Tag archieven: boekrecensie

Astrid Sy – De glazenwasser van het Rijksmuseum

Astrid Sy De glazenwasser van het Rijksmuseum recensie en informatie kinderboek voor 10+ jaar. Op 27 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Luitingh-Sijthoff het nieuwe boek van de Nederlandse kinderboekenschrijfster Astrid Sy over het Rijksmuseum in Amsterdam. Hier lees je informatie van de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Astrid Sy De glazenwasser van het Rijksmuseum recensie

Als zijn vader plotseling overlijdt, is de twaalfjarige Freddie ineens de glazenwasser van het Rijksmuseum. Vrijwel onzichtbaar voor het vaste personeel, doet hij het werk nu alleen. Maar waarom sluipt een groepje mannen midden in de nacht door het museum. En belangrijker nog: waarom zitten ze met hun vingers aan De Nachtwacht, het beroemde schilderij?

Freddie ontdekt nóg iets verontrustends. Over hemzelf, dit keer. Een groot geheim, waarvan hij had gewild dat hij er met zijn vader over had kunnen praten. Maar in plaats daarvan, moet hij het doen met een laatste brief. En een geheimzinnig gedicht dat hem moet helpen een geheim op te sporen. Een krachtig geheim, dat voor grote ellende kan zorgen, als het in verkeerde handen valt…

De proloog  van De glazenwasser van het Rijksmuseum zet direct de toon; spannend en meeslepend. Daarna moet het verhaal even op gang komen, maar dat duurt niet heel lang. Het verhaal wordt steeds spannender, naarmate Freddie meer leert over zijn geheimzinnige gave. Het is een mooie mix tussen geschiedenis en fictie. De sprongen terug in de tijd,  worden levendig beschreven, waardoor je je onderdeel van de scène voelt

De komst van de jonge Rembrandt  in Freddies leven, is een enorme aanvulling. Daar waar Freddie wat goeiig en bedachtzaam is, is Rembrandt vlug, brutaal en grappig. Het geeft het boek precies het beetje pit dat het nodig heeft. Het vriendschappelijke gekibbel is ook een mooi tegenwicht voor de spanning die opbouwt. Freddie komt er zelf vrij laat achter wie zijn tegenstander is. Als lezer kun je dat eerder door hebben, waardoor het verrassingseffect teniet wordt gedaan. Maar ondanks dat, blijft het leuk genoeg om te lezen.

De glazenwasser van het Rijksmuseum is een mooi boek waar fictie en feiten verweven zijn tot een spannend avontuur.  Een betoverend verhaal dat de magie van schilderijen en geschiedenis goed weet over te brengen! Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Recensie van Jolien Dalenberg

Astrid Sy De glazenwasser van het Rijksmuseum

De glazenwasser van het Rijksmuseum

  • Auteur: Astrid Sy (Nederland)
  • Soort boek: kinderboek (10+ jaar)
  • Uitgever: Luitingh-Sijthoff
  • Verschijnt: 27 maart 2025
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 17,99 / € 9,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het kinderboek over het Rijksmuseum van Astrid Sy

In De glazenwasser van het Rijksmuseum neemt Jonge Beckmanprijswinnaar Astrid Sy je mee naar historisch Amsterdam, wanneer de 12-jarige Freddie een groot geheim in het Rijksmuseum ontdekt. Een meeslepend avontuur over tijdreizen, kunst en identiteit dat zich afspeelt in de hoofdstad, die in 2025 zijn 750-jarig bestaan viert.

Freddie woont alleen in een torenkamertje in het Rijksmuseum. Sinds de dood van zijn vader is hij daar de glazenwasser. Op een nacht ziet hij een groepje mannen De Nachtwacht onderzoeken. Wat zijn ze van plan? Freddie raakt verwikkeld in een avontuur vol wilde achtervolgingen, schilderijen die tot leven komen en raadsels die hem terug in de tijd brengen. Ergens in het Rijksmuseum is een geheim verborgen dat verbonden is met zijn eigen verleden.

Astrid Sy is geboren op 10 november 1987 in Leiden. Ze is historicus, presentator van het tv-programma  Andere tijden en schrijver. In de zomer van 2020 was ze te zien in De slimste mens. Ze is als onderzoeker betrokken bij het nog te realiseren Nationaal Holocaust Museum. De indringende YA-roman Noem geen namen is een belangrijk verhaal over de Tweede Wereldoorlog voor jongen mensen van nu. Zelf zei Astrid over dit boek: ‘De gedachte wat ik zou hebben gedaan, kreeg ik niet meer uit mijn hoofd. Ik móést er een boek over schrijven.’

Bijpassende boeken en informatie

Willem du Gardijn – Het koor van de 300 moordenaressen

Willem du Gardijn Het koor van de 300 moordenaressen recensie en informatie van de inhoud van de roman over Oost-Berlijn in de DDR. Op 25 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de nieuwe roman van de Nederlandse schrijver Willem du Gardijn. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver en over de uitgave.

Willem du Gardijn Het koor van de 300 moordenaressen recensie van Tim Donker

De koning danst op de muziek van een fascist.
De zon het volk het brood de spelen.
En de koning danst op de muziek van een fascist.

Andermaal spreekt een achterplat maar halve waarheden. Het zegt van Lena en Maksa. Ze wonen naast elkaar in de brede straat, ze reizen samen met de tram naar hun werk, want ook werken doen ze in hetzelfde bedrijf. Dat is waar, het achterplat liegt er niet over. Ze hebben mannen, Frans en Markus, ze hebben kinderen, Rainer en Rosie, twee gezinnen, wonend naast elkaar, de vrouwen zijn al bevriend sedert hun kindertijd, de kinderen krijgen misschien ook wel iets met elkaar. De boodschappen doen Lena en Maksa ook al samen, het zou alles heel gewoon kunnen zijn, heel volks. Behalve dan dat het verhaal speelt in Oost-Berlijn, in de tijd van, denk ik, Erich Honecker, toen de muur nog fier overeind stond (en dat maakt alles anders en net dat zegt het achterplat u niet). U weet. De socialistische eenheidspartij. De Stasi. Alle bedrijven in handen van de staat, alle neuzen dezelfde kant op. Planeconomie. Afgegrendelde grenzen. De welvaart en de mensenrechten waren elders. Alleen het socialisme gold, wie het socialisme niet aanhing was een vijand van het volk. En alles dat van verre of nabij met het gehate kapitalisme in verband gebracht kon worden, was uit den boze. Maar Lena en Maksa willen ook wel eens een spijkerbroek kunnen dragen. Dan. Er worden dingen gefluisterd, er zou iets gaande zijn, het moet alles strikt geheim, Markus weet ervan, er zijn mensen bij betrokken die alleen gekend kunnen en mogen worden via initialen, maar het lijkt echt zo te zijn: dat er een tunnel gebouwd wordt. Een tunnel, dwars onderdoor de muur, een tunnel die uitkomt in West-Berlijn, een tunnel naar de vrijheid, een tunnel naar spijkerbroeken. En hoe opmerkelijk: de tunnel zou uitkomen in de kelder van de slagerij bij Frans, Lena, Maksa en Markus in de straat, de vier buren moeten daar alleen nog even een beginnetje hakken, en dan komen ze hun bevrijders vanzelf tegen. Het moet gebeuren in een nacht, het komt, het komt eraan, nog even geduld en dan kunnen ze gaan.

Het blijkt alles verraad. Maksa speelt een dubbelrol, onduidelijk is hoe lang al, misschien al heel lang, er is geen tunnel, er zijn wel agenten, er wordt geschreeuwd, gerend, geschoten, iemand overleefd het niet, Lena probeert de koelbloedige moord van een agent op andere familieleden te voorkomen, de kogel verdwaalt en doorboort een andere agent, nu is Lena een moordenares, van een agent nog wel, een beschermer van het socialisme, hoe erg kan een mens zijn, Lena komt in de gevangenis.

In de gevangenis is het erg. Manipulaties, vernederingen, vuigheden, vuile spelletjes. Er is gefilmd, in het huis van Lena en Frans, er zijn beelden, ook van Frans met een andere dame op ergens een hotelkamer ofzo, sadistische bewakers laten Lena alles zien, het is alles onderdeel van iets veel groters, Maksa heeft in veel een rol gespeeld, Maksa heulde al langer van de machtshebbers, onduidelijk is hoe lang, in een onvrij land is het onmogelijk om niet af en toe te collaboreren, Rik Zaal toonde dat onlangs al onweerlegbaar aan, hoe zou je zelf zijn, hoe lang kan je je rug recht houden in omstandigheden waaronder de rug buigen zoveel voordeel brengt? Soms is verraad heel begrijpelijk, al zijn er gradaties misschien, en erg onmenselijk schildert Du Gardijn Maksa zeker niet af. En helemaal vrijuit gaat ze ook niet: na een lichtere straf komt ze onder curatele te staan van een misschien niet heel onaardige maar wel tamelijk opdringerige en ook enigszins viezige man die voornamelijk op haar liefde uit is. Het eindigt ermee dat ook Maksa voor moord gevangen wordt gezet.

Ergens, niet ver van Leipzig, is een vrouwengevangenis. Er zitten driehonderd moordenaressen gevangen. Twee ervan zijn Maksa en Lena. De grote hoedster is “het vrouwtje”, een kleine, niet al te moje vrouw die voor vele veranderingen, zeg verbeteringen, in de gevangenis heeft gezorgd. “Het vrouwtje” houdt therapeutische sessies met de moordenaressen, en de veelvuldige, door haar gedirigeerde, koorgezangen hebben een al even therapeutische werking. Hoewel “het vrouwtje” een sleutelrol speelt in Het koor van de 300 moordenaressen, ontwikkelt deze verhaallijn zich pas tegen het einde van het boek – ja dat hele koor van driehonderd moordenaressen komt pas tegen het einde van het boek aan bod. Het is waar de roman een haast surrealistiese lading krijgt. Ofnee. Wacht. Anders.

Want het zal wel. Dat Du Gardijn een te totalitair en te verstikkend beeld schetst van het toenmalige Oost-Berlijn. Jaja. Dat zal best. Ik weet het niet. Ik was toen niet daar, ik ben maar één keer in Berlijn geweest, dat was aan deze zijde van de millenniumwending, de muur was allang verleden tijd, ik was niet heel erg onder de indruk van Berlijn maar achteraf hoorde ik uit vele monden dat ik me niet in de goede wijken begeven had, ik had naar daar en daar moeten gaan, waar het allemaal veel mojer was dan waar ik geweest was. Het zal wel. Het zal allemaal wel. En toen kwam de overheid en zei dat de mensen niet naar hun werk mochten, dat de kinderen niet naar school mochten, dat niemand na tien uur ’s avonds nog de straat op mocht, dat je louter geboeid en gekneveld de supermarkt in mocht, dat de oude mensen moesten sterven zonder ooit nog hun kinderen of hun geliefden te zien, dat wie zich niet liet inspuiten met een of ander veel te snel ontwikkeld serum waarvan niemand de effecten op langere termijn kon voorspellen niet het recht had om op restaurant of op kaffee te gaan, en ik zei Het totalitarisme is geïnstalleerd, we moeten iets doen en monneer Bepaaldekeuzeshebbenbepaaldegevolgenendatisaltijdalzogeweest zei Ik vind niet dat het totalitarisme geïnstalleerd is en ik dacht hoeveel totalitarisme moet er zijn voor je het totalitarisme mag noemen? En de koning danst op de muziek van een fascist, de koning staat met zijn bolle kop vrolijk te wiegen op de muziek van een fascist, en ik denk is dat niet het begin van verstikking? Mijn ademen alleszins al wat stroever bedacht ik me dat het fascisme zo zou komen: met de koning vrolijk, de koning dansend, de koning die van de krommen aas gebaart. Hoe stroef moet het ademen gaan voor er sprake is van verstikking? Ik weet het niet, maar wat meer is –

want er is altijd meer –

wat meer is, is dit: waarom moeten Nederlanders proza toch altijd aan een of andere buitenromaneske realiteit toetsen? Een romancier is geen historicus. Waarom literatuur meten aan een lat die iets zeggen wil over het “wie es eigentlich gewesen war”, er zijn altijd anderen die beter kunnen zeggen wie es eigenlich gewesen war en die mogen anderen dan op de vingers tikken en zeggen ja so war es dus nicht. Nicht zo verstikkend en nicht zo totalitair, jajaja, het zal wel, er waren geloof ik ook westberlijners die liever in het oosten dachten te wonen, hoeveel verstikking is verstikkend genoeg, de koning danst op de muziek van een fascist en Boele zegt dat dat het verschrikkelijke was, voor ons westerlingen, toen, in de jaren tachtig, dat de Stasi alles van je wist, in zo’n soort maatschappij hoopte je toch nooit te hoeven leven, en nu, zegt Boele, geven we al onze privacy prijs aan koekjes en aan het internet, de grote bedrijven weten nu misschien wel meer van ons dan de Stasi ooit van haar burgers wist, misschien is het waar wij nu leven wel verstikkender en totalitairder dan ooit, en so war es dus nicht, waarom moet ik verdomme een abonnement nemen als ik alleen even wil lezen wat een of andere gast over een of ander boek geschreven heeft, nog een reden om kranten te mijden als de pest, maar wat ik zeggen wil is dat realiteitszin volgens mij niet de voornaamste waarde is in Het koor van de 300 moordenaressen. Misschien vergis ik me, maar het lijkt me dat het Du Gardijn er niet om te doen is een volledig en juist beeld te schetsen van het toenmalige Oost-Berlijn (en misschien had hij er wel beter aan gedaan om een fictieve plek in een fictieve tijd als achtergrond te gebruiken), hij lijkt mij, eerder, een podium te willen geven aan een bepaald soort vervreemding.

Die bijna hypnotiese vervreemding.

Dat vreemde sfeertje dat er doorheen gans de roman hangt.

Dat beklemmend is ja, maar ook bijna kinderlijk, bijna sprookjesachtig. Dat onwerkelijke. Dat, sja, toch, dromerige. De ene keer neigend naar een nachtmerrie. De andere keer alleen maar verwarrend. En soms  welhaast mooi.

Gardijns instrument, de taal, is overeenkomstig gestemd. Lange, meandere zinnen, vol komma’s, soms lichtelijk naïef, of, in ieder geval toch, impressionisties. De ene keer is Lena aan het woord, de andere keer Maksa. Iemand zei dat Du Gardijn doorsloeg in zijn schrijfstijl maar ik vind zijn stijl werkelijk prachtig. Ook de taal is gezang hier, ook de taal hypnotiseert. Uiteindelijk creëert het een heel nieuw universum dat het bestaande universum niet wenst te reproduceren maar zo haar eigen wetmatigheden heeft. Geloven in een tunnel naar West-Berlijn kan, je woonst veil hebben voor een spijkerbroek kan, een gevangenis met driehonderd moordenaressen kan, een vrouw die met liefde het koor leidt kan, gelouterd de gevangenispoort uitlopen kan ook. Kan allemaal zo erg dat het universum van Het koor van de 300 moordenaressen iets is waar je zo maar in zou kunnen verdwalen, hier en nu op goede dag of in een daar en dan op een kwadere dag – want in een land waar de koning danst op de muziek van een fascist is er nog veel meer verstikking mogelijk.

Willem du Gardijn Het koor van de 300 moordenaressen

 

Het koor van 300 moordenaressen

  • Auteur: Willem du Gardijn (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse DDR roman
  • Uitgever: Uitgeverij Koppernik
  • Verschijnt: 25 maart 2025
  • Omvang: 232 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50 / € 11,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Willem du Gardijn

De vriendinnen Anna en Maksa, die werken bij Die Fleisch Union Berlin, worden door een functionaris van de partij uitgenodigd voor een gesprek. De intimiderende ontmoetingen zetten een keten van gebeurtenissen in gang die niet anders dan noodlottig lijkt te kunnen eindigen.

In Het koor van de 300 moordenaressen roept Willem du Gardijn, in zijn geroemde stijl, de donkergrauwe wereld van Oost-Berlijn in de jaren tachtig van de vorige eeuw op. Ondanks de grove ernst van de communistische ideologie en het verraad door je naasten schetst hij een intrigerend claustrofobische wereld die toont dat het zelfs in de meest uitzichtloze tijden saamhorigheid een ontsnapping kan bieden.

Willem du Gardijn (1964) studeerde in Utrecht en Berlijn. In 2008 publiceerde hij de roman Monografie van de mond. Daarmee werd hij genomineerd voor de Academica Literatuur Prijs. In 2011 verscheen zijn buitengewoon goed ontvangen verhalenbundel Negen raven. In 2016 volgde de roman Bevrijding. In de herfst van 2018 verscheen de verhalenbundel Het grote vakantiepark. Met deze verhalenbundel stond du Gardijn op de longlist van de Bookspot Literatuurprijs. Zijn laatste roman Het einde van het lied (2021) stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs en de Boekenbon Literatuurprijs 2022.

Willem du Gardijn Het einde van het lied RecensieWillem du Gardijn (Nederland) – Het einde van het lied
Nederlandse roman
Recensie van Tim Donker
Weergaloos mooi. Het nam me mijn adem. Het stolde mijn bloed. Het zette de tijd stil. Dit is literatuur van het allerhoogste nivo…lees verder >

Bijpassende informatie

Pieter Borghart – Nieuwgriekse geschiedenis

Pieter Borghart Nieuwgriekse geschiedenis recensie en informatie boek over de Griekse wereld van de late middeleeuwen tot vandaag. Op 25 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Houtekiet het boek over de geschiedenis van het moderne Griekenland, geschreven door de Vlaamse neohellenist en classicus Pieter Borghart. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Pieter Borghart Nieuwgriekse geschiedenis recensies en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Nieuwgriekse geschiedenis, de Griekse wereld van de late middeleeuwen tot vandaag, geschreven door Pieter Borghart, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Over de geschiedenis van de Griekse oudheid zijn in de loop van de eeuwen vele bibliotheken vol geschreven. Dit in tegenstelling door de historische gebeurtenissen in het Griekenland vanaf de Middeleeuwen, met uitzondering van de periode van de Griekse dictatuur in de twintigste eeuw en de financiële crisis in het land van een klein decennium geleden.

Toch valt er veel te vertellen over de geschiedenis van het land dat tot op de dag van vandaag strategische gelegen is aan de Middellandse Zee en op een soort van scharnierpunt ligt tussen Europa en Azië. Met een vuistdik boek heeft de Vlaamse historicus en Hellenist Piet Borghart deze lacune op vakkundige wijze ingevuld en hij laat op overtuigende wijze zien dat de geschiedenis van het land aan de Middellandse Zee ook na de oudheid bol staat van de boeiende gebeurtenissen en fascinerende personages.

De kracht en tegelijkertijd een beetje de zwakte van het boek is de ongelofelijke hoeveelheid historische gebeurtenissen en personages Piet Borghart opvoert. Bijna overweldigend is het, een waterval waardoor je meegesleurd wordt,  maar tegelijkertijd fascinerend en daardoor blijf te toch doorlezen. Gelukkig beschikt de historicus over een vlotte pen en een vrij directe stijl. Voor wie meer te weten wil komen over wat er aan het huidige Griekenland voorafging is het boek onmisbaar en een echte aanrader. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Pieter Borghart Nieuwgriekse geschiedenis

Nieuwgriekse geschiedenis

De Griekse wereld van de late middeleeuwen tot vandaag

  • Auteur: Pieter Borghart (België)
  • Soort boek: geschiedenis van Griekenland
  • Uitgever: Houtekiet
  • Verschijnt: 25 maart 2025
  • Omvang: 528 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 34,99 / € 19,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst het boek over de geschiedenis van Griekenland

Griekenland vereenzelvigen we haast vanzelf met de Akropolis in Athene, het orakel van Delphi, de wieg van de democratie en de Olympische Spelen. Maar wie het land daadwerkelijk aandoet, ontdekt algauw ook indrukwekkende Byzantijnse kloosters, ruwe Frankische burchten, charmante Venetiaanse havensteden en prachtige Ottomaanse herenhuizen, moskeeën en bruggen. Het moderne Griekenland en de ruimere Griekse wereld heeft zoveel meer te bieden dan zijn wereldberoemde antiquiteiten.

Dit boek gaat niet over de bakermat van de westerse beschaving, maar vertelt het minder bekende verhaal van de Nieuwgriekse geschiedenis. Dat verhaal begint in de late middeleeuwen en neemt je mee op een fascinerende reis doorheen de laat-Byzantijnse, Frankische, Venetiaanse en Ottomaanse periode. Daarna komen natuurlijk de Griekse onafhankelijkheid in de negentiende eeuw en de uitbouw van de moderne natiestaat tot vandaag uitgebreid in beeld, tot en met de Europese integratie en de recente economische crisis.

Dit overzichtswerk beperkt zich niet tot geopolitieke en staatkundige ontwikkelingen, maar staat ook stil bij de evolutie van de Griekse taal en literatuur, de rol van de orthodoxe godsdienst, hoe Griekstaligen in het verleden naar zichzelf keken waren ze nu Romeinen of Hellenen? en de moeizame omgang van de moderne Grieken met de zware culturele erfenis uit de klassieke oudheid. Pieter Borghart kijkt verder dan de grenzen van het moderne Griekenland en laat ook de geschiedenis van de ruimere Griekse wereld aan bod komen van Cyprus en de vroegere Griekse bevolkingsgroepen in Anatolië, Rusland en het Midden-Oosten tot de hedendaagse diaspora in West-Europa, Noord-Amerika en Australië.

Pieter Borghart is neohellenist en classicus. Van 2007 tot 2013 doceerde hij Nieuwgriekse letterkunde aan de Universiteit Gent. Hij schreef een boek over het Europese naturalisme (In het spoor van Emile Zola, 2006) en is de auteur van Inleiding in de Nieuwgriekse literatuur (2018), het eerste systematische overzicht van de moderne Griekse letterkunde in het Nederlandse taalgebied in bijna een eeuw. Hij is ook lesgever Grieks in het volwassenenonderwijs.

Bijpassende boeken

Sara Sølberg – Sarabande

Sara Sølberg Sarabande recensie en informatie over de inhoud van de Noorse roman. Op 17 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij HetMoet de Nederlandse vertaling van de roman Sarabande van de uit Noorwegen afkomstige schrijfster Sara Sølberg. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster, de vertaler en over de uitgave.

Sara Sølberg Sarabande recensie en informatie

  • “Sarabande is een intelligente, veeleisende en zeer actuele roman geworden, die de indruk bevestigt van Sara Sølberg als een bijzonder vaardige en spannende auteur.” (Sigmund Jensen, Stavanger Aftenblad)
  • “Een ongelooflijk goed geschreven hybride roman met een psychose als narratieve drijfkracht.” (Freddy Fjellheim, Vårt Land)

Sara Sølberg Sarabande recensie van Tim Donker

En dan? Wat is dit? Klimaatfictie? Bestaat dat? Wil dat zeggen dat wat schrijvers met het klimaat zien gebeuren fictioneel is? En hoe dan met dit hier Sarabande? Hoe begint dit? Een vrouw in een appartement dat langzaamaan wordt overgenomen door insecten? Wat is dat? Kafka? Stephen King? Daphne Du Maurier? Wat ben ik aan het lezen? Thriller? Horror? Wat moet ik denken van Silja, van de hete zomer, van de dingen die zij ziet? Zitten we gevangen in haar hoofd? Zit Silja zelf gevangen in haar hoofd? En waarom zijn sommige tekstdelen dwars over de pagina gezet? Zodat ik het boek moet keren, zodat ik zelf als een insect overheen de pagina’s kruip? Het begin is in de oersoep? Het begin loopt in de soep? De soep is haar brein? Maar wat als Silja later pagina’s en pagina’s lang, eigenlijk bijkans het hele boek, opgenomen zit in een kliniek? Toch maar Ken Kesey dan? Gaat dit over milieu of over psychiatrie? Is Silja een onbetrouwbare getuige? Waren er helemaal geen insecten? Was de zomer ook niet zo heet dan? Voltrekken zich allicht helemaal geen ecologische rampen? Bestaan de veranderingen die zij in de natuur waarneemt louter in haar hoofd? Is de premisse van dit boek dan dat iedereen die meent dat klimaatverandering iets werkelijks is met werkelijke gevolgen gek is? Dat kan toch niet zo zijn? Wat is om te beginnen het verschil tussen binnen en buiten het hoofd? Alles wordt toch gevormd in je hoofd? Wat immers te denken van een passage als: “Zelfs als de gevaren die ik hoor niet zouden bestaan, worden de zenuwcellen gestimuleerd, wordt het endrociene systeem in werking gezet – de reactiepatronen van de evolutie zitten nog steeds in het lichaam – hormonen vloeien het bloed in, adrenaline geeft de spieren energie. Voorbereiden, alles paraat maken: mijn lichaam is altijd klaar voor de vlucht.”? En waarom zou Sølberg anders zoveel woorden vuil maken aan hoe de evenwichtstoestand die lang op aarde bestaan heeft onder invloed van de mens aan een eind kwam? Waarom zou ze dat allemaal dan zo nauwgezet beschrijven, zo nauwgezet dat delen van dit boek soms veel weg hebben van een lesje biologie? Of is dat eerder aardrijkskunde? Waarom lette ik toch nooit op op school? Verkent Sarabande het binnen ten opzichte van het buiten en/of het dunne vlies daartussen? Is alles misschien metafories bedoeld? De mens als denkend wezen die met zijn denken alles ten einde aan het denken is? Zodat ons hoofd ons tot een werkelijk einde leidt? Of is de kliniek het antropoceen? Het heersende discours waarin we gedwongen worden mee te gaan? Totdat we geleerd hebben te doen alsof onze neus bloedt? Maar dat is toch evenmin conform de werkelijkheid? Milieuproblematiek is toch niet iets dat op geen enkele politieke agenda terug te vinden is? Dat in geen enkel kaffee- of werkvloergesprek weerklinkt? Of bedoelt Sølberg dat we niet anders kunnen dan zijn wie we te zijn hebben? Omdat we geworpen zijnden zijn? En waar komt die Heidegger nu ineens weer vandaan? Zit die in mijn hoofd, in dat van Sølberg? Of is het toch Silja? Het zou toch een mooi bestaan moeten zijn, Silja zijn, en hovenier, en daar zijn, en buiten? Waar komt de frictie dan vandaan? Waarom deze psychose? Is het schizofrenie? Mag je die term wel zomaar gebruiken? Het is toch geen dissociatieve identiteitsstoornis? Hoe omschrijft de DSM IV dat eigenlijk? Is het de wereld die schizofreen is? Kunnen we wel weten wat waan is en wat niet? Is er misschien helemaal niks buiten de waan? Bracht de mens door zelf het onevenwichtigste wezen te zijn alles uit evenwicht? Kunnen we wel vertrouwen op onze inzichten? Welke verwoestingen werden aangericht door nu primitief aandoende behandelmethodes is de psychiatrie? Hoe hoopvol kun je zijn over dat wankelmoedige mensgemaakte ding dat wetenschap heet als je je bedenkt dat de neuroloog die de lobotomie bedacht nog maar zestig jaar geleden onderscheiden werd met de Nobelprijs voor de Geneeskunde? Gaan we morgen net zo hard lachen met wat we vandaag al zinnig, terecht, nuttig, diepgaand of zelfs onweerlegbaar beschouwen? Is dit het zware synthetiese verdriet? Het onafwendbare? De verontrustende symptomen? Als de aarde schreeuwend sterft liggen wij dan dromend? Omdat we maar nooit weten te ontsnappen uit wat Jay Farley opbergkasten noemt? Kan wat in zijn geval op gender ook van toepassing zijn op normaliteit wetenschap vooruitgang kapitalisme dagdagelijksheid ongemak? Het ziende blind zijn? Alles in de opbergkast, slot erop, en we spreken er niet meer over? Fungeert Silja dan als indicator? Zijn haar psychosen en klimaatverandering gelijkoorspronkelijk? Uitdrukkingen van een zieke aarde? En ecologie en psychiatrie in hetzelfde bedje ziek? Omdat ze achterop komen en veel te traag gaan voor alles dat aan de andere zijde veel te snel gaat? Hoe hoopvol kun je zijn over dat wankelmoedige mensgemaakte ding dat wetenschap heet als je je bedenkt dat de neuroloog die de lobotomie bedacht nog maar zestig jaar geleden onderscheiden werd met de Nobelprijs voor de Geneeskunde? Of heb ik deze vraag al gesteld? Laat ik het dan anders stellen: is de mens misschien te dom voor zijn eigen intelligentie? En van wie zijn de andere ogen, de ogen die we te leen krijgen op de dwarse pagina’s? Zijn dat insecten? Andere dieren? Die boven het kunnen gaan? Zien wat de mens niet ziet? Weten wat de mens niet weet? Is het het kruipen, in de aarde, over de aarde, is het het vliegen boven de aarde, wat maakt dat Sarabande afwisselend heel rap en dan weer heel traag leest, een konstant versnellen en stoppen, en teruglezen, en ongemerkt al gelezen hebben wat je dacht nog niet gelezen te hebben? Als een muziekstuk misschien? Een barokke suite? Een dans? Een, ja, sarabande? Of eerder toch een paringsdans? Een ritueel? Waar zijn de insecten? Is het deze manier waarop Sølberg ons tot Silja schrijft? Zodat we niet meer zeker weten wat we lezen, wat we zien, wie we zijn? Maar die bijna wetenschappelijk aandoende passages dan? Zijn die om nog enig houvast te schenken? Of juist andersom: daar om twijfel te zaaien over datgene dat de mens ontwikkelde om nu juist zekerheid te verkrijgen over de wereld om hem heen? Als wetenschap ook maar fictie is, een verhaal tussen verhalen, wat blijft er dan nog over? Alleen nog het lichaam en wat het ons laat voelen? Laat voelen dat het scheef zit? Is het ook daarom dat ik Sarabande niet alleen met mijn ogen lees, maar met heel mijn zijn? Dat dit boek alles in mij activeert? De insecten, de lucht, de aarde, het kruipen, het hoofd, de kliniek, hoe het licht valt op de pagina’s? Is het dit laveren tussen wetenschap en proza dat me af en toe aan Jan Lauwereyns deed denken? Zou iedereen begrijpen dat ik het als levensgroot compliment bedoel dat dit boek uitgegeven had kunnen zijn door Koppernik? Is er iets dat literatuur moet? Uit evenwicht brengen misschien? Eindeloze stromen vragen genereren? Altijd twijfel? Omdat kunst dat uiteindelijk toch het beste kan? Als t schrijverken Dregke meenam naar een optreden van Fátima Miranda, zou ze dan denken dat hij gek geworden was of zou ze de schoonheid van haar zang kunnen voelen door de gekte heen? Is gekte een symptoom van schoonheid? Vind ik Sarabande daarom zo mooi? En hoe heet ook alweer die roman die uit louter vragen bestaat? Kon je nu werkelijk geen zinnigere vraag bedenken om deze bespreking mee te eindigen?

Sara Sølberg Sarabande

Sarabande

  • Auteur: Sara Sølberg (Noorwegen)
  • Soort boek: Noorse roman
  • Origineel: Sarabande (2021)
  • Nederlandse vertaling: Liesbeth Huijer
  • Uitgever: Uitgeverij HetMoet
  • Verschijnt: 17 maart 2025
  • Omvang: 350 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 23,50
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de roman van de Noorse schrijfster Sara Sølberg

Het is de warmste zomer ooit gemeten in Noorwegen. Tijdens haar werk als hovenier ziet Silja duidelijk hoe de natuur verandert en onder druk komt te staan, maar ze ziet niet dat dat ook voor haarzelf geldt. Binnen een paar heftige dagen valt de werkelijkheid zoals ze die kent uiteen. Die werkelijkheid wordt niet alleen bezien vanuit Silja’s perspectief, maar ook vanuit dat van een mier, een regenworm, een mot. Wanneer ze in een kliniek ontwaakt is er voor haar iets onomkeerbaar veranderd, alleen lijkt iedereen om haar heen door te gaan zoals voorheen.

Sarabande is een intense roman over een persoon in een crisis en over de crisis waarin de aarde zich bevindt. Hoe kun je leven in een wereld die aan de rand van een ecologische ramp staat, als je weet dat je eigen soort daar schuld aan heeft, en dat de werkelijkheid elk moment kan instorten?

Sara Sølberg is geboren in 1983 in Trondheim, Noorwegen. Ze  volgde van 2012 tot 2014 de schrijversopleiding fictie in Tromsø, waarna zij in 2016 debuteerde met haar roman Seismiske smell (Seismische schok). Hiermee behaalde ze de shortlist van de Tarjei Vesaas’s debutantpris en ontving zij de literatuurprijs van de NTNU. In 2021 verscheen haar tweede roman, Sarabande.

Bijpassende boeken en informatie

Jo Claes – De drogreden

Jo Claes De drogreden recensie en informatie nieuwe Thomas Berg thriller van de Vlaamse thrillerschrijver. Op 14 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Houtekiet de nieuwe van de uit Belgie afkomstige schrijver Jo Claes. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Jo Claes De drogreden recensies en informatie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De drogreden, de misdaadroman van de Vlaamse thrillerschrijver Jo Claes, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Op alle vlak vakwerk, zoals altijd natuurlijk!” (De Morgen over De prijs van de twijfel)
  • “Zijn pure taalgebruik, zijn brede historische en vaak filosofische kijk op dingen maken zijn (…) boeken tot juweeltjes.” (Leeskost.nl)

Recensie van de redactie

Jo Claes behoort tot het selecte gezelschap van thrillerschrijvers uit Vlaanderen dat vrijwel altijd boeken aflevert van hoog niveau. En dat geldt gelukkig ook weer voor zijn nieuwe boek De drogreden. Het verhaal zich af in en rondom de universiteitsstad Leuven dat zich uitstekend leent als decor voor een sfeervolle spannende roman.

Kenmerkend voor de thrillers van Jo Claes is dat hij geloofwaardige personages, zowel goed als kwaad, een rol geeft in zijn plot dat op het eerste gezicht niet ingewikkeld in elkaar lijkt te zitten maar toch behoorlijk ingenieus blijkt te zijn zonder geforceerd over te komen. Bovendien beschikt de schrijver over een fijne en soepele stijl die het leesplezier bevordert. Kortom nieuwe boek van Jo Claes is weer een aanbeveling waard en verdient ook in Nederland lezers. Het is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Jo Claes De drogreden

De drogreden

Thomas Berg thriller 19

  • Auteur: Jo Claes (België)
  • Soort boek: Vlaamse thriller
  • Uitgever: Houtekiet
  • Verschijnt: 14 maart 2025
  • Omvang: 400 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24,99 / € 9,99 / € 12,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe Thomas Berg thriller van Jo Claes

Op een dag dient Hannes Wageneer, een 64-jarige man, zich aan bij de politie van Leuven. Hij vertelt hoofdinspecteur Thomas Berg dat zijn ex-partner, de beroemde toneelacteur Elias Wullaert, door zijn nieuwe, veel jongere vriend Lenard Degraaf van de trap is geduwd in het antieke theater van Epidauros. Het motief voor de moord ligt voor de hand: Wullaert was steenrijk.

De Griekse politie is van oordeel dat het om een ongeluk gaat, maar Wageneer heeft een aan Wullaert gerichte ansichtkaart gevonden met daarop één woord dat in drie delen is gesplitst: LA-FA-ARD! Volgens Wageneer wijst de beschuldiging erop dat zijn ex-vriend wel degelijk is vermoord.

Berg hecht geen geloof aan het verhaal, maar als blijkt dat Degraaf in Wullaerts testament staat moet hij de zaak wel onderzoeken. Aanwijzingen van kwaad opzet zijn evenwel niet te vinden. Tot er in Leuven een tweede slachtoffer valt en Berg de ware betekenis van het woord LA-FA-ARD achterhaalt. Wat volgt, is een bizar en zenuwslopend onderzoek dat tot verbijsterende resultaten leidt.

Jo Claes is geboren op  29 juli 1955 in Hasselt, Belgisch Limburg. Hij is vooral bekend door de misdaadreeks rond Thomas Berg, maar hij is in vele genres thuis. Sinds enkele jaren schrijft hij ook spannende boeken voor jongeren.

Bijpassende boeken

Martin Rombouts – Boek 1

Martin Rombouts Boek 1 recensie en informatie van de inhoud van de Nederlandse debuutroman. Op 11 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Das Mag de eerste roman van Martin Rombouts de uit Nederland afkomstige schrijver, zanger van de de literaire Boyband, en winnaar het 21e seizoen van De slimste mens. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Martin Rombouts Boek 1 recensie van Tim Donker

Goed. Laat me zien of ik dit begrijp. Man is dichter, man doet mee aan een kennisquiz. Dat is al tamelijk suspect, niet?, zeker voor een (zelfverklaard) dichter. Toch. Ik probeer het me voor te stellen. Misschien als ze een geweer tegen je kop hielden ofzo. Misschien als je werkelijk geen ene fuck te doen hebt en dag na dag met je klikken en je klakken op je kale kouwe vloer naar het plafond ligt te staren en beetje bij beetje dood gaat van verveling, en je wordt benaderd, iemand vraagt je, meedoen aan een kennisquiz of doodgaan van verveling, misschien dat je dan onder bepaalde omstandigheden niet voor doodgaan kiest. Misschien omdat je weddenschap verloren hebt, sommigen eten dan hun hoed op maar je hebt geen hoed je zei als ik verlies doe ik mee aan een kennisquiz, je dacht echt dat je niet verliezen kon, je had geloof je nog liever je hoed opgegeten maar je hebt geen hoed en een man en man een woord een woord. Dus oké. Man doet mee. Man wint. Ook nog eens. Te maken materies erger. Ronde na ronde. Met domme, vergetelijke dingen te weten die in een goed functionerend brein meteen vernietigd zouden worden om verregaande vervuiling te voorkomen. Zo niet in mans brein, man weet al die dingen nog, ach ja Karl Kraus zegt “In een hol hoofd past veel kennis”, en ik zeg hem dat graag na. Misschien zouden ze het beter De domste mens noemen. Door alles te onthouden wat het onthouden helemaal niet waard is, wint man uiteindelijk de kennisquiz. En man is dichter, zei ik al dat die kennisquizwinnaar dichter is? Des anderendaags heeft man “e mails van wel negen uitgeverijen” in zijn inbox, en die boden hem “voorschotten die ongekend hoog zijn voor een eerste boek”. Dit boek dus. Dit hier Boek 1 geheten eerste boek.

(stel je bent uitgever, je geeft boeken uit, naar ik aanneem omdat je houdt van literatuur, je zit op een avond onderuitgezakt voor je televisie hologig naar een kennisquiz te kijken, je ziet daar een man ronde na ronde winnen, de man is dichter, waarom kom je, op grond van het loutere feit dat die man een quiz wint, op het idee om die man te benaderen voor een boek, hoe werkt dat, het is een hele populaire kennisquiz, dat wel, zelfs mijn tante keek daar naar, ook zij nu dood, helaas, die had niks met kennis en niks met quizzen en toch keek ze, is het zo dat zo’n uitgever dan denkt half Nederland heeft die man zien winnen, een bepaald percentage daarvan is lezer, een bepaald percentage daarvan gaat zeker en vast een boek kopen van die gast die zoveel wist toen in die kennisquiz, dat moeten we uitgeven, dat gaat ons geld opleveren?)

Van de negen uitgeverijen die hem e-mails stuurden, kiest man uitgerekend Das Mag, welke waren die acht andere uitgeverijen vraagt een mens zich af, wie een tijdschrift Dag Mag noemt is ofwel compleet megalomaan ofwel zo ongekend clichématig dat het bijna aandoenlijk wordt, maar noem een paard een paard: bijzonder vormgegeven is dit Boek 1 wel. Je weet niet wat het is, het lijkt niet direct literatuur en het lijkt ook niet direct nieuw, het kon een of ander oud wetenschappelijk werkje zijn met veel getallen en modellen en schema’s in, of het eerste deel van het heruitgegeven complete oeuvre van een bijna vergeten Russische schrijver op dundruk, maar dan blader je zo’n beetje door en dan denk onee verrek het is een dichtbundel en je denkt ha! en je denkt fijn! en je fiets rappekens naar huis want je houdt van poëzie en dus zet je je neder en zorg je voor iets goeds in je glas en ga je lezen maar verrek. Het is een roman.

Een als boeklang poëem vormgegeven roman, het is niets nieuws en met name de laatste jaren zie ik het geregeld. Heeft Bert Schierbeek postuum eindelijk school gemaakt? Of past het bij mensen die zijn opgevoed met snel, met flitsen, met zappen, met “shorts” op YouTube, met alle aandacht altijd maar even, en dan weer verder, dan weer nieuw, dan weer de volgende gedachte het volgende idee het volgende gesprek de volgende straat het volgende huis de volgende baan de volgende kennisquiz de volgende e-mail het volgende bericht het volgende verhaal? Hoewel de dichterlijke bladspiegel niet van invloed is op Rombouts’ schrijfstijl en de afbrekingen iets willekeurigs hebben, slaat het in het geval van Boek 1 nog in zoverre ergens op dat de hoofdpersoon (vermoedelijk gewoon Rombouts zelve) (of een versie van hem) (autofictie &zo, u weet) tot vervelens toe benadrukt dat hij dichter is, en een dichter woont beter in iets dat op een dichtbundel lijkt dan in een traditionele roman.

Het past denk ik ook wel bij een kennisquizwinnaar. Losse, niet in enig verband staande feitjes op elkaar stapelen, is misschien niet zo heel erg ver verwijderd van gedachten, ervaringen, ideeën en observaties op elkaar stapelen en dat is precies wat Rombouts hier doet.

De lezer maakt kennis met een guusgeluk-achtige uitvreter die het allemaal zo’n beetje komt aanwajen, die het kapsel en de baard heeft, die, ondanks een wat onalledaagsere thuissituatie niet al te veel tegenwind heeft gekend; die nu, met wederom niet idioot veel moeite bijna driehonderd pagina’s neder pent over hemzelf. Of. Nee. Ja. Toch. Zelfs als het niet over hem gaat, gaat het over hem.

Want dit hier is het goede ding:
Ofnee, dit hier is het hele vervelende ding:
Ofnee, dit hier is het lucratieve ding:
Of laat ik zeggen dit hier is het geruststellende ding:

Boek 1 is alles wat je verwacht van een dertiger die het kapsel heeft en de baard heeft, die in een “literaire boyband” zit, die een kennisquiz gewonnen heeft, dichter is, en cabaretier, en gesprokenwoordartiest. Dit boek gaat de lezer van het soort dat boeken koopt omdat de schrijver ervan met zijn harses op tievie is geweest, niet teleurstellen. Zeker niet.

Want natuurlijk heeft de man met het kapsel, de man met de baard heel erg veel exen, en natuurlijk spelen die allemaal nog steeds een bepaalde rol in zijn leven, en natuurlijk moet hij daar steeds over praten om zijn status als de man met het kapsel, de man met de baard te bestendigen, en al die praat gaat al voor het boek halverwege is op de zenuwen werken, en later wordt het eigenlijk een beetje grappig, en nog weer later gaat het terug een beetje op de zenuwen werken.

En natuurlijk bevat het boek platte, lompe, of in ieder geval gevoelsarme sex van het soort dat sommige mensen waarschijnlijk schokkend zouden vinden, en net dat is ongetwijfeld precies naar Rombouts’ zin – juist die mensen te schokken die hierdoor geschokt zouden zijn (ooit had je shockrock, bestaat dat eigenlijk nog?, kent dat een literaire pendant of raakt de gemiddelde boekenlezer niet zo snel geschokt?) (van shockrock gesproken, naar het schijnt is Steven Duren inmiddels ganzelijk in den Heere geraakt) (hij speelt nu nog louter relirock) (maar die dingen liggen eigenlijk best dicht bij elkaar) (moet religie het niet evenzeer van het schokeffect hebben?).

En natuurlijk hangt de kennisquizwinnaar graag de wijsneus uit; Rombouts doceert -soms pagina’s lang-  over A.I., economie, geldzaken; dingen die volledig langs mijn interessegebieden heenscheren, maar hij doseert zijn doceren ook, meestal wordt het net niet saai of vervelend, een klein beetje irritant misschien maar wel nog binnen de grenzen van het redelijke.

En natuurlijk is de hoofpersoon een kwal maar je kunt het wel hebben, de branie & het kwallerige worden met de nodige humor gebracht, een lichte vorm van zelfspot zou je met een beetje goede wil kunnen zeggen, of toch, in ieder geval, tong in de wang, enfin, u weet.

En natuurlijk moet een boybandlid daarnaast ook een zekere aaibaarheid hebben en dus openbaart Rombouts ook zijn kwetsbaarheid, hij had -ach gossie toch- als kind een knuffeleendje en nog altijd houdt hij veel van knuffeleendjes, bij mijn moje lieve grappige wijze fantastische tienjarige dochter werkte het alvast: die vond de foto’s van al die knuffeleendjes geweldig.

En natuurlijk krijgt de tweedimensionale televisiefiguur reliëf; we horen van de afwezige vader, de afwezigheid die stempels drukte, we horen van de innige band met de moeder die de opvoeding voor haar rekening nam en die net in de kennisquizperiode van binnenuit werd gesloopt door haar ziekte (kan ook een goede reden zijn om mee te doen), we lezen, we merken deze man is meer dan het kapsel, meer dan de baard.

Ik zou zo ver kunnen gaan: dit boek heb je feitelijk al gelezen voor je het gelezen heb. Maar zo ver ga ik niet. Want daarmee zou Boek 1 onrecht aangedaan worden. Het is misschien geen verpletterende of wonderschone roman. Maar het heeft ontiegelijk veel vaart, en de lezer weet zich vanaf de eerste bladzijde meegesleurd. Langsheen vergezichten, overpeinzingen, herinneringen, en vrij uiteenlopende emoties. Mooi om te lezen zijn vooral zijn tirades. Tegen, bijvoorbeeld, recensenten (ik trek me dat niet aan want ik ga deze bespreking  niet eindigen met een uitsmijter). Of tegen zijn eigen lezers (ik trek me dat niet aan want ik ben geen vrouw en mijn kinderen zijn ook niet uitwonend en omdat ik geen vrouw ben ben ik ook geen moeder al ben ik geloof ik wel de “leukere ouder”). En meer in het algemeen tegen alles wat hem misnoegt.

Als de laatste woord gelezen is, zal Boek 1 misschien sneller verdampen dan menig ander boek, maar de roman draagt beslist de kiemen van wat zomaar kan uitgroeien tot een overtuigend schrijverschap. Zonder het kapsel misschien. Zonder de baard. Of als hij eens een kennisquiz verliest (o fuck nou doe ik het toch).

Martin Rombouts Boek 1

Boek 1

Mijn hemelbestormende debuutroman

  • Auteur: Martin Rombouts (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse debuutroman
  • Uitgever: Das Mag
  • Verschijnt: 11 maart 2025
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste roman van Martin Rombouts

Eindelijk is het er dan. Mijn boek over geld, kans en willekeur, waarin ik alles vertel over die afkomst van me, waarin ik uitdeel, geef en ontvang.

Van straatarme dichter tot De slimste mens, van jongen tot man.

Waarin ik door eendjes, gasaanstekers en een vrouw in Sri Lanka de wereld iets beter leer begrijpen. En door ex-vriendinnen, erfenissen en een Malinese keizer ook mezelf, eindelijk.

Het boek waarin ik mijn ouders begraaf. Waarin ik in dankbaarheid alles wat me gegeven is op het spel durf te zetten, eindelijk: Boek 1, Mijn hemelbestormende debuutroman.

Martin Rombouts is geboren op 14 december 1992 in Rotterdam. Hij is dichter, schrijver en theatermaker. Hij studeerde Creative Writing aan ArtEZ en werd geselecteerd voor het Slow Writing Lab van het Nederlands Letterenfonds. Hij maakt deel uit van BOYBAND, de literaire boyband, en won het 21e seizoen van De slimste mens.

Bijpassende boeken en informatie

Emma Holten – Tekort

Emma Holten Tekort recensie en informatie boek van de Deense schrijfster en activiste over hoe een feministische economie ons leven rijker kan maken. Op 7 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij De Geus de Nederlandse vertaling van Underskud, het boek van de uit Denemarken afkomstige mensenrechtenactivist, feminist en schrijver Emma Holten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Emma Holten Tekort recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van tekort, Hoe een feministische economie ons leven rijker kan maken, geschreven door Emma Holten, Deense mensenrechtenactivist, feminist en schrijver, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Een must-read.” (Kate Raworth, auteur van Donuteconomie)
  • “Een van de belangrijkste feministische stemmen van de 21ste eeuw.” (Sofie Hagen)

Recensie van Monique van der Hoeven

“Vrouwen zijn een kostenpost voor de samenleving” – deze zin, die heel feitelijk werd gepresenteerd, zette de Deense mensenrechtenactivist en feministe Emma Holt aan tot het schrijven van het boek Tekort. Een goede zet, want het boek maakt een heleboel inzichtelijk over hoe onze huidige economie functioneert en blijvende ongelijkheid creëert.

Ik ben helemaal niet onderlegd in de economie, maar las het boek met groeiende verbazing en met interesse. Emma Holt maakt inzichtelijk dat een heleboel economische strategieën worden gepresenteerd als “waarheid”, maar dat helemaal niet zijn. Ze zijn namelijk gebaseerd op theoretische modellen en niet op realiteit. Economische wetenschap wordt op die manier een taal met veel macht. Een taal die bepaalt hoe waarde binnen een samenleving wordt bepaald.

Er wordt allereerst van uitgegaan dat iedereen gelijke kansen heeft en dat iedereen vrij is om die kansen te benutten. Tegelijkertijd worden zorgtaken niet meegenomen in metingen en ze worden al zeker niet vertaald naar waarde. Ze stelt de “zorgcrisis” aan de orde die heerst in onze tijd: hoe is het mogelijk dat die er is in een tijd met zoveel welvaart?

Economie blijkt dus lang niet de eenduidige tak van wetenschap die de meeste mensen denken en die politici gebruiken om hun ideeën te verkopen. Holt legt in het boek meerdere uit hoe een feministische economie, waarin zorgtaken wel gewaardeerd en meegenomen worden, voor ons allemaal beter zou zijn.

Ik vond het, ondanks de duidelijke poging om het toegankelijk te maken voor “leken” – geen gemakkelijk boek en ik heb er lang over gedaan om het uit te lezen. Toch vind ik dit een belangrijk boek: het heeft me inzichten gegeven in hoe dingen ons worden voorgespiegeld als “normaal” en “nodig” die heel goed op andere manieren vormgegeven zouden kunnen worden. Ook heeft het me laten zien wat de macht is van “economie als een vaststaand feit” neerzetten – het heeft impact op allerlei lagen in de samenleving. Ik vond het dus zeker een leerzaam boek en ik hoop dat het veel mensen bereikt en wat verder wakker schudt. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Emma Holten Tekort

Tekort

Hoe een feministische economie ons leven rijker kan maken

  • Auteur: Emma Holten (Denemarken)
  • Soort boek: feministisch economieboek
  • Origineel: Underskud (2024)
  • Nederlandse vertaling: Lammie Post-Oostenbrink
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 7 maart 2025
  • Omvang: 266 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 11,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek over de voordelen van de feministische economie van Emma Holten

Zonder vrouwen is onze economie ten dode opgeschreven.

Sinds de verlichting hebben economen een waardenkader gecreëerd dat neerkijkt op vrouwen en zorgarbeid. Omdat zorgtaken niet gemeten konden worden, werden ze onzichtbaar. En dit heeft gevolgen voor ons allemaal. In Tekort laat Holten zien hoe het anders kan.

Als we de dingen die ertoe doen niet op de juiste waarde schatten, hoe kunnen we dan een betere toekomst opbouwen.

Emma Holten is geboren op 29 mei 1991. Ze is een Deense mensenrechtenactivist, feminist en schrijver. In 2014 werd ze internationaal bekend met haar project Consent over haar eigen ervaring met digitaal seksueel geweld. Tekort is haar debuut, dat jubelend werd ontvangen en meteen een bestseller werd.

Bijpassende boeken

Esther Jansma – We moeten ‘misschien’ blijven denken

Esther Jansma We moeten ‘misschien’ blijven denken recensie en informatie van de laatste dichtbundel van de op 23 januari 2025 overleden Nederlandse dichteres. Op 15 november 2025 verschijnt bij uitgeverij Prometheus het boek met nieuwe gedichten van Esther Jansma. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Esther Jansma We moeten ‘misschien’ blijven denken recensie van Tim Donker

Dat de dingen gaan zoals ze gaan
Dat de dingen gaan
Dat dingen gaan zoals ze misschien helemaal niet gaan

En hier is hoe de dingen gaan.

Je doet iets, en het loopt op niets uit, en je doet het nog eens, en weer wordt het niks. Maar er is een verlangen, je blijft doen wat je doet, ooit wordt het iets, ooit wordt het warmer dan vandaag, subtropisch wellicht, ooit zal het wiegen, mogelijkerwijs alleen maar in je hoofd, noem het hoop, zeg dat dat voorlopig genoeg is.

Niet alleen de dingen gaan.

Een vader en een moeder kunnen gaan, uit elkaar dat is, dan zijn er voor jou ineens twee plekken waar je heen kunt, dan kun je doen alsof het huis van de vader het amstelhotel is, en dat jij dan een prinses was, zou dat niet een plan kunnen zijn, want je moet plannen blijven maken, ook de plannen moeten gaan, hoe meer plannen je maakt hoe vrolijker je wordt.

En duiven gaan, en slapeloosheid gaat, en zwajen met je benen als je op de rand van je bed zit gaat, dingen zien, het waarnemen gaat, dingen denken, gedachten gaan, Wat past er veel in zoon hoofd denken gaat, en weten dat ook met die gedachte het hoofd nog niet vol is. Dus is er altijd het Hoofd dat dingen zegt en denkt. En als er een Hoofd is kan er ook een Romanticus zijn, en iemand die ouder is dan jij en van dat ouder zijn een karakter boetseert, noem je Oud. Dan kan er een trialoog gaan, een trialoog tussen Hoofd en Romanticus en Oud.

Zoals het beweegt in We moeten ‘misschien’ blijven denken, zette Jansma me ook nogal eens op het verkeerde been. Er waren gedichten die ik al bijna voor kinderversjes hield. Eitjes die praten met kuikentjes; en er zijn lieve porseleinen poppetjes in een fabriek. De vader en moeder die uit elkaar gingen, en dan hield ik de gesprekken tussen Hoofd en Romanticus en Oud al even voor gesprekken tussen drie kinderen, een avondje alleen thuis, vader in zijn eigen huis alias het amstelhotel en moeder naar het theater, wie weet, de oudste neemt de leiding, zoals dat gaat neemt elk kind zijn vaste rol aan, of die rol hem nu past of niet, dat is hoe de hiërarchie werkt van oudste en middelste en jongste, en zo werden de personages getypologiseerd tot Hoofd, Romanticus en Oud. Waar de gesprekken ineens gaan over chemo, haaruitval en dood, begint het dan te scheuren.

Of stel je een personeelsuitje voor, een personeelsuitje op een boot, en de boot zinkt: dat is ook hoe een einde kan gaan.

Daartegenover de oerknal die ging. En dan ontstaan tijdperken. Misschien, ergens, een dictatuur.

Dat is hoe de dingen gaan, hoe ze ontstaan, hoe ze vergaan, en daartussen. Daartussen vliegt het. Vliegt het alle kanten op. Jansma heeft geen deeltjesversneller nodig om de dingen onophoudelijk op elkaar te laten botsen: wat je tegenkomt, ramen openen, liedjes, gapen, antwoord geven, zomaar een eind wegouwehoeren, dzeza’s, teta’s, mu’s, nu’s, aargh, weggaan uit je huis en hoe dat huis dan ophoudt jouw huis te zijn, weggaan uit je lichaam en hoe dat lichaam er dan nog heel even is, weggaan uit het leven, en heel dat leven is er nog, zonder jou, het hele leven blijft en begint.

Want dat is hoe de dingen gaan.
Dat is hoe gedichten gaan.
Dat is hoe een dichtbundel gaat.

Of deze dichtbundel toch. Zacht, teder, ontroerend, klein, groter dan het leven, over alles, over iets, over klein zijn, over de grote gelijkmaker, met humor, met liefde, met licht, met duister. Esther Jansma is er helaas niet meer maar god wat laat zij een rijk en wonderschoon oeuvre na.

Esther Jansma We moeten 'misschien' blijven denken

We moeten ‘misschien’ blijven denken

  • Auteur: Esther Jansma (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 15 november 2024
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 20,00 / € 11,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de laatste dichtbundel van Esther Jansma

In haar elfde en misschien laatste poëziebundel richt Esther Jansma het vizier op de (on)eindigheid van het bestaan. Centraal staat het afscheid nemen van het vanzelfsprekende: gezondheid, toekomst, leven. Dit thema wordt uitgewerkt in een waaier van gedichten die het spectrum bestrijkt van maatschappelijk engagement tot mystiek. De drie spreekstemmen uit haar met de Halewijnprijs bekroonde bundel Picknick op de wenteltrap (1997) leveren door de hele bundel heen in korte, tragikomische dialogen commentaar op wat er gaande is.

Esther Jansma is geboren op 24 december 1958 in Amsterdam. Behalve poëzie publiceerde ze de feministische essaybundel Mag ik Orpheus zijn? (2011). Hiernaast publiceerde ze in samenwerking met Wiljan van den Akker twee bundels met vertalingen van de Amerikaanse dichter Mark Strand (2007 en 2011) en de magisch-realistische roman De Messias (2015).

Voor haar poëzie ontving Jansma onder andere de VSB Poëzieprijs, de Jan Campert-prijs en de Adriaan Roland Holstprijs. Eind vorig jaar werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor haar waardevolle bijdrage aan de poëzie en dendrochronologie.

Op 23 januari 2025 overleed Esther Jansma in een hospice in Utrecht en werd 66 jaar oud.

Bijpassende boeken en informatie

Alasdair Gray – Arm ding

Alasdair Gray Arm ding recensie en informatie over de Schotse roman uit 1992. Op 6 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de roman Poor Thing van de uit Schotland afkomstige schrijver Alasdair Gray. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver, de vertaler en over de uitgave.

Alasdair Gray Arm ding recensie en informatie

  • “Geestig en heerlijk geschreven.” (New York Times)
  • “Een schitterend, levendig, grappig, vies, intelligent boek.” (London Review of Books)
  • “De grootste Schotse romanschrijver sinds Sir Walter Scott.” (Anthony Burgess)

Arm ding recensie van Tim Donker

Hoe veellagig kan film zijn, weet jij dat?, en waarom moet beeld altijd voorop? Arm ding, ik kursiveer dit nu maar op de site staan titels nooit kursief dus waarom doe ik eigenlijk moeite maar goed, Arm ding dus, is  verfilmd & dan zegt iets, dan zegt iemand, dan zegt één of andere zwakbegaafde Vond je de film Poor things vreemd? Dat is het boek ook, alsof het vanzelfsprekend is dat je de film natuurlijk hebt gezien al lang voor je er überhaupt maar aan kon denken om het boek te lezen, en men vindt zulke zever dan klaarblijkelijk nog zijflapwaardig ook nog ook, waar gaat het heen als zelfs uitgevers als stilzwijgend onderschrijven dat de verfilming voor elke gemiddelde lezer ook al voor het boek uit gaat, ik zag de film ik vond die beter dan het boek maar het was alweer de butler die het had gedaan dat dacht ik al, & alleen vroeger, in mijn late tienerjaren, toen we al in Eindhoven woonden want toen hadden we een videorecorder en een videotheek op loopafstand, keek ik regelmatig films en dan, inderdaad, meestal verfilmingen, van boeken van Stephen King want iets anders las ik niet in die jaren, en dan zaten we, mijn moeder en ik, op de bank met koffie en koek of met wijn en nootjes (o alleen God weet hoe erg ik mijn moeder mis) en dan begon ik, vaak al in het begin maar nooit later dan ergens halverwege, aan een lange verhandeling die ik inluidde met “Dat is in het boek helemaal anders”, en dan hoorde ik mijn moeder al zuchten want die had een hekel aan mijn exposés over hoe het boek veel beter was dan de film en net dat maakte het voor mij des te leuker om ermee door te gaan, tot ik het zelf zat werd, en later werden we die films ook zat, en nog weer later bevond ik me op een opleiding waar ik als cineast vanaf zou komen, dacht ik, want dat leek me het hoogst haalbare op die opleiding maar in mijn leven was films maken ten beste plan B, en nog weer later was ik niks niemendal alleen maar een vader een postbezorger een muziekliefhebber een mens en een lezer, een lezer met een boek, een boek dat Arm ding heet en dat verfilmd is, en ik vraag me af hoe, hoe meerlagig dit boek is, en hoe meerlagig film uiteindelijk kan zijn.

Waarschijnlijk heeft Yorgos Lanthimos de hoofdtekst van Arm ding als uitgangspunt genomen want dat kun je lekker vet aanzetten, maar zelfs die hoofdtekst is al tamelijk meerduidig. (dat is al één ding dat ik haat aan verfilmingen, wittenie, dat je zit te kijken naar een tot eindgeldig verklaarde interpretatie van die ene der vele lezers). We bevinden ons ergens aan het eind van de negentiende eeuw en Godwin Baxter is een, lawwezeggûh, “excentrieke” wetenschapper. Van kindsbeen af opgeleid in de mediese kunst door zijn al even eigengereide vader heeft Baxter het hoogst maryshelleyekse bereikt – hij is nu levensschepper. Shelleys meisjesnaam was, ja, Godwin; Grays roman zit stampensvol met dit soort knipoogjes. Op een avond springt de hoogzwangere Victoria in de Clyde waardoor zij komt te overlijden. Ze is het zat, zo zullen we later in het boek leren; ze is haar leven zat: haar gewelddadige, gevoelsarme vader; haar dominante, normatieve, bekrompen man, een militair van grote faam; het keurslijf waarin ze gedwongen wordt. Victoria’s lijk wordt opgevist door een vriend van Baxter, een vent wiens baan het is om lijken uit de Clyde op te vissen! De man tipt Baxter en die komt het lijk halen, snijdt de foetus uit het lijf van Victoria en via een operatie weet hij de hersens van de ongeboren baby in het hoofd van Victoria te plaatsen en deze laatste uiteindelijk weer tot leven te wekken. Een volwassen vrouw met een markant litteken boven op haar hoofd, de hersens van een baby, de vrolijkheid en onbevangenheid van een kind in een -kennelijk- aantrekkelijk vrouwenlichaam, jajaja, ik kan me de kolderieke scènes reeds voorstellen! Kostuumdrama met kolderieke, kleurrijke personages die ongebruikelijke koppen hebben – op zeker het soort film waarvoor de akteurs langer in de griem zitten dan dat ze bezig zijn met akteren. Hoe ook, huisvriend Archibald McCandless, ook een dokter, treft de inmiddels tot Bella omgedoopte Victoria op een dag aan achter de pianola, uitzinnig, extaties, volkomen opgaand in haar spel (en nu we het toch over beeld hebben: bij deze passage zag ik Henryk Górecki voor me – hoe die, in een documentaire van Reinbert de Leeuw, zingend, swingend, achter de piano zat, in mijn herinnering speelde hij Pools volkswijsje maar dat laatste weet ik niet meer zeker) & hij is direkt verkocht. Liefde bloeit op, dan en daar, een weinig later al besluiten “Bella” en Archibald te trouwen.

Een bizarre, sprookjesachtige liefdesgeschiedenis ja ik zie de film al voor me. Maar dat is maar de eerste laag. Want evengoed kun je in Arm ding een feministies pamflet lezen over de door de man gemaakte of minimaal toch gevormde vrouw. De door man en vader onder de duim gehouden Victoria krijgt in een twede leven opnieuw pas in mannenhanden gestalte: eerst door Baxter als levensschepper en opvoeder en later aan de zijde van McCandless waar zij misschien in de eerste plaats echtgenote heeft te zijn, hoezeer McCandless haar ook haar eigen pad als medicus gunt. In de hoofdtekst heeft de lezer naar dat laatste vooral het raden. Ze is begaan met de zwakken, met vrouwen en sexualtiteit, met abortus maar het blijft bij snelle blikken in de toekomst daar het verhaal afbreekt nog voor “Bella” McCandless haar professionele ambities ten volle waar kan maken. Ergens, zo’n beetje voor het midden van de roman, wordt “Bella” (dan nog) Baxter geschaakt door Duncan Wedderburn, een achterbakse, weke, gluiperige en neurotiese advocaat. Schaken is misschien niet helemaal het goede woord; “Bella” is niet erg gekant tegen het reisje over de wereld dat Wedderburn haar voorspiegelt. Aan zijn zijde, met hem, maar vooral ook zonder hem, ontdekt “Bella” haar sexualiteit. Vrouwelijke lustgevoelens; de vrouw de baas over haar eigen sexualiteit; hoe een intelligente, leergierige, vrolijke, empathische vrouw ook doorlopend “geil” kan zijn; we hebben niet perse een Simone de Beauvoir nodig om daar iets van te vinden. Maar zou Lanthimos ook dit lijntje hebben opgepikt?

En dan. Arm ding is wel erg grotesk. Aan het einde zit een scene waarin Victoria’s vader en voormalig echtgenoot hun opwachting maken & de degens worden gekruist. Gray gebruikt zulke dikke lage verf voor zijn vertelling dat het niet anders kan of iets wordt hier gepercifleerd of op zijn minst gepasticheerd. De negentiende-eeuwse roman, de kostuumfilm (kon Gray al op zijn klompen aanvoelen dat Arm ding ging verfilmd worden?), heel dat duister-romantiese sfeertje, er worden, dunkt me, draken mee gestoken; een “hilarische” (als er één stukgebruikt rotwoord is!) “politieke allegorie” misschien niet, maar duidelijke aanwijzingen dat je het niet allemaal bloedserieus moet nemen, lijkt Gray toch wel te geven.

En dat is maar de hoofdtekst! Want neem dit. Arm ding is je bekende “gevonden manuscript”; Gray heeft het niet geschreven, alleen maar bezorgd! Schrijver van de hoofdtekst is Archibald McCandless, ja. Voor de volledigheid laat Gray McCandless tekst uitluiden met een brief van Victoria McCandless aan het nageslacht; haar kleinkind die de roman en brief misschien ergens in de jaren zeventig van de twintigste eeuw zal lezen. Uit die brief valt op te maken dat er niks klopt van alles wat we tot nog toe hebben gelezen. Godwin Baxter was geen gekke geleerde, Victoria werd niet uit de dood opgewekt, Wedderburn was geen schurk en Archibald McCandless al zeker niet de innemende, verlegen, warmbloedige romanticus zoals we die op de voorgaande bladzijden hebben leren kennen. Alles ging helemaal anders. En ik las dat en in eerste dacht ik hum en tsss en hmm. Wie wil iets moois zien, en dan iemand naast zich hebben die al die schoonheid gaat kapotanalyseren? Maar bij verdere lezing blijkt de brief van Victoria McCandless een zoveelste laag. Misschien krijg je als lezer nog wel een veeg uit de pan. Misschien ben je toch wel latent misogyn als je Archibald McCandless een sympathieke figuur vond, of als je de vrolijke, lieve, maar vooral erg kinderlijke “Bella” Baxter iets aantrekkelijks vond hebben. Sja. Das dan misschien de eerste keer dat schoonheidsbeleving een suspekt bijsmaakje krijgt en dat in zichzelf is al iets wat weinigen Gray zullen nadoen.

Pas in het allerlaatste deel neemt Gray zonder mombakkes de pen op: hij is degene die het boek als geheel annoteert, inkleurt en kadreert. Andermaal wordt de lezer met vragen geconfronteerd. Is dit Grays ultieme poging tot historisering van Arm ding? Of wordt hier de geschiedschrijving in zichzelf op de korrel genomen? Uiteindelijk is immers alles fictie, wetenschap evengoed als religie. Alles is maar verhaal voor de mens om vat te krijgen op dat wat hem omringt.

Te denken, is wat Arm ding geeft. Ik vond het boek niet vreemd. Ik vond het boek prikkelend. Het boorde aan. Filosofie. Politiek. Dingen. Het leven. Alles. Ja. Dat is wat het is. Een boek over alles.

Alasdair Gray Arm ding

Arm ding

  • Auteur: Alasdair Gray (Schotland)
  • Soort boek: Schotse roman
  • Origineel: Poor Things (1992)
  • Nederlandse vertaling: Robbert-Jan Henkes
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 6 maart 2025
  • Omvang: 336 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Winnaar Whitbread Novel Award
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman uit 1992 van Alasdair Gray

De wetenschappelijke ambitie van Godwin Baxter om de perfecte metgezel te creëren lijkt werkelijkheid te kunnen worden wanneer hij het verdronken lichaam van de mooie Bella Baxter vindt dat hij weer tot leven weet te wekken. Zijn droom wordt echter gedwarsboomd door de jaloerse liefde van dr. Archilbald McCandless voor zijn creatie. Maar wat denkt Bella ervan?

Arm ding is tegelijkertijd een satirische versie van de klassieke Victoriaanse roman en een hilarische politieke allorgie over de onverenigdbaarheid van de verlangens van de mannen en de onafhankelijkheid van vrouwen.

Alasdair Gray (28 december 1934, Riddrie, Glasgow, Schotland – 29 december 2019, Shieldhall, Glasgow) is een Schotse schrijver en kunstenaar. Zijn magnum opus Lanark verscheen in 2017 in Nederlandse vertaling bij Koppernik. Hij wordt beschouwd als een klassieker en werd door The Guardian “een van de mijlpalen van de twintigste eeuw” genoemd. Arm ding (1992) won de Whitbread Novel Award en de Guardian Fiction Prize en werd in 2023 verfilmd door de Griekse filmregisseur Yorgos Lanthimos.

Bijpassende boeken en informatie

Esther Freud – De kleur van henna

Esther Freud De kleur van henna recensie en informatie over de inhoud van de debuutroman van de Engelse schrijfster. Op 5 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Orlando de Nederlandse vertaling van Hideous Kinky de verfilmde debuutroman uit 1992 van de uit Engeland afkomstige schrijfster Esther Freud. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Esther Freud De kleur van henna recensie en informatie

  • “Sla het boek open en begin, en je zult meteen gecharmeerd, daarna geïntrigeerd en uiteindelijk ontroerd zijn door dit fascinerende verhaal.” (The Spectator)
  • “De kleur van henna heeft een verrukkelijke lichtheid […] het landschap sprankelt aanlokkelijk en de minder belangrijke personages steken er levendig tegen af. Bedelaars, herders, idioten, dubieuze Marokkaanse en excentrieke Europese dames worden liefdevol en met humor beschreven.” (Times Literary Supplement)

De kleur van Henna recensie van Monique van der Hoeven

Van Esther Freud las ik eerder met veel plezier het boek Hoeveel ik van je hou. De kleur van Henna is haar debuutroman uit 1991, in Nederlandse vertaling uitgegeven door Uitgeverij Orlando in 1994 en nu, opnieuw, in 2025. Het verhaal van dit boek is verfilmd onder de naam Hideous Kinky (wat ook de oorspronkelijke titel van het boek is) met Kate Winslet in de hoofdrol.

De Britse schrijfster Esther Freud is de achterkleindochter van Sigmund Freud en de dochter van kunstenaar Lucian Freud.

Wat een heerlijk boek is De kleur van henna. Het leest alsof je zelf op vakantie gaat naar het kleurrijke Marrakech. Vanaf pagina 1 ben je er bij, als een jonge Engelse vrouw (in het boek “mama”) met haar beide dochters in een hippiebusje naar Marrakech vertrekt – op zoek naar vrijheid en avontuur. Ik las het boek dan ook in één ruk uit.

Bijzonder is dat het verhaal wordt verteld door de ogen van een 5 jarig meisje. Ze beleeft alles intens en geeft vaak haar eigen draai aan dingen. Ze kijkt op tegen haar zus Bea, die al naar school mag. Dit  maakt alles nog extra magisch en sprookjesachtig. Het gezin neemt haar intrekt in een huis in de Joodse wijk, er wordt gekookt op een klein houtkacheltje en dagelijks gaan ze naar de markt, waar kleurrijk volk rondloopt en werkt. Ze kopen kaftans om te dragen en de haren van de meisjes worden in de henna gezet. Behalve dat is er weinig verloop in het verhaal, het zijn gewoon dagelijkse beslommeringen. En juist dat maakt het boek zo uitnodigend!

Esther Freud heeft hierbij ongetwijfeld geput uit haar eigen jeugd, die ze deels doorbracht in Marokko.

Een roman waar ik geen afscheid van wilde nemen… ik was graag nog even met dit bijzondere gezin meegereisd. De roman is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Esther Freud De kleur van henna

De kleur van henna

  • Auteur: Esther Freud (Engeland)
  • Soort boek: Engelse roman, debuutroman
  • Origineel: Hideous Kinky (1992)
  • Nederlandse vertaling: René Kurpershoek
  • Uitgever: Uitgeverij Orlando
  • Verschijnt: 5 maart 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 16,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de debuutroman van Esther Freud

De kleur van henna, succesvol verfilmd als Hideous Kinky, met Kate Winslet in de hoofdrol, is het onweerstaanbare verhaal van een Engelse hippiemoeder die in een opwelling besluit om het grauwe Londen van 1972 te ontvluchten en met haar twee jonge dochters naar Marokko te verhuizen.

Het avontuur dat volgt voert hen langs kleurrijke markten, vervallen hotels en mystieke soefi-retraites, via vriendschappen en vetes, affaires met nomadische straatartiesten, urenlang liften langs stoffige wegen en nachtenlang kamperen aan de kust – dit alles gezien door de ogen van een vijfjarig meisje.

Herontdek deze meeslepende moderne klassieker over de geest van vrijheid, vol met de beelden, geuren, kleuren en smaken van het Marokko van de twintigste eeuw.

Esther Freud is geboren in 1963. Ze is de dochter van
de kunstenaar Lucian Freud en achterkleindochter van Sigmund Freud. Als kind van maar anderhalf jaar reisde ze door Marokko met haar oudere zus Bella en hun moeder. Haar debuutroman uit 1992
Hideous Kinky, vertaald als De kleur van henna, werd succesvol
verfilmd. Van Esther Freud verschenen onder andere de romans Bestrijd de vossen, Huis in zeeZomer in Gaglow, Liefdesval en Hoeveel ik van je hou.

Bijpassende boeken en informatie