Categorie archieven: Recensie

Ben Brumagne – Het Bomenboek

Ben Brumagne Het Bomenboek recensie, review en informatie boek met verhalen, weetjes en wilde feiten over bomen en hun wereld. Op 11 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Lannoo het nieuwe boek van Ben Brumagne van Forest to Plate over bomen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en de uitgave.

Ben Brumagne Het Bomenboek recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het Bomenboek, Verhalen, weetjes en wilde feiten over bomen en hun wereld, geschreven door Ben Brumagne, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Er is gelukkig steeds meer aandacht gekomen voor de onmisbare rol die bomen in het ecosysteem en de natuur spelen. Zonder dat velen van ons zich er bewust van zijn speelt een boom en het bos een belangrijke rol bij onze persoonlijke ervaring ervaring van geluk, sterker nog geluksgevoel. Uit recent wetenschappelijk onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat mensen die vanuit hun woning goed zicht hebben op bomen zicht prettiger voelen dan personen waarbij dit niet het geval is.

Natuurlijk is er een behoorlijk grote variëteit aan bomen met elk hun eigen kenmerken, voordelen en nadelen. Ben Brumange, de voorvechter van biologische ecologische landbouw en succesvol natuurschrijver laat in zijn Bomenboek zien hoe belangrijk de boom voor ons is, wat deze voor ons betekent, hoe je de verschillende soorten kunt onderscheiden en, niet te vergeten, wat bomen ons kunnen opleveren, zowel in de vorm van vruchten, noten, hout.

Bovendien gaat hij zeer uitgebreid in op de bepalende rol die bomen spelen in ecosystemen, mits we deze echt de ruimte geven om tot volle wasdom te komen. Het bomenboek is een echte en betekenisvolle inspiratie voor iedereen die de boom een warm hart toedraagt en meer over te weten wil komen. Het boek is een mooie combinatie van natuurgids, verhalen en nuttige en praktische achtergrondinformatie. Het boek is door onze redactie gewaard met ∗∗∗∗∗ (uitstekend).

Ben Brumagne Het Bomenboek

Het Bomenboek

Verhalen, weetjes en wilde feiten over bomen en hun wereld

  • Auteur: Ben Brumagne (België)
  • Soort boek: bomenboek, natuurboek
  • Uitgever: Lannoo
  • Verschijnt: 11 maart 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Afmetingen: 13 x 19,5 cm
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 25,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het boek van Ben Brumagne over boeken

Bomen zijn levende wezens met een eigen verhaal, karakter en netwerk. In Het bomenboek neemt Ben Brumagne – auteur van de bestsellers Het wildplukboek en Het wildplukboek voor paddenstoelen – je mee op een persoonlijke en poëtische reis vol verwondering. Van kinderlijke klimpartijen tot tochten door oeroude bossen en kennis over geneeskrachtige planten.

Dit boek verbindt herinnering, wetenschap en de lang vergeten band tussen mens en boom. Je ontdekt hoe bomen samenwerken met paddenstoelen, hoe hun schors, bladeren en zaden eeuwenlang gebruikt werden, en hoe ze een cruciale rol spelen in biodiversiteit en klimaat.

Een inspirerend boek vol verhalen, ecologische inzichten en hernieuwde verbinding met de natuur. Voor lezers van Wohlleben en Simard, natuurliefhebbers en denkers.

  • Verhalen, wetenschap en persoonlijke ontdekking in één.
  • Met een overzicht van 24 bomen, hun kenmerken en historische en ecologische achtergrond.
  • Voor liefhebbers van natuur, kruiden, mythes en verborgen verhalen.

Ben Brumagne volgde de opleiding biologische landbouw en is herborist. Hij is oprichter van Forest to plate waarmee hij workshops en reizen rond wildplukken aanbiedt en lezingen geeft.

Bijpassende boeken en informatie

Boekennieuws 10 in 2026 nieuwsbrief

Boekennieuws 10 in 2026 nieuwsbrief. Wat zijn de nieuwste boeken? Wat is het laatste nieuws over boeken, schrijvers en schrijfsters? Overzicht van de nieuwe romans, non-fictie, kinderboeken, thrillers en poëzie die binnenkort in de boekhandel te vinden zijn. Bovendien is er aandacht voor andere nieuwe recensies en boekennieuws. In deze nieuwsbrief hebben we vooral aandacht voor alle nieuwe boeken die in maart 2026 gaan verschijnen.


Nieuwsbrief boekentips en recensies

Elke week de nieuwste boekentips en recensies? Meld je aan voor de nieuwsbrief.


Nieuwe recensies

Herman Koch De overbodigen recensieHerman Koch (Nederland) – De overbodigen
Nederlandse roman
Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed).
Alhoewel de plot wel een rol speelt en de spanning rondom het gebeuren een deel van de roman draagt, lijkt Herman Koch er vooral een groot genoegen in te hebben om een onaangename hoofdpersoon te omschrijven en een prominente rol in zijn boek te geven, wat hem bij vlagen uitstekend lukt…lees verder >

Urszula Honek Witte nachten recensieUrszula Honek (Polen) – Witte nachten
Poolse roman in verhalen
Tim Donker recensie
Bij tweede lezing domineerde de zwaarte niet langer. Ja de zwartgalligheid had een tikje minder uitgesproken mogen zijn maar ik dompelde me onder in Honeks poëzie. De muzikaliteit van het boek. Haar beelden. Die inderdaad om duisternis vragen, zoals sommige muziek in mineur moet. Zo ook. Past druilerigheid bij Witte nachten…lees verder >

Dean Bowen Mascr recensieDean Bowen (Nederland) – Masc:r
gedichten, poëzie
Tim Donker recensie
Normalerwijze ben ik niet bijzonder dol op de manier waarop het Engels het Nederlands meer en meer overwoekert maar Bowen toont klip en klaar dat uit een huwelijk tussen deze twee talen ook een totaal nieuwe schoonheid te puren valt, met als mooiste zin misschien wel…lees verder >


Leestips nieuwe romans en andere boeken

Rob van Essen De grote schoonmaak recensieRob van Essen (Nederland) – De grote schoonmaak
Nederlandse roman
Bestelmogelijkheden roman >
Op zijn kenmerkende wijze voert Van Essen je mee langs supermarkten uit de jaren tachtig, Amsterdamse kraakgaleries en Noord-Engelse uitgaanscentra – op zoek naar antwoorden. Zijn grote nieuwe boek is de eerste roman van Rob van Essen die verschijnt bij zijn nieuwe uitgever Das Mag…lees verder >

Rob Waumans Nest recensieRob Waumans (Nederland) – Nest
Nederlandse roman
Bestelmogelijkheden roman >
Een overleden moeder kijkt toe vanuit het hiernamaals als haar man en drie zoons een weekend doorbrengen in een duinhuis. Anton, de jongste, heeft het initiatief genomen en hoopt op meer dan kaartspelletjes en zwijgen. Maar hoe blijf je verbonden als de lijm tussen iedereen is weggevallen? Terwijl er buiten een storm opsteekt en vader Frans onwel wordt, dwaalt Anton door de mistige duinen, opgesloten in zijn familiegeschiedenis en eigen gedachten…lees verder >

Diane Broeckhoven Naspel recensieDiane Broeckhoven (België) – Naspel
Een leven in letters, memoir
Bestelmogelijkheden boek >
In Naspel verrast Diane Broeckhoven ons met een gedenkwaardig memoir: meer dan vijftig persoonlijke verhalen over ouder worden – iets wat ze als prille tachtiger met verve en lichtheid onder woorden brengt. Maar bovenal is het een ode aan de taal en aan de zesentwintig letters van het alfabet, de onuitputtelijke schatkist waarmee Broeckhoven al bijna vijftig jaar haar rijke oeuvre bouwt…lees verder >

Bert Natter Zonderhond recensieBert Natter (Nederland) – Zonderhond
Requiem voor een huisdier
Bestelmogelijkheden boek >
Voor Bert Natter waren alle honden dieren met weliswaar verschillende verschijningsvormen, maar gemeenschappelijke kenmerken: vier poten, een staart, geblaf en hondenpoep. Dat veranderde toen zijn jongste dochter een hulphond kreeg, de zwarte labrador Hutsh. Als kort na de dood van zijn ouders ook Hutsh overlijdt, besluit Bert dit boek te schrijven…lees verder >

Ulla Lenze Het welbevinden recensieUlla Lenze (Duitsland) – Het welbevinden
Duitse roman
Bestelmogelijkheden roman >
Vanessa ontvangt een ongepubliceerd manuscript van haar overgrootmoeder Johanna Schellmann, ooit beroemd geweest vanwege haar boek De pronkkamer. In hoeverre is het succes van dat ene boek terug te voeren op Anna Brenner, en waarom stopt het verhaal over Anna zo abrupt in het manuscript dat Vanessa in handen heeft?…lees verder >

Alexander van de Bunt Wereldreizigers recensieAlexander van de Bunt (Nederland) – Wereldreizigers
De oergeschiedenis van Europa.
Bestelmogelijkheden boek >
Beschrijft hoe het Europese continent na de laatste ijstijd, het weichselien, ‘ontdekt’ en bevolkt werd. Het klimaat warmde op, landschappen veranderden en de mens maakte opnieuw zijn intocht in Europa. Hoe bewogen mensen zich, en wat dreef hen? Hoe zagen hun samenlevingen eruit? Wat troffen ze aan langs de grenzen van hun leefwereld?…lees verder >

Marc van Houten De kemphaan recensieMarc van Houten (Nederland) – De kemphaan
vogelboek, Vogelserie deel 29
Bestelmogelijkheden boek >
De kemphaan is een van de meest opvallende Nederlandse broedvogels. Althans, in het voorjaar, wanneer honkmannetjes, randmannetjes en satellietmannetjes, vaak uitbundig uitgedost, zich in een arena uitsloven om de gunst van de vrouwtjes te winnen. Marc van Houten beschrijft deze toernooien uitgebreid in zijn monografie, die leest als een liefdesverklaring…lees verder >

Ben Brumagne Het Bomenboek recensieBen Brumagne (België) – Het Bomenboek
Verhalen, weetjes en wilde feiten over bomen en hun wereld.
Bestelmogelijkheden boek >
Dit boek verbindt herinnering, wetenschap en de lang vergeten band tussen mens en boom. Je ontdekt hoe bomen samenwerken met paddenstoelen, hoe hun schors, bladeren en zaden eeuwenlang gebruikt werden, en hoe ze een cruciale rol spelen in biodiversiteit en klimaat…lees verder >

Henk van der Waal Lui worden recensieHenk van der Waal (Nederland) – Lui worden
Een pleidooi voor langzaam leven
Bestelmogelijkheden boek >
Wij mensen zijn zo slim en machtig geworden dat we alles wat leeft en bestaat naar onze hand kunnen zetten. Maar de ijver waarmee we dat doen put de aarde uit, zet ons tegen elkaar op en vervreemdt ons van onszelf en alles om ons heen. Dat moet en kan anders, laat Henk van der Waal de excentrieke filosoof Thaddeus betogen in Lui worden…lees verder >


Meer leestips en nieuwe boeken


Contact redactie, aanmelden en afmelden nieuwsbrief
[email protected]

Wouter Godijn – Het offer

Wouter Godijn Het offer recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Nederlandse schrijver. Op 5 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de nieuwe Wouter Godijn roman. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Wouter Godijn Het offer recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het offer, de roman van Wouder Godijn, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Het offer’ is een gelukzalige tuimeling in de wereld van freejazz en vrije liefde.” (Saskia Pieterze, Trouw)
  • “In wonderlijke taal dwaalt Wouter Godijn door een labyrint van popelende emoties.” (Thomas Verbogt, Het Parool)

Recensie van Tim Donker

Poëzie was mijn eerste liefde.

Ofnee. Dat is niet helemaal waar. Liefde voor poëzie was altijd al ergens, maar sluimerend, latent. Werd pas goed wakker toen ik ver in de twintig was, voor in de dertig misschien zelfs wel. Toen had ik echt al de nodige romans gelezen, en geapprecieerd. Maar voor het werk van Godijn gaat de uitspraak hierboven zeker op.

Wat zijn poëzie. O god, zijn poëzie. Soms vind ik hem de beste dichter van Nederland. (maar soms ook vind ik H.H. ter Balt de beste dichter van Nederland) (of Maarten van der Graaff) (of Micha Hamel) (of Radna Fabias) (of Richard Nobbe) (of Tsead Bruinja) (of Maria van Daalen) (of Kreek Daey Ouwens) (of F. van Dixhoorn) (of Gerrit Krol) (of Astrid Lampe) (of K. Michel) (of Tonnus Oosterhoff) (of K. Schippers) (of B. Zwaal) (of Marwin Vos) (of Martijn den Ouden) (of Hélène Gelens) (of Robin Block) (of Eva Gerlach) (of Bas Kwakman) (of Onno Kosters) (of Anneke Brassinga) (of Peter van Lier) (of Remco Ekkers)

–

maar zijn proza. Zijn romans. Sja. Wat is daarmee. Ik weet het niet. Ik probeer ze. Keer na keer. Juist omdat ik hem als dichter zo hoog heb zitten. Maar wat. Ja. Nee. Ik weet het niet. Ik kom er niet doorheen. Ik kom er nooit doorheen. Meestal kom ik er niet doorheen. Ik liep vast in De dood van een auteur die een beetje op Wouter Godijn lijkt (ik herinner me niet eens meer waar dat over ging, kwam er niet een oorlog in voor?), ik liep vast in Meneer L en het meisje (het was geloof ik iets met iemand, en die stak een grens over waarachter hij in een soort alice in wonderland-achtige fantastiewereld terecht kwam, en het beloofde, ja, het beloofde veel, en toch kwam ik er niet doorheen) (ik vond het ook wel een beetje obligaat met zoon fantasiewereld waar dan alles kan en alles mogelijk is, klein beetje uitgekauwd, dat weer wel); ik liep geloof ik niet vast in De liefdesmachine, blauw boek toch?, met zo’n Lissabons trammetje op de voorkant, toch?, besprak ik het niet ooit, hier, of daar, of elders maar toch heb ik geen idee meer waar het over ging of wat ik ervan vond, dusja, hoe zit dat met zijn proza & waarom het me nooit zo grijpt zoals zijn poëzie me grijpt?

Maar dan, één dag, landt Het offer op mijn recenseertafel.

Ik begon er met de nodige scepsis aan, dat zal u bij nu begrijpen. Prozagodijn, ik dacht, het vervelende broertje van poëziegodijn. Diep zucht & het begin van een lichte hoofdpijn. Toch. Dit mensken is een besprekerken, en uit loyaliteit aan zijn briljante broer gunde ik prozagodijn maar weder eens een kans.

En.
Het.
Was.
Tegen.
Alle.
Verwachting.
In.
Heel.
Erg.
Goed.

Ja het was godzalmekraken fucking goed! (totdat -) (maar neen, daar kom ik later nog op). Reeds op de eerste bladzijde word ik om mijn oren geslagen met bizarheden (een verband tussen de smaak van gesmolten kaas en de verhalen die de ouders van de ikfiguur vertelden over de experimenten van de nazis op levende slachtoffers, met name op kinderen), en ik hou er wel van als een schrijver je al direct aan de haren trekt, onontkoombaar, geen mededogen, recht in je gezicht.

En eigenlijk gaat het dan niet eens over de tweede wereldoorlog, en kampen, en de holocaust. Of toch wel een beetje misschien. Maar zeker niet geheel.

Maarten is zeventig, en kijkt terug op zijn tijd met jeugdliefde Nicole. Als zulke liefdes zijn, was het groots, overweldigend, onvergetelijk; niets of niemand haalt het bij zo’n vroege liefde. Dat alles is bekend, Godijn is zeker niet de eerste die een boek schrijft over dit thema. Maar anders dan wat het achterplat suggereert, deed Het offer mij niet denken aan Turks fruit of Terug tot Ina Damman. Niet alleen omdat ik beide romans niet gelezen heb (ik zag de film Turks fruit wel, ooit, niet zo’n beste film als u het mij vraagt maar wat maakt het uit u vraagt het mij immers toch niet) (en dan weder, ook hier, een totdat) (totdat?) (todat, ja, al eventjes dan: het einde van Het offer is wel regelrechte Turks fruit) (als boek en film qua structuur een beetje gelijk op gaan dan tenminste). Vooral heeft Godijn zo’n totaal unieke stem dat elke vergelijking sowieso volledig mank gaat. Hij komt af met neologismen, hij onderbreekt zichzelf, levert commentaar op zijn eigen schrijven, aarzelt, stokt, heroverweegt zijn woordkeuze, en alles maakt dat zijn taal leeft, zingt, jubelt, ontstaat en tot wasdom komt waar de lezer bij is, je bent erbij als zijn taal leert lopen, je bent erbij als zijn taal leert fietsen, er is geen schrijver die zijn lezers er zo bij kan betrekken als Godijn. Het is zo totaal. Het is zo maximaal. Het is zo overal. En daardoor zo volledig navoelbaar. Je begrijpt Maarten. Je begrijpt hem helemaal. Want jij, lezer, ongeacht geslacht of geaardheid, jij wordt ook verliefd op Nicole. Tot over je oren. Todat (- maar daar kom ik nog op) (hou je paarden).

Nicole is afkomstig uit een gegoede familie. Maar daar kan zij niks aan doen. Wat meer is, ze is briljant. Humoristisch. Muzikaal (speelt viool!). Geïnteresseerd in filosofie, literatuur, psychologie. Voor alle vakken haalt ze alleen maar negens en achten. Zo slentert ze op haar gemakje door haar middelbare school heen. En daar, op die middelbare school, ontmoet ze Maarten. Er ontspint zich een bijzondere vriendschap tussen de twee; een vriendschap die vanzelf overgaat in een diepe, innige, onverbrekelijke liefde. Alles in die wervelende, bloedwarme taal van Godijn die de lezer ook laat baden in dat licht. Zelfs de sexscenes. O. Dat. Wacht.

Sex is altijd lastig in literatuur. En al helemaal in de Nederlandse literatuur. Het wordt lomp, het wordt ranzig, het wordt liefdeloos. Of het praat, om juist niet in diergelijke valkuilen terecht te komen, er zodanig omheen dat het van bijna lachwekkende truttigheid wordt. Opgewonden word je er in elk geval zelden van. Maar hier, in dit Het offer hier, hier is het van geheel andere abcdefghijk. De sexscenes, en dat zijn er zijn best nog veel of meer toch dan ik vermoed zou hebben bij Godijn (maar waarom vermoed ik niet veel sex bij Godijn?) (weet jij dat?), zijn, hoe tegenstrijdig dat ook mag klinken, haast kinderlijk. Of komisch, op een wat slapstick- dan wel theatervandelach-achtige wijze; het gevoel, bedoel ik, van een toneelstuk waarbij personages om de haverklap op hun billen vallen en dan even versuft en met kolderieke expressie op het gelaat blijven zitten zodat andere personages dan weer over hen struikelen; het soort toneelstuk waarvoor in het theaterboekje termen als “doldwaas” of “knotsgek” gereserveerd worden (maar wat weet ik er eigenlijk van, ik ben nog nooit in mijn leven naar het theater geweest); het soort toneelstuk dat eigenlijk kinderachtig of flauw zou moeten zijn maar alles is zo potsierlijk en zo sterk uitvergroot dat je jezelf niet kan helpen, je moet er toch om lachen. Ofwel zijn ze, nog steeds die sexscenes in Het offer, lichtelijk surrealistisch, alsof ze plaatshebben op een andere planeet of in één of andere verre toekomst. Sja, héét (sorry) word je er bij Godijn ook niet direct van, maar wel warmig, lichtend, zweverig, een klein beetje licht in het hoofd misschien, een heel klein beetje dronken denk ik – en is dat niet net zo goed verwant aan sex? En dat alles, dat – totdat (en. goed. u weet).

Dat kriebelige gevoel, één deur voor geluk, weet Godijn het grootste gedeelte van Het offer vast te houden. Je leest dit boek niet, je zweeft erdoorheen. Ik. Daar. Leviterend. Een paar sentimeter boven mijn leesstoel. Totdat.

Oké. Ja. Nu is er geen ontkomen meer aan.

De liefde tussen Maarten en Nicole begon op de middelbare school. Nicole staat op het punt van studeren, Maarten niet, hij sukkelt een beetje op school, ook daarin is Nicole zijn meerdere, en daar ergens, op dat scharnierpunt naar de volwassenheid, gaan ze voor het eerst alleen op vakantie. Naja, met z’n tweeën dan natuurlijk. Maar zonder ouders. Naar Engeland, naar Denemarken, door Maarten al snel samengetrokken tot het sprookjesland Engelmarken. Het is de zomer van 1974, misschien zegt sommige mensen dat al iets (en als dat zo zou zijn, is dat al erg genoeg waarde lezer!). Voetbal. Een EK of een WK, wat weet ik ervan, voor zover het het Nederlands elftal betreft klaarblijkelijk beheerst door (de gekte rondom) Johan Cruijff. Maarten is al een heel klein beetje verdrietig omdat hij vreest dat hij nu ze op vakantie zijn niet alle wedstrijden meer gaat kunnen zien. Maar dat maakt de lezer, of dat maakte deze lezer toch, nog niet zoveel uit, die Maarten vond je heel het boek doorheen al een beetje een onnozelaar, eigenlijk te suf en te onwetend voor zo’n fantastisch creatuur als Nicole. Echter, overal waar ze komen is het Cruijff voor en na, overal mogen ze binnen, overal moeten ze aanschuiven, overal moeten ze met de lokale bevolking meekijken naar weeral de volgende wedstrijd. En dan het allerergste. Daar. Op bladzijde 169. Ze zegt het. Verdomme, zegt ze dat nou echt? Ja, ze zegt het. Nicole zegt, over Johan Cruijff: “Die man is geniaal.” Zegt ze. Zegt zij. Nicole, dat fantastische creatuur. Verdomme. Ja, verdomme en bam. Want gelijk is mijn verliefdheid aan gruzelementen geslagen. Met nog een bladzijde of zestig, zeventig te gaan. Zit ik. Bam. Weer heel gewoon op de zitting van mijn leesstoel. Niet meer verliefd, niet meer badend in licht, niet meer halfdronken te leviteren. Maar gewoon. Zit ik daar. Een boek te lezen. Loop ik nou zo vlak voor het eind dan toch weer vast bij prozagodijn?

Nee. Niet. Ik blijf lezen. Maar er is wel duidelijk iets veranderd.

Voor mij was het niet waar wat het achterplat zei. Het haalde bij mij niet de herinneringen aan mijn eigen eerste liefde naar boven. Of niet werkelijk toch. Misschien als een geschreven leven – je kunt je een leven schrijven waarin een Dregke en een schrijverken sex hebben op een landgoed waar ze eigenlijk niet mogen komen, of dwalen door een betoverend Engelmarken of liever nog een ongerept Asturias, maar meer dan dat nog nam het me mee na een voor-tijd, een tijd van voor de tijd. Als ik maar even stopte met lezen zag ik mezelf als het peutertje dat ik ooit was. Ik zat in de zitkamer (ja het was een zitkamer dus wat ging ik er anders kunnen doen dan zitten?) van het huis aan de Oudartstraat in Stiphout. Ik speelde met mijn blokken, het licht viel door de ramen (want laat ze praten over klimaatverandering en hoe het vroeger altijd veel kouder was en het de hele winter door vroor, en altijd sneeuw, en altijd schaatsten, en altijd ijspret maar in mijn herinnering heeft mijn hele kindertijd door de zon geschenen, altijd, ook ’s nachts (want ook de nacht is een zon) (Albert Bontridder zei het al), en ik bouwde wegen met mijn blokken, en garages met mijn blokken, en benzinestations met mijn blokken (want die blokken waren eigenlijk alleen maar nodig om nog beter met mijn autootjes te kunnen spelen), en achter me mijn moeder, ik denk dat ze naar me keek, dat ik wist of voelde of dacht dat ze naar me keek. Het bijzondere van die tijd was dat er nog geen tijd was. Er was geen vroeger, en geen later. Er was alleen maar dat wat ik op dat moment aan het doen was. Doch op enig moment dringt zich het besef aan je op dat elk moment voortkomt uit een ander moment en leidt tot een volgend moment, en vanaf dan ben je nooit meer helemaal vrij. Vanaf dat moment weet je wat er onderweg verloren is gegaan (een eerste liefde bijvoorbeeld), en dat er altijd nog iets komen moet, nog iets gedaan moet worden; vanaf het moment dat de tijd zich laat kennen, kom je altijd tijd te kort. En precies dat is wat er gebeurd: ik viel van de on-tijd terug in de al-tijd (waar in dit boek zelfs nog sprake van is, al wordt het niet precies zo gebruikt als ik hier doe). Het gelul kwam binnen. En met het gelul de wereld. En met de wereld de tijd. En dus viel ik terug, want geen gelul is meer gelul dan gelul over voetbal.

Alles wat na pagina 169 kwam, was voor mij een toegift. Misschien ken je dat wel. Het konsert is over, het was een mooi optreden, hele fijne muziek, en het is goed geweest. Maar dat stomme publiek blijft maar we want more scanderen, jezus, straks komen ze echt terug, en je wil gewoon naar huis, nu dat fijne gevoel nog intact is.

En ja hoor ze komen terug.

En dus gaat Nicole naar Groningen, en even later Maarten ook, en Nicole ontwikkelt een bizarre fascinatie die niet echt charmant is maar het maakt me niets meer uit, ik ben niet meer verliefd op haar, en Het offer is gewoon maar een boek, een boek dat geen goed meer kan en dus ook geen kwaad meer, een boek dat niet in de vriezer hoeft (wat?) (nee laat maar dat snapt toch niemand). De sex lijkt vanaf dan ook harder, liefdelozer, ranziger. En dan komt er nog een ziekte bij ook, ja dat is allemaal op en top Turks fruit ja, daar had dat achterplat dan wel weer gelijk in (is het pastiesj, of ode, of doodordinair jatwerk?). En op de valreep ook nog eventjes iets idioots met Maartens ouders, iets wat niet goed past bij hoe je die mensen inmiddels dacht te kennen, misschien had Godijn dat allemaal nodig om een parallel te hebben met dat roddelblad-gelul over Cruijff en zijn huwelijk, misschien was er een offer nodig om het boek Het offer te kunnen noemen, had voor mij niet gehoeven, er hoeft niet altijd thema en ontwikkeling en motief en weetikveel, heel dat literatuurles-gezever meer. Maar het is er, het staat er, het boek gaat nog verder naar die vermaledijde bladzijde 169, zo gaat het wel vaker, er zijn wel meer bijna briljante boeken die vlak voor de eindstreep struikelen en zieltogend heen moeten, waarom eigenlijk, wat is er voor een schrijver toch zo verdomde moeilijk aan het einde van zijn boek, eindes zijn helemaal niet moeilijk, je hoeft alleen maar op te houden met schrijven.

Je kunt alles vanaf bladzijde 169 uit dit boek scheuren en dan hou je het beste boek van dit voorjaar over (al zullen er ook van die figuren zijn die vinden dan het wezen van dit boek zich na bladzijde 169 bevindt) (ik moet trouwens ineens denken aan die gasten die hadden opgeroepen om naar de boekhandel te gaan en het begin uit één of ander boek te scheuren, ik ben vergeten welk boek, je moest dat geloof ik ook nog in één bepaalde boekhandel doen, Paagman als ik me niet vergis, hoe zat dat ook alweer?) (weet jij dat?).

Of je kunt je erbij neerleggen dat Godijn met Het offer eindelijk een boek geschreven heeft waarmee hij het geniale van zijn poëzie benadert. Ja benadert, maar niet haalt. Maar toch. Iets schrijven dat bijna net zo goed is als de gedichten van Wouter Godijn, is er iets hogers haalbaar in de literatuur? Hum. Ja. Vast. Maar ik kan het op dit moment echt even niet bedenken.

Wouter Godijn Het offer

Het offer

  • Auteur: Wouter Godijn (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 5 maart 2026
  • Omvang: 208 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 14,99
  • Bestelmogelijkheden roman >

Flaptekst van de nieuwe Wouter Godijn roman

Een hartstochtelijk verhaal over een grote eerste liefde, ontdekkingstochten van lichaam en geest, verlangens en verlies.

Een oude man vertelt het verhaal van zijn grote liefde, een jeugdliefde zo hevig dat zijn hele leven erdoor werd overschaduwd. Wouter Godijn voert ons mee naar de beginjaren van Nicole en Maarten, twee jonge mensen die, belast door de trauma’s van hun ouders, een wereld ontdekken waarin begeerte en tederheid alles overheersen. Maar zullen ze daar kunnen blijven? In fonkelend proza vangt Godijn de fysieke en mentale gewaarwordingen van een eerste, allesverterende liefde, zo precies dat het de herinneringen van de lezer aan de eerste eigen liefde naar boven haalt.

Het offer is een roman die doet denken aan Terug tot Ina Damman en Turks Fruit: een hartstochtelijk verhaal over verlangen en verlies.

Wouter Godijn is op 31 juli 1955 in Amsterdam. Hij schrijft romans en poëzie. Zijn literaire universum is volstrekt uniek en keer op keer verrast hij de lezer. Zijn werk wordt zeer gewaardeerd door pers en lezers, en verschillende romans werden genomineerd voor de grote prijzen. Zijn poëzie werd bekroond met de Jan Campertprijs.

Bijpassende boeken

Lionel Shriver – Gelukszoekers

Lionel Shriver Gelukszoekers recensie, review en informatie over de inhoud van de nieuwe Amerikaanse roman. Op 5 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de Nederlandse vertaling van A Better Life, geschreven door Lionel Shriver, de schrijfster uit de Verenigde Staten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Lionel Shriver Gelukszoekers recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Gelukszoekers, de roman van Lionel Shriver, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Een schrijver die ons aanzet tot meer nadenken, dieper graven en meer uitdagen – en die er ook nog eens voor zorgt dat het leuk is.” (Sunday Times)

Recensie van Tim Donker

Die van Nieuwkerk hoorde je er nog wel eens over. Het schuldige pleziertje. Dat gaat dan geloof ik voornamelijk over muziek. Iets waarover je je schuldig voelt omdat je er plezier aan beleeft. Denk aan een liedje dat je mooi vindt ondanks dat het gemaakt is door een artiest die je haat. Een album dat kippenvel over gans je huid zendt terwijl het thuis hoort in een genre dat je niet geacht wordt te waarderen in kringen van muzieksnobs. Mjoeziek die lage instincten aanspreekt, instincten die je overwonnen dacht te hebben. Dat heet dat een schuldig pleziertje. Je vindt het mooi, stiekem, er is plezier in mooi vinden, en daarover voel je je dan schuldig. Ik moet dit niet mooi vinden maar toch.

Als het om literatuur gaat, hoor je al minder over schuldige pleziertjes. Ja, Kees ’t Hart schreef een essayistische ode aan wat men met een denigrerende term wel “damesromannetjes” heet, maar hier moet meer over te zeggen zijn. Natuurlijk kan een literatuurliefhebber zich verliezen in iets wat door mensen die er weet van hebben niet tot literatuur gerekend wordt. Maar zijn er nog andere schuldige pleziertjes?

Misschien.

Een schrijver die je helemaal niks vindt, en dan dat ene boek toch.
Een liefdesgedicht dat veel te erg voor de hand ligt maar dat je desondanks niet zonder tranen in je ogen lezen kunt.
Iets dat meevaart op de zoveelste hype die je verafschuwt en niettemin las je het in één adem uit.
Zulke dingen.

Of.

Gelukszoekers.

Ja.

Dit boek vertegenwoordigt alles waar ik mij verre van wens te houden zover als literatuur gaat.

Die titel alleen al. Gelukszoekers. Iemand zoekt zijn geluk, en dat is de mens inmiddels pejoratief aan het gebruiken. Alsof het iets vreselijks is om te denken dat je in een ander land meer kansen hebt op een goed leven. Alsof het iets vreselijks is om gelukkig te willen zijn. Alsof er niet genoeg mensen zijn geweest die in Canada, Australië, Zuid-Frankrijk, Spanje of, hee Margaret Ann, Portugal (zonder geldig verblijfsrecht, nee?) dachten te vinden wat ze elders vruchteloos gezocht hebben. Alsof je altijd maar achter dat lijntje moet blijven dat anderen voor jou getrokken hebben.

En ook. Een boek met politieke basis, goed, dat kan nog net. Maar boeken over actuele thema’s? Ja. Sorry. Ik weet niet. Maar ik persoonlijk kan geen klimaatroman meer zien, en boeken met zo’n Trump-achtige president mogen van mij ook wel het raam uit. Van die schrijvers die ons, onwetenden, menen te waarschuwen dat we aan de vooravond van een ecologische catastrofe staan of dat er een machthebber is, hier of daar, die bezig is de hele wereld in het verderf te storten, ja, dank u, monneer of mevrouw schrijver, dat hadden we nog niet gezien, dank u om dit onder onze aandacht te brengen, nu weten wat ons te doen staat – in een hoekje kruipen en bang zijn.

Vraagt u het mij? Ik weet het niet, maar als zo dan zou ik u zeggen dat het lichtelijk suspect is om te schrijven over die dingen waar iedereen al de mond van vol heeft. Elk kaffeegesprek loopt ervan over, en bij de koffieautomaat op het werk praten ze over niks anders. Schrijf daarover een boek en het zal gelezen worden. Ja goed. Maar dat kunstje is me toch wat al te koud.

Dus ik hoef nie te lees nie een boek nie over asielzoekers nie.

En dan.

Gooi meer in het mengsel.

Gooi.

Een weinig bijzondere schrijfstijl. Een opbouw die traditioneel heten mag: gewoon ab ovo, heel gewoon, en gewoon lineair, heel gewoon, en dan ook nog, heel gewoon, kleine gebeurtenisjes als eerste die culmineren in, ja hoor. De Gewelddadige Climax. Verhaalfiguren die zo onbeschaamd clichématig zijn dat het welhaast typetjes zijn, nogal plat in ieder geval; ze functioneren duidelijk als (maatschappelijke) archetypen en deze functionaliteit heeft Shriver klaarblijkelijk boven literaire zeggingskracht (of, zo u daar belang aan hecht, zoiets als “geloofwaardigheid”) gesteld.

Gooi het erin, en het mengsel zou ondrinkbaar moeten zijn.

(meng de zeedruif met de wijn. en geef de dichter ook wat. geef de dichter wat, geef de dichter wat)

Zou moeten. Maar is niet.

Nee, ondanks dat het boek minimaal op vijf-nul achterstand begint (ofzo, ik tel de punten nooit), heb ik het min of meer in één ruk uit gelezen (feitelijk moet het een ruk of zes geweest zijn, maar dat klinkt minder goed).

Hoe zit dat dan?, vraagt een mens zich af.

(het besprekerken zit, verslagen, met een boek op schoot, en het einde, oja het einde, weeral helemaal niks, maar dat komt nog, dat komt nog, hij zit daar, de laatste tonen van Der weg der toten sterven weg, hij heeft gelezen, hij heeft gezeten, hij was weeral geen parelduiker, hij wil Dregke niet weer teleurstellen, hij wil niet opnieuw een broer moordenaar, moet hij spreken, moet hij zwijgen, hij zit, hij is een klein en armzalig besprekerken, dus hij zal spreken, het zit immers al in het woord)

Hoe zit dat met boeken als dit. Boeken die zich bijna aan je opdringen. Boeken die je geboeid houden ondanks dat je al hun truukjes doorziet. Oja want dat gooide Shriver ook nog in het mengsel: een beetje sex (niet teveel uiteraard), een beetje liefde, wat intriges, een hollywoodiaanse spanningsopbouw; dit boek leest als een thriller (nog een genre dat doorgaans mijn aandacht hoegenaamd niet heeft).

Je wil er niet over nadenken.

Je wil erover nadenken.

Je denkt – één meesterzet van Shriver is alvast om het verhaal vanuit Nico te vertellen.

Wie is –

Nico?, u vraagt.

Misschien is dit het moment waarop ik wat meer informatie moet gaan geven. Goed. Gloria Bonaventura is een gescheiden moeder van drie volwassen kinderen: Palermo, Vanessa en Nico. De twee zussen Palermo en Vanessa zijn het huis al uit, hebben zoiets gedaan als een glansrijk eigen leven opbouwen. Daar valt misschien nog wel wat op af te dingen: Palermo was hard op weg een wereldberoemd turnster te worden tot een auto-ongeluk die droom definitief aan diggelen sloeg; nu verricht ze administratieve werkzaamheden in het niet overdreven succesvolle bouwbedrijfje van haar man en Vanessa heeft zo’n groot hart dat ze het nooit heel veel verder zal schoppen dan de kinderopvang waar ze werkzaam is – ze mist de zelfzuchtige component die nodig is om “de maatschappelijke ladder” tot de bovenste sport te bestijgen (ja sorry ik wist even geen andere woorden hiervoor). Nico, echter, woont nog bij zijn moeder in de ooit (in gelukkiger tijden, toen de ouders nog samen waren) goedkoop aangeschafte maar door vader geheel vertimmerde villa in hartje New York – een huis dat inmiddels miljoenen waard is. Hij heeft een studie gedaan die hem niet begeesterde: vlak voor hij zijn diploma behaalde wist hij het al: hij wil geen ingenieur worden (dan is u nog ver gekomen, Nico, ik dacht in het eerste halve jaar van mijn studie al Hier Wil Ik Nooit Iets Mee Gaan Doen, en toch, hangend, wurgend, in bijna twee keer de tijd die ervoor stond, naar het diploma toe, ik wilde mijn vader de schande besparen van een ongediplomeerde stamhouder); werkloos slijt hij zijn dagen als zelfbenoemd observator die de uiterste graad van neutraliteit wil bereiken. Daar zal hij het gezien de verdere ontwikkelingen nog moeilijk mee krijgen. Maar dat komt straks. Want neutraal is hij sowieso al niet, Nico is, ehm, nogal, sja, rechts.

Ja, rechts.

En we zitten de hele tijd in zijn hoofd, zijn rechtse hoofd, en dus kun je je verheugen op vermakelijke en niet zelden zeer rake tirades.

Als.

“De coronalockdowns waren al stom genoeg geweest, ze hadden kleine winkels en restaurants de kop gekost en de straten ontsierd met multiplex en met hangsloten afgesloten rolluiken. Maar boven op al die economische zelfbeschadiging was de stad waar hij geboren was in anderhalf jaar veranderd in een onbekende derdewereldhel.”

Of.

“Veel van de tegen het hotel leunende buitenlanders droegen mondkapjes, hoewel ze in de buitenlucht stonden en de mondkapjesplicht in New York zelfs voor openbare binnenruimtes al ruim anderhalf jaar niet meer gold. Waren de bijgelovige voorbehoedmiddelen een teken van oprechte angst voor ziekte, oprechte bezorgdheid over de verspreiding ervan, verwarring over de huidige voorschriften van het ministerie, of een kruiperig verlangen om te behagen?”

Of.

“Maart was ongewoon warm voor de tijd van het jaar, en daarin zagen onbekenden die bij de plaatselijke pinautomaat stonden te wachten aanleiding om te mopperen over de ‘klimaatcrisis’, aangezien je in de progressieve wereldvisie nu zelfs moedeloos kon worden van mooi weer.”

En meer zulks.

En het gaat er niet om of u dit ook vermakelijk vindt, of raak.

Nee.

Daar gaat het niet om.

Want ik varieer op woorden van Ilja Leonard Pfeiffer (en ja dat is een lul van jewelste ja, dat weet ik ook wel)(maar maakt dat uit?)(lullen snijden soms ook wel hout): “Literatuur moet gevaarlijk zijn of het is geen literatuur.”

En dus is dit Gelukszoekers al meer literatuur dan elke recente of minder recente deugroman. Als literatuur ergens om gaat, dan is het om grenzen op zoeken. Om durven zeggen wat elders niet gezegd kan of mag worden. Om de vrijplaats. Waar alles kan, en alles mogelijk is. Schrijvers, literatuurliefhebbers, academici, intellectuelen, kunstenaars, noem het, zij zijn vaak van linkse signatuur en wat je ter linkerzijde geacht wordt te denken en vooral ook geacht wordt verwerpelijk te vinden, is genoegzaam bekend. We weten wie de goedmensen zijn, we weten aan welke kant we moeten staan in welke oorlog dan ook, we weten waaruit solidariteit geacht wordt te bestaan. Hoe fijn is het daarom om eens al die dingen te lezen die je eigenlijk niet mag zeggen, niet mag denken, niet mag vinden. En Shriver voert het naar mijn gevoelen niet eens ironiserend op – al valt daar misschien ook wel wat op af te dingen. Maar ook dat komt later.

Want eerst.

Ja, waar was ik ookalweer. Oja. Gloria Bonaventura dus. Een activiste. Op een wat verbeten, en niet geheel oprecht overkomende manier. Als al die activisten zijn misschien. Het is niet bijzonder ver gezocht te denken dat Gloria’s activisme een reactie is op het rechtse denken van haar man; zoals de boodschap van de gemiddelde a12-bezetter eerst en vooral is Wij Zijn Beter Dan Zij. En dus neigt haar goedheidssyndroom soms tot in het bizarre (wil je daar iets mee zeggen, Shriver?). Als de burgemeester van New York zijn stadgenoten er op een dag toe oproept om een vluchteling in huis te nemen, aarzelt Gloria dan ook geen seconde. Zussen Vanessa en Palermo steunen hun moeder hier van harte in. Eerstgenoemde is misschien de enige in deze roman die vanuit haar ziel lijkt te spreken. Zij heeft de hele wereld lief, ze wil iedereen redden, ze ziet alleen maar het goede in elke mens. Je kunt van haar als lezer ook geen typetje maken, al lijkt ze ook nergens volledig van vlees en bloed te worden: iemand die zo lief is, heeft niet geleefd. Palermo daarentegen lijkt eerder het NIMBY-type. Iemand die het uit principe goedkeurt om minderheden bij te staan, en dat in dit geval ook makkelijk kan: ze woont niet meer thuis en ondervindt dan ook niet de nadelen van Gloria’s keuze. Niet op de manier van Nico.

Hij is al enige fel tegen het besluit van zijn moeder. Eerst en vooral omdat de vluchteling zijn ruimte in gaat nemen. Hij woont al een tijdje in het souterrain van hun New Yorkse miljoenenpand en moet daar nu uit – terug in zijn oude kinder-/jongenskamer omdat het souterrain vanaf heden het terrein is van de Hondurese Martine.

Die in alles wordt gekenschetst als het stereotype van de Midden-Amerikaanse vrouw. Vanaf dag één laat ze zich zien als vrolijk, extravert, gedienstig, warmbloedig, temperamentvol, sexy – al gelooft Nico van ganser harte dat ze vooral uit berekening in deze rol kruipt. Gloria, Vanessa en Palermo zijn weg van haar. Nico heeft zijn bedenkingen. Bedenkingen die niet minder worden als op enig moment Domingo opduikt. Zogezegd Martines broer, al hebben die twee voor broer en zus wel een aardig intieme verhouding. Domingo is in alles Martines tegendeel. Hij is een lompe, zwijgzame, sexistische, arrogante profiteur. Hij meent recht te hebben op alles wat de Bonaventura’s te bieden hebben. En hij gaat ook niet meer weg uit hun huis.

In het kielzog van “broer” Domingo komt Alonso, een “zakenpartner” van Domingo. Omdat hij spraakzamer en socialer is dan Domingo, en ruimbaan geeft aan een zeker cynisme mag Nico hem in eerste instantie wel – zeer in tegenstelling tot zijn moeder voor wie Alonso niet goed aansluit op haar zelfverkozen wokeïaanse aard. Enige hekken geraken echter pas echt van evenzovele dammen wanneer een verrassingsfeestje voor Gloria’s 63ste verjaardag ontaard in een Midden-Amerikaanse fiesta. Martine had Nico en zijn zussen op het hart gedrukt om Gloria zo lang mogelijk buitenshuis te houden opdat zij alle voorbereidingen voor het feest zou kunnen treffen maar wanneer de vier dan eindelijk thuis komen, treffen ze het huis aan in een complete ravage. Er weerklinkt slechts de vreselijke Punta-muziek die Nico juist verboden had, er wordt gedronken, geschreeuwd, vernield, gelachen en gedanst – maar niet door de genodigde vrienden van Gloria. Die staan angstig in een hoekje te kijken naar een stel gewelddadige, van kop tot teen getatoeëerde, volslagen ongemanierde Midden-Amerikanen die vanuit het niets opgedoken zijn. En ook zij weigeren het huis te verlaten. Sterker nog: wanneer Gloria na een paar dagen met deze overduidelijk criminele elementen geleefd te hebben (Nico en zijn moeder samengedromd in een verre kamer op het eerste verdiep terwijl de nieuwaangekomenen de rest van het huis hebben overgenomen, inklusief moeders auto, creditkaart en keuken, alsmede Nico’s laptop) er eindelijk toe bereid is de politie in te schakelen, blijkt dat het recht hier niets kan uitrichten. De mannen hebben zich immer niet wederrechtelijk toegang verschaft tot het huis. Op de dag dat de politie komt, zitten ze in hun beste pak en met een boek in hun hand aan de keukentafel. En Alonso heeft vervalste huurovereenkomsten voor ze geregeld. Ze weten niet waar Gloria het over heeft, ze zijn doodeerlijke huurders, ze hebben geen kwaad in de zin, ze veroorzaken geen overlast.

Het is niet moeilijk maatschappelijke parallellen te trekken. En daar wordt het zelfs mij een beetje suspect. Het huis van de Bonaventura’s als het land, om het even welk land, dat “overgenomen” wordt door “nieuwkomers”, om het even van welke signatuur. De politie in de rol van een te zwak rechtssysteem dat als het ware misbruik uitnodigt. Palermo als gemakzuchtige NIMBY, en Gloria als verblinde deuger die zo graag goed wil doen dan ze niet eens kan inzien welke kwalijke gevolgen haar goedwillendheid eventueel zou kunnen hebben. De Midden-Amerikanen, vol minachting en kwade intenties. Zelfs Nico, als hoofdfiguur is net iets te voordehandliggend getekend: de werkeloze luiaard die vanaf de zijlijn commentaar heeft op alles wat hij in feite zelf is. Het is dan ook veelzeggend dat in één van de weinige rechtstreekste confrontaties tussen Martine en hem, hij eigenlijk de zwakste argumenten in handen heeft. “’[G]oede landen’ [zijn] [..] het cumulatieve gevolg [..] van jarenlange ijver, sociale samenwerking en innovatie, terwijl ‘slechte landen’ het resultaat [zijn] van tirannie, gebrek aan sociale orde en corruptie, en het vormgeven van een aantrekkelijke plek om te wonen [heeft] intergenerationeel gezien daarom bijzonder weinig te maken [..] met geluk. Dus probe[ren] Martine en haar soortgenoten munt te slaan uit de verworvenheden van een beschaving die niet door hun voorouders [is] opgebouwd; hun poging om een kortere afslag naar welvaart te nemen [is] in feite een vorm van bedrog, bietsen of diefstal.” Is dat niet een al te simplistisch zoethoudertje om niet tegen de status quo in opstand te hoeven komen? Zelfs als dit waar is (en dat staat nog te bezien, wat is immers de kip, wat is het ei; komen tirannie en corruptie niet veeleer voort uit ellende, zijn sommige landen door hun ligging, bodem, klimaat, gebrek aan vruchtbare omstandigheden niet bij voorbaat al in het nadeel?), dan kun je je altijd nog afvragen wat voor gevolgen dit dan op individueel niveau heeft. Moet je maar passief blijven liggen in het bedje dat voorgaande generaties voor jou gespreid hebben? Is elke poging om te kijken of het gras elders allicht een tintje groener kunnen zijn, almeteens een vorm van bietsen? Hoeveel aandeel heeft het individu in de corruptie dan wel de verworvenheden van de beschaving waarin zij toevallig ook maar geworpen zijn? Is dit in een bewuste poging van Shriver om Nico lulkoek in de schoenen te schuiven, met het oog op wat volgen gaat? Nico draagt immers ook bitter weinig bij aan de “verworvenheden” van zijn samenleving, niet die van zijn land (hij heeft immers geen baan), en ook niet die van het huis waarin hij woont (want hij voert geen klap uit). Het lijkt erop dat Shriver gaandeweg het boek steeds meer voor een veilig geen rechts en geen links kiest (maar “recht door zee”,  zoals dat ene mens ooit zei, hoe heet ze ookalweer).

Hoe zwabber het boek ook in politiek of literair opzicht is, het houdt de lezer in de ban. Met doorzichtige technieken misschien. Maar de lezer leest.

De lezer leest tot het eind.

Actie, actie, en dan drama. Jaja. We weten het wel.

En dan het eind. Het godvergeten slappe eind. Het teleurstellende eind. Ik bleef lezen en lezen en lezen en lezen, bijna vierhonderd pagina’s lang in een boek dat ik eigenlijk helemaal niet wilde lezen om tot zo een afzichtelijk, slap, nietszeggend einde te komen.

Want alle ellende met de Midden-Amerikanen en het vreselijke dat het alles tot het gevolg heeft, is niet genoeg. Gloria heeft ook nog een keuze gemaakt die Nico’s hele leven op zijn kop zet. Die echter, alle enen opgeteld, voor Nico toch een positief gevolg zal hebben.

Dat is dus dat einde.

Shriver sleept je door heel dat boek heen.
Met al die hollywoodiaanse truukjes. Dit boek leest als een thriller, of zei ik dat al. Je ziet het allemaal voor je. Met al die typische typetjes: Gloria als verbeten activiste, Palermo als de NIMBY, Nico als de rechtse bal die boos is op alles wat hij zelf in essentie is, de Midden-Amerikanen die getatoeëerd en wel overduidelijk als agressief, ongemanierd en mogelijkerwijs crimineel moeten verschijnen, Nico’s vader en zijn vrienden als pre-Trump elementen (dit werd in de Biden-era geschreven); je ziet het allemaal voor je, je ziet het allemaal zo duidelijk voor je, dit kon een veel ween, of een serie op netniks, je ziet het wel; en ze betrekt jou, de lezer erbij, misschien voel je even wat de verhaalfiguren voelen, en dan komt dat slappe einde, dat laffe, gevaarloze einde, dat geen wit zoekt en geen zwart, zo’n laf compromisje inzet waarmee iedereen maar gelukkig moet zijn, wat in essentie zijn we allemaal gelukzoekers, jaja, dat is waar maar ik dacht toch ergens anders heen te gaan.

Niet om iets te lezen waar ik me in politiek opzicht achter zou kunnen scharen. Nee. Ik vind dat iedereen overal mag wonen, dat elk mens mag zoeken naar welk hoekje het dan ook is in deze wereld dat hem of haar het gelukkigst maakt. Martine zocht haar geluk en Nico vond het zijne. Het zal allemaal wel. Maar op het laatst staat hij daar en hij ziet de man die aanleiding heeft gegeven tot zijn moeders dood (oeps nou heb ik het verraden), hij ziet de vrouw die door een laatste opwelling van zijn moeder het huis heeft gekregen dat hij de langste tijd als het zijne heeft beschouwd en hij behoudt zijn flegma? Weinig geloofwaardig gezien het voorgaande, en een verrotte anticlimax voor de lezer bovendien.

Het doet mij afvragen voor wie dit boek is.

In politiek opzicht zal elke linksgeoriënteerde lezer zich alleen maar ergeren aan de beschouwingen van Nico, aan de iets te scherp gesneden archetypen als het om de Midden-Amerikaanse personages gaat, aan de tendentieuze toon die het grootste gedeelte van het boek uitmaakt. Wie wat rechtser van aard is en hoopt eindelijk eens wat te lezen dat meer in overeenstemming is met zijn eigen gedacht, zal zich verraden voelen door het slappe einde dat zonder gêne hengelt naar een middenpositie: geen vis, geen vlees, geen hier, geen daar, iedereen een beetje dit en een beetje dat, we zijn allemaal mensen, we zoeken allemaal naar iets, iedereen heeft wel iets waar een ander beter van kan worden, etcetera.

Wie het los van alles ziet, leest gewoon een spannend en meeslepend boek. Wat sex, wat humor, wat opwinding, wat ontroering. Voor mij een schuldig pleziertje. Voor heel veel andere mensen gewoon alles wat een boek nodig heeft.

Lionel Shriver Gelukszoekers

Gelukszoekers

  • Auteur: Lionel Shriver (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Amerikaanse roman
  • Origineel: A Better Life (2026)
  • Nederlandse vertaling: Karina van Santen, Marian van der Ster
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 5 maart 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Roman bestellen >

Flaptekst nieuwe Lionel Schriver roman

Scherpe satire over het thema migratie van de auteur van Waanzin.

Brooklyn, ca. 2022. Een welgestelde, gescheiden New Yorkse vrouw, moeder van drie volwassen kinderen, besluit om een vluchteling uit Honduras in huis te nemen. De lieve, behulpzame, bloedmooie Martine betrekt het souterrain en maakt zichzelf algauw onmisbaar. Maar de oudste zoon Nico, tevens de verteller (overigens een thuiswonende, werkloze twintiger met zijn eigen opvattingen over ‘de vluchtelingencrisis’), heeft zijn twijfels over Martines afkomst. Die alleen maar groter worden wanneer een vreemde, ietwat norse man bij Martine intrekt, gevolgd door nog een paar landgenoten. Het statige huis in de chique buurt wordt al snel te klein; moeder en zoon komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Een complicerende factor: Nico’s gevoelens voor Martine.

Lionel Shriver is geboren op 18 mei 1957 in Gastonia, North Carolina, Verenigde Staten. Ze schreef onder andere de internationale bestseller We moeten het over Kevin hebben, bekroond met de Orange Prize en in 2012 succesvol verfilmd. Eerder verschenen ook de romans De weg van de meeste weerstand, Tot de dood ons scheidt en de essaybundel Tegendraads. In 2024 verscheen de roman Waanzin.

Bijpassende boeken

Jet Nijland – De wijngaard aan zee

Jet Nijland De wijngaard aan zee recensie, review en informatie roman en deel 1 van de reeks De vrouwen van de Médoc 1. Op 3 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Boekerij het eerste deel in de reeks romans, geschreven door Jet Nijland. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Jet Nijland De wijngaard aan zee recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van de roman De wijngaard aan zee, De vrouwen van de Médoc 1, geschreven door Jet Nijland, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Jet Nijland is de Nederlandse Lucinda Riley. Of beter.” (Aline van Wijnen)

Recensie van Monique van der Hoeven

De Wijngaard aan zee , geschreven door de Nederlandse schrijfster Jet Nijland is het eerste deel van de serie Vrouwen van de Médoc. Het boek werd uitgegeven door Meulenhof Boekerij en ik las het e-boek met mijn Kobo Plus abonnement.

We maken kennis met het wijndomein van de familie Rochard – in 1863. De jonge Suzette is na de dood van haar moeder ergename van het domein, maar op dit moment is haar vader nog aan de macht. Na een gruwelijke brand in de kelder tijdens het oogstfeest zijn de Rochards hun hele wijnvoorraad kwijt en moeten ze het aanbod van de familie Larraine aannemen: ze krijgen hulp in ruil voor een leerplaats bij de wijngaard van de knappe zoon Romain Larraine. Suzette voelt veel voor Romain en dat is wederzijds. Maar is deze man eigenlijk wel te vertrouwen?

En dan de voorman Bruno, die haar vader heeft aangesteld op het wijndomein – het lijkt geen prettige kerel. Hij blijkt ook nog eens een goede kennis te zijn van Olivier, aan wie Suzette geen goede herinneringen heeft.

En dan is er de tweede verhaallijn ook over een vrouw. De Zeeuwse Hannah die 2 jaar geleden, in 2024, haar man heeft verloren. Hannah heeft de oesterkwekerij van de familie succesvol voortgezet, maar ze voelt dat het tijd is dat ze weer gaat leven. Ze vertrekt naar Zuid Frankrijk, op zoek naar sporen van haar verleden. Zo stuit ze op het verhaal van de brand op het wijndomein van de Rochards. Samen met de gids David gaat ze op onderzoek…

Ik ben dol op verhalen met een dubbele tijdlijn, ze geven, zoals ook hier, zo’n mooie dubbele inkijk in een geschiedenis en de personages die daarbij horen. Het verhaal is vlot geschreven en er komt veel vrouwengeschiedenis in voor, wat het voor mij helemaal heel aansprekend maakt. Zeker als het verhaal van Suzette nog een behoorlijk verrassende wending neemt. Ik heb het boek zeker met veel plezier gelezen.

Ik ben al snel begonnen in het tweede deel van deze serie over de Vrouwen van de Médoc! De roman is gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (uitstekend).

Jet Nijland De wijngaard aan zee

De wijngaard aan zee

De vrouwen van de Médoc 1

  • Auteur: Jet Nijland (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse familieroman
  • Uitgever: Boekerij
  • Verschijnt: 3 maart 2026
  • Omvang: 384 pagina’s
  • Afmetingen: 14,1 x 21,6 x 2,8 cm
  • Gewicht: 478 gram
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 20,99 / € 7,99 / € 19,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de eerste vrouwen van de Médoc roman van Jet Nijland

De start van een heerlijke serie vol familiegeheimen, wijn en romantiek! Twee vrouwen, gescheiden door de tijd maar verbonden door een mysterie.

De Médoc, 1863. Het oogstfeest op wijndomein Rochard wordt ruw verstoord door een brand in de wijnkelder waarbij een van de gasten om het leven komt. Iedereen spreekt van een ongeluk, maar Suzette Rochard vermoedt opzet. Omdat de brand vrijwel hun hele wijnvoorraad heeft verwoest, sluit haar vader een deal met de concurrerende wijnfamilie Laranne. Suzette wordt gedwongen samen te werken met Romain Laranne, de enige man die ze nooit meer wilde zien.

Zeeland, 2026. Bijna twee jaar na het verlies van haar man gaat Hanna op reis naar Zuid-Frankrijk. Ze raakt gefascineerd door een mysterieuze brand die daar ruim anderhalve eeuw eerder in een wijnkelder woedde. Langzaam ontrafelt zich een verhaal dat raakvlakken heeft met haar eigen leven. Zou haar zoektocht haar meer kunnen brengen dan antwoorden over het verleden?

Jet Nijland werd geboren in 1979 op de Veluwe en verhuisde voor haar studie naar de Randstad. Met haar man Jochem en kat Gijs woont ze nu in een dorp vlak bij Leiden. Eerder verschenen van haar hand Zwaluwdans, Als de sterren fonkelen, De zonnesteen en De wijngaard aan zee.

Bijpassende boeken

Matthew Kosinski – Year of the Invented Star

Matthew Kosinski Year of the Invented Star recensie, review en informatie boek met socialistisch-occulte lyrische poëzie. Op 28 februari 2026 verschijnt bij Broken Sleep Books het boek van de Amerikaanse dichter Matthew Kosinski. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Matthew Kosinski Year of the Invented Star recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Yeat of the Invented Star, het boek met gedichten en poëzie van de Amerikaanse dichter Matthew Kosinski, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

zegt iemand zegt wie zegt Rosmarie Waldrop: Middle English gramarye, grammar, or book-learning, came to mean occult or magic lore, and through one Scottish dialect form has emerged in our present English as ‘glamour’. […] Grammar girls with words that spell power to cast spells.“

& dit

zal bij Matthew Kosinski niet op dove oren zijn gevallen (kent Kosinski Waldrop? ja natuurlijk kent Kosinski Waldrop); hij: poëet, socialist, occultist, onderzoekt in Year of the Inverted Star de transformatieve kwaliteiten van taal, wat resulteert in een bezwerende en, zomwijlen, visuele poëzie die in hoge mate bedwelmend is; de lezer gaat gaandeweg vermoeden dat hij na dit boek nooit meer helemaal de oude zal zijn.

Ik dacht aan de grammargirls van Uljana Wolf. grammargirls spellen macht met woorden en maken magie, schrijft zij, met een vingerwijzing naar Waldrop (ja van wie denken jullie dat ik het had dan?), en: grammargirls schrijven woorden tot tekens om te toveren (en ook: grammar girls willen lettersoep maken maar haten maggi) (wat ik wel grappig vond) (en vanwaar ineens die spatie tussen grammar en girls dat weet ik ook niet maar dat is net de tover van taal peinst mij); zinnen die goed als omschrijving zouden kunnen dienen voor het projekt dat Kosinski hier onderneemt (kent Kosinski Uljana Wolf? lijkt me niet waarschijnlijk).

De bundel bevat feitelijk maar vier gedichten: Conception Dream; Three Years (onderverdeeld in My Christ Year, My Katsuragi Year en Year of the Inverted Star); Some of Them Barked Like Dogs en Consobrinus Universalis en met elk gedicht gaat de lezer een fractie dieper de duisternis in, tot we eindigen bij een “universal cousin” – het zou een neef kunnen zijn het zou een nicht kunnen zijn het zou het kozijn van het wereldvenster kunnen zijn, al lijkt het consobrinus uit de titel wel te wijzen op het kind van de zus van de moeder – die langzaamaan de pagina zwart kleurt. Bij oppervlakkige beschouwing leek het gedicht me afkomstig te kunnen zijn uit het tekstboekje van een seedee van The Secret (ook best gek op latijn, die gasten) (bij oppervlakkige beschouwing, ik zeg, want ik geloof nooit dat Marco Coslovich een marxist is). Het alles komt uit drek tevoorschijn, en verdwijnt uiteindelijk weerom in een teerzwarte zee die elk onderscheid uitwist.

Zo maakt Kosinksi lezen tot een zeer fysieke ervaring.

De buik.
De maag.
De darmen.

Trepanatie.

Licht penetreert het donker.

Een eeuwigdurend hoog.

En overal armen.

Oerdriften worden aangesproken. Soms is dat grappig: twee verliefde heterosexuelen doen het saaiste ding dat je je maar voor kunt stellen, schrijft Kosinksi. En: er zijn zoveel interessante dingen om aan te denken, waarom zou ik dan ooit aan sex denken? (welke letter uit dat halve alfabet om andersgeaarden mee aan te duiden is dat ookalweer?) (ik had het er laatst nog over met een collega op depot) (jij hebt het altijd over van alles gehad, laatst, met een collega op depot) (ja sorry verder spreek ik alleen nog maar met de slager en met de vrouw van de bakker).

Alles borrelt in deze bundel. Taal, beelden, gewaarwordingen. Alles borrelt, stroomt over, is vloeistof, komt langzaamaan tot materie. Een voortdurend ontstaan en vergaan en opnieuw ontstaan. Tot het de lezer duizelt (soms vrij letterlijk – meer dan eens moet het boek gedraaid worden om alles te kunnen lezen).

Dat is die lijfelijkheid waarover ik het had.

Het heen en weer. Een reeks x’en. Dezelfde of een andere reeks x’en in spiegelbeeld. Het vele paginawit. Soms paginazwart. Symbolen. Taal als magie. In de geest van Rosmarie Waldrop of Uljana Wolf. De infante spuugt. Meng de zeedruif met de wijn en geef de dichter wat. We vliegen in een twaalfzitskano. De nacht stroomt het lied uit. Een dier zet zichzelf in elkaar volgens de instructies. En overal groeit de taal welig.

Hier is de dichter eerder magiër.
Wat zal Maria van Daalen dit mooi vinden zeg. Maria van Daalen moet dit lezen.

Hier is de taal gemaakt uit het stof der dromen. Hier is vergaan altijd ontstaan. En andersom.

Hier schijnt elk licht duister. Lees dit met Demdike Stare op de steerjoo & lees dit & lees dit & lees dit.

Dronken van poëzie moet je nog aan je dag beginnen. Je dacht altijd al dat literatuur en de nacht beste kompanen waren.

Matthew Kosinski Year of the Invented Star

Year of the Invented Star

  • Auteur: Matthew Kosinski (Verenigde Staten)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Broken Sleep Books
  • Verschijnt: 28 februari 2026
  • Omvang: 82 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: £ 10.99
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het boek van Matthew Kosinski de Amerikaanse dichter

Matthew Kosinski’s Year of the Inverted Star is a visionary work of socialist occult lyric, beginning in the body and spilling out into theology, politics and magic. In ‘Conception Dream’ life emerges as contamination and contact, cells admitting viruses, ash accepting breath, two strangers becoming Don Giovanni to one another while consciousness wells up like a tear at the rim of its vessel.

Across the triptych of ‘Three Years’ Matthew Kosinski moves from Christ year through Katsuragi year to the inverted star itself, weighing anomie, archetype, and hospital corridors, searching for a thought of love that never doubles back on itself. In ‘Some of Them Barked Like Dogs’ the possessed nuns of Loudun gain a strange political agency, crawling on a thousand palms through the Forest of Things, while ‘Consobrinus Universalis’ chants the universal cousin into a cracked Marxist gospel of kinship and injury. The result is viscous, exact, darkly funny writing that insists we are all entangled in each other’s flesh and fate.

Matthew Kosinski is een Amerikaanse dichter, socialist en occultist uit Philadelphi.

Bijpassende boeken en informatie

Laurie Eaves – Metal Gear Sonnets

Laurie Eaves Metal Gear Sonnets recensie, review en informatie over de inhoud van de dichtbundel van de Engelse dichter. Op 28 februari 2026 verschijnt bij Broken Sleep Books, het boek met gedichten van de Laurie Eaves, de schrijfster uit Engeland. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Laurie Eaves Metal Gear Sonnets

Metal Gear Sonnets

  • Auteur: Laurie Eaves (Engeland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Broken Sleep Books
  • Verschijnt: 28 februari 2026
  • Omvang: 132 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 17,99
  • Boek bestellen >

Laurie Eaves Metal Gear Sonnets recensie van Tim Donker

Aanvankelijk begreep ik alleen “sonnets”. Sonnetten. Metal gear liet zich pas later ontsleutelen. Dat dit dus gaat over een computerspel, Metal Gear Solid geheten, dat in zijn klassiekste vorm teruggaat als ver als 1987, maar vanaf 1998 vorm kreeg als een blijkbaar veelgespeelde reeks voor Playstationgebruikers. Hum. Ja. Sonnetten en computerspellen, daar heb je in één adem twee zaken waar ik weinig tot niets mee heb.

Maar.

Eerst de sonnetten dan misschien. In zijn nawoord (de “endcredits”, maar daar kom ik nog over te spreken) (hou je paarden) heeft Eaves het over “lettergrepen tellen” dus allicht zijn het technisch gezien allemaal sonnetten (wat een soms wat merkwaardige zinsbouw of woordkeuze zou verklaren) maar de gedichten in Metal Gear Sonnets zien er zeker niet uit als traditionele sonnetten. De vorm wijkt zelfs zodanig af van welke traditie dan ook dat je af en toe kunt spreken van visuele poëzie. Wervelend overheen twee pagina’s, dwars op de bladzij geplaatst, kolommen, spiraalvormig, een omgekeerde driehoek, gedichten die voornamelijk uit leestekens lijken te bestaan; bij een eerste doorbladeren alleen al laat Metal Gear Sonnets mijn bloed sneller stromen. Iemand die zoiets mufs als de sonnetvorm zozeer naar zijn hand kan zetten dat er iets geheel nieuws ontstaat, verdient mijn volledige aandacht.

Zelfs al gaat het dan om een computerspel.

Mijn zoon, toch een “gamer”, zoals dat geloof ik heet, is daar trouwens niet een goed Nederlands ekwievalent voor, computerspelletjesspeler lijkt niet eenzelfde lading te dekken, kende Metal Gear Solid niet, misschien niet verbazingwekkend want hij heeft geen Playstation, maar toch, hij kijkt ook vaak youtubevideo’s over computerspellen, dus, dacht ik, misschien heeft hij er ooit van gehoord, maar dat had hij niet, ik zei het is een reeks het bestaat al vanaf 1998, dan is het alweer ouderwets zei hij, ik zei dat het recentste deel vorig jaar nog is uitgekomen maar dat maakte niets uit: Metal Gear Solid was al ouderwets verklaard, vreemd hoe oud ik me voel op zulke momenten want computerspellen zijn voor mij per definitie al hypermodern (en dan een flits van inzicht: zou het daarom zijn dat Eaves voor zo’n oeroude dichtvorm gekozen heeft?), toen Nuclear Assault in 1986 kwam met hun Game Over-elpee had ik slechts de vage associatie dat het iets was wat in beeld verscheen als je af was bij een computerspelletje (maar Nuclear Assault gebruikte het op een veel apocalyptischere manier)(en hoe raak mijn lijntje naar Nuclear Assault is, zal later nog blijken), misschien kan iets op een hypermoderne manier ouderwets zijn, en misschien dat Eaves daarom, en misschien zegt dit iets, en misschien gaat het wel, of misschien gaat het niet.

Kun je uiteindelijk niets anders doen dan toch maar beginnen met lezen.

(een lichte huiver wel, dat die schone vormgeving misschien door de inhoud toch nog om zeep geholpen zou worden) (soms maakt meer informatie dingen alleen maar kapot) (en misschien dat Eaves daarom, en misschien zegt dit iets, en misschien gaat het wel, en misschien gaat het niet)

Het verhaal is waarlijk hollywoodiaans. Een kerncentrale in Alaska wordt bezet door terroristen, er zijn gijzelaars, er wordt gedreigd een atoombom af te schieten op Amerika, een speciale eenheid, FOXHOUND geheten, moet dat voorkomen, de terroristen onschadelijk maken, de gijzelaars bevrijden. Maar zoals dat gaat, er zijn verborgen agenda’s, er is een mol met een extra opdracht, misschien komend van de president zelve, misschien zou het beter zijn als FOXHOUND dit ook niet overleeft. Zoiets, denk ik, ik heb niet zo’n goed brein voor diergelijke plots, ze vervelen me, en interessanter is dan ook wat Eaves met die gegevens doet.

Hij brengt de personages uit het spel tot leven met persoonlijke geschiedenissen, herinneringen, overwegingen, gedachtegangen, angsten, twijfels. Die haalt Eaves niet allemaal uit Metal Gear Solid; hij sampelt er ook de nodige boeken doorheen – fictie zo goed als beschouwelijk. En meer nog. Een flard uit het BBC-nieuws over Tsjernobyl. Een lemma uit de Encyclopedia Brittanica over de waarschijnlijk door Amerika ontworpen en waarschijnlijk tegen Iran gerichte computerworm Stuxnet. Liedteksten. Andere computerspellen. Nieuwsfeiten. Het is duidelijk dat hier meer op het spel staat dan een computerspel alleen (niet grappig bedoeld). Eaves noemt Metal Gear Sonnets in zijn eerder genoemde “end credits” wel (een beetje al te) bescheiden “fanfictie”, maar Metal Gear Sonnets is duidelijk niet zonder politieke, sociologische en misschien zelfs wel (kunst)filosofische implicaties, aangezien het zich onophoudelijk wendt naar “de echte wereld” zoals het achterplat dat noemt. Uw echte wereld evenzeer: “boss Psycho Mantis” spreekt op enig moment de lezer als poëzieliefhebber toe, noemt daarbij een heel scala aan interessante poëzieuitgeverijen (een opsomming waarin Broken Sleep uiteraard niet ontbreekt). Pagina’s later is er een vraag naar wat werkelijker is: een volledig zelfgemaakte hamburger (je verbouwde zelf het graan, je maalde zelf het meel, je bakte zelf het broodje, het vlees kwam van een koe die je zelf met de hand gevoerd hebt vanaf dat ze een kalfje was) of een kleffe, slappe, lauwe Big Mac van “Maccy D’s” (zoals de “Master Miller” die deze vraag voorlegt aan een “jij” (de lezer of iemand buiten beeld?) de welbekende fastfoodketen noemt) – een vraag die verder gaat dan vlees alleen, en ook nog wel verder dan de dierenrechten die er door de in de “endcredits” genoemde People for the Ethical Treatment of Animals (PETA) aan verbonden worden.

Natuurlijk gaat dit ook om oorlog, macht, nucleaire dreiging (niet voor niets wordt het nawoord gevolgd door een opsomming van enkele ontwikkelingen op nucleair gebied sedert Otto Hahn, Lisa Meitner en Fritz Strassman in 1938 kernsplijting ontdekten). Mij viel echter nog een andere laag op.

Laat ons trager stappen nu.

Metal Gear Sonnets is een fictioneel werk. Geïnspireerd op een computerspel. Een ander fictioneel werk. Daarnaast put het rijkelijk uit andere bronnen. Veelal eveneens fictie. Maar er zijn continu lijnen naar de werkelijkheid. Is het denkbaar dat Eaves ook vragen wil stellen over de wederzijdse beïnvloeding van fictie en werkelijkheid? Wat geeft wat vorm? Makers van fictie putten hun inspiratie doorgaans uit dingen die werkelijk bestaan, hoe surrealistisch of absurdistisch het eindresultaat vervolgens ook mag zijn. Maar druipt fictie op haar beurt niet weer door naar de ons omringende werkelijkheid?

Trager nog.

Deze vraag kwam voor het eerst in mijn hoofd op toen in 1999 stage liep bij het blad Roodkoper. Tijdens zomaar een redactievergadering zat hoofdredacteur Huub O. zich op te winden over mensen die het milieu verpestten door voor hele kleine stukjes de auto te pakken. “En weet je waardoor dat komt?” vroeg hij. Het leek ons, toehoorders, een retorische vraag dus wij, we zwegen. “Door Goede Tijden Slechte Tijden. Daar zien ze personages de auto pakken om alleen maar even naar de bakker te gaan en zo krijgen ze het idee dat dat allemaal maar normaal is!”

Ik voelde dat ik ging lachen dus ik beet op mijn lip.

Het leek me een beetje veel eer voor een soapserie. Die ik bovendien vrij goed kende want ik heb, het is inmiddels lang geleden dus ik durf het nu wel toe te geven, die serie tamelijk lang, misschien wel twintig jaar, gevolgd. Toen ik op de HAVO zat begon het als camp. We keken het allemaal, staken er de draak mee, deden des anderendaags, overacterend, hele stukken na. Daarna werd het gewoonte. God ik ben een zuiger voor gewoontes. Als iets bij mij een gewoonte wordt, ben ik eraan. Dan kan ik er nog maar heel moeilijk mee stoppen. Dat deed ik uiteindelijk wel, een jaar of vijftien geleden, maar in die tijd keek ik nog en ik kon me niet herinneren dat één personage ooit in de auto naar de bakker was gegaan (er ging sowieso nooit iemand naar de bakker) (autoscenes kwamen trouwens ook bijna niet voor). Omdat ik het zo’n simplistische zienswijze vond, vertelde ik het, lachend, die avond aan mijn nicht, met wie ik toevallig uit eten ging. Zij moest ook lachen, en zo zaten we even, beide lachend, aan tafel. Toen zei mijn nicht: “Het is juist precies andersom. Zulke series zijn volledig gemodelleerd naar de werkelijkheid van de massa.” Mij verging het lachen toen, ik zweeg, ik wist ook nog zo net niet of dat wel waar was namelijk.

Vormen werken van fictie onze werkelijkheid of is het andersom?Allicht is het wederzijds.

Hoewel Eaves in zijn endcredits nergens een film noemt (een musical, Chicago, en een televisieserie, Dad’s Army, komen er nog het dichtst bij), geeft de hele plot van Metal Gear Solid (en dus Metal Gear Sonnets) (ja je kunt dit ook als een roman-in-verzen beschouwen) een sterk hollywoodiaans gevoel. Je kunt de ferme stoere personages, waarachtige Rambo’s, zo voor je zien. Helikoptercrashes. Een bom. Soldaten met raketwerpers. Metal Gear (Solid/Sonnets) heeft het allemaal. Film.

Film is pure manipulatie.

Dit boek bevat ook stukken over genetische manipulatie.

Misschien is een gemiddelde overheid tegenwoordig ook niet vies van wat hollywoodiaanse manipulatie?

Wacht, vooraleer u een complotdenker in mij gaat zien. Of erger nog: een wappie (maar een iegelijk die die laatste uitdrukking louter pejoratief gebruikt, verzoek ik nu onmiddellijk te stoppen met lezen). Beer met mij.

Trager stappen nu.

Film is pure manipulatie, ik zei het al, meer nog dan welke kunstvorm dan ook. Heeft u nooit een traantje gelaten bij de Ontroerende Scene in, pak m beet, een disneyfilm? (en om mijn punt te maken noem ik nu maar meteen het ergste van het ergste). Werd u nooit boos, heel erg uit-uw-stoel-opverend boos om het onrecht dat de held in het begin van de film werd aangedaan door de schurken? En gesproken van die schurken, de zogeheten bad guys, die zijn altijd ook zo volkomen slecht in hollywoodfilm, die zouden nog wel zonder een traan te laten een baby kunnen vertrappen. En de anderen, de good guys, ja die zijn zoals we allemaal zouden willen zijn, niet? Die zijn sterk en moedig en vindingrijk en als het erop aan komt nog grappig en sympathiek ook. Die hebben het hart op de juiste plaats (mijn hart staat links, zongen die gasten van Rammstein ooit). En misschien werd u dan ook ooit wel overvallen door zo’n viezig NetGoed-gevoel als de stoere sterke moedige held er, één keer zijn niet te stelpen verdriet overwonnen (kinderen dood, vrouw dood, huis platgebrand, een eventueel aanwezige hond in de vlammen om zien komen), frisch gewassen aan zijn langverwachte wraakneming toekomt. Werd u dan niet door de makers verleid tot affecten die u in politiek of ethisch opzicht feitelijk verwerpelijk zou vinden? Dan kwam dat doordat de wereld door de filmmakers te simpel en overzichtelijk wordt voorgesteld: wat goed is, is alleen maar goed en wat slecht is, is alleen maar slecht. En het slechte is ook werkelijk zo kwaadaardig dat het alleen maar uitgeroeid kan worden, nooit gerehabiliteerd.

Misschien zijn we langs gelijkaardige wegen allang ongemerkt een “genetisch gemanipuleerde mens” geworden – is niet het discours zoals overheden ons het voorschotelen altijd overzichtelijk, simpel en duidelijk? Wat slecht is, wat goed, wat er moet gebeuren, welke veer wie gaat moeten laten, welk gedrag acceptabel is en welk gedrag volkomen onacceptabel?

De kans is groot dat het nooit Eaves’ bedoeling is geweest om dit soort vragen aan te zwengelen maar is dat niet het kenmerk van alle waarlijk goede kunst – het gaat altijd kanten op die de maker nooit heeft kunnen voorzien.

Ondanks de sonnetvorm en ondanks het computerspel is Metal Gear Sonnets me een prachtboek gebleken dat vermoedelijk nog lang in me zal blijven nawerken. Zoiets krijgt denk ik alleen een geniaal dichter voor elkaar: op achterstand beginnen om ver vooraan te eindigen.

Flaptekst van de dichtbundel van Laurie Eaves

On Shadow Moses Island, a black-ops mission unfolds again, but this time in fourteen-line bursts. Metal Gear Sonnets replays the iconic 1998 game as a formally inventive sequence that moves through codec calls, boss battles, hostage scenes and end credits, letting lyric tenderness and brutal comedy share the same frame. Laurie Eaves writes with the precision of a speedrunner and the ear of a poet, turning stealth mechanics into meditation, nuclear threat into contemporary dread, and pixel snow into something that can still cut skin.

These poems break and remake the sonnet again and again: concrete text, glitch-speech, footnotes, and sudden turns into the real world (Chornobyl, Stuxnet, Hiroshima) as the book asks what we save, what we repeat, and what we call heroism when the controller is in our hands.

Laurie Eaves is a writer & editor from the village of Yapton. His work has been published by Bad Betty Press, fourteen poems, Fawn Press & Shooter amongst others. He co-hosts the Dead Darlings podcast & hosts / produces Genesis Poetry Slam, Genesis Poetry Workshop, Homebrew Poetry & the Vogon Slam.

Bijpassende boeken en informatie

Fik Meijer – Thalassa

Fik Meijer Thalassa recensie en informatie boek met historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee. Op 27 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus het nieuwe boek van Fik Meijer, de Nederlandse classicus en historicus. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Fik Meijer Thalassa recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Thalassa, Historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee, geschreven door Fik Meijer, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “In een helder, actueel en veelzijdig boek schetst Fik Meijer de geschiedenis van dit grootste eiland in de Middellandse Zee. Zijn grote kennis van de oudheid drukt een stempel op dit boek.” (NRC over De vele gezichten van Sicilië)

Recensie van de redactie

Samen met zijn vrouw had Fik Meijer bedacht om nog een lange reis te maken langs belandrijke oudheidkundige plekken rondom en in de Middellandse Zee die belangrijk waren in zijn carriere als historicus en in zijn leven. Maar een paar dagen voordat ze zouden vertrekken sloeg het noodlot toe. De vrouw van Fik Meijer kreeg een hersenbloeding die haar een paar dagen later fataal werd. Dat de reis niet doorging was dan ook niet meer dan logisch.

Echter na een jaar of wat stimuleerde zijn kinderen hem toch om alsnog de reis te gaan maken. Alhoewel Meijer zich realiseerde dat de reis niet hetzelfde als met zijn vrouw, liet hij zich uiteindelijk tocht overhalen. Hij maakte uiteindelijk een aantal reizen naar locaties in er rond de Middellandse Zee die voor hem persoonlijk belangrijk zijn en ook voor de geschiedenis van de beschavingen van de klassieke oudheid.

Deze reizen leverden een prachtig boek op. Niet alleen is Fik Meijer een begenadigd historische verteller, in dit boek is hij persoonlijker dan ooit. Hij haalt herinneringen op de ervaringen die hij opdeed tijdens zijn vele reizen die hij vanaf zijn twintigste maakte naar allerlei bijzondere plekken aan de Middellandse zee. Enigszins melancholisch stemmend, maar nergens sentimenteel vertelt hij over zijn eigen belevenissen. Dat hij dit bovendien weet te koppelen aan vele bijzondere historische wetenswaardigheden maakt het boek nog beter. En dan klinkt ook nog op een zeer fijne manier de liefde die hij had en heeft voor zijn overleden vrouw op subtiele wijze door.

Aangekondigd als zijn laatste boek, alhoewel hij daar inmiddels zelf gelukkig weer aan twijfelt, Thalassa, zonder twijfel het meest persoonlijke boek van een begenadigd schrijver en historicus en een fijn vakantieboek. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (uitstekend).

Fik Meijer Thalassa

Thalassa

Historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee

  • Auteur: Fik Meijer (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenisboek, reisverhalen
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 27 februari 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het boek van Fik Meijer over de Middellandse Zee

Door de oude Grieken werd de oergodin Thalassa gezien als de personificatie van de Middellandse Zee. Tallozen zijn bezweken voor haar charmes. De liefde voor haar is een virus dat je nooit meer verlaat.

Al meer dan zestig jaar bestudeert Fik Meijer in, op en langs de Middellandse Zee de geschiedenis van de Grieken en Romeinen. In Thalassa neemt hij de lezer mee op zijn afscheidsreis langs dertig lieux de mémoire, in overgrote meerderheid plaatsen die tot nu toe redelijk onbekend zijn, maar die gezamenlijk wel het bijzondere verhaal over de zee vertellen. Ze variëren van Romeinse wrakken op de zeebodem, die in zijn jeugdige jaren grote indruk op hem maakten, tot plaatsen waar de mechanismen van de oude economie of politiek een gezicht krijgen of oorlogsschepen iets van hun geheimen prijsgeven. Ook probeert Meijer erachter te komen welke rol de zee speelde in het dagelijks leven. Zo toont Thalassa zich in vele gedaanten.

Fik Meijer is geboren op 12 augustus 1942 in Leiden. Hij is een van de bekendste classici en oudhistorici van Nederland, en de auteur van vele boeken over de Griekse en Romeinse oudheid zoals als Keizers sterven niet in bed, Gladiatoren, Jezus en de vijfde evangelist, De vele gezichten van Sicilië en Goede tijden, slechte tijden in de antieke wereld.

Bijpassende boeken

Bart Giepmans – Perron Europa

Bart Giepmans Perron Europa recensie, review en informatie boek met onvergetelijke treinreizen over het continent. Op 21 februari 2026 verschijnt bij uitgeverij Fjord het treinreisboek van Bart Giepmans met onvergetelijke treinreizen over het continent. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Bart Giepmans Perron Europa recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Perron Europa, Onvergetelijke treinreizen over het continent, geschreven door Bart Giepmans, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Het maken van lange reizen met de trein neemt gedurende de afgelopen jaren aanzienlijk in populariteit toe. Helemaal weg is de aandacht ervoor natuurlijk niet geweest maar de steeds maar lager wordende prijzen van vliegtickets en de prijzen van treinkaartjes die geen gelijke daling kenden, zorgden op zijn minst voor stagnatie en feitelijk ook wel in een afname.

Maar er is gelukkig weer een tegenovergesteld trend op gang gekomen. Prijzen voor vliegtickets nemen in rap tempo toe als gevolg van de toegenomen brandstofkosten in deze onstabiele wereld en de vervuiling die het vliegverkeer veroorzaakt. Bovendien is het internationale treinreizen door de komst van Interrail in de jaren zeventig van de vorige eeuw een aantal decennia zeer populair geweest. Kinderen van deze generatie interrailers hebben zonder twijfel wel eens enthousiaste verhalen gehoord van hun ouders over hun treinreizen en beginnen daardoor zelf benieuwd te raken.

De toenemende aandacht voor het internationale treinreizen kun je ook aflezen aan het aantal boeken over het onderwerp dat de laatste tijd verschijnt. Perron Europa is hiervan een mooi en inspirerend voorbeeld. Schrijver Bart Giepmans neemt de lezer mee op de boeiende treinreizen die je kunt maken in Europa. Van het uiterste noord van Noorwegen, tot aan het zuidelijkste deel van Spanje, sterker nog, hij neemt je mee tot over de Straat van Gibraltar naar Marokko en van Schotland en Engeland in het uiterste westen tot in het  oosten van Europa in Polen en Slowakije neemt hij je mee op de treinreizen die je kunt maken.

Misschien is het boek net iets te groot en zwaar om in de rugzak mee te nemen, maar het is met alle tips, achtergrondinformatie, en fraaie foto’s een ideaal boek om inspiratie op te doen voor jouw treinreis. En zelfs al ga je niet zelf op stap, Bart Giepmans’ ode aan slow travel in Europa een genot om in te lezen, bladeren en weg te dromen. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (uitstekend).

Bart Giepmans Perron Europa

Perron Europa

Onvergetelijke treinreizen over het continent

  • Auteur: Bart Giepmans (Nederland)
  • Soort boek: treinreisgids, treinreisverhalen
  • Uitgever: Uitgeverij Fjord
  • Verschijnt: 21 februari 2026
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Afmetingen: 18 x 23,5 x 2,8 cm
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 30,00
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek over onvergetelijke treinreizen in Europa

Onderweg uitstappen waar je maar wilt, bijzondere mensen ontmoeten op stations en in restauratierijtuigen, het landschap zien veranderen: de reis is minstens zo belangrijk als de eindbestemming. Ga mee naar de poolcirkel in Lapland, dwars door de Alpen en de Pyreneeën, maak een prachtige railtrip naar Marrakech. Of boemel langs de Rivièra van Nice naar Pisa, ga naar de wildernis van Schotland en het onbekende Wales, of verken de Tatra’s in Slowakije. Elke treinreis, kort of lang, is een avontuur.

Naast verhalen en de eigen foto’s van de treinreizen die speciaal voor dit boek zijn gemaakt, vind je ook veel praktische informatie. Bart Giepmans reist al meer dan 25 jaar per spoor kriskras door Europa. Dit boek bevat zijn mooiste reizen van de afgelopen jaren.

Bart Giepmans is auteur, reisjournalist, fotograaf en fervent treinliefhebber. Hij kreeg op zijn 12e verjaardag van zijn vader een NS-jaarkaart cadeau om Nederland te ontdekken. Na vele reizen en zijn Erasmus-uitwisseling in het Franse Chambéry voelde hij zich meer Europeaan dan ooit. Zijn treincarrière begon als steward voor de Alpen Express van NS. Daarna volgden communicatiebanen bij NS, Deutsche Bahn en Eurail. In 2023 werd Bart uitgeroepen tot Reisjournalist van het Jaar.

Bijpassende boeken

Gillian Vogelsang-Eastwood – Atlas van de borduurkunst

Gillian Vogelsang-Eastwood Atlas van de borduurkunst recensie, review en informatie boek over een wereldreis langs erfgoed en stijlen. Op 19 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij WBOOKS het boek van Gillian Vogelsang-Eastwood is directeur van het Textile Research Centre in Leiden over borduurkunst in de gehele wereld. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Gillian Vogelsang-Eastwood Atlas van de borduurkunst recensie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Atlas van de borduurkunst, Een wereldreis langs erfgoed en stijlen, het boek geschreven door Gillian Vogelsang-Eastwood, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Borduursels geven identiteit en status, in alle culturen.” (Else de Baan, Trouw)

Recensie van de redactie

Soms zet een titel van een boek je op het verkeerde been. Of beter gezegd zet je jezelf op het verkeerde been. In dit geval gaat het om het woord borduren, wat ik associeer met ingelijste bordwerkjes van bijvoorbeeld de Domtoren die zwaar verstoft en vergeeld aan menige Nederlandse muur aan het wegkwijnen zijn.

Maar dan sla je Atlas van de borduurkunst open en val je van de ene verbazing in de andere. En blijkt de associatie met het eerder genoemde borduurwerk op geen en enkele wijze overeen te komen met de werkelijkheid. Borduren blijkt wereldwijd een zeer gerespecteerde vorm van kunstnijverheid of beter gezegd kunst die op veel plekken tot bloei is gekomen en van een verbazingwekkende schoonheid en kwaliteit kan zijn.

En dat is wat Gillian Vogelsang-Eastwood, specialist met een enorme kennis van de kunst van het borduren, in dit prachtige boek laat zien. In heel veel culturen heeft borduurwerk een diepe betekenis. Patronen, voorstellingen, technieken, kleuren, ze kunnen allemaal een lading hebben, gevoel en emotie oproepen.

Als je het boek leest en de vele prachtige afbeeldingen tot je neemt, had je er ook al wel iets van kunnen afweten maar dat er bijna over de gehele wereld tradities zijn in de borduurkunst die vele honderden, ja vaak meer dan duizend jaar oud zijn, zal bij velen van ons toch onbekend zijn.

Gillian Vogelsang-Eastwood opent in haar boek een wereld van een kunstvorm die verbazingwekkend rijk is en veel prachtige en ronduit indrukwekkende uitingen kent. Van abstract betekenisvolle patronen tot prachtige voorstellingen. Sla het boek open en je maakt een wereldreis die je versteld doet staan. Het boek is gewaardeerd met de maximale ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Gillian Vogelsang-Eastwood Atlas van de borduurkunst

Atlas van de borduurkunst

Een wereldreis langs erfgoed en stijlen

  • Auteur: Gillian Vogelsang-Eastwood (Nederland)
  • Soort boek: borduurboek, kunstboek
  • Uitgever: WBOOKS
  • Verschijnt: 19 februari 2026
  • Omvang: 400 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 59,95
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het boek over de borduurkunst

Borduren is een van ‘s werelds meest gebruikte en een van de meest diverse uitingsvormen van creativiteit. Het wordt toegepast op elk continent, in elke regio. En de verscheidenheid in visuele taal, thema’s en technieken is enorm. De Atlas van de borduurkunst reist langs al deze streken en beschrijft de vele onderscheidende borduurstijlen en -tradities die er te vinden zijn.

Aan de hand van geografisch geordende voorbeelden – van de berkenhouten dozen van inheems Noord-Amerika tot de decoratieve matyo-stijl van Hongarije, de zardozi-borduurders van India en de satijnsteken van het China van de Han-dynastie – biedt het boek een uitgebreid beeld van de uitbundigheid en het kunstige ambacht dat het borduren omvat. De kleurrijke fotografie toont de diverse borduurwerken in geheel en zoomt in op de bijzondere details, van gebruiksvoorwerpen tot (traditionele) kleding.

Gillian Vogelsang-Eastwood geeft behalve een uitgebreide geschiedenis van borduren, ook heldere beschrijvingen van de materialen en gereedschappen, de ontwerpen en symbolen, en de toepassingen en natuurlijk de makers. Met als resultaat een naslagwerk dat naast informatie en context ook meer dan genoeg stof voor inspiratie biedt voor nieuwe borduurwerken.

Gillian Vogelsang-Eastwood is directeur van het Textile Research Centre in Leiden en hoofdredacteur van de meerdelige Bloomsbury World Encyclopedia of Embroidery.

Bijpassende boeken