Alle berichten van Redactie

Joris van Casteren – Eenzaamheid

Joris van Casteren Eenzaamheid recensie en informatie over de inhoud van dit nieuwe boek. Op 8 april 2021 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige Bij de het nieuwe boek van de Nederlandse schrijver Joris van Casteren.

Joris van Casteren Eenzaamheid recensie en informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van Eenzaamheid.  Het boek is geschreven door Joris van Casteren. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van het nieuwe boek van de Nederlandse schrijver Joris van Casteren.

Joris van Casteren Eenzaamheid Recensie

Eenzaamheid

  • Schrijver: Joris van Casteren (Nederland)
  • Soort boek: non-fictie
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 8 april 2021
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het nieuwe boek van Joris van Casteren

Het thema eenzaamheid laat niemand onberoerd. Joris van Casteren is er, misschien omdat hij als baby wekenlang in een couveuse lag, afgescheiden van enig menselijk contact, door gefascineerd: in al zijn boeken komt het thema in verschillende gedaanten aan de orde.

In 2018 trad hij aan als coördinator van de stichting De Eenzame Uitvaart, die overledenen zonder familie of sociaal netwerk een bijzonder saluut brengt met een persoonlijk gedicht. De wereld van eenzame mensen, die normaal volstrekt onzichtbaar is, ging hiermee voor hem open.

In Eenzaamheid biedt Van Casteren een uniek inkijkje in zijn grote fascinatie, die in deze tijden van corona nog pregnanter is geworden. In een combinatie van wonderlijke anekdotes en maatschappelijke en literaire bespiegelingen belicht hij het raadselachtige verschijnsel eenzaamheid van verschillende kanten. Daarnaast is het ook een persoonlijk relaas over de liefde voor een celliste uit Philadelphia die een einde maakte aan zijn eigen eenzaamheid.

Bijpassende boeken en informatie

Elizabeth Bowen – Selected Stories

Elizabeth Bowen Selected Stories recensie en informatie verhalenbundel van de Iers-Engelse schrijfster samengesteld en ingeleid door Tessa Hackley. Op 8 april 2021 verschijnt bij uitgeverij Vintage Classics deze bundel met verhalen van de Iers-Engelse schrijfster Elizabeth Bowen.

Elizabeth Bowen Selected Stories recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de verhalenbundel Selected Stories. Het boek is geschreven door Elisabeth Bowen. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van het boek met een selectie van de verhalen van de Iers-Engelse schrijfster Elizabeth Bowen, samengesteld en ingeleid door Tessa Hackley.

  • “Bowen’s stories are novels that have been split open like rocks and reveal the glitter of the naked crystals which have formed them.” (Vogue)

Elizabeth Bowen Selected Stories Recensie

Selected Stories

  • Schrijfster: Elizabeth Bowen (Ierland, Engeland)
  • Soort boek: verhalen
  • Ingeleid en samengesteld door: Tessa Hackley
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Vintage Classics
  • Verschijnt: 8 april 2021
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol

Flaptekst van het boek met verhalen van Elizabeth Bowen

A girl shares her secret den. A couple stroll through a ruined city. A man walks into a ladies’ hat shop. A teacher dreams of killing her pupil.

Spanning the 1920s to the post-war years, this new selection brings Elizabeth Bowen’s finest short stories together for the first time. Elegant and subtle, they showcase Bowen’s ability to evoke ineffable emotions – grief, nostalgia, self-consciousness, dread – and combine remarkable psychological insight with vivid settings, from the countryside of Bowen’s native Ireland to the streets of her London home after the Blitz.

Encompassing characters from many walks of life and a vast array of moods, these are intricate journeys of domesticity and discovery, of the homely and uncanny, of the mind and body.

Bijpassende boeken en informatie

Lana Bastašić – Vang de haas

Lana Bastašić Vang de haas recensie en informatie over de inhoud van deze Bosnische roman. Op 8 april 2021 verschijnt bij Uitgeverij Meulenhoff de Nederlandse vertaling van de roman Uhvati zeca van de Bosnische schrijfster Lana Bastašić.

Lana Bastašić Vang de haas recensie en informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden de roman Vang de haas. Het boek is geschreven door Lana Bastašić. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud de beroemde roman uit Bosnie en Herzegovina van de Bosnische schrijfster Lana Bastašić.

Sara woont al jaren in Dublin samen met haar vriend Michael, ooit vertrokken uit Bosnië, nu geland in Ierland.  Dan, out of te blue, na twaalf jaar ineens een telefoontje van haar Bosnische jeugdvriendin Lejla. Het is alsof het met het horen van de stem uit het verleden, als onschuldig onkruidje uit het verleden, een heel woud aan letters en woorden naar boven kwamen. “Een complete taal die diep in mij begraven lag, een taal die geduldig op dat ene woordje wachtte om zijn versteende ledematen uit te rekken en op te staan alsof hij nooit had geslapen” blz.9.  Ja, zij kan wel schrijven deze Lana Bastasic. Haar uitgewiste, bedolven, verborgen verleden, misschien beter, haar genegeerde verleden grijpt haar direct bij haar strot. Vooral haar relatie met Lejla geeft direct onrust, leidt tot vragen, tot ongemak. Sara moet gelijk naar Zagreb komen, om Armin, de broer van Lejla, die lang geleden, al tijdens de eerste tekenen van onrust in Joegoslavië verdween,  in Wenen is opgedoken en Lejla wil er direct heen. Blijkbaar kan dat alleen met Sara.  Of Sara dan maar even naar Zagreb vliegt, Lejla ophaalt in Mostar en zij dan samen de roadtrip naar Wenen zullen maken.

Neteen zijn de verhoudingen duidelijk. Lejla bepaalt de regels, de route, de sfeer, de gesprekken onderweg. Sara heeft duizend vragen, wil terugkijken, bevestigd krijgen of het beeld dat zij ooit van haar vriendin opbouwde klopt. Lejla heeft deze behoefte niet. Leeft in het hier en nu lijkt het. Maar klopt dat wel?

In elk hoofdstuk van deze roadtrip  beschrijft Bastasic het heden en het verleden. Is het deze vrouwen echt gelukt hun verleden achter zich te laten? En hoe heeft de oorlog, die niet in hun stad maar om hen heen voortwoekerde hun vriendschap gekleurd? Hoe was het dat de buurthonden werden afgemaakt en ritueel werden begraven? Waarom werd Armin daarmee in verband gebracht en moest hij verdwijnen? Wat gebeurde er toen Lejla haar naam veranderde om minder Moslim te lijken. Waarom moest Sara op latere leeftijd ineens gedoopt worden? En wat was nu toch precies de aanleiding dat hun vriendschap niet meer werkte? Tijdens de reis van deze vriendinnen lijkt het dat de verhoudingen niet echt veranderd zijn. Sara loopt op eieren, volgt Lejla haar stemmingen, wordt keer op keer geconfronteerd met haar destructieve houding, het lijkt of alles kapot moet. Liever jezelf kapot maken dan kapot gemaakt worden.

Prachtige en indringende roman over de oorlog in Bosnië, terwijl die oorlog nauwelijks in voorkomt

Zo wordt onderweg langzaam duidelijk wat hun vriendschap heeft betekent. Hoe Sara Lejla nodig had als voorbeeld van onafhankelijkheid, om haar autonome denken en handelen, wat deze vriendschap voor haar heeft betekend, hoe het haar gevormd heeft. Voor Lejla, die zich als superslim moslimmeisje zijnde haar eigen plan moest trekken. Hebben zij elkaar wel altijd goed begrepen tijdens deze hechte vriendschap. En was het niet zo dat het gif van een op handen zijnde oorlog al langzaam maar zeker een einde zou maken aan het schijnbaar onaantastbare vriendschap tussen deze twee meiden? En is het mogelijk om zo’n zwarte geschiedenis achter je te laten? Of je nu emigreert of om welke reden dan ook nooit  vertrekt, Bosnië achter laten blijkt per definitie onbegonnen werk.

De debuutroman, Vang de haas van Lana Bastašić. is een prachtige en indringende roman over de oorlog in Bosnië, terwijl er nauwelijks over deze oorlog wordt geschreven. De haas blijkt geen haas, en ja  over de Haas van Dúrer, het raadsel of die nu dood was of leefde tijdens het schilderen, daarmee eindigt denk ik dit verhaal over een nog steeds voortdurende dramatische geschiedenis in Bosnië. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Lana Bastašić Vang de haas Recensie

Vang de haas

  • Schrijfster: Lana Bastašić (Bosnië en Herzegovina)
  • Soort boek: Bosnische roman
  • Origineel: Uhvati zeca (2018)
  • Nederlandse vertaling: Pavle Trkulja
  • Uitgever: Meulenhoff
  • Verschijnt: 8 april 2021
  • Omvang; 240 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol
  • Winnaar The European Prize for Literature
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)

Waardering van de roman Vang de haas

  • “Vang de haas benadert het thema van identiteit op een originele manier. Wij vertrouwen erop dat dit verhaal zijn weg zal vinden naar nieuwe lezers in andere landen en dat het kan helpen om de duistere erfenis van de oorlogen na de opheffing van Joegoslavië te verlichten.” The European Prize for Literature (uit het juryrappot)

Flaptekst van de roman van de Bosnische schrijfster Lana Bastašić

Een dynamisch en ontroerend verhaal over vriendschap, volwassen worden en de invloed van de Balkanoorlog in de jaren negentig op een hele generatie.

Twaalf jaar nadat ze elkaar voor het laatst hebben gezien, krijgt Sara een telefoontje van Lejla, haar beste vriendin van vroeger. Sara woont al jarenlang in Dublin terwijl Lejla in hun moederland Bosnië is gebleven. Lejla vraagt haar naar Mostar te komen om haar te helpen Armin te vinden, Lejla’s broer die lang geleden vermist is geraakt. Sara twijfelt of ze wel moet gaan, ze noemt Dublin nu eindelijk haar thuis en ze voelt er weinig voor om terug te keren naar het land dat ze ontvluchtte vanwege de verschrikkelijke burgeroorlog. Maar diep vanbinnen weet ze dat ze toch dat vliegtuig in zal stappen, rechtstreeks terug naar haar verleden.

Vanuit Mostar vertrekken de vriendinnen op een roadtrip richting Wenen. Hun reis legt op prachtige en soms pijnlijke wijze de verschillen bloot tussen de jonge vrouwen die ooit zo’n sterke band hadden maar van wie de identiteit door de oorlog zo anders is gevormd.

Bijpassende boeken en informatie

Marian Engel – Beer

Marian Engel Beer recensie en informatie over de inhoud van deze Canadese roman uit 1976. Op 8 april 2021 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de roman Bear van de Canadese schrijfster Marian Engel.

Marian Engel Beer recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden de roman Beer. Het boek is geschreven door Marian Engel. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van deze bijzondere roman uit 1976 van de Canadese schrijfster Marian Engel.

Recensie van Mieke Koster

Lou, een zich stoffig voelende bibliothecaresse krijgt de kans haar mollenbestaan te ontvluchten. Al een tijd lang zat het leven haar tegen. Het leek erop alsof het leven in het algemeen de pik op haar had. Haar erudiete baan bij de archieven van Het Historisch Instituut verandert voor haar langzaam in een opslagruimte van vergeelde documenten. Zij onderzocht niet het verleden, zij werd het verleden. Dan is het zover. Het Instituut heeft het beheer gekregen over een erfenis van kolonel John William vernoemd naar zijn bezit Cary’s Island. Een onbewoond en ver afgelegen eiland ergens hoog in de Canadese wateren. Het blijkt dat hij een interessante bibliotheek heeft nagelaten. Een zonderlinge man met een brede interesse. En nu gaat Lou zijn bezit in kaart brengen en uitvinden of deze plek en geschikt zou zijn als bijvoorbeeld dependance van het Instituut.

Een achthoekig huis, een kamer vol boeken en een beer

Dan gaat ze op reis, op weg naar het hoge noorden. Haar verouderde wandelspullen en slaapzak ingepakt. Ze is er klaar voor en ze schrijft naar haar directeur dat zij zich als herboren voelt. Laat in de middag komt zij aan bij Homer Campbell, de winkelier aan de overkant van “haar” eiland. En ja, hij kan haar nog brengen en haar rondleiden door het prachtige landhuis , haar tijdelijk onderkomen. Wanneer hij op het punt staat het eiland te verlaten vraagt hij: ”Heeft iemand ook iets gezegd over de beer?” Dit werd haar koninkrijk: een achthoekig huis, een kamer vol boeken en een beer. Haar eerste confrontatie met de beer is meer onderzoekend dan dat er sprake is van een kennismaking. Haar analyse is; ongevaarlijk, onaantrekkelijk, geen bedreiging, meer een verslagen oude vrouw, die nachtenlang op haar echtgenoot ligt te wachten. Ik kan hem wel aan.

Marian Engel Beer Recensie

ze gaat aan het werk. Ze komt erachter dat er altijd al een beer is geweest op dit eiland, bij dit huis, en vind in veel boekwerken die zij catalogiseert briefjes met aantekeningen over de beer, over beren in zijn algemeenheid. Lou is niet echt een dierenliefhebber, en ontmoet bij Homer de oude vrouw die bevriend is met beer. “Praat met hem”, vertelt zij Lou, “en vooral poep met hem, dan vindt hij je aardig”. En zo, beetje bij beetje leert Lou met beer omgaan, geniet ze van hem, schiet in de lach wanneer ze met hem gaat wandelen. Zij krijgt vertrouwen in zichzelf en in beer. En ja, beer ook in haar. En beer hoeft niet meer de hele tijd aan de ketting en zo kan het gebeuren dat terwijl Lou boven hard aan het werk is, beer naar boven komt en zich voor de haard uitrekt en gaat liggen.

Over angst en eenzaamheid en over de troost die boeken kunnen geven. Prachtig!

Kom beer, naar buiten”, zegt Lou wanneer het bedtijd is. En dan loopt hij voor haar uit de trap af en gaat naar buiten. De volgende warme ochtend gaan zij samen zwemmen in het ijskoude water en wanneer zij uit het water stappen begint beer met zijn lange ribbelige tong haar rug te likken. Wat een sensatie. Oh hemel!” Boek, boek. Wanneer zulke dingen gebeuren, pak dan altijd een boek”blz 63. En zo vergeet zij bijna haar opdracht. Wat is zij hier aan het doen? Een romantische en/of seksuele relatie met beer aan het opbouwen of, wat was de opdracht ook al weer? En, is er in al die  boeken van John Cary en de Beer niet ergens een verband te vinden? Een ondefinieerbare intimiteit tussen hen, een schakel tussen verlangen en begeerte wat bereikbaar was? Blz. 92 En beer, hij likte , die roze tong raspte een beetje, warm en prettig en vreemd.” Oh Beer, beer, ik hou van je”

Marian Engel en Beer. Een prachtige roman over een onmogelijkheid en toch oh zo helder en geloofwaardig. Over het grote, bijna dierlijke verlangen, naar geborgenheid, veiligheid, en wellicht niet te dichten kloof tussen dat verlangen en het echte leven. De kloof tussen mannelijke en vrouwelijke seksualiteit, intimiteit. Over angst en eenzaamheid en over de troost die boeken kunnen geven. Prachtig, gewaardeerd met de maximale ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Beer

  • Schrijfster: Marian Engel (Canada)
  • Soort boek: Canadese roman
  • Origineel: Bear (1976)
  • Nederlandse vertaling: Barbara de Lange
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 8 april 2021
  • Omvang: 136 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)

Waardering voor de roman Beer

  • “Een verdomd goed boek; het is zelfs de beste Canadese roman allertijden.” National Post
  • “Beer werkt even eenvoudig als mysterieus als een sprookje. Het is een opmerkelijke tour de force.” New York Times
  • “Een overdonderend levendig verhaal over het verbodene, het ondenkbare, het nauwelijks voorstelbare.” Washington Post
  • “Een meeslepend verhaal … briljant en aangrijpend.” Publishers Weekly

Flaptekst van de roman van de Canadese schrijfster Marian Engel

Lou is een eenzame bibliothecaris die haar dagen doorbrengt in de stoffige archieven van het Historisch Instituut. Wanneer zich de mogelijkheid voordoet, grijpt ze haar kans om naar een afgelegen eiland in Noord-Ontario te reizen, waar ze de zomer zal doorbrengen met het catalogiseren van een bibliotheek die toebehoorde aan een excentrieke negentiende-eeuwse kolonel. In haar ijver om de eigenaardige geschiedenis van het landgoed te onderzoeken, ontdekt ze tot haar schrik dat het eiland één andere bewoner heeft: een beer.

Lou’s verbeelding wordt al snel in beslag genomen door vroegere bewoners van het eiland, wier diepe fascinatie met beren ze geleidelijk overneemt. Lou wordt onweerstaanbaar langs een pad van emotionele en seksuele zelfontplooiing geleid, terwijl ze de grenzen van haar dierlijke natuur opzoekt. Wat ze ontdekt zal haar leven voorgoed veranderen. Beer is nog even provocatief en krachtig als toen het voor het eerst werd gepubliceerd.

Bijpassende boeken en informatie

Yrsa Sigurðardóttir – De pop

Yrsa Sigurðardóttir De pop recensie en informatie over de inhoud van deze nieuwe IJsland thriller. Op 8 april 2021 verschijnt bij Uitgeverij Cargo de Nederlandse vertaling van Bruda nieuwe thriller van de IJslandse schrijfster Yrsa Sigurðardóttir.

Yrsa Sigurðardóttir De pop recensie en informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de thriller De pop. Het boek is geschreven door Yrsa Sigurðardóttir. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie vinden over de inhoud van deze nieuwe thriller van de IJslandse schrijfster Yrsa Sigurðardóttir.

Yrsa Sigurðardóttir De pop Recensie

De pop

  • Schrijfster: Yrsa Sigurðardóttir (IJsland)
  • Soort boek: IJslandse thriller
  • Origineel: Brudan (2018)
  • Nederlandse vertaling: Willemien Werkman
  • Uitgever: Cargo
  • Verschijnt: 8 april 2021
  • Omvang: 464 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)

Recensie en waardering voor de IJsland thriller

  • “Het bijzondere van IJsland is dat er hoogstwaarschijnlijk veel meer moorden plaatsvinden in thrillers dan in de werkelijkheid. Dat is zeker het geval nu er een aantal auteurs van het genre tot de internationale top behoren. Schrijfster Yrsa Sigurðardóttir is zeker een van deze topauteurs. Ook haar nieuwe thriller De pop is het lezen zeker waard. Sigurðardóttir blinkt uit in karakterschetsen en sfeertekeningen. Soms kiest ze er wel voor om een iets te ingenieuze plot te verzinnen waardoor er iets te veel moet worden uitgelegd aan het einde. Dat laatste is ook met De pop het geval en doet iets afbreuk aan de kwaliteit. Desalniettemin is de thriller spannend en goed genoeg om met plezier gelezen te worden.” (Allesoverboekenenschrijvers.nl, ∗∗∗∗∗)

Flaptekst van de nieuwe thriller van Yrsa Sigurðardóttir

Wanneer er een oude verweerde pop wordt gevonden in de netten van een vissersboot, neemt een vrouw die mee naar huis voor haar jonge dochter. Dit vriendelijke gebaar heeft echter grote gevolgen, en vijf jaar later worden in dezelfde oceaan de resten van een onbekend menselijk skelet gevonden. Maar in een land waar zowat iedereen elkaar kent lijkt het onmogelijk dat niemand weet van wie dit skelet kan zijn.

Terwijl de zoektocht naar de identiteit voortduurt, doet Huldar onderzoek naar de moord op een dakloze drugsverslaafde en houdt Freyja zich bezig met een vermeende kindermishandeling in een pleeggezin. Er is een getuige die de zaken met elkaar zou kunnen verbinden, maar zij is onvindbaar: het meisje dat jaren geleden de pop cadeau kreeg.

Bijpassende boeken en informatie

T.C. Boyle – Praat met mij

T.C. Boyle Praat met mij recensie en informatie nieuwe Amerikaanse roman. Op 8 april 2021 verschijnt bij Meridiaan Uitgevers de Nederlandse vertaling van de roman Talk to Me van de Amerikaanse schrijver T.C. Boyle.

T.C. Boyle Praat met mij recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden de roman Praat met mij. Het boek is geschreven door T.C. Boyle. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe roman van de Amerikaanse schrijver T.C. Boyle.

T.C. Boyle Praat met mij Recensie

Praat met mij

  • Schrijver: T.C. Boyle (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Amerikaanse roman
  • Origineel: Talk to Me (2021)
  • Nederlandse vertaling: Kees Mollema
  • Uitgever: Meridiaan Uitgevers
  • Verschijnt: 8 april 2021
  • Omvang: 352 pagina’s
  • uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe roman van T.C. Boyle

Sam, de tweejarige chimpansee die samen met de jonge wetenschapper Schemerhorn in een tv-show zijn opwachting maakt, kan in gebarentaal niet alleen een cheeseburger bestellen, maar ook zijn naam zeggen. Als een kind groeit hij op tussen onderzoekers en oppassers in Schemerhorns pleegfamilie. Wanneer de schuchtere Aimee erbij komt, ontstaat er tussen haar en Sam in korte tijd een zeer nauwe band; Sam lijkt zich tot een echt individu te ontwikkelen. De visie van Schemerhorn, die het menselijke in het dier ziet, maakt uiteindelijk geen school. Sam moet weg. Aimee bedenkt een krankzinnig plan om haar beste vriend te redden. T.C. Boyle onderzoekt de vraag of dieren meer op ons lijken dan we vermoeden en verpakt dit in een verrukkelijk verhaal.

T. Coraghessan Boyle (1948, Peekskill, New York) behoort tot de grote Amerikaanse schrijvers van nu. In de loop van zijn lange – en nog steeds productieve – schrijversleven won hij vele, vele prijzen, waaronder de PEN/Faulkner Award en de Lifetime Achievement Award. Hij woont in Santa Barbara.

Bijpassende boeken en informatie

Wolfgang Hilbig – Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig Oude afdekkerij recensie en informatie Duitse novelle uit 1991. Op 7 april 2021 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Alte Abdeckerei van de uit de DDR afkomstige Duitse schrijver Wolfgang Hilbig.

Wolfgang Hilbig Oude afdekkerij recensie en informatie

Zodra de roman gelezen is door de redactie, kun je op deze pagina recensie en waardering vinden van de novelle Oude afdekkerij. Het boek is geschreven door Wolfgang Hilbig. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden te vinden. Bovendien bevat deze pagina informatie over de inhoud van de novelle uit 1991 van de Oost-Duitse schrijver Wolfgang Hilbig.

Wolfgang Hilbig Oude afdekkerij Recensie

Oude afdekkerij

  • Schrijver: Wolfgang Hilbig (Duitsland)
  • Soort boek: Duitse novelle
  • Origineel: Alte Abdeckerei (1991)
  • Nederlandse vertaling: Ard Posthuma
  • Uitgeverij: Koppernik
  • Verschijnt: 7 april 2021
  • Omvang: 120 pagina’s
  • Uitgave: Paperback

Waardering voor de novelle van Wolfgang Holbig

  • “Een fascinerende tekst om meer dan eens te lezen.” (Emilia Menkveld, de Volkskrant)
  • “Wolfgang Hilbig is een kunstenaar van enorm formaat. Hij vond een  wonderbaarlijke taal uit om een afschrikwekkende wereld mee te beschrijven.” (László Krasznahorkai)
  • “Roept het lumineuze proza van W.G. Sebald in herinnering.” (The New York Times)
  • “Oude afdekkerij barst van de gelaagde taal en elke zin van Wolfgang Hilbig is op zich een essay waard.” (Roderik Six, Knack)

Flaptekst van de novelle van Wolfgang Hilbig

In Oude afdekkerij richt Wolfgang Hilbig zijn hypnotische proza op het punt waar identiteit, taal en de donkerste hoofdstukken van de geschiedenis samenkomen. Het begint met een jongen die geobsedeerd wordt door een lege en vervallen kolencentrale omdat hij vermoedt dat die iets te maken heeft met de mysterieuze verdwijningen die in de streek plaatsvinden. Maar wanneer hij als jongeman terugkeert naar de plek en zijn herinneringen – het gebouw is inmiddels veranderd in een abattoir dat dode dieren verwerkt – realiseert hij zich hoeveel hij gemist heeft.

Met een toon die veel te danken heeft aan Poe en een syntaxis die van Joyce afstamt roept dit suggestieve, dreigende verhaal de verloren onschuld van de jeugd op.

Wolfgang Hilbig Informatie

Wolfgang Hilbig (1941-2007) is een van de belangrijkste Duitse schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Hoewel hij is opgegroeid in Oost-Duitsland bezorgde hij de autoriteiten zoveel problemen dat hij in 1985 toestemming kreeg om naar het Westen te emigreren. Hij schreef meer dan twintig boeken en ontving vrijwel alle belangrijke prijzen van Duitsland, met als bekroning in 2002 de Georg-Büchner-Prijs, de hoogste literaire onderscheiding van Duitsland

Bijpassende boeken en informatie

Gaby den Held – Alex Stanovsky

Gaby den Held Alex Stanovsky recensie en informatie nieuwe Nederlandse roman. Op 29 april 2021 verschijnt bij uitgeverij IJzer de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Gaby den Held.

Gaby den Held Alex Stanovsky recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden de roman Alex Stanovsky. Het boek is geschreven door Gaby den Held. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Gaby den Held.

Gaby den Held Alex Stanovsky Recensie

Alex Stanovsky

  • Schrijfster: Gaby den Held (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Uitgeverij IJzer
  • Verschijnt: 29 april 2021
  • Omvang: 145 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de roman van Gaby den Held

Alex Stanovsky rent Utrecht Centraal station binnen op weg naar de firma Tyfoon waar hij zou solliciteren. In de trein ontmoet hij een man die hem naar een kantoor begeleidt. Dan blijkt dat het sollicitatiegesprek daar plaatsvindt. Hij wordt ter plekke aangenomen als persoonlijk assistent van de stokoude mevrouw Beyer-Garratt. Gaandeweg komt hij erachter dat de trein een samenleving op zich is waarvan hij nu deel uitmaakt. Een ideale gemeenschap waarin ieder zijn plaats kent, nutteloosheid niet bestaat en waar de orde wordt gehandhaafd met een ijzeren vuist in een fluwelen handschoen. Maar kan Alex hier ooit nog weg?

Het sprookjesachtige proza van Gaby den Held is kleurrijk en filmisch. Zijn stijl is toegankelijk en helder, zonder literair gefröbel. Hoe bizar en grotesk de verhalen soms ook zijn, je staat altijd met één been in de werkelijkheid, als bij een magisch realistisch schilderij. Hij toont zich wars van genres. Zijn de verhalen sprookjes of liefdesromans? Is het magisch realisme, surrealisme? Het dondert niet. Het zijn verhalen die je verleiden, ontroeren, maar die je ook kunnen misleiden. De vertellingen voeren je mee in een sfeer die zo aangenaam is, dat je de wrange bitterheid en het duister pas opmerkt als het te laat is.

Bijpassende boeken en informatie

Karin Boye – Kallocaïne

Karin Boye Kallocaïne recensie en informatie over de inhoud van deze dystopische roman. Op 7 april 2021 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de roman Kallocaïn van de Zweedse schrijfster Karin Boye.

Karin Boye Kallocaïne recensie en informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden de roman Kallocaïne. Het boek is geschreven door Karin Boye. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de beroemde dystopische roman uit 1940 van de Zweedse schrijfster Karin Boye.

Recensie van Tim Donker

Er is het boek. En er is de tijd. Soms neemt de tijd iets van het boek weg. En soms geeft de tijd iets aan het boek mee. Daar zal ik zo meer over vertellen. Maar eerst wil ik u vermoeien met een anekdote.

Dat het op een donderdag was doet niet ter zake maar misschien wel dat het in een depot was waar ik normaal nooit kom. In ieder geval dat het ging om een collega die ik nog nooit gezien had. Ik zag hem en ik noemde zijn naam (want ik had op het rooster gezien wie de enige wijken die nu nog op de schappen stonden weg moest lopen). We raakten aan de praat. We spraken over politiek. Over communisten. Over liberalen. Over absolutisme. Over een eeuwig gelijk. Over het collectief. En over de dystopie. Ik kende diene mens niet eens. Soms heb je bizarre gesprekken met mensen die je niet kent. Ik zei dat ik een dystopische roman uit 1940 had gelezen waarin een personage zijn afschuw uitsprak over zoiets volstrekt onhygiënisch als handen schudden. Het was eigenlijk de opmaat naar een ruimere verhandeling, die over steriele samenlevingen had zullen gaan, maar de collega onderbrak me: “Ja dat is dan typisch zo’n zinnetje dat alleen door deze tijd dan een toevallige meerwaarde krijgt.” Ik meende zelfs een gnuif te horen in zijn stem. Ik zweeg even. Mompelde: “Sja, als je zoiets in de jaren tachtig had gelezen had je er natuurlijk glad overheen gelezen. En nu staat het zelfs op het achterplat!”. We spraken nog even door maar de vaart was merkbaar uit het gesprek. Niet veel later ging hij zijn ronde lopen, en ik de mijne. En ik dacht. Ik dacht na.

“Dat moet je in die tijd zien.” zei mijn vader altijd. Mijn vader en ik waren beide muziekliefhebber. Of liever. Ik heb muziek altijd nog lief met hart en ziel maar mijn vader is dood. Ik weet niet of je na je dood nog muziekliefhebber bent, of dat de dood maakt dat je alles was je was voorgoed geweest bent. Het lijkt mij logisch dat er na de dood nog bitter weinig te liefhebben valt maar wat weet ik er nou van. Ik ben nog nooit dood geweest. Wat er ook van zij, mijn vader en ik wisselden dingen uit. Tapes. Cd’s. Platen. Dan zaten we op zijn werkkamer en dan luisterden we. Dingen die ik mooi vond, dingen die hij mooi vond. We commentaarden ook op elkaars dingen. Als ik hem bijvoorbeeld iets van meer elektronische aard liet horen, zei hij meestal: “Hier komt denk ik geen instrument meer aan te pas, is het wel? Niet dat dat erg is maar…” Na die maar bleef het stil. Veelzeggend stil, want natuurlijk vond hij het wel erg dat daar geen instrument meer aan te pas kwam. Muziek, dat hoorde je met instrumenten te maken. Op die instrumenten mocht je zo waanzinnig te keer gaan als je maar wilde, maar instrumenten moesten het zijn! Als ik weer eens iets bij me had “waar geen instrument meer aan te pas kwam”, bereidde ik in mijn kop meestal een lange verhandeling voor over wat een instrument precies is, en hoe je moet bepalen of iets al of niet een instrument is, welke criteria je daarvoor kunt hanteren. Ik kwam er nooit toe wat in mijn kop zat daadwerkelijk uit te spreken.

Het kwam ook voor dat mijn vader met iets kwam dat mij niet meteen als muziek in de oren klonk. De liefde voor jazz, die deelden we maar als hij met één van zijn jaren zestig bandjes aan kwam zetten, raakte het negen keer op tien mijn kouwe kleren niet. “Dat moet je in die tijd zien,” was zijn eeuwige verweer op mijn bedenkingen. “Toen was dit revolutionair!”. Ik zakte verder onderuit in mijn zetel. Dronk mijn whisky. Zei “Goede muziek veroudert nooit”. Of: “Klassiek is wat levenskrachtig is.” Of misschien zei ik niets.

Dat is waar ik over na liep te denken toen ik links en rechts brieven in brievenbussen stopte. Over die “toevallige meerwaarde” waar mijn collega van gesproken had. En het “je moet het in de tijd zien” van mijn vader. Er is de kunst (want blijkbaar gaat dit verder dan boeken alleen). En er is de tijd. Er is geen eeuwige kunstbeleving. Iets kan revolutionair zijn in de ene tijd en tientallen jaren later slechts nog flauwe drab. Een passage over handen schudden kan in elke gegeven tijd niets te betekenen hebben. Totdat 2020 komt en alles anders wordt.

Laten we wel wezen. Ja laten we dat vooral wezen: wel. Karin Boye kon onmogelijk hebben voorzien dat er een tijd zou komen waarin iedereen met graagte al hun rechten en alle normale omgangsvormen aan de kapstok zou hangen om te voorkomen dat iemand verderop in de straat een snotvalling zou krijgen die zijn oude omaatje fataal kon zijn (stel je voor dat je het aan een ander doorgeeft die daar minder goed tegen kan, zei iemand tegen me die zonder enige bedenkingen zijn prik had gehaald) (want we doen het niet voor onszelf, we doen het voor de ander) (de eeuwige ander) (we doen het voor elkaar) (want de prik is heilig en het collectief is heilig) (maar over prikken en over het collectief straks meer) (veel meer). De schrijfster haalde de inspiratie voor Kallocaïne uit het stalinisme en het nationaalsocialisme. Kallocaïne is geen visionaire roman, en beoogde dat ook niet te zijn. Maar er is het boek, en er is de tijd. En de tijd heeft met 2020 iets gegeven aan Kallocaïne. Een beklemming bovenop de beklemming die het al had. Het zal wel geen toeval zijn dat Koppernik het dit jaar weer onder het stof vandaan heeft gehaald: dit is slechts de tweede vertaling in het Nederlands sinds 1949. En het zal ook wel geen toeval zijn dat Koppernik uitgerekend de passage over dat handen schudden op het achterplat geciteerd heeft. Je zou bijna gaan denken dat Koppernik aan de goede kant van de streep staat.

Maar eerst wat het is. Wat het eigenlijk is. Wat is het eigenlijk, dat Kallocaïne. Het is een roman, mensen. Jawel. Een roman van een Zweedse schrijfster. Geschreven in 1940. Klassiek ja. En dystopisch. Een klassieke dystopische roman. Ik hoor u al Orwell denken. U denkt er niet naast. U had ook Opstaan op zaterdag van Jan Gerhard Toonder kunnen denken (inderdaad, de broer van) en dan had u er evenmin ver naast gedacht. De ene dystopie wil nog wel eens lijken op de andere dystopie. Misschien is er voorbij de ultieme nachtmerrie niet veel anders meer.

In deze dystopie gaat het om die tiep die Leo Kall heet. En het gaat er meteen goed op met Leo Kall want op de eerste bladzij zit die tiep al in het kasjot. “Mijn levensomstandigheden verschillen slechts marginaal van die waarin ik als vrij man leefde.”, zegt hij. De lezer komt al snel te weten dat dat niet is om dat het gevangenisbeleid zo libertair is. Gans de roman is feitelijk een terugblik op het leven van Leo Kall van voor zijn gevangenschap. Wat er voor de gevangenschap was, was gevangenschap.

Buiten de gevangenismuren is er in de tijd waarin Kallocaïne speelt een wereldstaat. Een wereldstaat met “schoensteden”, “chemiesteden”, “molensteden”, “textielsteden”. Burgers bestaan niet meer, iedereen is medesoldaat en wordt op grond van zijn capaciteiten te werk gesteld in één van de steden. Kall diende als chemicus in een chemiestad. Medesoldaten dragen werkkleren tijdens de werkuren en vrijetijdsuniformen na het werk. Ook zijn er kleren voor de verplichte leger- en politiediensten.

Iedereen woont in gelijkvormige woningen

Iedereen woont in gelijkvormige woningen, dat zijn eenkamerwoningen voor ongehuwden en tweekamerwoningen voor gehuwden en gezinnen. Het eten en de huishoudelijke taken worden verzorgd door een hulp in de huishouding die ook een controlerende functie heeft en aan het eind van de week verslag uitbrengt over alles wat er in huis gebeurd is, en dan met name over eventuele ongeregeldheden. Daarnaast zijn overal “politieogen” en “politieoren” aangebracht in de huizen en daarbuiten; lees: camera’s en microfoontjes.

Kinderen zijn overdag in het kinderverblijf waar ze in een nogal bizarre speelbak mogen spelen: “een reusachtige kuip van email, vier vierkante meter groot en een meter diep, waarin je niet alleen kleine speelbommen kon laten vallen en bossen en huizen met licht ontvlambaar materiaal in brand kon steken, maar als de kuip met water werd gevuld ook complete miniatuurzeeslagen kon uitvechten, waarbij de kanonnen van de scheepjes met dezelfde lichte springstof werden geladen als in de speelgoedbommen werd gebruikt, er waren zelfs torpedoboten bij. Hierdoor kregen kinderen spelenderwijs zoveel strategisch inzicht dat het hun tweede natuur werd, bijna een instinct, en tegelijkertijd was het natuurlijk eersteklasvermaak.” Op hun zevende gaan ze naar een kinderkamp, waar ze ook ’s nachts verblijven; dan komen ze nog maar twee dagen per week thuis. Als in hun volwassenheid het moment daar is dat ze te werk gesteld zullen worden in één van de steden, wordt er een groot, publiek, streng gereguleerd afscheid gevierd onder het toeziend oog van medesoldaten op politiedienst. Dan wordt er gegeten en naar een kunstmatig opgewekte “groepsextase” toegewerkt. Het is niet toegestaan verdrietig te zijn, of te praten over of zelfs maar te denken aan toekomstig gemis. Eenmaal aan het werk in een andere stad zien mensen hun ouders nooit meer terug. De opdracht is dan om elkaar zo snel mogelijk te vergeten.

Zwakkere emoties, zoals melankolie, verlangen en zoals gezegd verdriet of gemis zijn niet toegestaan: slechts een kontinue opgewektheid en de op de afscheidsfeesten georganiseerde groepsextase. Medesoldaten spreken elkaar in deze panoptische samenleving meteen aan op zulke zwaktes. Het zal weinig verwondering wekken dat in deze wereldstaat liefde op sterven na dood is: “Ik denk dat het woord liefde op zijn plaats is wanneer je je in alle troosteloosheid toch aan elkaar vastklampt,” laat Boye Kall peinzen, “alsof er ondanks alles een wonder zou kunnen gebeuren, wanneer de pijn zelf een soort waarde heeft gekregen en getuigenis aflegt van het feit dat je tenminste één ding gemeen hebt: het wachten op iets dat niet bestaat.” (misschien niet eens zo’n onrake definitie van liefde; op zijn minst heel toepasbaar voor “huwelijk”).

In het verlengde hiervan is ook lichamelijk contact tot een minimum beperkt. Uiteraard wordt het aangemoedigd als man en vrouw voor nieuwe medesoldaten zorgen, maar lichamelijk contact buiten deze pure functionaliteit wordt als afkeurenswaardig en verwerpelijk beschouwt (want dat zou maar zo een uiting kunnen zijn van affectie, of, erger nog, pure lust). In dit licht moet ook de passage waarover ik met mijn collega sprak (en die op het achterplat geciteerd staat) gelezen worden. Een zekere groep vrijdenkers gedraagt zich volgens een ooggetuige wel zeer staatsgevaarlijk: “En trouwens, alleen al hoe ze elkaar begroetten! Ze pakten elkaars handen vast. Is dat normaal? Het moet onhygiënisch zijn en bovendien is het zo intiem dat het beschamend is. Elkaars lichamen zo aan te raken, opzettelijk! Ze beweerden dat het een heel oude begroeting was die ze nieuw leven hadden ingeblazen, maar je hoefde het niet te doen als je niet wilde, je werd nergens toe gedwongen.”

(ja stel je een staat voor waarin je tot niets gedwongen wordt, dat zou pas echt verwerpelijk zijn) (nicht wahr, Hugo de Jonge?)

En daar raken we aan het allerbelangrijkste: het ik mag niet meer zijn in de wereldstaat. Niemand mag nog individuele gevoelens, gedachten, twijfels, ideeën, opvattingen koesteren: alles moet in dienst staan van het collectief. De grootste schande die een mens over zichzelf kan afroepen, is iets gezegd, gedacht of gedaan te hebben dat niet volledig aan het collectief was toegewijd. Er is zelfs een “excuusuurtje” op de radio. Op vrijdagavond lezen mensen tussen acht en negen hun excuses voor als ze zich een keer wat al te “staatsgevaarlijk” hebben geuit in een publieke ruimte (iedereen die zich in een publieke binnenruimte beweegt draagt een mondkap, zegt Maffe Mark).

Tegen deze achtergrond vindt Leo Kall een waarheidsserum uit. Wie ingespoten wordt met “kallocaïne”, zoals het spul al snel komt te heten, vertelt in iets dat een beetje lijkt op een alcoholroes alles wat hij in normale omstandigheden nooit kwijt had gewild. Kalls uitvinding leidt ertoe dat gedachten strafbaar worden. Iedereen die in zijn gedachten maar de miniemste twijfels heeft bij de wereldstaat kan veroordeeld worden, als het moet tot de dood. In eerste instantie is Leo Kall erg fier op zijn uitvinding en de wettelijke consequenties ervan. Maar gedurende Kallocaïne begint hij steeds meer te twijfelen. Aan de wereldstaat, aan kallocaïne, aan de nieuwe wet. Het valt hem alsmaar moeilijker een onberispelijk medesoldaat te zijn.

Het grootste gedeelte van Kallocaïne vreesde ik dat het einde zeer voorspelbaar ging zijn. Dat je dat wel kilometers van te voren ging kunnen komen aanzien waar dat heen ging met die Leo Kall, en zijn twijfels, en zijn uitvinding. Maar zo voorspelbaar als ik dacht dat het zou zijn, was Kallocaïne niet. Daarmee is het boek van de eerste tot de laatste bladzijde spannend, beklemmend, koortsig en hallucinerend. Dat is het boek. En dan is er nog de tijd.

De tijd geeft ons allen gelijk op het eind

Neen. De tijd is gewoon maar de tijd. De tijd tikt. De minuten brengen uren, de uren brengen de dagen. De dagen weken, maanden, jaren. De jaren brengen tijdperken. Hebben dit tijdperk gebracht. Dit tijdperk dat Boye niet kon voorzien hebben maar dat wel hier is, nu. In het nu waarin ik Kallocaïne las. Het nu dat zoveel raakvlakken vertoont met Kallocaïne.

De injecties, ja. De injecties, gans het land, gans de wereld. Alles en iedereen geïnjecteerd. Weten de geïnjecteerden waarmee ze worden geïnjecteerd worden en wat voor gevolgen de injecties voor hen hebben? Nee, dat weten ze niet. Maar het zal De Staat; “het collectief” ten goede komen. “Want stel je voor dat je iemand anders aansteekt die daar minder goed tegen kan. Zo sta ik er toevallig nog eens een keer in.” of woorden van dien strekking sprak dus iemand tot mij. (maar wacht we konden elkaar toch al niet meer aansteken? want we moesten toch al anderhalve meter uit elkaars buurt blijven en we droegen toch al allemaal die maffe lappen voor ons bakkes). En lap, daar heb je het dan. De onbereidwilligen zijn staatsgevaarlijke gekken. Nee moordenaars. Vuile schoften die het niets kan schelen dat door hun toedoen iemand dood zou kunnen gaan. Moet je je maar laten inspuiten met eender welke zooi, moet je maar vertrouwen dat dat helpt, dat dat goed is. Want je slikt toch ook paracetamol? (ja, das een goeje vergelijking! een geneesmiddel dat bijna honderdvijftig jaar geleden werd uitgevonden enerzijds en een veel te snel ontwikkeld en totaal nieuw vaccin anderzijds. een in de supermarkt verkrijgbare pil die iedereen geheel vrijwillig en individueel kan slikken enerzijds en een spuit die de hele wereld wordt opgedrongen anderzijds). De mensen in Kallocaïne weten ook niet waarmee ze geïnjecteerd worden en wat voor (zeer nadelige) gevolgen die zal hebben. Het lijkt bijna een allegorie!

Het collectief! Hoe gans de wereld (gerealiseerde wereldstaat!) in de ban van een fascistoïde soort van pseudo-communisme het collectief tot de absolute norm heeft verheven waaraan alles opgeofferd moet worden. (want stel je fucking voor dat je fucking iemand anders fucking aansteekt die daar fucking minder goed tegen kan) (wees niet die eigenwijze Nederlander) (doe niet zo vervelend, doe nou eens mee) (dus laat je kop hangen en neem die spuit!) (ik heb geen seconde getwijfeld). Maar ook de paradox: wanneer het collectief boven alles en iedereen moet gaan, leidt alles en iedereen daar aan. Maar wat is het collectief meer dan “alles en iedereen”? Dus feitelijk wordt het collectief opgeofferd aan het collectief. Dat zie je goed in Kallocaïne. Het leven in de wereldstaat in onleefbaar, iedereen wantrouwt iedereen; wantrouwen is zelfs een groot goed geworden (niet alleen in de wereldstaat, dit, ook in de coronamaatregelenstaat in wantrouwen alom: kom de ander niet te nabij want de ander kan ziek zijn, de ander kan je dood worden, weest angstig mensen, wees toch zo doods- en doodsbang voor elkaar!) (nicht wahr, Van Ranst?). Geluk, liefde, warmte, spontaniteit en vrijheid zijn verdwenen; niet voor niks merkte Kall op dat zijn leven in gevangenschap niet zo gek veel verschilde van zijn leven daarvoor. In de wereldstaat kan elke gedachte die ook maar het miniemste beetje afwijkt van het allerbraafste braaf je de doodstraf opleveren. Iedereen, ook de allerbraafste braverik, heeft op zijn minst één keer in zijn leven een gedachte gehad die een miniem beetje afweek van het allerbraafste braaf. De conclusie moge duidelijk zijn. Wanneer het collectief belangrijker wordt dan de hele verzameling individuen bij elkaar, moet uiteindelijk iedereen dood.

Medesoldaten die elkaar aanspreken op “staatsgevaarlijke” uitlatingen en gedragingen, ow dat kennen we nu ook hè? Het lijkt wel alsof dat coronabeleid ruim baan gegeven heeft aan de allerlaagste karaktertrekken in de mens. Ik zat voor het zwembad van mijn kinderen te praten met de moeder van een ander kind. De vrouw had het erover dat ze het zo zielig vond voor de kinderen dat ouders nu niet meer mochten kijken, de vorderingen die ze maakten niet meer van nabij konden zien. Dat het afzwemmen met maar weinig publiek mocht, en niet groots en uitbundig gevierd kon worden. Ik zei (en ik dacht dat ik het zeggen kon tegen deze vrouw, die me heel redelijk leek: “Op de lange termijn zullen alle coronamaatregelen vele malen schadelijker blijven dat corona zelve ooit kon zijn.” De vrouw stoof op. “Nee! Totdat je het krijgt. WE moeten zeker blijven oppassen!”. Ik vond dat “we” opvallend. Waarom waren we ineens een “we” geworden? Zij kon anders denken over zaken, andere media raadplegen dan ik, dat is goed, dan vindt ze misschien dat zij moet blijven oppassen. Maar waarom waren wij ineens de WE die moesten blijven oppassen? Of toen ik in een winkel was waar ik normaal nooit kom, in een stad waar ik niet woon, en geen idee waarom ik daar was nee. Ik had mijn zoon in de winkelwagen. Mijn lieve moje wijze grappige gekke zoon van acht. Die sjipjes wilde, van die hoorntjes, waar je spuitkaas in kan spuiten. Ik kende het daar niet, ik kom daar nooit. Ik zocht me ongans naar het sjipjespad, vond het, schoot het in, liet hem kiezen, en wilde toen weer teruggaan. Maar er liep een man achter ons die hologig en met een halve pruillip een paar passen achteruit deinsde, en toen nog een paar. Het hologig en pruillipig persoon ving ineens te spreken aan. Nogal lomp, als je het mij vraagt: “Hee. Je gaat de verkeerde kant op, jij!” Ik denk dat je de verbazing met kruiwagens tegelijk van mijn gezicht kon afscheppen (een verkeerde kant? hebben supermarkten tegenwoordig verkeerde en goede kanten dan?) want de man verduidelijkte: “Er staan pijlen op de grond.” Inderdaad had een of andere zwakbegaafde met tape pijlen op de supermarktvloer gemaakt. Het was me niet opgevallen, welke gek gaat immers kijken of er geen pijlen op de vloer staan. Wat mij verbaasde was de onbeleefdheid die de man zich meende te mogen permitteren. Dat kan toch alleen in een wereldstaat waar brave medesoldaten geacht worden te weten hoe de pijlen staan?

Kallocaïne. De collega. Mijn vader. De muziek die hij me liet horen. Dat wat een “toevallige meerwaarde” heette te zijn.

Een boek dat mooi is, maar ook ongemakkelijk maakt. Dat is het boek, en dat is de tijd

Dat iets dat sterk is door onvoorziene ontwikkelingen nog sterker kan worden, is te mooi om een toevalligheid te kunnen zijn. Net zo goed als de revolutionaire muziek van mijn vader die luttele decennia later al niets revolutionairs meer heeft. Wanneer de revolutie zó efemeer is, had ze om te beginnen al niet veel kracht. Stel je voor: ik ken iemand die Le Sacre du Printemps nog steeds onbeluisterbare chaos vindt. Ik bedoel maar. Verbrijzeling kan hoorbaar blijven.

Boye schrijft niet over deze tijd, maar veel uit Kallocaïne is wel toepasbaar op deze tijd. Ik snap hoe voor de collega de verleiding groot is om in toevalligheden te denken. Maar het is wel degelijk een kwaliteit van Kallocaïne en van de schrijfkunst van Karin Boye. Iedereen kan een nachtmerrie verzinnen. Maar een mogelijke nachtmerrie is nog iets anders. De schrijfster van Kallocaïne had goed gekeken naar de spoken van haar tijd; spoken die klaarblijkelijk zo onuitroeibaar zijn dat ze ook in andere tijden -in een andere gedaante- weer op konden duiken. Ze maakte er een goed geschreven roman van, de tijd kwam en gaf er iets aan dat het nog huiveringwekkender maakte. Een boek dat mooi is, maar ook ongemakkelijk maakt. Dat is het boek, en dat is de tijd.

Recensie van Tim Donker

Karin Boye Kallocaïne Recensie

Kallocaïne

  • Schrijfster: Karin Boye (Zweden)
  • Soort boek: dystopische roman, Zweedse roman
  • Origineel: Kallocain (1940)
  • Nederlandse vertaling: Bart Kraamer
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 7 april 2021
  • Omvang: 196 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol
  • Recensie Tim Donker

Waardering voor Kallocaïne

  • “Een fascinerende roman in het genre van 1984 en Brave New World.” Literary Journal
  • “Ze schetst met een ontstellend combinatievermogen het beeld van een toekomstige wereld.” Tagesanzeiger Zürich
  • “Wat in Kallocaïne de strijd zo aangrijpend maakt, is het feit dat de held Kall zich er aanvankelijk in het geheel niet van bewust is, en pas gaandeweg tot het besef van zijn afwijkend en daarmee zijn verzet en staatsgevaarlijkheid komt.” Maatstaf

Flaptekst van de roman van Karin Boye

Karin Boye’s ‘roman uit de eenentwintigste eeuw’ is een spookachtig visioen van een door politie bestuurde en gemilitariseerde samenleving. Met zijn uitvinding kallocaïne heeft de scheikundige Leo Kall de Wereldstaat voorzien van een middel om totale controle uit te oefenen. Maar terwijl zijn waarheidsdrug de weg opent naar de zielen van zijn medeburgers komen de wildste dromen over opstand naar boven en verlangens naar vrijheid, liefde en vertrouwen – waardoor Leo Kall begint te twijfelen aan de voortreffelijkheid van de Staat en zijn rol erin als loyale soldaat.

Kallocaïne heeft na tachtig jaar nog niets van zijn actualiteit verloren en behoort samen met Jevgeni Zamjatins Wij, George Orwells 1984 en Aldous Huxleys Brave New World tot de grote dystopische klassiekers van de twintigste eeuw.

Bijpassende boeken en informatie

Nicci French – Wie niet horen wil

Nicci French Wie niet horen wil recensie en informatie nieuwe Engelse thriller. Op 7 april 2021 verschijnt de Nederlandse vertaling van de thriller The Unheard van het Engelse schrijversduo Nicci French.

Nicci French Wie niet horen wil recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de thriller Wie niet horen wil. Het boek is geschreven door Nicci French. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden te vinden. Bovendien kun je op deze pagina informatie over de inhoud van de nieuwe thriller van het Britse schrijversduo Nicci Gerard en Sean French.

Nicci French Wie niet horen wil Recensie

Wie niet horen wil

  • Schrijvers: Nicci French (Engeland)
  • Soort boek: Engelse thriller
  • Origineel: The Unheard (2021)
  • Nederlandse vertaling: Eefje Bosch, Mechteld Jansen, Elise Kuip
  • Uitgever: Ambo | Anthos
  • Verschijnt: 7 april 2021
  • Omvang: 431 pagina’s
  • Uitgave: Gebonden Boek / Paperback / Dwarsligger / Ebook
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe thriller van Nicci French

In de psychologische thriller Wie niet horen wil van Nicci French gaat Tess op onderzoek uit als haar dochtertje Poppy vreemde taal begint uit te slaan en een lugubere tekening maakt.

Wie niet horen wil van Nicci French gaat over Tess, die net haar leven weer op orde heeft. Jason en zij zijn een jaar geleden vriendschappelijk uit elkaar gegaan en delen de voogdij over hun dochtertje Poppy. Ze moet nog wennen aan haar nieuwe situatie, maar is blij met de hulp die ze krijgt van haar vrienden. Dat Jason inmiddels is getrouwd, daar probeert ze te zich overheen te zetten. Zelf is ze ook weer aan het daten en ze is best gelukkig, houdt ze zich voor.

Totdat haar dochtertje Poppy vreemde taal begint uit te slaan en een tekening maakt met zwart wascokrijt. Een tekening waarop een figuur te zien is die van een toren valt. Tess raakt ervan overtuigd dat Poppy getuige is geweest van een misdrijf. Ze stapt naar de politie, maar daar wordt ze niet geloofd. Dan besluit ze zelf op onderzoek te gaan.

Nicci French heeft met Wie niet horen wil wederom een spannende psychologische thriller geschreven, met een uiterst onverwachte ontknoping.

Bijpassende boeken en informatie