Tag archieven: Berlijn

Liam Cagney – Berghain Nights

Liam Cagney Berghain Nights recensie, review en informatie boek over techno en de clubcultuur in Berlijn. Op 1 oktober 2025 verschijnt bij Reaktion Books het boek van Liam Cagney, A Journey through Techno and Berlin Club Culture. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave. Een Nederlandse vertaling van het boek is niet verkrijgbaar.

Liam Cagney Berghain Nights recensie, review en informatie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van het boek over de techno en clubcultuur in Berlijn, geschreven door Liam Cagney, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Liam Cagney Berghain Nights

Berghain Nights

A Journey through Techno and Berlin Club Culture

  • Auteur: Liam Cagney
  • Soort boek: muziekboek, boek over Berlijn
  • Uitgever: Reaktion Books
  • Verschijnt: 1 oktober 2025
  • Omvang: 184 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek /  ebook
  • Prijs: £ 15,99
  • Boek bestellen bij: Amazon 

Flaptekst van het boek over techno en de Berlijnse clubcultuur

An electrifying guide to Berlin’s notorious club scene.

Fascinated by Berghain’s strange techno and stranger goings-on, Liam Cagney journeys through techno as an art form, exploring Berlin club culture in all its colour and intensity.

Berghain Nights is the result. From kinky parties in the labyrinthine KitKat Club to the smoky gloom of Tresor’s repurposed bank vault, to the psychedelic lab of Cocktail d’Amore, Berghain Nights not only captures the excitement of Berlin club culture; it asks how techno in a queer club context can help people strip away their inherited hang-ups to find a truer self.

Berghain Nights is about spiritual frenzy and soulful music, countercultural urgency and capitalistic cash-ins. It’s a story of the most notorious club in the world and of a scene that, enthralling thousands every weekend, feeds billions annually into Berlin’s economy. In the midst of it all is the story of a person who, having gone through life feeling like an alien, find himself in the most alien place imaginable – and feels at home there.

Bijpassende boeken

Djuna Barnes – Nachtwoud

Djuna Barnes Nachtwoud recensie en informatie van de inhoud van de roman uit 1936 van de Amerikaanse schrijfster. Op 7 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij Orlando de nieuwe Nederlandse vertaling van de roman Nightwood van de uit de Verenigde Staten afkomstige schrijfster Djuna Barnes. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Djuna Barnes Nachtwoud recensie en informatie

  • “Nachtwoud is zijn eigen gecreëerde wereld, exotisch en vreemd, en het lezen ervan is als het drinken van een glas wijn met een parel die oplost. Je hebt meer tot je genomen dan je beseft, en de uitwerking ervan blijft voelbaar. Vanaf nu ben je gepareld.” (Jeanette Winterson)
  • “Verbluffend (…) diepgravend (…) grote intensiteit (…) schitterend vuurwerk.” (Vrij Nederland)
  • “Ik las met de pijnlijke intensiteit van een bezetene (…) Het verhaal van passie en verdriet, van ballingschap en eenzaamheid, sprak rechtstreeks tot mij, een jonge vrouw die nooit het gevoel had dat ze er helemaal bij hoorde (…) Een lofzang op de bezitlozen, de buitenbeentjes en degenen die te veel liefhebben.” (Siri Hustvedt)

Djuna Barnes Nachtwoud

Nachtwoud

Orlando Klassiekers

  • Auteur: Djuna Barnes (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Amerikaanse roman
  • Origineel: Nightwood (1936)
  • Nederlandse vertaling: Erik Bindervoet
  • Uitgever: Uitgeverij Orlando
  • Verschijnt: 7 maart 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van Djuna Barnes uit 1936

Nachtwoud speelt zich af in Parijs, Berlijn en Wenen tijdens de decadente periode tussen de twee wereldoorlogen en ‘behoort tot die kleine groep boeken die op de een of andere manier een tijdperk weerspiegelen’, aldus de Times Literary Supplement.

In Nachtwoud vertelt Djuna Barnes de verhalen van een groep Amerikaanse en Europese ontwortelden in het Parijs van de jaren twintig van de vorige eeuw, die in de marges van de maatschappij leven: circusartiesten, homoseksuelen, transgenders, travestieten – een nachtelijke onderwereld, excentriek, louche en mooi.

Sinds de publicatie in 1936 is Barnes’ meanderende tour de force een klassieker geworden van de modernistische literatuur geworden. Daarnaast is het een van de eerste romans waarin homoseksualiteit openlijk beschreven werd.

Djuna Barnes is geboren op 12 juni 1892 in Cornwall-on-Hudson, Orange County in de staat New York. Ze was een Amerikaanse schrijfster en journaliste. Ze woonde in New York en reisde tussen de twee wereldoorlogen door Europa, met Parijs als standplaats, waar ze verkeerde in de kringen van James Joyce en Gertrude Stein. Nachtwoud (1936) is haar bekendste roman, die ze schreef in het Engelse landhuis van Peggy Guggenheim. Ze overleed op 18 juni 1982, 90 jaar oud, in New York City.

Bijpassende boeken en informatie

Ferdinand von Schirach – Namiddagen

Ferdinand von Schirach Namiddagen recensie en informatie nieuw boek met verhalen van de Duitse schrijver. Op 21 januari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de Nederlandse vertaling van Nachmittage, het boek van de uit Duitsland afkomstige schrijver Ferdinand von Schirach. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver, de vertaler en over de uitgave.

Ferdinand von Schirach Namiddagen recensie en informatie

  • “Zo worden deze verhalen van onderweg zijn tot een grote puzzel die de geborgenheid van het individu omsluit.” (Westdeutsche Allgemeine Zeitung)
  • “Eén of twee middagen zijn genoeg om het vrij dunne boek uit te lezen. Maar de beelden, ideeën en verhalen blijven nog lang resoneren.” (Claudio Campagna, NDR Kultur)

Namiddagen Tim Donker recensie

Lang had ik dit op mijn nonfiksiestapel
Ik dacht dit zijn ontmoetingen
Ik dacht dit zijn portretten
Ik dacht dit zijn beschouwingen
Ik dacht dit zijn dagboekaantekeningen
Ik dacht dit zijn reisverhalen

Ohnee reisverhalen

Weinig is ergelijker, eigenlijk, dan reisverhalen. Met al die beschrijvingen van exotische landschappen & die Heel Erg Exotische dingen die er allemaal op Zeer Exotische Wijze mis gingen of juist juist gingen & het exotische verdwalen & de exotische mensen & de exotische ontmoetingen & al bijzondere ontmoetingen die een mens al reizend hebben kan. Sja. Reisverhalen zijn het toppunt van luiheid.

Zeg ik, terwijl ik hou van luie kunst. Een simpele maar niettemin bloedmoje gitaarslag. Een paar eenvoudige lijnen op papier die geheel onverwacht een zeer indringende pentekening opleveren. Een minimalistisch pianomotiefje. Enkele woorden die op de juiste wijze gerangschikt een prachtig gedicht blijken te zijn. Kunst die je laat denken Dat had ik ook kunnen doen. Maar je hebt het niet gedaan. Je had er niet het inzicht, niet de creativiteit, niet de moed voor. Je deed het niet. Je zag niet dat genialiteit zoveel nabijer is dan je ooit had durven dromen. Je wist niet dat je met minimale middelen ook onuitwisbaar kon zijn. Je deed niet. Je zag niet. Je wist niet. Kunst die je voor je hoofd laat slaan. Waarom ik niet. Dat soort kunst.

Maar ook, er is, de verkeerde soort luiheid. Reisverhalen bijvoorbeeld. Het is het soort luiheid dat pretendeert helemaal geen luiheid te zijn. Het bijzonder maken van wat algemeen is. Gemiddelde gebeurtenissen verkopen als iets dat voortkwam uit je ongekende avontuurlijkheid. O. Juist jij. Juist jij reisde af, juist jij kwam hier terecht, juist jij sprak met deze mensen. Zal wel. Iedereen die reist maakt dezelfde dingen mee. Naja. Wie over land reist dan tenminste (niets is zo treurig als vliegen). Je krijgt pecht met de auto en je strandt in een onooglijk Frans dorpje en de reparatie duurt en duurt en uiteindelijk ben je daar een week en heb je met iedereen in het dorp gesproken en geloof je niet dat de eigenlijke vakantie nog beter kan worden. Of. In de trein naar Italië raak je in gesprek met een veteraan die je vertelt hoe hij zijn been is kwijtgeraakt. Of. Ergens in de bergen van waardanook & een verfrissing want je moet wel & de waardin van een herberg waar zelden iemand komt deelt haar droevige levensgeschiedenis met jou.

Je hoeft echtwaar niet heel verder te gaan dan de Albert Heijn bij jou om de hoek om zulke dingen mee te maken. Maar in reisliteratuur wordt het allemaal omkranst met een sfeer van uniciteit die het niet past. Zoals die gast, ken je hem, die met zijn godverdomde “Guus” van Alaska naar Argentinië reed, wat net een graadje minder kliesjeematig is dan roete zesenzestig rijden, een graadje maar, ik zeg, en die er een tamelijk slecht geschreven boekje over publiceerde. De eerste dagen dat hij op depot was dacht ik nog wat een fijne gozer wat een ongelooflijke prachtvent want een indringende gesprekspartner want hoe geweldig, nu, om weer eens te praten met een doorleefd met een belezen figuur. Maar wat een kwal bleek hij na een paar weken te zijn.

Kwallerig. In de sfeer van. De Kloot Die Lange Reizen Maakt. Dat is dat onuitstaanbare aan reisliteratuur. Reizigers denken altijd zo godverdomde uniek te zijn, zo ver verheven boven het gepeupel. Vanwege alleen al het simpele gegeven dat ze de ene voet voor de andere zetten weten. Zegt hier, zegt het achterplat van Namiddagen: “[de] verhalen spelen zich af in Berlijn, Pamplona, Oslo, Tokio, Zürich, New York, Marrakesh, Taipei en Wenen. En ik dacht Ohnee. Reisverhalen. En inderdaad. Binnen de eerste hoeveelheid pagina’s was ik al in Taipei en New York en Parijs en Tokio en Marrakesh geweest en ik dacht Ohnee. Reisverhalen. Kwallerige kwallenverhalen van kwallerige kwallenkoppen. Het mocht niet eens meer baten dat er een scene in voor kwam die ik al kende uit Rachels rokje, het boek dat mijn tot ver in mijn twintiger jaren slechts latente liefde voor literatuur definitief wakker schudde en de rabiate boekenwurm van me maakte die ik inmiddels ben – helaas nee, Namiddagen ging, even toch, terug op de stapel. De stapel die voor later is. De stapel die voor straks is. De stapel die altevaak totnooitmeerziens is.

Totdat.
Ja.
En later.

Soms.

Er weer iets boven komt.
Boeken in een stapel niet voor eeuwig verloren gaan.
Iets uit de hoop tevoorschijn komt.
Een stem er ineens weer bovenuit klinken weet.

En je denkt aan verhalen.
Je aan verhalen denkt.
Of de verhalen ineens aan je borst aan je buik aan je lijf aan je brein kleven blijven.

Want.

Verhalen. Von Schirach tekent verhalen op. Hij luistert. Mensen vertellen. Von Schirach geeft het door. Aan ons. Aan lezers. Of luisteraars. Misschien is het allemaal echt gebeurd of misschien ook niet maar Von Schirach heeft het ons in ieder geval echt verteld. Deze verhalen. Die niet zelden een onverwachte wending krijgen. Iets dat al het voorgaande in ander licht zet. Een licht dat ook beklemmend, wrang of afhankelijk van je gevoel voor humor lachwekkend kan zijn. Hebben we hier dan te maken met sketches misschien? Hum. Ja. Nee. Wat maakt het uit. Alles beter dan reisliteratuur, niet?

Noem het ZKV’s. Of noem het pilromans. Wel. Ja. Sommige van deze teksten kun je best als pilroman zien. Bijvoorbeeld het verhaal van de vrouw die haar man voor een exhibitionist hield.

Of.
Lees ik: “De Zweedse schrijver Lars Gustafsson wil tegen het publiek een volkomen betekenisloze zin zeggen. Hij zegt: ‘In de hele ruimte was een bolvormige geur waar te nemen en tegelijkertijd was een lichtgrijs getint geluid te horen.’

Ik kan het me allemaal meteen voorstellen.”

En ik zit in stoel en die Gustafsson die ken ik wel en daar met koud wordende koffie denk ik na over betekenisloosheid als fluïdum, dat heet, iets dat zich niet begrenzen laat, dat vloeit, dat zich aanpast aan wat of wie het tegenover zich heeft, want betekenisloosheid begint waar voortstelbaarheid eindigt; Von Schirach kan zich iets voorstellen bij wat Gustafsson uitdrukkelijk bedoelt als onzin, kan Gustafsson zich geen onzin voorstellen of stelt Schirach zich zelfs bij onzin nog iets voor?, en ik?, wat zie of ruik of voel of denk ik bij een bolvormige geur?, geur kan vorm hebben, zeker, vooral onaangename geuren, een zuil van stank, dat kan, een rechthoekige stank die op je inbeukt, kan best, kan allemaal, geur kan materie aannemen en geluid kan kleur hebben, muziek kan zichtbaar doorheen mijn kamer gaan, als dit Gustafssons oefening in betekenisloosheid is, is zijn voorstellingsvermogen geringer dan je van zo’n voorwaar toch lang niet misse schrijver aannemen zou.

Vestzakessay?
Ja.
Dit.
Zeker.

Ik lees razender alvast.

Komt ook. Becketts fameuze en (iets te?) vaak aangehaalde maar niettemin altijd nog onsterfelijke uitspraak (ja die over dat beter falen ja) voorbij en ik lees.

Ik lees razender nog.

Kun je zo verliefd zijn dat je vergeet dat je niet kunt zwemmen? Hubble. 100 miljard sterrenstelsels. Een Algerijnse bioscoopeigenaar die ongekend nobel lijkt maar een wat vettig randje blijkt te hebben. Als de spiegel breekt. Of. Aangename eenzaamheid. Een vuilaard blijkt een liefdevolle opa die met zijn kleindochter danst. Voorval en reactie. Een bijzonder irritante vechtersbaas die zich het liefst Tom laat noemen wordt op stel en sprong tot introverte garagist Norbert geslagen. De suïcide van zijn vrouw maakt een middelmatig dichter nog niet goed. Een zoeken naar leven in het midden. Op welk moment verraad je als pianiste je instrument? Geloof als hoefijzer. Hoeveel jaren van je leven leef je nu eigenlijk echt? Onbegrijpelijke sculpturen, park en voorjaar.

Dus nee.

Dit zijn geen reisverhalen.

Verkenningen misschien. Maar reisverhalen? Nee.

Namiddagen is geen wereldschokkend boek. Niks davert. Niks valt om. Niks is onherstelbaar anders. Maar beelden, zinnen en gedachten uit dit boek nestelen zich wel voor langere tijd – wie weet wel voor altijd – in je hoofd. En dat is, naast daveren, toch het hoogste waartoe een schrijver in staat is.

Ferdinand von Schirach Namiddagen

Namiddagen

  • Auteur: Ferdinand von Schirach (Duitsland)
  • Soort boek: verhalen
  • Origineel: Nachmittage (2022)
  • Nederlandse vertaling: Marion Hardoar
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 21 januari 2025
  • Omvang: 176 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst boek met stadsverhalen van Ferdinand von Schirach

Ferdinand von Schirach vertelt over milde vroege zomerochtenden, regenachtige middagen en zwarte nachten. Zijn verhalen spelen zich af in Berlijn, Pamplona, Oslo, Tokio, Zürich, New York, Marrakech, Taipei en Wenen. Het zijn korte verhalen over de dingen die ons leven veranderen, over toevalligheden, verkeerde beslissingen en de vluchtige aard van geluk. Von Schirach vertelt over de eenzaamheid van mensen, over kunst, literatuur, film en altijd over de liefde.

Ferdinand von Schirach (12 mei 1964, München) werkt sinds 1994 als strafadvocaat in Berlijn. Tot zijn cliënten behoren vele prominenten, industriëlen en leden van de onderwereld. Zijn debuut Misdaden (2009) werd aan 30 landen verkocht en wordt verfilmd. Andere titels die bij De Arbeiderspers verschenen zijn SchuldHet geval ColliniTaboeStraf en de prozabundel Koffie en sigaretten.

Bijpassende boeken en informatie

Rainald Goetz – Rave

Rainald Goetz Rave recensie en informatie roman over de nachtelijke wereld van feesten, drugs en existentiële gesprekken. Op 6 december 2024 verschijnt bij Het Balaseer de Nederlandse vertaling van de roman uit 1998 van de Duitse schrijver Rainald Goetz. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Rainald Goetz Rave recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van de roman Rave van de Duitse schrijver Rainald Goetz, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Rainald Goetz Rave

Rave

  • Auteur: Rainald Goetz (Duitsland)
  • Soort boek: Duitse roman
  • Origineel: Rave (1998)
  • Nederlandse vertaling: Sebastian Roth
  • Uitgever: Het Balanseer
  • Verschijnt: 6 december 2024
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de roman van Rainald Goetz

In Rave neemt Rainald Goetz de lezer mee naar de nachtelijke wereld van feesten, drugs en existentiële gesprekken, waar de grenzen tussen vrijheid en verval vervagen. Het boek is een rauwe, poëtische afspiegeling van de ravecultuur, waarin ook de media en cultuurkritiek hun stem krijgen in een zoektocht naar betekenis te midden van de chaos.

Er wordt gefeest, gedronken, drugs genomen. Er wordt gepraat over wilde ideeën en banaliteiten. Dansvloeren, nachtclub krochten, wc’s, parkings en achterafjes worden aangedaan in München, Berlijn, Ibiza. Er wordt gevreeën, op de dealer gewacht en bij ochtendkrieken overlegd waar de afterparty voor de preparty voor de volgende party zal doorgaan. ‘Ieder uur sleept een van zo’n weekend in exces fataal verwoeste zich ergens over de heel normale dagdagelijkse mensenstraten finaal afgemaakt voort.’

Daartussen samplet en mixt Goetz af en toe stemmen van bepaalde producers, tv en krantenredacteurs en andere mediaspelers die ook de realiteit van rave, een gesofisticeerd gecodeerd soort outsider kunst van allemaal insiders, denken te kunnen vatten. Voor lange scheldtirades is er geen plaats. Er moet immers gefeest worden.

De Duitse cultauteur Rainald Goetz (24 mei 1954, München ) maakte naam als scherp zinnig waarnemer van media en popcultuur, in teksten waarin hij neo-expressionisme en sociaal realisme vermengt met de nerveuze schrijfsels van beat en popauteurs. Goetz is een van de belangrijkste en interessantste stemmen van de hedendaagse Duitse literatuur en ontving meerdere literaire prijzen, waaronder de Georg Büchner Preis 2015.

Bijpassende boeken en informatie

Marianne Vogel – Speelbal van spionnen

Marianne Vogel Speelbal van spionnen recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Berlijn thriller. Op 1 oktober 2024 verschijnt bij Uitgeverij Aspekt de nieuwe Berlijn thriller van de Nederlandse schrijfster Marianne Vogel. Hier lees je informatie over de inhoud van de thriller, de schrijfster en over de uitgave.

Marianne Vogel Speelbal van spionnen recensie en informatie

  • “Voor Berlijnliefhebbers is In de schaduw van Marlene Dietrich ongetwijfeld gefundenes Fressen.” (VN-thrillergids)

Marianne Vogel Speelbal van spionnen

Speelbal van spionnen

  • Auteur: Marianne Vogel (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse Berlijn thriller
  • Uitgever: Uitgeverij Aspekt
  • Verschijnt: 1 oktober 2024
  • Omvang: 400 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe Berlijn thriller van Marianne Vogel

Berlijn – hotspot voor spionage. In de hachelijke Luchtbrugtijd van 1948-1949 ontdekt geheim agent Alexandra Bauer een lek in de West-Duitse inlichtingendienst. Daardoor verhindert ze een sabotageactie van de Russen en ze redt West-Berlijn. Later sterft Alexandra. Door een ongeluk? In het Nederland van nu vindt Irene Oosting op een zolder Alexandra’s dagboek en ze vraagt zich af: is Alexandra familie van haar? Wie is zij zelf eigenlijk? En leidt ze wel het leven dat ze wil? Irene overwint haar angst en vertrekt op een hete zomerdag naar Berlijn om antwoorden te zoeken. Daar raakt ze vermist. De Amsterdamse particulier onderzoekers Sofie Bank en Frits Arends moeten Irene opsporen, maar zij worden meegesleurd in een maalstroom van gebeurtenissen. Want de compromisloze Alexandra heeft voordat ze overleed een explosieve onthulling gearrangeerd. Een zinderende literaire thriller van Marianne Vogel over gemiste kansen, verlangens en nieuwe vergezichten.

Marianne Vogel (6 augustus 1958, Rotterdam) is persoonlijk coach en literatuurwetenschapper. Ze heeft jaren in Duitsland gewerkt. Deze zesde Berlijnthriller rond het originele speurdersduo Bank en Arends is net als haar eerdere thrillers gebaseerd op ware gebeurtenissen.

Bijpassende boeken en informatie

Judith Hermann – Kiezels

Judith Hermann Kiezels recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Duitse schrijfster. Op 12 september 2024 verschijnt bij Meridiaan Uitgevers de Nederlandse vertaling van Wir hätten uns alles gesagt, het boek van de uit Duitsland afkomstige schrijfster Judith Hermann. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster, de vertaler en over de uitgave.

Judith Hermann Kiezels recensie en informatie

  • “Bij Judith Hermann wil je elke regel lezen, want je wilt echt niets missen.” (Deutschlandfunk)
  • “Judith Hermanns boek bezit een ongelooflijke energie, schoonheid, brutaliteit en uitstraling.” (Die Zeit)
  • “In Kiezels maakt ze op bewonderenswaardige wijze duidelijk dat ze ongelooflijk goed begrijpt hoe ze zelfs het moeilijke, nauwelijks te verdragen, doodse duister kan transformeren tot grootse literatuur.” (Der Spiegel)

Judith Hermann Kiezels

Kiezels

  • Auteur: Judith Hermann (Duitsland)
  • Soort boek: Duitse roman
  • Origineel: Wir hätten uns alles gesagt (2023)
  • Nederlandse vertaling: Herman Vinckers
  • Uitgever: Meridiaan Uitgevers
  • Verschijnt: 12 september 2024
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Duitse schrijfster Judith Hermann

Een jeugd doorgebracht in onconventionele omstandigheden, het verdeelde Berlijn, familiebanden en affiniteiten, lange, gelukkige zomers aan zee. Judith Hermann praat over haar leven en haar schrijven, over wat haar schrijven en leven samenhoudt en verbindt. Waarheid, uitvinding, geheugen en geheimen – waar begint een verhaal en waar eindigt het? Hoe betrouwbaar is ons geheugen, hoezeer lijken onze dromen op de werkelijkheid? Net als in haar romans en verhalen legt Judith Hermann een complete levenshouding vast in luttele pagina’s: met een heldere, poëtische stem spreekt ze over de gevoelige kern van leven, vriendschap, vertrek en vrijheid.

Judith Hermann (15 mei 1970, Berlijn) publiceerde in 1998 haar eerste bundel Zomerhuis, later en maakte er nationaal en internationaal meteen furore mee. Na nog twee bundels en een roman, verscheen het veelgeroemde Lettipark (Uitgeverij Vleugels, 2021). Daheim kwam in eigen land uit in 2021, gevolgd door Wir hätten uns alles gesagt in 2023. Hermanns werk is veelvuldig bekroond, met onder andere de Kleist Preis, de Friedrich Hölderlin Preis, de Wilhelm Raabe Preis en de Deense Blixenprisen. Ze woont aan de kust van Ostfriesland.

Bijpassende boeken en informatie

Jenny Erpenbeck – Kairos

Jenny Erpenbeck Kairos. Op 5 maart 2023 verschijnt bij uitgeverij De Geus de Nederlandse vertaling van de roman uit 2021 van de Duitse schrijfster Jenny Erpenbeck en winnaar van de International Booker Prize 2024. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman en over de uitgave. Daarnaast is er aandacht voor de boekbesprekingen en recensie van Kairos, de roman van Jenny Erpenbeck.

Jenny Erpenbeck Kairos informatie

Jenny Erpenbeck is op 12 maart 1967 geboren in Oost-Berlijn, de hoofdstad van de DDR. Na de middelbare school volgde ze een opleiding tot boekbinder en van 1988 tot 1990 studeerde ze theaterwetenschappen aan de Humboldt-Universität in Berlijn en wisselde in 1990 naar de studierichting muziektheaterregie. Nadat ze in 1997 afstudeerde werkte ze als regisseur bij theatergezelschappen in Duitsland en Oostenrijk.

Het prozadebuut van Jenny Erpenbeck, Geschichte vom alten Kind, verscheen in 1999. Een aantal van haar boeken zijn in het Nederlands vertaald. Heimsuchung (Huishouden) de roman uit 2008, Aller Tage Abend (Een handvol sneeuw) uit 2012 en in 2015 de roman Gehen, ging, gegangen (Gaan, ging, gegaan). De vertaling van haar laatste roman uit 2021 waarover je hier alles kunt lezen, Kairos, verschijnt begin maart 2024.

Winnaar International Booker Prize 2024

Op dinsdag 21 mei 2024 is de International Booker Prize 2024 toegekend aan deze roman van Jemmy Erpenbeck.

Kairos van Jenny Erpenbeck recensie van Tim Donker

Wat opschiet, en woekert, en tijd en ruimte trotseert.

Het schijnt dat George Moore gezeid heeft dat hij overspel had uitgevonden: voor hem schreef niemand erover, na hem iedereen. Michel Butor kookte het in tot er niks meer overbleef dan een treinreis. Maar misschien is het gewoon maar als simpel als de wilde liefde van Billy Callahan. Geen “stormachtige romance” (u daar nog?) en vooralsnog ook niks sexueels, nee, niet meer dan ongecontroleerd groeiende liefde. Als een kruid, of een plant opkomend op de gekste plaatsen. Zou iemand zo goed willen zijn mijn wilde liefde terug te snoeien?

Omdat je het nooit weet. Je kunt getrouwd zijn, en daar groeit je liefde dan, in een keurig onderhouden perkje. Het is een saai perkje, en soms is het eerste kopje koffie in de ochtend mojer nog. Maar het is jouw perkje, en het bloeit daar, en het is genoeg. Maar dat dat perkje er niet is, wil niet zeggen dat liefde ook niet elders zou kunnen groeien, net zo goed en zomwijlen beter nog. Zulke dingen kunnen, omdat liefde zich aan geen perkjes iets gelegen laat zijn.

Dus.

Groeit het. Waar het groeit. Komt het op. Waar het opkomt.

In Rome bijvoorbeeld. Of Parijs. Of Renkum. Of, zeg, Berlijn.

Wel. Ja. Waarom niet. Waarom niet Berlijn? Waarom zou je niet Oost-Berlijn zeggen, weet je dat vreselijke liedje nog van alleen de vogels, waarom zou je niet 1986 zeggen, niet vreselijk lang voor de muur zou vallen, maar dat wisten die domme Berlijners toen nog niet.

Berlijners die overal zijn, maar vooral in Berlijn. Onder hen: Katharina en Hans.

Wereld zonder einde en u vraagt.

Wereld zonder einde en u vraagt: Katharina en Hans?

Oost. De rand van de wereld. West. Zij die voor mij kwamen. En ik zeg ja. Ja, zeg ik. Katharina en Hans. Twee mensen. Wat maakt het uit of ze virtueel zijn of echt? Het zijn mensen in dit universum. Het zijn geesten in deze wereld. Je kunt hun contouren uitdenken. Je kunt ze zien. Je kunt zien hoe Jenny Erpenbeck ze laat gaan. Alleen al wat vooraf gaat aan hun ontmoeting gaat boven alles uit:

“Die vrijdag in juli dacht ze: Als hij nu nog komt, ben ik weg.
Die vrijdag in juli deed hij een hele dag over twee regels. Het brood wordt zuurder verdiend dan iemand zich kan voorstellen, dacht hij.
Zij dacht: Dan bekijkt hij het maar.
Hij dacht: En het wordt vandaag ook niet meer beter.
Zij: misschien is de plaat er al.
Hij: bij de Hongaren zullen ze Lukács wel hebben.
Zij greep haar handtas en haar jas en ging naar buiten.
Hij greep zijn colbertje en zijn sigaretten.
Zij stak de brug over.
Hij liep de Friedrichstraβe in.
En omdat de bus nog niet kwam, wipte zij even binnen bij het antiquariaat.
Hij passeerde de Französiche Straβe.
Zij kocht een boek. Het kostte twaalf mark.
En toen de bus stopte, stapte hij in.
Het geld had ze gepast.
En toen de bus zijn deuren sloot, kwam ze de winkel uit.
En toen ze zag dat de bus nog wachtte, begon ze te rennen.
En de buschauffeur  opende voor haar, bij wijze van uitzondering, nog een keer de achterdeur.
En ze stapte in.”

En hoe mooi dit al beschreven wordt (zeg nou zelf), wat eruit voort zou komen is mojer nog. Grootse liefde. Ja. Hier zou grootse liefde geboren worden. Wat was dat ook alweer over mensen die verliefd worden in de bus? En wat was dat ook alweer over liefde überhaupt? Omdat het groeit waar je het niet zoekt (al blijkt deze ontmoeting later in het boek wat geplander te zijn dan je misschien gepeinsd haadt). Omdat het overal bovenuit zingt. Omdat het mooi is. Ja. Behalve dan dat Hans getrouwd is, en Katharina vijftien jaar jonger is dan hij. Maarja. Liefde laat zich aan geen perkjes wat gelegen zijn (wie zei dat weer), en de relatie tussen Hans en Katharina overstijgt alles. Elke lezer zal een buiging moeten maken voor de oprechtheid en de intensiteit van hun liefde. Muziek speelt er een grote rol in, helaas wel weer die afgezaagde Chopintjes en Bachjes en Mozartjes, kunnen die schrijvers nou nooit eens iets anders verzinnen?, er is in de twintigste en eenentwintigste eeuw ook heel veel moje muziek gemaakt hoor, maar voor een keer maakt dat niet zoveel uit: duidelijker is dat muziek alomvattend wordt als je het met zijn tweeën beleefd (muziek beleven is, uiteraard, niet hetzelfde als eenvoudigweg naar muziek luisteren) (en naar muziek luisteren is, uiteraard, niet hetzelfde als eenvoudigweg met zijn tweeën in de kamer zijn terwijl er ergens een plaat speelt). En ook is er sex, natuurlijk is er sex, maar de gesprekken, jezus de gesprekken. Gesprekken over kunst en boeken en geschiedenis en politiek, wonderschone gesprekken zijn dat, hun relatie zou verre van gelijkwaardig zijn zegt het achterplat maar ik herken dat niet, niet onmiddellijk, in intelligentie, levenshouding, blik op zaken zijn Hans en Katharina behoorlijk aan elkaar gewaard; al maakt hij haar hier en daar wel wegwijs, hoe zou het niet, hij in de dertig, zij nog geen twintig. De muziek is zijn geschenk aan haar, al kent zij los van hem natuurlijk ook wel muziek. Als Hans het huis uit gezet wordt door zijn vrouw, leven Katharina en hij zelfs enige tijd samen, in een piepklein en zeer eenvoudig appartementje waar ze echter heel gelukkig zijn.

En dan moeten ze het appartement weer uit. En dan gaat Hans terug naar zijn vrouw. Gewoon. En zijn relatie met Katharina te verbreekt hij niet. Terwijl het daar nu net om ging. Dat uit huis zetten. Breken met die Katharina of anders. En dan anders. Maar gebroken wordt er niet, wel opgehouden met samenwonen, noodgedwongen. Niettemin gaat hett huwelijk toch maar weer zo’n beetje verder, zoals huwelijken altijd maar zo’n beetje verder gaan, en met Katharina gaat het dus ook verder, sterker misschien nu wel, nu ze ook de gelukkige dagen van het samen wonen met elkaar hebben om te delen.

Vanwege haar studie gaat Katharina een tijdje naar Frankfurt. Frankfurt is geen Berlijn en een studie niet iets wat vierendertigjarige mannen plegen te volgen. Er zijn anderen, jonger dan Hans. Met name is er een leeftijdsgenoot, een aardige jongen, Katharina mag een keer bij hem slapen als ze haar sleutels vergeten is. Alleen maar slapen want voor Katharina is er alleen Hans en buiten Hans is er niemand. En toch. Later is die aardige jongen er weer, en nog altijd aardig, en nog altijd in Frankfurt wat nog altijd geen Berlijn is en dan komt het toch een keer tot sex.

Dat is waar het raar begint te worden. Hans was getrouwd, u weet, en Katharina was niet de eerste die hij liefhad bezijden zijn vrouw. En uitgerekend zoon man, voor wie “trouw” maar een woord is, uitgerekend hij, kan Katharina haar “misstap” maar niet vergeven. En dat is nog niet eens het hele rare ding. Hans is een man van het megalomane soort. Mogelijkerwijs behept met een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Het zou kunnen, ik weet het niet, ik ken daar niet zoveel van, maar toch, je had het kunnen weten, er waren aanwijzingen; om “succesvol” te zijn, wat Hans is (als schrijver, als radiomaker), moet je psychopathische karaktertrekken hebben, las ik ooit ergens en ik kon het er niet geheel mee oneens zijn.

Het hele rare is niet eens dat de aandachtsbehoevende Hans, die eksklusiviteit lijkt te eisen van al zijn vrouwen, tot in het diepst van zijn ziel gekwetst is als één van die vrouwen kan wat hij ook kan: elders sex (en liefde?) vinden. Nee, het allerraarste is dat hij de relatie met Katharina niet eenvoudigweg verbreekt. Hij blijft “bij” haar. Maar niet om haar (mettertijd) te kunnen vergeven. Niet in de hoop op beterschap. Niet omdat de tijd deze wond helen zal. Hij blijft bij haar om haar te treiteren, te sarren, onophoudelijk te herinneren aan wat ze “verkeerd” heeft gedaan, haar af te breken, haar steeds weer opnieuw in te wrijven hoeveel pijn ze hem gedaan heeft, hoe diep haar verraad geweest is aan hun grootse heilige liefde (die nu besmeurd is en nooit meer hetzelfde zal zijn). En Katharina blijft. Bij hem. Denkt niet: met zo’n kleinzielige oetlul wil ik niks te maken hebben. Maar blijft. Laat zich afbreken. Laat zich doordringen van haar schuld, haar nietswaardigheid. Omdat ze niet anders kan, omdat ze maar van die man blijft houden, omdat ze haar schuld wil kunnen inlossen.

Kairos kan gelezen worden als een diepgaande studie van man/vrouw-verhoudingen (misschien meent Hans wel dat mannen meer recht hebben op “overspel” dan vrouwen, zou kunnen, zoon man lijkt het me wel) of van relaties tout court – en de manier waarop mensen elkaar ten gronde richten (ja ik heb nooit gezegd dat je er heel veel vrolijker van zou worden). Door de intrige in het Oost-Berlijn aan de vooravond van de val van de Muur te situeren, stelt Erpenbeck zich bovendien in de gelegenheid om doorheen het boek rake observaties te placeren over (de verschillen tussen) socialisme en het “vrije”, kapitalistiese westen. Indringend is bijvoorbeeld een scéne die zich afspeelt als Katharina toestemming heeft gekregen om naar familie in het westen te reizen. Daar ziet ze voor het eerst van haar leven een bedelaar, wat bij Katharina leidt tot de vraag of iemand werkelijk zou “kiezen” om bedelend door het leven te gaan als hij daadwerkelijk de vrijheid zou hebben om andere keuzes te maken. En een ietwat schaamtevol bezoekje aan een sexwinkel:

“Wie had gedacht dat de hel met goedkope vloerbedekking is bekleed, versleten en vlekkerig, dat de verdoemden, die tot in alle eeuwigheid voor de rekken met de videocassettes staan, alleen een rug hebben, dat de mens het vurigst verlangt naar hondenriemen, zwepen en knevels? Is de verkoopster met het geverfde haar ook ooit een kind geweest? En heeft ze daarom een bonbondoos op de toonbank staan, vlak naast een schaal met slappen condooms? Katharina denkt aan de maskers en bodysuits die ze in de winkel heeft gezien. Kun je dan alleen jezelf zijn als niemand meer weet wie je bent? En als de vervulling van de verlangens hier alleen een kwestie van prijs is, verandert dan niet elk verlangen in het verlangen naar geld? Misschien was dat waar de mensen zich eigenlijk voor schaamden, misschien was dat de reden waarom ze zo’n winkel naar een achterbuurt verplaatsen en zichzelf als klant verstopten achter een ondoorzichtige deur.”

“Vrijheid” blijkt dan vaak de wil te zijn om de andere kant op te kijken. Katharina’s kennismaking met het kapitalisme is vooral uitverkoop, vuiligheid en armoede geweest. Een systeem zonder waarde.

De waardeloosheid ervan wordt duidelijker nog als de Muur uiteindelijk valt. Dat is iets. Toen leefden wij. Toen waren we jong. We zagen het op televisie. We zagen mensen op de Muur inslaan, we zagen hem afgebroken worden. We dachten dat dat goed was. Of. Naja. Ik dan toch. Een muur dwars door een stad heen, dat hoort niet, het is goed als dat weggaat. Mensen, families, vrienden worden weer verenigd. Dat is goed. “Vrijheid” komt naar het oosten. Dat is goed. Dat dacht ik toch. Maar bij de oostduitsers primeerde klaarblijkelijk teleurstelling. Was de afspraak niet dat een verenigd Duitsland gezamenlijk een nieuwe grondwet zou maken? In plaats daarvan ging de grondwet van het westelijk deel van Duitsland nu ook voor het oosten gelden. Of dat terecht was, luidt een vraag in dit boek. Sja. Het komt erop neer dat de val van de Muur eigenlijk als een vorm van kolonialisme gezien kan worden. En gekolonialiseerd door wat? Door een systeem waarin iedereen alleen nog maar klant is, waarin waarde alleen is af te meten aan geld, waar alles door en door en geheel en al tot in de diepste diepte onbelangrijk is, waar perspectief veranderd is in een onoverzichtelijke kluwen van mogelijkheden, alles glad en smetteloos: Kairos is een lesje in nederigheid voor iedereen die meent dat “wij” het in “het westen” toch “zo goed voor elkaar” hebben.

Of dan de gesprekken. Noemde ik al de gesprekken? De gesprekken tussen Katharina en Hans, en ook: hun afzonderlijke gedachten. De overpeinzingen, de ideeën, de inzichten. Van (kunst)filosofiese, van politieke, van sociologiese, van geschiedkundige aard. Dit boek staat bol van woorden die tot nadenken stemmen, alles waar je dieper in wil denken, verder over wil denken, meer van wil weten.

En toch. Ja. Toch. Wat, toch? Toch is deze ideeënrijkdom niet het voornaamste van dit boek. De grootste aantrekkingskracht, de ware betovering van Kairos is gelezen in de taal. Die prachtige, muzikale, zwierige, hallucinante taal. Om zinnen als: “De doden blijven dood en Katharina blijft levend”, om de dwingende ritmiek van “Rit door het donker en dan stralend helder licht, rit door het donker en dan stralend helder licht en marmeren zuilen, rit door het donker en dan stralend helder licht, marmeren zuilen, muurschilderingen, bronzen beelden, rit door het donker en dan stralend helder licht, marmeren zuilen, muurschilderingen, bronzen beelden, mozaïeken.” –

daarom lees je dit boek.

Om de verbluffend sterke sfeer: ik begon dit boek te lezen in een onder een kwakkelzomertje zuchtend Nederland, in mijn leesstoel, muziek, koffij, ik las verder in een ligstoel in een achtertuin van een huis in een dorp in een snikheet Zuid-Spanje en de laatste bladzijdes las ik in bad in een Nederland waarvan de zomer nog steeds niet veel beter was (al bezwoer mun schoonfamielje me dat het in de tussentijd tropies was geweest in dit land) en telkenmale overweldigde Erpenbeck me op dezelfde manier, al de andere invloeden met het grootste gemak overklassend met haar trefzekere pen –

daarom lees je dit boek.

Om de kracht van woorden, de oneindigheid van taal, de betovering van de inkt –

daarom lees je dit boek.

Omdat je niet goed weet of je moet buigen of sidderen voor de aan magie grenzende vermogens van (deze) literatuur –

daarom lees je dit boek.

Jenny Erpenbeck Kairos

Kairos

  • Auteur: Jenny Erpenbeck (Duitsland)
  • Soort boek: Duitse roman
  • Origineel: Kairos (2021)
  • Nederlandse vertaling: Elly Schippers
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 5 maart 2023
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris
  • Winnaar International Booker Prize 2024

Flaptekst van de roman van Jenny Erpenbeck

Berlijn, 1986. Katharina en Hans ontmoeten elkaar toevallig in de bus en voelen zich onmiddellijk sterk tot elkaar aangetrokken. Zij is een studente van 19, hij is 34 jaar ouder, getrouwd en een succes­vol schrijver en radiomaker. De twee beleven een allesverzengen­de liefde, die echter verre van gelijkwaardig is. De oudere Hans leert Katharina over het leven, maar als zij haar eigen weg vindt, ontwikkelt hij een agressie jegens haar, die sadistische en paranoïde trekken vertoont en uiteindelijk tot een definitieve breuk leidt. Dit alles speelt zich af tegen de ach­tergrond van de nadagen van de DDR. Het einde van de relatie weerspiegelt zich in het einde van de DDR en de daarmee gepaard gaande ontgoocheling en de teloorgang van maatschappelijke en politieke idealen.

Bijpassende boeken en informatie

Albrecht Haushofer – Toch kennen dromen ook gevoel van tijd

Albrecht Haushofer Toch kennen dromen ook gevoel van tijd recensie en informatie van de bundel met gedichten van de Duitse schrijver, geograaf en diplomaat. Op 1 juni 2024 verschijnt bij Uitgeverij HetMoet verschijnt de tweetalige bundel gedichten die in het Nederlands zijn vertaald door Maarten Asscher. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver, de vertaler en over de uitgave.

Albrecht Haushofer Toch kennen dromen ook gevoel van tijd recensie

Mocht er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnen van Toch kennen dromen ook gevoel van tijd, de tweetalige bundel met gedichten van de Duitse dichter Albrecht Haushofer verschijnt, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Toch kennen dromen ook gevoel van tijd Auteur: Albrecht Haushofer (Duitsland) Soort boek: gedichten, poëzie Nederlandse vertaling: Maarten Asscher Uitgever: Uitgeverij HetMoet Verschijnt: 1 juni 2024 Omvang: 48 pagina’s Uitgave: paperback Prijs: € 18,50 Boek bestellen bij: Bol / Libris Flaptekst van de dichtbundel van Albrecht Haushofer Toch kennen dromen ook gevoel voor tijd is een tweetalige selectie uit de sonnetten die Albrecht Haushofer tijdens de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog schreef in de gevangenis in de Berlijnse wijk Moabit. Met deze als Moabiter Sonette beroemd geworden gedichtencyclus legt Haushofer verantwoording af over zijn morele worsteling als diplomaat gedurende de jaren van het Derde Rijk en beschouwt hij het verval van de Duitse cultuurnatie. Ze vormen het geestelijke testament van een belezen kosmopoliet, wiens wereld is teruggebracht tot een bestaan waarin de dagelijkse en nachtelijke geallieerde bombardementen het apocalyptische slot van de oorlog inluiden. Een wereld die uiteindelijk gereduceerd wordt tot een Gestapo-gevangeniscel waar verre dromen en dierbare herinneringen het moeten opnemen tegen het rammelen van ketens, het zoemen van een mug of de zwijgende confrontaties met de jonge Oost-Europese boeren die als cipiers dienstdoen. De vijfentwintig in deze bundel opgenomen sonnetten, voorzien van een nawoord door de vertaler, zullen voor vele Nederlandse lezers een eerste kennismaking met het werk van Albrecht Haushofer zijn.

Toch kennen dromen ook gevoel van tijd

  • Auteur: Albrecht Haushofer (Duitsland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Nederlandse vertaling: Maarten Asscher
  • Uitgever: Uitgeverij HetMoet
  • Verschijnt: 1 juni 2024
  • Omvang: 48 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 18,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Albrecht Haushofer

Toch kennen dromen ook gevoel voor tijd is een tweetalige selectie uit de sonnetten die Albrecht Haushofer tijdens de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog schreef in de gevangenis in de Berlijnse wijk Moabit. Met deze als Moabiter Sonette beroemd geworden gedichtencyclus legt Haushofer verantwoording af over zijn morele worsteling als diplomaat gedurende de jaren van het Derde Rijk en beschouwt hij het verval van de Duitse cultuurnatie. Ze vormen het geestelijke testament van een belezen kosmopoliet, wiens wereld is teruggebracht tot een bestaan waarin de dagelijkse en nachtelijke geallieerde bombardementen het apocalyptische slot van de oorlog inluiden. Een wereld die uiteindelijk gereduceerd wordt tot een Gestapo-gevangeniscel waar verre dromen en dierbare herinneringen het moeten opnemen tegen het rammelen van ketens, het zoemen van een mug of de zwijgende confrontaties met de jonge Oost-Europese boeren die als cipiers dienstdoen.

De vijfentwintig in deze bundel opgenomen sonnetten, voorzien van een nawoord door de vertaler, zullen voor vele Nederlandse lezers een eerste kennismaking met het werk van Albrecht Haushofer zijn.

Bijpassende boeken

Piet de Moor – Met Kafka in Berlijn

Piet de Moor Met Kafka in Berlijn recensie en informatie over de inhoud van het boek. Op 21 mei 2024 verschijnt bij uitgeverij Cossee het boek van Piet de Moor over het Berlijn aan het begin van de twintigste eeuw. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Piet de Moor Met Kafka in Berlijn recensie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Met Kafka in Berlijn, geschreven door Piet de Moor, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Piet de Moor Met Kafka in Berlijn

Met Kafka in Berlijn

  • Auteur: Piet de Moor (Nederland)
  • Soort boek: literaire non-fictie
  • Uitgever: Cossee
  • Verschijnt: 21 mei 2024
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: €18,99 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst boek over Franz Kafka in Berlijn

Berlijn was dé stad van verlangen voor de Praagse schrijver en verzekeringsambtenaar Franz Kafka (1883- 1924). Piet de Moor vertelt het verhaal van dit verlangen en laat ons met Kafka meereizen naar het legendarische Berlijn van het begin van de twintigste eeuw.

Franz Kafka’s liefde voor Berlijn begon met zijn eerste verblijf in december 1910. Hij begon te dromen van een leven in deze metropool van moderniteit, ver weg van zijn strenge vader, die geen brood zag in Kafka’s ‘schrijverij’. In 1923, een jaar voor zijn dood, vervulde Kafka zijn droom.

Zoals veel kunstenaars en intellectuelen van zijn tijd was Kafka gefascineerd door de levendigheid van Berlijn. De stad trok talloze creatieve geesten aan, van Paul Klee en Alfred Döblin tot Christopher Isherwood en Charlie Chaplin. Het was hét industrieel en commercieel centrum met een bijna mythische aantrekkingskracht. En een Babylon met prijzen van vijf miljoen Rijksmark voor een brood, grote werkloosheid en politieke moord en doodslag.

Aan de hand van de sporen die Kafka in brieven en dagboeken heeft nagelaten, leren we in woord en beeld niet alleen hemzelf van dichtbij kennen – voor het eerst samenwonend met zijn nieuwe liefde Dora Diamant – maar ook de fascinerende ‘gouden’ jaren twintig.

Bijpassende boeken

Oliver Reps – Twintig keer Dee

Oliver Reps Twintig keer Dee. Op 28 maart 2024 verschijnt bij uitgeverij De Harmonie het nieuwe boek van Oliver Reps. Je leest hier informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave. Daarnaast is er aandacht voor de boekbespreking en recensie van Twintig keer Dee, de nieuwe verse novel van Oliver Reps.

Oliver Reps Twintig keer Dee recensie en informatie

Oliver Reps is geboren in Duitsland. Toen hij zes jaar oud was verhuisde hij met zijn ouders naar Nederland. Tegenwoordig woont hij in Amsterdam met zijn gezin. Bovendien is hij mede-eigenaar van de Amsterdamse kinderboekwinkel Casperle.

In 2018 debuteerde hij met De dag die nooit komt, waarvoor hij werd erkend met Beste boek voor jongeren. Bovendien verscheen er een Duitse vertaling die als titel Der Tag der nie kommt heeft gekregen. Zijn tweede boek, een mengvorm van gedicht en roman, ook wel novel verse genoemd, waarover je hier uitgebreide informatie leest, verschijnt eind maart 2024 bij Uitgeverij De Harmonie.

Recensie van Tim Donker

Misschien ken je dat wel: de trein nemen.
Misschien dat je de trein nemen wel kent.

Goed. Dus die gast neemt de trein naar Berlijn. Hij laat een briefje achter voor zijn huisgenoot, en hij gaat. Met de trein. Naar zijn vriendin in Berlijn.

Zijn vriendin Dee. Delana. Die ineens gaan moest, dat heb je soms zo met vriendinnen. Ineens moeten die gaan. In Delana’s geval naar Berlijn. Weet jij veel. Iets met haar studie. Biologie. Iets op de universiteit, iets met een laboratorium. Weet jij veel waarom dat allemaal ineens in Berlijn moet en niet in het Amsterdam kan waar de ikfiguur en zijn Delana wonen. Een tijdje gaat het goed, heen en weer reizend. Daar bij haar zijn, bij Delana zijn, in Berlijn, als gast, als logee, als toerist, en dan weer terug naar huis. Maar op een dag verdraagt de ikfiguur de afstand niet meer en neemt hij de trein. Gewoon. Zomaar. Onafgesproken. Ineens. In een opwelling. Die geen echte opwelling is.

Twintig keer Dee is – ja, wat? Een roman in verzen? Een boeklang poëem? Een verhalend gedicht van 134 bladzijden? Een dichtroman, bestaat dat woord: dichtroman?, zo nee dan munt ik het nu: dichtroman. Alles beter dan dat “verse novel” waar het achterplat mee komt. Waarom dat Engels? Alsof het Nederlands geen woorden heeft. In ieder geval: de bladspiegel is die van poëzie: veel paginawit, korte regels, soms maar een woord of drie, vier, vijf per regel, het geheel ook nog opgedeeld in hoofdstukken dus nog meer paginawit – dat leest snel (daar had ik bijna gezegd: dat leest op treinsnelheid), ik las het in één keer uit, op zondagochtend, in bad. De treinreis van de hoofdfiguur, van Amsterdam naar Berlijn, beslaat bijkans het hele boek.

Zit hij. In de trein. In anticipatie, tussen vrees en hoop, in verlangen, vol verwachting, in angst en twijfel. Zo gaat het, heel de weg naar Delana. En onophoudelijk praat hij tegen haar. In zijn hoofd. Herinneringen, gedachten, mijmeringen. Allemaal voor haar. Vragen, ook. Ook vragen: “Wist je trouwens dat David Bowie een tijdje in Berlijn heeft gewoond?” (ja natuurlijk weet Delana dat David Bowie een tijdje in Berlijn heeft gewoon, heel de wereld weet dat David Bowie een tijdje in Berlijn heeft gewoond en trouwens al die lui hebben een tijdje in Berlijn gewoond en het is niet zo interessant en daarenboven is David Bowie de meest overgewaardeerde artist allertijden maar trek je daar niks van aan, dat is maar mijn mening, daar hoef jij niks mee). En andere dingen. Of ze Midnight Express heeft gezien. (dat vond ik een tijdlang een hele goede film, ik weet niet waarom, ik had iets met Alan Parker ooit, een tijdlang, mijn vader vond het ook een goede film, we kwootten wel eens uit Midnight Express, inderdaad dat stukje met verkeerdom het rondje over de luchtplaats lopen, iets met de slechte exemplaren die terug moesten naar de fabriek ofzo, ik weet het niet meer precies, mijn vader en ik spraken zoon zestig prosent van de tijd in kwoots tegen elkaar). En een gedachte over Buzz Aldrin als twede mens op de maan.

Daar vond de huisgenoot van de ikfiguur iets van trouwens: “toen ik wist dat Buzz Aldrin / De tweede mens op de maan was / Beweerde Flo dat ik het ultieme bewijs ben / Dat er zoiets als reïncarnatie bestaat / Omdat ik dingen weet die ik niet behoor te weten / Omdat ze gebeurden lang voordat ik ben geboren / Ze hebben de harde schijf van mijn vorige leven / Per ongeluk niet helemaal gewist / Flarden zijn blijven hangen”

(wat een tamelik stompzinnige redenering is natuurlijk – alsof een mens alleen “behoort” te weten wat er gedurende zijn leven op aarde gebeurd is. & wat is geschiedschrijving dan eigenlijk volgens Flo’s gedacht? de psychoanalyse van reïncarnatie ofzo?)

(en wie zijn die “ze” dan die die harde schijf niet goed zouden hebben gewist?)

Doch neen. Peins dat niet. Peins niet dat deze ikfiguur een ambetante, belerende, vroegwijze zeur is die gans een treinreis entlang interessantige trivia uitstort over die arme Dee, die er niet eens bij is. Nee, meestentijds denkt hij op aandoenlijke, hartverwarmende, ontroerende wijs na over hun relatie. Over hoe ze elkaar ontmoetten. Over de vogelspin die Dee had als kind. Over iets wat ze samen vanaf Dee’s slaapbank zagen op televisie en wat ze grappig vonden, hoewel het bij nadere beschouwing misschien niet echt grappig was. Over hoe hij, de ikfiguur, in zijn stoutste dromen soms kan zien hoe Dee en hij ooit een afgelegen vuurtoren zullen bemannen ergens voor de kust van Engeland, tezamen met hun twee kinderen. Gedachten gelijk deze, meanderend, in een trein naar Berlijn. In een glasheldere maar niettemin tot ver over heuvelen lichtende taal. Misschien alleen jammer dat hij zijn telefoon steeds “checkt”, waarom kijkt hij niet gewoon op zijn telefoon? Die “jumpscare” kan ik hem vergeven maar alleen maar omdat mijn zoon, mijn moje lieve wijze grappige fantastiese tienjarige zoon het altijd over een “jumpscare” heeft, en elk boek dat me aan mijn zoon doet denken is een goed boek. Maar toch, Reps. Jammer toch. Toch jammer. Waarom is Dee bij vrienden “gecrasht”, waarom is ze daar niet gewoon blijven slapen? Waarom zet de ikfiguur “thx” in een reactie op een bericht van zijn huisgenoot, god wat heb ik daar gruwelijk de pest aan, als ik een bericht van iemand ontvang waar “thx” in staat. Waarom houdt hij er rekening mee dat deze “trip” kansloos is, en hij “delusional” gaat zijn? Waarom al dat Engels, alsof het Nederlands geen woorden heeft.

Maar misschien ben ik hier te oud voor? Reps won met zijn debuut De dag die nooit komt de prijs Beste Boek voor Jongeren, allicht is Twintig keer Dee ook bedoeld als jongerenboek? Jong volwassenen? Of wacht, dan moet je natuurlijk “young adult” zeggen, want het Nederlands heeft klaarblijkelijk geen woorden. Of zotter nog: YA. Zo las ik dat ooit ergens: een YA-roman. En ik dacht, wat is in godsnaam een YA-roman? Een paar seconden lang dacht ik dat het zoiets zou zijn als Oi-punk ofzo, of het omgekeerde van the knights who say ni, ik dacht ook aan nY, ik meende al bijna te mogen geloven dat een YA-roman iets radikaals kon zijn, een revolutionaire kracht, een alles omver werpende roman toen mijn franc viel en ik Achja dacht. Achja en Achzo. Natuurlijk. Alles moet in het Engels, want het Nederlands heeft geen woorden. En alles moet geacroniemiseerd, want niemand heeft nog tijd om woorden voluit te schrijven.

Delana is jong. De ikfiguur is jong. Of jong. Het zijn studenten, ben je nog jong volwassen als je student bent? Toen ik als student, al wat oudere student moet ik zeggen, een jaar of 26 was ik denk ik, stage liep bij het maandblad Roodkoper en er tijdens een redactievergadering mijn speciale aandacht werd gevraagd voor een op handen zijnd artikel over jongeren omdat ik ook daartoe behoren zou, kon ik de rest van de vergadering er alleen maar in alle verbijstering het zwijgen toedoen. Ben ik, eindsweegs verwijderd van de dertig, een jongere? Ik weet nie. Maar goed, oud zijn ze ook niet, en Reps zal ook nog wel geen vijftiger zijn zoals ik. Kan zijn dat dit niet voor mij(n leeftijd) bestemd is. Maarja. Ook vijftigers waren jong, ooit. En iedereen weet hoe dat is, liefde en hoe die je misschien langzaamaan aan het ontglippen is zonder dat je er heel veel aan kunt doen. De wanhoop. En de schoonheid van die wanhoop, want ook dat is liefde. Een liefde waarvan je honderd procent zeker bent noemen we “huwelijk”, en dan is het geen liefde meer. Dat is de paradox. De verliefde mens verlangt zekerheid maar zekerheid en liefde gaan niet samen. Liefde moet ook een heel klein beetje schuren. De pijn. De steken. De trein. De gedachten. Ik, als ouwe lul van vijftig, versta dat. Ik was ook ooit 19. En ik was toen ook verliefd. En mijn vriendin was ook het mooiste meisje van de hele wereld. En ook zij had belangrijkere dingen te doen dan bij mij zijn. Naar Mallorca ging zij, kajje geloven Reps? Naar Mallorca, god weet waarom, voor drie maanden, en onze liefde was daarna nooit meer hetzelfde. Dus ik versta. Ja ik versta. Ik kan mij verplaatsen. Gode, zelfs Bowies Heroes speelde een zekere rol in die relatie. Dat was toen, dat was toen ik 19 was, dat was voor ik Bowie de meest overgewaardeerde artist allertijden vond, hij is misschien, net als Lou Reed, ook een muzikant die voornamelijk jongeren aanspreekt. Een bepaald soort jongeren dan.

Dat Twintig keer Dee snaren kan raken overheen tijd en plaats, is wat ik zeggen wil.

De muziek. De poëzie. De gedachten. De woorden. De moje, zomwijlen onscherpe zwart-witfoto’s. Van een op verschillende plekken en in verschillende standen slapend meisje. Een meisje met oren. God, wat een goeje oren heeft dat meisje denk ik. Soms komt ook een kat even kijken. God, wat een goeje kat is dat denk ik. Foto’s die de algehele schoonheid van het boek nog een klein beetje verhogen. Misschien hadden ze, die foto’s ik meen, niet per se vermeld hoeven te worden in de tekst, zelfs de boektitel komt ermee terug, dat had niet gehoeven Reps, niet alles in een boek behoeft uitleg, een lezer mag eens het boek gelezen is best met een paar vragen achterblijven. Vragen als Maar waarom eigenlijk twintig keer Dee, waarom niet negentien keer, of drieënvijftig misschien? Dat de lezer dus niet had geweten waarom het er precies twintig zijn.

Zo mooi kan een klein boek zijn. Ik dacht al lezende een paar keer aan sommige boeken van Erik Bindervoet. Aan wat denk je als je Duits spreekt van Raymond Cuijpers En ook, soms, zonder te weten waarom, aan Baltazar Krull’s hart zingt maneschijn van Kurt Köhler (iemand zei eens dat hij vermoedde dat Köhler een schuilnaam van Van Ostaijen was maar eigenlijk was het Constant Soetewey) (stiekem vind ik Köhler ook stukken beter dan Van Ostaijen maar dat zul je me nooit hardop horen zeggen en al helemaal niet ooit in een bespreking zien zetten). En natuurlijk aan Helden van Ray Loriga, dat boek waarin hij het ook de hele tijd over Bowie in Berlijn heeft. Die associatie lag voor de hand. Alle boeken die in hun verschillende tijden waarschijnlijk ook voornamelijk jongeren aanspraken, ik weet wel dat ik jonger was toen ik ze las (of naja, Loriga las ik als twintiger maar Köhler, Cuijpers en Bindervoet pas toen ik al in de dertig was). Maar nogmaals: boeken als Twintig keer Dee zingen zich door alle categorieën heen.

Want iedereen heeft hier een heel mooi boek aan. In wat het zegt, en in hoe het spreekt gaat het niet om leeftijd. Het gaat erom dat je voelen nog weet. Dat je liefde nog weet. Dat je de trein nog weet. En dat je de muziek van dat alles nog horen kunt.

Oliver Reps Twintig keer Dee

Twintig keer Dee

  • Auteur: Oliver Reps (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse verse novel, gedichtroman
  • Uitgever: De Harmonie
  • Verschijnt: 28 maart 2024
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 20,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Oliver Reps

In een opwelling stapt een jongen ’s ochtends vroeg in de trein naar Berlijn waar zijn vriendin, of ex-vriendin, al een paar maanden studeert via een uitwisselingsprogramma. We volgen hem tijdens zijn treinreis, en gaan mee in de stroom van gedachten, hoop en angst, en zijn pogingen de vermoedens over wat hij in Berlijn zal aantreffen, zo goed als mogelijk te onderdrukken.

Oliver Reps heeft Twintig keer Dee in de vorm van een verse novel geschreven – een versroman – een hybride vorm tussen traditioneel proza en vrije poëzie. De ritmische vertelwijze met korte onder elkaar geplaatste zinnen leent zich bij uitstek om de stream of consciousness van de hoofdpersoon overtuigend, en met relatief weinig woorden, te vertolken. Twintig keer Dee is een universeel verhaal over liefde en kwijtraken, maar vooral over willen vasthouden, misschien wel tegen beter weten in.

Bijpassende boeken