: Nachmittage (2022)
  • Nederlandse vertaling: Marion Hardoar
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 21 januari 2025
  • Omvang: 176 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst boek met stadsverhalen van Ferdinand von Schirach

Ferdinand von Schirach vertelt over milde vroege zomerochtenden, regenachtige middagen en zwarte nachten. Zijn verhalen spelen zich af in Berlijn, Pamplona, Oslo, Tokio, Zürich, New York, Marrakech, Taipei en Wenen. Het zijn korte verhalen over de dingen die ons leven veranderen, over toevalligheden, verkeerde beslissingen en de vluchtige aard van geluk. Von Schirach vertelt over de eenzaamheid van mensen, over kunst, literatuur, film en altijd over de liefde.

Ferdinand von Schirach (12 mei 1964, München) werkt sinds 1994 als strafadvocaat in Berlijn. Tot zijn cliënten behoren vele prominenten, industriëlen en leden van de onderwereld. Zijn debuut Misdaden (2009) werd aan 30 landen verkocht en wordt verfilmd. Andere titels die bij De Arbeiderspers verschenen zijn SchuldHet geval ColliniTaboeStraf en de prozabundel Koffie en sigaretten.

Bijpassende boeken en informatie

Rainald Goetz – Rave

Rainald Goetz Rave recensie en informatie roman over de nachtelijke wereld van feesten, drugs en existentiële gesprekken. Op 6 december 2024 verschijnt bij Het Balaseer de Nederlandse vertaling van de roman uit 1998 van de Duitse schrijver Rainald Goetz. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Rainald Goetz Rave recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van de roman Rave van de Duitse schrijver Rainald Goetz, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Rainald Goetz Rave

Rave

  • Auteur: Rainald Goetz (Duitsland)
  • Soort boek: Duitse roman
  • Origineel: Rave (1998)
  • Nederlandse vertaling: Sebastian Roth
  • Uitgever: Het Balanseer
  • Verschijnt: 6 december 2024
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de roman van Rainald Goetz

In Rave neemt Rainald Goetz de lezer mee naar de nachtelijke wereld van feesten, drugs en existentiële gesprekken, waar de grenzen tussen vrijheid en verval vervagen. Het boek is een rauwe, poëtische afspiegeling van de ravecultuur, waarin ook de media en cultuurkritiek hun stem krijgen in een zoektocht naar betekenis te midden van de chaos.

Er wordt gefeest, gedronken, drugs genomen. Er wordt gepraat over wilde ideeën en banaliteiten. Dansvloeren, nachtclub krochten, wc’s, parkings en achterafjes worden aangedaan in München, Berlijn, Ibiza. Er wordt gevreeën, op de dealer gewacht en bij ochtendkrieken overlegd waar de afterparty voor de preparty voor de volgende party zal doorgaan. ‘Ieder uur sleept een van zo’n weekend in exces fataal verwoeste zich ergens over de heel normale dagdagelijkse mensenstraten finaal afgemaakt voort.’

Daartussen samplet en mixt Goetz af en toe stemmen van bepaalde producers, tv en krantenredacteurs en andere mediaspelers die ook de realiteit van rave, een gesofisticeerd gecodeerd soort outsider kunst van allemaal insiders, denken te kunnen vatten. Voor lange scheldtirades is er geen plaats. Er moet immers gefeest worden.

De Duitse cultauteur Rainald Goetz (24 mei 1954, München ) maakte naam als scherp zinnig waarnemer van media en popcultuur, in teksten waarin hij neo-expressionisme en sociaal realisme vermengt met de nerveuze schrijfsels van beat en popauteurs. Goetz is een van de belangrijkste en interessantste stemmen van de hedendaagse Duitse literatuur en ontving meerdere literaire prijzen, waaronder de Georg Büchner Preis 2015.

Bijpassende boeken en informatie

Marianne Vogel – Speelbal van spionnen

Marianne Vogel Speelbal van spionnen recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Berlijn thriller. Op 1 oktober 2024 verschijnt bij Uitgeverij Aspekt de nieuwe Berlijn thriller van de Nederlandse schrijfster Marianne Vogel. Hier lees je informatie over de inhoud van de thriller, de schrijfster en over de uitgave.

Marianne Vogel Speelbal van spionnen recensie en informatie

  • “Voor Berlijnliefhebbers is In de schaduw van Marlene Dietrich ongetwijfeld gefundenes Fressen.” (VN-thrillergids)

Marianne Vogel Speelbal van spionnen

Speelbal van spionnen

  • Auteur: Marianne Vogel (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse Berlijn thriller
  • Uitgever: Uitgeverij Aspekt
  • Verschijnt: 1 oktober 2024
  • Omvang: 400 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe Berlijn thriller van Marianne Vogel

Berlijn – hotspot voor spionage. In de hachelijke Luchtbrugtijd van 1948-1949 ontdekt geheim agent Alexandra Bauer een lek in de West-Duitse inlichtingendienst. Daardoor verhindert ze een sabotageactie van de Russen en ze redt West-Berlijn. Later sterft Alexandra. Door een ongeluk? In het Nederland van nu vindt Irene Oosting op een zolder Alexandra’s dagboek en ze vraagt zich af: is Alexandra familie van haar? Wie is zij zelf eigenlijk? En leidt ze wel het leven dat ze wil? Irene overwint haar angst en vertrekt op een hete zomerdag naar Berlijn om antwoorden te zoeken. Daar raakt ze vermist. De Amsterdamse particulier onderzoekers Sofie Bank en Frits Arends moeten Irene opsporen, maar zij worden meegesleurd in een maalstroom van gebeurtenissen. Want de compromisloze Alexandra heeft voordat ze overleed een explosieve onthulling gearrangeerd. Een zinderende literaire thriller van Marianne Vogel over gemiste kansen, verlangens en nieuwe vergezichten.

Marianne Vogel (6 augustus 1958, Rotterdam) is persoonlijk coach en literatuurwetenschapper. Ze heeft jaren in Duitsland gewerkt. Deze zesde Berlijnthriller rond het originele speurdersduo Bank en Arends is net als haar eerdere thrillers gebaseerd op ware gebeurtenissen.

Bijpassende boeken en informatie

Judith Hermann – Kiezels

Judith Hermann Kiezels recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Duitse schrijfster. Op 12 september 2024 verschijnt bij Meridiaan Uitgevers de Nederlandse vertaling van Wir hätten uns alles gesagt, het boek van de uit Duitsland afkomstige schrijfster Judith Hermann. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster, de vertaler en over de uitgave.

Judith Hermann Kiezels recensie en informatie

  • “Bij Judith Hermann wil je elke regel lezen, want je wilt echt niets missen.” (Deutschlandfunk)
  • “Judith Hermanns boek bezit een ongelooflijke energie, schoonheid, brutaliteit en uitstraling.” (Die Zeit)
  • “In Kiezels maakt ze op bewonderenswaardige wijze duidelijk dat ze ongelooflijk goed begrijpt hoe ze zelfs het moeilijke, nauwelijks te verdragen, doodse duister kan transformeren tot grootse literatuur.” (Der Spiegel)

Judith Hermann Kiezels

Kiezels

  • Auteur: Judith Hermann (Duitsland)
  • Soort boek: Duitse roman
  • Origineel: Wir hätten uns alles gesagt (2023)
  • Nederlandse vertaling: Herman Vinckers
  • Uitgever: Meridiaan Uitgevers
  • Verschijnt: 12 september 2024
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Duitse schrijfster Judith Hermann

Een jeugd doorgebracht in onconventionele omstandigheden, het verdeelde Berlijn, familiebanden en affiniteiten, lange, gelukkige zomers aan zee. Judith Hermann praat over haar leven en haar schrijven, over wat haar schrijven en leven samenhoudt en verbindt. Waarheid, uitvinding, geheugen en geheimen – waar begint een verhaal en waar eindigt het? Hoe betrouwbaar is ons geheugen, hoezeer lijken onze dromen op de werkelijkheid? Net als in haar romans en verhalen legt Judith Hermann een complete levenshouding vast in luttele pagina’s: met een heldere, poëtische stem spreekt ze over de gevoelige kern van leven, vriendschap, vertrek en vrijheid.

Judith Hermann (15 mei 1970, Berlijn) publiceerde in 1998 haar eerste bundel Zomerhuis, later en maakte er nationaal en internationaal meteen furore mee. Na nog twee bundels en een roman, verscheen het veelgeroemde Lettipark (Uitgeverij Vleugels, 2021). Daheim kwam in eigen land uit in 2021, gevolgd door Wir hätten uns alles gesagt in 2023. Hermanns werk is veelvuldig bekroond, met onder andere de Kleist Preis, de Friedrich Hölderlin Preis, de Wilhelm Raabe Preis en de Deense Blixenprisen. Ze woont aan de kust van Ostfriesland.

Bijpassende boeken en informatie

Jenny Erpenbeck – Kairos

Jenny Erpenbeck Kairos. Op 5 maart 2023 verschijnt bij uitgeverij De Geus de Nederlandse vertaling van de roman uit 2021 van de Duitse schrijfster Jenny Erpenbeck en winnaar van de International Booker Prize 2024. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman en over de uitgave. Daarnaast is er aandacht voor de boekbesprekingen en recensie van Kairos, de roman van Jenny Erpenbeck.

Jenny Erpenbeck Kairos informatie

Jenny Erpenbeck is op 12 maart 1967 geboren in Oost-Berlijn, de hoofdstad van de DDR. Na de middelbare school volgde ze een opleiding tot boekbinder en van 1988 tot 1990 studeerde ze theaterwetenschappen aan de Humboldt-Universität in Berlijn en wisselde in 1990 naar de studierichting muziektheaterregie. Nadat ze in 1997 afstudeerde werkte ze als regisseur bij theatergezelschappen in Duitsland en Oostenrijk.

Het prozadebuut van Jenny Erpenbeck, Geschichte vom alten Kind, verscheen in 1999. Een aantal van haar boeken zijn in het Nederlands vertaald. Heimsuchung (Huishouden) de roman uit 2008, Aller Tage Abend (Een handvol sneeuw) uit 2012 en in 2015 de roman Gehen, ging, gegangen (Gaan, ging, gegaan). De vertaling van haar laatste roman uit 2021 waarover je hier alles kunt lezen, Kairos, verschijnt begin maart 2024.

Winnaar International Booker Prize 2024

Op dinsdag 21 mei 2024 is de International Booker Prize 2024 toegekend aan deze roman van Jemmy Erpenbeck.

Kairos van Jenny Erpenbeck recensie van Tim Donker

Wat opschiet, en woekert, en tijd en ruimte trotseert.

Het schijnt dat George Moore gezeid heeft dat hij overspel had uitgevonden: voor hem schreef niemand erover, na hem iedereen. Michel Butor kookte het in tot er niks meer overbleef dan een treinreis. Maar misschien is het gewoon maar als simpel als de wilde liefde van Billy Callahan. Geen “stormachtige romance” (u daar nog?) en vooralsnog ook niks sexueels, nee, niet meer dan ongecontroleerd groeiende liefde. Als een kruid, of een plant opkomend op de gekste plaatsen. Zou iemand zo goed willen zijn mijn wilde liefde terug te snoeien?

Omdat je het nooit weet. Je kunt getrouwd zijn, en daar groeit je liefde dan, in een keurig onderhouden perkje. Het is een saai perkje, en soms is het eerste kopje koffie in de ochtend mojer nog. Maar het is jouw perkje, en het bloeit daar, en het is genoeg. Maar dat dat perkje er niet is, wil niet zeggen dat liefde ook niet elders zou kunnen groeien, net zo goed en zomwijlen beter nog. Zulke dingen kunnen, omdat liefde zich aan geen perkjes iets gelegen laat zijn.

Dus.

Groeit het. Waar het groeit. Komt het op. Waar het opkomt.

In Rome bijvoorbeeld. Of Parijs. Of Renkum. Of, zeg, Berlijn.

Wel. Ja. Waarom niet. Waarom niet Berlijn? Waarom zou je niet Oost-Berlijn zeggen, weet je dat vreselijke liedje nog van alleen de vogels, waarom zou je niet 1986 zeggen, niet vreselijk lang voor de muur zou vallen, maar dat wisten die domme Berlijners toen nog niet.

Berlijners die overal zijn, maar vooral in Berlijn. Onder hen: Katharina en Hans.

Wereld zonder einde en u vraagt.

Wereld zonder einde en u vraagt: Katharina en Hans?

Oost. De rand van de wereld. West. Zij die voor mij kwamen. En ik zeg ja. Ja, zeg ik. Katharina en Hans. Twee mensen. Wat maakt het uit of ze virtueel zijn of echt? Het zijn mensen in dit universum. Het zijn geesten in deze wereld. Je kunt hun contouren uitdenken. Je kunt ze zien. Je kunt zien hoe Jenny Erpenbeck ze laat gaan. Alleen al wat vooraf gaat aan hun ontmoeting gaat boven alles uit:

“Die vrijdag in juli dacht ze: Als hij nu nog komt, ben ik weg.
Die vrijdag in juli deed hij een hele dag over twee regels. Het brood wordt zuurder verdiend dan iemand zich kan voorstellen, dacht hij.
Zij dacht: Dan bekijkt hij het maar.
Hij dacht: En het wordt vandaag ook niet meer beter.
Zij: misschien is de plaat er al.
Hij: bij de Hongaren zullen ze Lukács wel hebben.
Zij greep haar handtas en haar jas en ging naar buiten.
Hij greep zijn colbertje en zijn sigaretten.
Zij stak de brug over.
Hij liep de Friedrichstraβe in.
En omdat de bus nog niet kwam, wipte zij even binnen bij het antiquariaat.
Hij passeerde de Französiche Straβe.
Zij kocht een boek. Het kostte twaalf mark.
En toen de bus stopte, stapte hij in.
Het geld had ze gepast.
En toen de bus zijn deuren sloot, kwam ze de winkel uit.
En toen ze zag dat de bus nog wachtte, begon ze te rennen.
En de buschauffeur  opende voor haar, bij wijze van uitzondering, nog een keer de achterdeur.
En ze stapte in.”

En hoe mooi dit al beschreven wordt (zeg nou zelf), wat eruit voort zou komen is mojer nog. Grootse liefde. Ja. Hier zou grootse liefde geboren worden. Wat was dat ook alweer over mensen die verliefd worden in de bus? En wat was dat ook alweer over liefde überhaupt? Omdat het groeit waar je het niet zoekt (al blijkt deze ontmoeting later in het boek wat geplander te zijn dan je misschien gepeinsd haadt). Omdat het overal bovenuit zingt. Omdat het mooi is. Ja. Behalve dan dat Hans getrouwd is, en Katharina vijftien jaar jonger is dan hij. Maarja. Liefde laat zich aan geen perkjes wat gelegen zijn (wie zei dat weer), en de relatie tussen Hans en Katharina overstijgt alles. Elke lezer zal een buiging moeten maken voor de oprechtheid en de intensiteit van hun liefde. Muziek speelt er een grote rol in, helaas wel weer die afgezaagde Chopintjes en Bachjes en Mozartjes, kunnen die schrijvers nou nooit eens iets anders verzinnen?, er is in de twintigste en eenentwintigste eeuw ook heel veel moje muziek gemaakt hoor, maar voor een keer maakt dat niet zoveel uit: duidelijker is dat muziek alomvattend wordt als je het met zijn tweeën beleefd (muziek beleven is, uiteraard, niet hetzelfde als eenvoudigweg naar muziek luisteren) (en naar muziek luisteren is, uiteraard, niet hetzelfde als eenvoudigweg met zijn tweeën in de kamer zijn terwijl er ergens een plaat speelt). En ook is er sex, natuurlijk is er sex, maar de gesprekken, jezus de gesprekken. Gesprekken over kunst en boeken en geschiedenis en politiek, wonderschone gesprekken zijn dat, hun relatie zou verre van gelijkwaardig zijn zegt het achterplat maar ik herken dat niet, niet onmiddellijk, in intelligentie, levenshouding, blik op zaken zijn Hans en Katharina behoorlijk aan elkaar gewaard; al maakt hij haar hier en daar wel wegwijs, hoe zou het niet, hij in de dertig, zij nog geen twintig. De muziek is zijn geschenk aan haar, al kent zij los van hem natuurlijk ook wel muziek. Als Hans het huis uit gezet wordt door zijn vrouw, leven Katharina en hij zelfs enige tijd samen, in een piepklein en zeer eenvoudig appartementje waar ze echter heel gelukkig zijn.

En dan moeten ze het appartement weer uit. En dan gaat Hans terug naar zijn vrouw. Gewoon. En zijn relatie met Katharina te verbreekt hij niet. Terwijl het daar nu net om ging. Dat uit huis zetten. Breken met die Katharina of anders. En dan anders. Maar gebroken wordt er niet, wel opgehouden met samenwonen, noodgedwongen. Niettemin gaat hett huwelijk toch maar weer zo’n beetje verder, zoals huwelijken altijd maar zo’n beetje verder gaan, en met Katharina gaat het dus ook verder, sterker misschien nu wel, nu ze ook de gelukkige dagen van het samen wonen met elkaar hebben om te delen.

Vanwege haar studie gaat Katharina een tijdje naar Frankfurt. Frankfurt is geen Berlijn en een studie niet iets wat vierendertigjarige mannen plegen te volgen. Er zijn anderen, jonger dan Hans. Met name is er een leeftijdsgenoot, een aardige jongen, Katharina mag een keer bij hem slapen als ze haar sleutels vergeten is. Alleen maar slapen want voor Katharina is er alleen Hans en buiten Hans is er niemand. En toch. Later is die aardige jongen er weer, en nog altijd aardig, en nog altijd in Frankfurt wat nog altijd geen Berlijn is en dan komt het toch een keer tot sex.

Dat is waar het raar begint te worden. Hans was getrouwd, u weet, en Katharina was niet de eerste die hij liefhad bezijden zijn vrouw. En uitgerekend zoon man, voor wie “trouw” maar een woord is, uitgerekend hij, kan Katharina haar “misstap” maar niet vergeven. En dat is nog niet eens het hele rare ding. Hans is een man van het megalomane soort. Mogelijkerwijs behept met een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Het zou kunnen, ik weet het niet, ik ken daar niet zoveel van, maar toch, je had het kunnen weten, er waren aanwijzingen; om “succesvol” te zijn, wat Hans is (als schrijver, als radiomaker), moet je psychopathische karaktertrekken hebben, las ik ooit ergens en ik kon het er niet geheel mee oneens zijn.

Het hele rare is niet eens dat de aandachtsbehoevende Hans, die eksklusiviteit lijkt te eisen van al zijn vrouwen, tot in het diepst van zijn ziel gekwetst is als één van die vrouwen kan wat hij ook kan: elders sex (en liefde?) vinden. Nee, het allerraarste is dat hij de relatie met Katharina niet eenvoudigweg verbreekt. Hij blijft “bij” haar. Maar niet om haar (mettertijd) te kunnen vergeven. Niet in de hoop op beterschap. Niet omdat de tijd deze wond helen zal. Hij blijft bij haar om haar te treiteren, te sarren, onophoudelijk te herinneren aan wat ze “verkeerd” heeft gedaan, haar af te breken, haar steeds weer opnieuw in te wrijven hoeveel pijn ze hem gedaan heeft, hoe diep haar verraad geweest is aan hun grootse heilige liefde (die nu besmeurd is en nooit meer hetzelfde zal zijn). En Katharina blijft. Bij hem. Denkt niet: met zo’n kleinzielige oetlul wil ik niks te maken hebben. Maar blijft. Laat zich afbreken. Laat zich doordringen van haar schuld, haar nietswaardigheid. Omdat ze niet anders kan, omdat ze maar van die man blijft houden, omdat ze haar schuld wil kunnen inlossen.

Kairos kan gelezen worden als een diepgaande studie van man/vrouw-verhoudingen (misschien meent Hans wel dat mannen meer recht hebben op “overspel” dan vrouwen, zou kunnen, zoon man lijkt het me wel) of van relaties tout court – en de manier waarop mensen elkaar ten gronde richten (ja ik heb nooit gezegd dat je er heel veel vrolijker van zou worden). Door de intrige in het Oost-Berlijn aan de vooravond van de val van de Muur te situeren, stelt Erpenbeck zich bovendien in de gelegenheid om doorheen het boek rake observaties te placeren over (de verschillen tussen) socialisme en het “vrije”, kapitalistiese westen. Indringend is bijvoorbeeld een scéne die zich afspeelt als Katharina toestemming heeft gekregen om naar familie in het westen te reizen. Daar ziet ze voor het eerst van haar leven een bedelaar, wat bij Katharina leidt tot de vraag of iemand werkelijk zou “kiezen” om bedelend door het leven te gaan als hij daadwerkelijk de vrijheid zou hebben om andere keuzes te maken. En een ietwat schaamtevol bezoekje aan een sexwinkel:

“Wie had gedacht dat de hel met goedkope vloerbedekking is bekleed, versleten en vlekkerig, dat de verdoemden, die tot in alle eeuwigheid voor de rekken met de videocassettes staan, alleen een rug hebben, dat de mens het vurigst verlangt naar hondenriemen, zwepen en knevels? Is de verkoopster met het geverfde haar ook ooit een kind geweest? En heeft ze daarom een bonbondoos op de toonbank staan, vlak naast een schaal met slappen condooms? Katharina denkt aan de maskers en bodysuits die ze in de winkel heeft gezien. Kun je dan alleen jezelf zijn als niemand meer weet wie je bent? En als de vervulling van de verlangens hier alleen een kwestie van prijs is, verandert dan niet elk verlangen in het verlangen naar geld? Misschien was dat waar de mensen zich eigenlijk voor schaamden, misschien was dat de reden waarom ze zo’n winkel naar een achterbuurt verplaatsen en zichzelf als klant verstopten achter een ondoorzichtige deur.”

“Vrijheid” blijkt dan vaak de wil te zijn om de andere kant op te kijken. Katharina’s kennismaking met het kapitalisme is vooral uitverkoop, vuiligheid en armoede geweest. Een systeem zonder waarde.

De waardeloosheid ervan wordt duidelijker nog als de Muur uiteindelijk valt. Dat is iets. Toen leefden wij. Toen waren we jong. We zagen het op televisie. We zagen mensen op de Muur inslaan, we zagen hem afgebroken worden. We dachten dat dat goed was. Of. Naja. Ik dan toch. Een muur dwars door een stad heen, dat hoort niet, het is goed als dat weggaat. Mensen, families, vrienden worden weer verenigd. Dat is goed. “Vrijheid” komt naar het oosten. Dat is goed. Dat dacht ik toch. Maar bij de oostduitsers primeerde klaarblijkelijk teleurstelling. Was de afspraak niet dat een verenigd Duitsland gezamenlijk een nieuwe grondwet zou maken? In plaats daarvan ging de grondwet van het westelijk deel van Duitsland nu ook voor het oosten gelden. Of dat terecht was, luidt een vraag in dit boek. Sja. Het komt erop neer dat de val van de Muur eigenlijk als een vorm van kolonialisme gezien kan worden. En gekolonialiseerd door wat? Door een systeem waarin iedereen alleen nog maar klant is, waarin waarde alleen is af te meten aan geld, waar alles door en door en geheel en al tot in de diepste diepte onbelangrijk is, waar perspectief veranderd is in een onoverzichtelijke kluwen van mogelijkheden, alles glad en smetteloos: Kairos is een lesje in nederigheid voor iedereen die meent dat “wij” het in “het westen” toch “zo goed voor elkaar” hebben.

Of dan de gesprekken. Noemde ik al de gesprekken? De gesprekken tussen Katharina en Hans, en ook: hun afzonderlijke gedachten. De overpeinzingen, de ideeën, de inzichten. Van (kunst)filosofiese, van politieke, van sociologiese, van geschiedkundige aard. Dit boek staat bol van woorden die tot nadenken stemmen, alles waar je dieper in wil denken, verder over wil denken, meer van wil weten.

En toch. Ja. Toch. Wat, toch? Toch is deze ideeënrijkdom niet het voornaamste van dit boek. De grootste aantrekkingskracht, de ware betovering van Kairos is gelezen in de taal. Die prachtige, muzikale, zwierige, hallucinante taal. Om zinnen als: “De doden blijven dood en Katharina blijft levend”, om de dwingende ritmiek van “Rit door het donker en dan stralend helder licht, rit door het donker en dan stralend helder licht en marmeren zuilen, rit door het donker en dan stralend helder licht, marmeren zuilen, muurschilderingen, bronzen beelden, rit door het donker en dan stralend helder licht, marmeren zuilen, muurschilderingen, bronzen beelden, mozaïeken.” –

daarom lees je dit boek.

Om de verbluffend sterke sfeer: ik begon dit boek te lezen in een onder een kwakkelzomertje zuchtend Nederland, in mijn leesstoel, muziek, koffij, ik las verder in een ligstoel in een achtertuin van een huis in een dorp in een snikheet Zuid-Spanje en de laatste bladzijdes las ik in bad in een Nederland waarvan de zomer nog steeds niet veel beter was (al bezwoer mun schoonfamielje me dat het in de tussentijd tropies was geweest in dit land) en telkenmale overweldigde Erpenbeck me op dezelfde manier, al de andere invloeden met het grootste gemak overklassend met haar trefzekere pen –

daarom lees je dit boek.

Om de kracht van woorden, de oneindigheid van taal, de betovering van de inkt –

daarom lees je dit boek.

Omdat je niet goed weet of je moet buigen of sidderen voor de aan magie grenzende vermogens van (deze) literatuur –

daarom lees je dit boek.

Jenny Erpenbeck Kairos

Kairos

  • Auteur: Jenny Erpenbeck (Duitsland)
  • Soort boek: Duitse roman
  • Origineel: Kairos (2021)
  • Nederlandse vertaling: Elly Schippers
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 5 maart 2023
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris
  • Winnaar International Booker Prize 2024

Flaptekst van de roman van Jenny Erpenbeck

Berlijn, 1986. Katharina en Hans ontmoeten elkaar toevallig in de bus en voelen zich onmiddellijk sterk tot elkaar aangetrokken. Zij is een studente van 19, hij is 34 jaar ouder, getrouwd en een succes­vol schrijver en radiomaker. De twee beleven een allesverzengen­de liefde, die echter verre van gelijkwaardig is. De oudere Hans leert Katharina over het leven, maar als zij haar eigen weg vindt, ontwikkelt hij een agressie jegens haar, die sadistische en paranoïde trekken vertoont en uiteindelijk tot een definitieve breuk leidt. Dit alles speelt zich af tegen de ach­tergrond van de nadagen van de DDR. Het einde van de relatie weerspiegelt zich in het einde van de DDR en de daarmee gepaard gaande ontgoocheling en de teloorgang van maatschappelijke en politieke idealen.

Bijpassende boeken en informatie