Tag archieven: Recensie

Robert Macfarlane – Leeft een rivier?

Robert Macfarlane Leeft een rivier recensie en informatie non-fictie boek over het sterven van rivieren door vervuiling, droogte en indamming. Op 1 mei 2025 verschijnt bij Uitgeverij Athenaeum de Nederlandse vertaling van Is a River Alive? van de Britse natuurschrijver Robert Macfarlaine. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Robert Macfarlane Leeft een rivier recensie en informatie

  • “Het prachtig geschreven en poëtische Leeft een rivier levert het bewijs van de levenskracht van de aarde en benoemt de beslissingen die op basis daarvan genomen kunnen worden.” (Amitav Ghosh)
  • Lees het voor je plezier, lees het om verlicht te worden, lees het om bevestigd te zien dat de wereld verandert op een schitterende en tegelijk verschrikkelijke manier.” (Rebecca Solnit)
  • Dit boek onderzoekt op een mooie en wilde manier een eeuwenoud concept: dat rivieren een levend onderdeel vormen van een levende wereld.” (Merlin Sheldrake)

Recensie van de redactie

Als je op het omslag van een veel superlatieven leest, dan ben je bij lezing ervan vaak op je hoede. Ook het boek Leeft een rivier? van de Britse schrijver Robert Macfarlane bevat nogal wat loftuitingen. In dit geval volkomen terecht want dit boek is aangrijpend, verontrustend en bovenal geschreven in een prachtige stijl die je meesleept van het eerste tot laatste woord.

Macfarlaine vertelt het verhaal van de teloorgang van de rivier op drie plekken in de wereld in Ecuador, India en Canada. Hij heeft aandacht voor al het leed dat de rivier wordt aangedaan en de vernietigende rol die de mens hierin speelt. Daarnaast is het een ode aan de rivier als levensader, verhalenverteller, bron van energie en niet te vergeten de mensen die diep doordrongen zijn van de kracht en schoonheid en deze bijna ten koste van alles willen beschermen.

In prachtige taal en fraaie stijl neemt Macfarlaine je mee op zijn eigen zoektocht naar de unieke levenskracht die de rivier brengt. Sta je ervoor open dan wordt je meegezogen in zijn verhalen en zeer beeldende proza. Leeft een rivier? is een indrukwekkend boek dat lang nadat je het laatste woord hebt gelezen, blijft naklinken. Het boek is gewaardeerd met de maximale ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Robert Macfarlane Leeft een rivier

Leeft een rivier?

  • Auteur: Robert Macfarlane (Engeland)
  • Soort boek: non-fictie, natuurboek
  • Origineel: Is a River Alive?
  • Nederlandse vertaling: Nico Groen
  • Verschijnt: 1 mei 2025
  • Omvang: 352 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 27,50 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over rivieren van Robert Macfarlane

Overal ter wereld sterven rivieren door vervuiling, droogte en indamming. Al sinds mensenheugenis moeten rivieren dienstbaar zijn voor vervoer, voor energie, als bron van voedsel, als open riool. Wereldwijd is er echter ook een beweging gaande die het leven en de rechten van rivieren en andere natuur wil erkennen en wil vastleggen in de wet om verdere vernietiging tegen te gaan.

Natuurschrijver Robert Macfarlane is diep overtuigd van deze Rights of Nature. In Leeft een rivier? neemt hij zijn lezers mee op een reis langs drie grote stroomgebieden, in Ecuador, India en Canada. Van nevelwouden naar lagunes en van kreken naar kolkende watermassa’s. Alle drie de rivieren worden bedreigd en voor alle drie wordt een strijd geleverd.

Leeft een rivier? is Macfarlanes meest persoonlijke én politieke boek tot nu toe. Het bruist van de fascinerende ideeën, onvergetelijke personages en verhalen, en van de haarscherpe natuurobservaties die zijn handelsmerk zijn. Hij verweeft cultuur- en natuurgeschiedenis, reportages, reis- en natuurverslagen met poëtisch proza.

Robert Macfarlane is geboren op 15 augustus 1976 in Halam, Nottinghamshire, Engeland. Hij is een van de beste hedendaagse natuurschrijvers wiens werk wereldwijd wordt uitgegeven. Hij won vele prijzen en van meerdere van zijn boeken werden documentaires gemaakt. Eerder verschenen bij Athenaeum onder meer BenedenwereldHoogtekoortsDe oude wegen en De laatste wildernis.

Bijpassende boeken

Elspeth Barker – O, Caledonia

Elspeth Barker O, Caledonia recensie en informatie over de inhoud van de roman uit 1991 van de Schotse schrijfster. Op 23 april 2025 verschijnt bij Uitgeverij Orlando de Nederlandse vertaling van O. Caledonia de enige roman van de uit Schotland afkomstige schrijfster en journalist Elspeth Barker. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Elspeth Barker O, Caledonia recensie en informatie

  • “Dit boek is het equivalent van een literaire feniks: zeldzaam, opwindend, uniek […] het is een bovennatuurlijk, hilarisch en duister verhaal van een getroebleerde jeugd in de diepe wildernis van Schotland. Ik heb ooit vriendschap met iemand gesloten louter op basis van het feit dat ze O, Caledonia haar favoriete boek noemde.” (Maggie O’Farrell)
  • “Deze gothic coming-of-ageroman is even hartstochtelijk intens als vilein geestig […] Op elke bladzijde ervaart de lezer pure vreugde, en af en toe een rilling.” (The Independent)
  • “De beste onbekende roman van de twintigste eeuw. Een sprankelend meesterwerk.” (Ali Smith)

Recensie van Allesoverboekenenschrijvers.nl

Na het lezen van de flaptekst van O, Caledonia, geschreven door Elspeth Barker en door uitgeverij Orlando uitgegeven in Nederlandse vertaling, verwachtte ik een soort detective. En dus werd ik enorm verrast door deze prachtige roman. Elspeth Barker schreef O Caledonia als enige roman.

Het verhaal begint met een moordscene. De hoofdpersoon van de roman, de 16 jarige Janet, ligt in een zwart-kanten jurk in een verwrongen houding die op moord duidt onderaan de trap van het Schotse kasteel waar ze woonde. Een heftig beeld, wat een nogal luguber verhaal doet vermoeden.

Maar hoe verrassend, beeldend en beeldschoon schrijft de Ierse Elspeth Barker vervolgens over het korte leven van deze Janet. Janet, die al van jongs af aan een heel eigenzinnig meisje blijkt te zijn, is een dappere hoofdpersoon, die haar jonge eigen leven leidt. We krijgen een prachtige inkijk in hoe Janet’s leven heeft kunnen leiden tot de laatste dramatische scene waar we in het begin van het boek getuige van zijn. Janet is een dromer en ze wordt nergens echt begrepen, waardoor ze ook heel eenzaam is.

Het verhaal wordt omkleed door prachtige Schotse taferelen en doet filmisch aan – je wordt er in meegezogen. Dat laatste is heel passend bij het thema – want ook Janet wordt als het ware meegezogen in haar leven op het Schotse kasteel.

Een uitstekend geschreven boeiende roman die is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Recensie van Monique van der Hoeven

Elspeth Barker O, Caledonia

O, Caledonia

  • Auteur: Elspeth Barker (Schotland)
  • Soort boek: Schotse roman
  • Origineel: O, Caledonia (1991)
  • Nederlandse vertaling: Lisette Graswinckel
  • Uitgever: Uitgeverij Orlando
  • Verschijnt: 23 april 2025
  • Omvang: 240 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 16,99
  • Winnaar RSL Winifred Holtby Prize en de Scottish Book Prize
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Schotse schrijfster Elspeth Barker

Onder aan de trap van het kasteel, gekleed in haar moeders zwart kanten avondjurk, ligt Janet, in de verwrongen houding die duidt op moord…

O, Caledonia is een verbluffende roman, waarin de kettingreactie van gebeurtenissen wordt beschreven die leidt tot de bizarre dood van een zestienjarig meisje, gesitueerd in Schotland in de jaren veertig en vijftig.

Opgroeiend in een geïsoleerde en eenzame wereld wendt Barkers verdoemde jonge heldin zich tot de literatuur, de natuur en tot haar tante Lila, die haar korte momenten van troost bieden in een verder grimmig bestaan. Mensen, vogels en andere dieren bevolken een verhaal dat zowel sfeervol als geestig en vlijmscherp is. Het familiemotto – moriens sed invictus (stervend maar onoverwonnen) – is een toepasselijk grafschrift voor de wilde en dappere Janet, wier vurige vastberadenheid om trouw te blijven aan zichzelf haar tot een van de onvergetelijkste heldinnen van de hedendaagse literatuur maakt.

Op meesterlijke wijze roept Elspeth Barker het barre klimaat van Schotland voor de geest in deze gothic roman, die wel wordt vergeleken met het werk van de Brontës, Edgar Allen Poe en We hebben altijd in het kasteel gewoond van Shirley Jackson.

Elspeth Barker is op 16 november 1940 geboren in Ediburgh, Schotland. Ze debuteerde in 1991 op 51-jarige leeftijd met O, Caledonia. De roman werd bekroond met zowel de RSL Winifred Holtby Prize, als de Scottish Book Prize en de David Higham Prize, en haalde de shortlist van de Whitbread Prize. Ze werkte als journalist en docent Latijn en leidde een bohemien leven tot haar overlijden op 81-jarige leeftijd op 21 april 2022 in Aylsham, Norfolk, Engeland.

Bijpassende boeken en informatie

Bjorn Van den Eynde – De grote boze wolf

Bjorn Van den Eynde De grote boze wolf recensie en informatie nieuwe De Vriese & Durnez thriller van de Vlaamse schrijver. Op 15 april 2025 verschijnt bij Pelckmans Uitgevers de nieuwe thriller vam de uit België afkomstige thrillerschrijver Bjorn Van den Eynde. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de schrijver.

Bjorn Van den Eynde De grote boze wolf recensie

De derde thriller in de reeks De Vrieze & Durnez thrillers is zonder twijfel de beste tot nu toe. Terwijl de voorgangers ook zeker de moeite van het lezen waard zijn, weet de Vlaamse thrillerschrijver Bjorn Van den Eynde in dit verhaal nog meer vaart en spanning te krijgen zonder uit de bocht te vliegen.

De rafelranden van de stad Luik dien als passend decor en in combinatie met een aantal sterke speurders met elk een eigen verhaal waarmee ze belast zijn en boeven met diepgang boeit de thriller van begin tot eind.

Het wordt hoog tijd dat ook het Nederlandse publiek deze Vlaamse thrillerschrijver echt ontdekt. Een echte aanrader die ondanks de ruim 500 pagina’s nergens te lang aanvoelt. Ideaal leesvoer voor wie een goede thriller zoekt tijdens de vakantie. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Bjorn Van den Eynde De grote boze wolf

De grote boze wolf

De Vriese & Durnez thriller 3

  • Auteur: Bjorn Van den Eynde (België)
  • Soort boek: Vlaamse thriller
  • Uitgever: Pelckmans Uitgevers
  • Verschijnt: 15 april 2025
  • Omvang: 544 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24,50 / € 12,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe De Vriese & Durnez thriller van Bjorn Van den Eynde

In een buitenwijk van Luik verdwijnt een meisje van zes. Twee dagen later wordt ze levend teruggevonden, met diepe snijwonden in haar arm en verkleed als stripheldin Wiske. De jonge, Vlaamse rechercheur Marjolein De Vriese wordt samen met haar Waalse collega Nathan Durnez op de schokkende zaak gezet. De dader heeft beloofd dat het niet bij één slachtoffer zal blijven. Geen Wiske zonder Suske.

Van bij het begin van het onderzoek staan De Vriese en Durnez onder enorme druk. De pers springt op het verhaal van ‘de wolf die kinderen grijpt’ en de vorderingen van het duo rechercheurs worden met argusogen gevolgd. Tegelijkertijd zit Marjolein erg in de knoop met zichzelf. Is zij wel de geschikte persoon om deze zaak mee op te lossen?

Maar tijd om te twijfelen is er niet. Elk moment kan ergens in het land een kind verdwijnen. Het feest van de wolf komt dichterbij, en zowel Marjolein als Nathan zijn uitgenodigd.

Bjorn Van den Eynde Stoute kleine piranha recensieBjorn Van den Eynde (België) – Stoute kleine piranha
De Vrieze & Durmez thriller 2
Vlaamse thriller
Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
Het spannende verhaal past prima in een traditie die je bij veel Vlaamse schrijvers kunt terugvinden. Al met al heeft Bjorn Van den Eynde een vakkundige en puike thriller afgeleverd…lees verder >

Bijpassende boeken

Carry Slee – Noorderlicht

Carry Slee Noorderlicht recensie en informatie nieuw boek voor lezers van 10+ jaar van de Nederlandse kinderboekenschrijfster. Op 14 april 2025 verschijnt bij Moon Uitgevers het nieuwe boek van Carry Slee. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Carry Slee Noorderlicht recensie van Jolien Dalenberg

Het Noorderlicht is een groot wooncomplex waar veel mensen wonen. Er wordt veel gemeenschappelijk gedaan. Zo is er een theater ruimte en een bar waar de bewoners gebruik van kunnen maken. Liz wil dolgraag een danscursus organiseren, met haar beste vriendin Sophie. Haar broer Oliver is met zijn beste vriend Kevin bezig met een zomerfestival. Yara is net met haar vader en zijn nieuwe vriendin in de flat komen wonen en net als Liz dol op dansen. Ze hoopt dat ze vriendinnen kunnen worden, ze bewondert Liz vanwege haar succesvolle TikTok kanaal, waar ze gave dancemoves laat zien op spannende plekken.  Op het eerste gezicht lijkt iedereen een leuk leven te hebben, maar niet alles is rozengeur en maneschijn. Bedreigingen, drugs, problemen in de liefde, ze komen allemaal voorbij!

Noorderlicht is zo’n boek dat je oppakt en waar je direct in zit. Carry Slee is natuurlijk ook een fantastische schrijver, die aan weet te sluiten bij thema’s die onder jongeren leven. Hier en daar is het boek misschien iets voorspelbaar, maar dat is niet erg. De personages zijn zo goed uitgewerkt, dat je hun acties begrijpt, waardoor er toch een geloofwaardig verhaal ontstaat.

Behalve geloofwaardig, is het zo nu en dan ook echt een spannend verhaal. De jongeren komen zo nu en dan behoorlijk in de problemen, het schuurt zo nu en dan zelf tegen het thrillergenre aan. Omdat ze karakters zo sterk worden neer gezet, ga je met ze meeleven. Zelfs de jongeren die niet zulk leuk gedrag laten zien, hebben een sterk motief en daardoor wil je ook weten hoe het met hen afloopt.

Luchtige scènes wisselen zich vloeiend af met spannende scènes,  waardoor Noorderlicht leest als een trein. Het verhaal is duidelijk nog niet afgelopen. Ik kijk uit naar het vervolg! Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Carry Slee Noorderlicht

Noorderlicht

  • Auteur: Carry Slee (Nederland)
  • Soort boek: kinderboek, jeugdroman (10+ jaar)
  • Uitgever: Moon Uitgevers
  • Verschijnt: 15 april 2025
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 17,99 / € 9,99 / € 12,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe kinderboek van Carry Slee

Noorderlicht is de naam van een groot wooncomplex. Liz, Oliver, Sophie en Yara wonen hier; in aparte huizen, maar toch samen. Ze delen vrienden, werken in de tuin en in het café en er is een theaterruimte met een piano. Van beroemd worden op TikTok, tot liefdesproblemen en drugs: volg de levens van deze jongeren (en al hun andere vrienden) en neem een kijkje in Noorderlicht!

Carry Slee is geboren op 1 juli 1949 in Amsterdam. Ze is de bekendste kinderboekenauteur van Nederland: hele generaties zijn met haar kinderboeken opgegroeid. Ze schreef ook meerdere boeken voor volwassenen, o.a. het succesvolle Moederkruid in 2001, dat genomineerd werd voor de NS Publieksprijs. Van haar werk werden meer dan vijf miljoen exemplaren verkocht en een aantal van haar boeken werd succesvol verfilmd.

Bijpassende boeken

Sander Bink – Verfijnde lijnen

Sander Bink Verfijnde lijnen recensie en informatie boek over kunstenaar Carel de Nerée tot Babberich. Op 12 april 2025 verschijnt bij Uitgeverij WBOOKS het boek over de Nederlandse kunstenaar Carel de Nerée tot Babberich in het kader van de tentoonstelling van zijn werk in het Dordrechts Museum. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de tentoonstelling, de auteur en over de uitgave.

Sander Bink Verfijnde lijnen recensie

  • Carel de Nerée was anders dan anderen, is het uitgangspunt van de tentoonstelling. Die visie vloeit voort uit de eveneens net verschenen eerste biografie over de kunstenaar, Verfijnde lijnen, aanstekelijk geschreven door fin-de-sièclespecialist Sander Bink.” (de Volkskrant, ∗∗∗∗)

Recensie van Allesoverboekenenschrijvers.nl

Vrouwelijke en queer kunstenaars kregen tot nog niet eens zo heel lang geleden veel minder aandacht dan hun mannelijke evenknieën. Zoals op heel veel plaatsen in de maatschappij werd der wereld van de kunsten gedomineerd door mannen die het werk van vrouwen of queer kunstenaars, wellicht met uitzondering van een aantal namen, per definities ondergeschikt achtten aan het werk van mannelijke kunstenaars.

Gelukkig en volkomen terecht is daarin vooral in het afgelopen decennium veel verandering gekomen. Mede hierdoor komt nu kunst in het middelpunt van de belangstelling die tot voor kort in de krochten van depots en bij verzamelaars verborgen was. Een goed voorbeeld hiervan is Carel de Nerée tot Babberich.

Met recht kan Carel de Nerée tot Babberich een levenskunstenaar genoemd worden die zijn leven ten volle heeft geleefd en mede daardoor slechts hij slechts 29 jaar oud geworden. En in dat korte en rijke leven was hij bovendien bijzonder productief. Het werd hoog tijd voor deze eigenzinnige kunstenaar die volledig zijn eigen pad volgde in de behoorlijk conservatieve kunstkringen in het Nederland van rond 1900.

Auteur van de biografie is Sander Bink, die op basis van jarenlang en intensief grondig onderzoek van kenner en verzamelaar Dick Vreeze een uitstekend boek heeft geschreven dat volkomen recht doet aan de kwaliteit van het werk van Carel de Nerée tot Babberich. Werk van de kunstenaar is trouwens te zien tot en met 21 september 2025 in het Dordrechts Museum. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Sander Bink Verfijnde lijnen

Verfijnde lijnen

Carel de Nerée tot Babberich 1880-1909, kunst en leven

  • Auteur: Sander Bink (Nederland)
  • Soort boek: kunstboek
  • Uitgever: WBOOKS
  • Verschijnt: 12 april 2025
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 29,95
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend).
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over Carel de Nerée tot Babberich

Nederlands symbolisme en modernisme van een ‘vreemd, zeer vreemde’ kunstenaar.

Het werk van Carel de Nerée tot Babberich (1880-1909) behoort tot het fascinerendste dat de Nederlandse kunst van rond 1900 heeft voortgebracht. Zijn oeuvre laat zich probleemloos vergelijken met het werk van de grootste Europese kunstenaars van zijn tijd. Sinds jaar en dag worden zijn werken grif gezocht bij verzamelaars, handelaars en liefhebber van symbolisme, modernisme en queer kunst.

De Nerée stond in de woorden van criticus Albert Plasschaert ‘als Oscar Wilde tegenover de vrouwen’. Zelf noemde hij zich ‘vreemd, zeer vreemd’. Tijdens leven was hij een bekend societyfiguur over wie de wildste verhalen gingen. Tegelijkertijd ging hij vol voor de kunst en tekende een oeuvre van meer dan 300 bladen bij elkaar. Alles wat hij doet is net even anders. Zijn literaire optredens zijn anders, hij schrijft niet zelf maar laat zich tot leven schrijven. Hij is geen arme schilder, ploeterend in een atelier, maar een telg uit een van de voornaamste families van Nederland. Ten slotte lijkt hij ook ‘anders dan de anderen’ te zijn geweest, een in zijn tijd versluierde manier om queerness aan te duiden. Op basis van gedurende decennia verzameld materiaal door De Nerée-kenner Dick Veeze, aangevuld met nieuw onderzoek, schetst Bink de werkelijke contouren van een van de meest enigmatische kunstenaars uit de moderne Nederlandse kunst.

Het boek verschijnt in het kader van de tentoonstelling met het werk van Carel de Nerée tot Babberich die van 13 april t/m 21 september 2025 in het Dordrechts Museum te bezoeken is.

Bijpassende boeken

Esther Kondo Heller – Arrangements

Esther Kondo Heller Arrangements review, recensie en informatie dichtbundel van de Keniaans-Duitse dichteres. Op 11 maart 2025 verschijnt bij Fonograf Editions de eerste dichtbundel van de dichteres en experimentele filmmaker Esther Kondo Heller. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave. Een Nederlandse vertaling van het boek is niet verkrijgbaar.

Esther Kondo Heller Arrangements review en recensie van Tim Donker

Stel. Een moeder op sterven. Gedurende haar laatste momenten begint ze Engels te spreken. Kind staat erbij, spreekt geen Engels, maar vader moedigt aan en zegt Ja ze kan je begrijpen, ze krijgen nu Engels op school. Wat doet taal op dat moment? Voor het kind is de taal die gesproken wordt iets geslotens. Maar er wordt gedaan alsof het daar ligt, open, vatbaar. Door de ouders. Een stervend. En een die leeft. Taal op grens van leven en sterven, taal op grens van verstaan en niet-verstaan. Taal is een streek. Een land. Om in te dwalen. Om in op zoek te gaan. Ontdekken. Taalbegeerte. Taalhonger. Het onbegrepene begrijpen, in de haast letterlijke zin van be-grijpen; in een greep proberen te krijgen; wat ver was nabij halen. De mens als ontverringsmachine. Heidegger zei het al. Heidegger? Hoe is hij de bespreking binnen gewandeld? Dit gaat over hoe Esther Kondo Heller zich door de taal snuift en betekenis tracht te vinden in elke kier, in elke uiting, en omdat AR:RANGE:MENTS een Engelstalige bundel is, gaat het niet over iets uiten maar over “to utter”. Utter, zet een m voor de u en je bent weer terug bij mutter, bij de moeder waarmee alles altijd begint (broers en lijnen worden uitgeworpen toen Berlijn & vandaar misschien het Duits, er staat ook een pracht van een Duits gedicht in deze bundel) (de overtalige) (de meertalige) (ook nog één in een taal die ik niet ken, iets met damu yanga ina zagunika; het zou iets Afrikaans kunnen zijn) (het pan-afrikaanse ar-kest), en ook mutter kun je fijner snijden, het eerste deel zegt dan mut, bijna mute, wat wijst op stilte want “in linguïstiek is een uiting een eenheid van spraak gevolgd door stilte”; “toen ze stierf was alles wat ik zei: [   ]”- bijgevolg heeft naast spraak stilte de belangrijkste rol in deze bundel. De woorden en het wit rondom de woorden. Wat het zijn de begrenzingen die het begrensde zijn inhoud geven. Het wit maakt de woorden evenzeer als de letters dat doen. Leegte. Leegte die ademt.

Stel je je geest voor als een hond die Denzel heet. Aan de lijn gehouden door een vrouw die er altijd over klaagt dat er teveel tomatenpuree in de stoofpot zit maar toch iedere keer weer alleen schoongezogen botjes voor Denzel overlaat. Stel je het tollen voor in de beweging van het lied van de betover(en)de zee. Jodelend. In de morgen schept een kruiwagen je op en de vrouw die jou een naam heeft gegeven eet Coco Pops met warme opgeschuimde melk en zegt dat ze die hond nooit heeft gemogen omdat hij altijd overal pist en altijd tegen iedereen opspringt. Ja. Stel je dat eens voor.

Stel je een broer voor die boeken verbrandt in de woonkamer om een ei te kunnen koken. Het vuur. De rook. Het smelten van de harde kaften. Je zus vormt woorden doorheen het raam. Geen zorgen, buren, het vuur is onder controle, jullie hoeven de brandweer niet te bellen. Maar natuurlijk bellen de buren de brandweer toch en tot hun grote ongenoegen is het brandje geen reden om de familie het huis uit te zetten want de huur wordt altijd op tijd betaald. Alleen vertoont het tapijt nu een krater nee een mond nee een zwart gat in de grond. Dus stel je een zwart gat in de huiskamer voor: je hoort je ouders nooit meer ruzieën want het geluid van hun gedempte stemmen wordt volkomen geïnhaleerd door het gat.

Stel je een land voor dat niet uit het vliegtuig wordt gegooid. Afgeslachte documenten. Archieven in Berlijn, ja Berlijn, ik zei het toch al, ich hab’ noch eine Koffer in Berlin, een kerk in Berlijn, een interview, misschien in Berlijn misschien elders, een verslaggever die aan Marten Luther King jr. vraagt en vindt u dat deprimerend en Marten Luther King jr. die antwoordt ja dat vind ik zeker deprimerend terwijl ergens buiten beeld een stem opklinkt die zegt vorsicht!

Stel je de zoektocht naar taal voor, naar leven, naar liefde, naar een plek om te mogen, om te kunnen zijn, plekken waar je kan bestaan want de mens komt voor, dat kan zomaar het geval zijn.

Stel je pagina’s voor die geluid maken; een patroon dat gevoeld, gehoord, ervaren kan worden. Gesmolten boeken die één worden. De kinderen van de terminaal zieke moeder (zegt Zappa: alles is terminaal!) (waarna hij woedend de hoorn op de haak gooit). Stel je de vraag voor hoe je een moeder moet noemen die er niet meer is. Nomen est omen. Namen zijn nieuws. Dus. Schuim. Geest. Merg. Wind. Uiting. Muiting. Hun mond naar de oceaan. Een droom waarin alle moeders groeien. Eeuwigdurend aanwezig. Haar: hen: ik: samenzwerend om te zijn.

Stel je de bus voor als een archief van lichamen. Een vrouw die een hardgekookt ei eet aan boord van een trein. Stel het geluid voor dat het breken van dat ei maakt. Dingen die open gaan. Dingen afgesloten. Een taal die langzaamaan openbreekt en begrepen wordt, omdat je wil begrijpen, omdat je begrepen wil worden, Stevie Wonder die zei sommige mensen willen je een heel klein beetje te snel begrijpen, op tv zegt iemand Schrijven is voor mij een boodschap overdragen die begrepen wordt, in het overdragen en het begrijpen, ligt het daar niet?, is dat (deze) poëzie (?): het dragen en het grijpen, van arm naar hand, de hand, de arm, de opflikkering in dat kortstondige contact.

Stel je de opflikkering voor en je stelt je deze bundel voor.

Stel je het voor met het zonlicht dat doorheen de ramen op je blote onderarmen valt. Er is koffie. Er is muziek. David First misschien, of The Red Crayola, of was het alweer Nordvargr / Drakh die keer, wie weet.

Stel je voor dat iemand zegt Waar ist werk van en dat je zwaait met AR:RANGE:MENTS in je hand en zegt Hier ist werk van, stel je handen en ogen en flikkeringen en wind en bomen en leven voor. Stel je voor hoe het kruipt, hoe dat allemaal kruipt, hoe het in en uit de woorden kruipt, omdat dat de kracht is van woorden, de kracht van bundels, de kracht van poëzie.

English translation of the review in Dutch bij Tim Donker

Imagine. A mother dying. During her final moments, she begins to speak English. Child stands nearby, doesn’t speak English, but father encourages and says Yes she can understand you, they’re now learning English at school. What does language do at that moment? For the child, the language being spoken is something closed. But it’s treated as if it lies there, open, graspable. By the parents. One dying. And one living. Language at the border of life and death, language at the border of understanding and non-understanding. Language is a region. A country. To wander in. To search in. Discover. Language-desire. Language-hunger. To understand the incomprehensible, in the almost literal sense of grasping; trying to get a hold of it; bringing near what was far. The human as a de-distancing machine. Heidegger already said it. Heidegger? How did he walk into this discussion? This is about how Esther Kondo Heller sniffs through language and tries to find meaning in every crack, in every utterance, and because AR:RANGE is an English-language collection, it’s not about expressing something but about “to utter.” Utter, put an m before the u and you’re back at mutter, at mother with whom everything always begins (brothers and lines are cast out when Berlin & perhaps that’s why the German, there’s also a beautiful German poem in this collection) (the multilingual) (also one in a language I don’t know, something with damu yanga ina zagunika; it could be something African) (the pan-African or-chestra), and you can also slice mutter more finely, the first part then says mut, almost mute, which points to silence because “in linguistics an utterance is a unit of speech followed by silence”; “when she died all I said was: [ ]” – consequently, alongside speech, silence has the most important role in this collection. The words and the white space around the words. What it is are the boundaries that give the bounded its content. The white space makes the words as much as the letters do. Emptiness. Emptiness that breathes.

Imagine your mind as a dog named Denzel. Held on a leash by a woman who always complains that there’s too much tomato paste in the stew but still every time leaves only cleaned-off bones for Denzel. Imagine the spinning in the movement of the song of the enchant(ing) sea. Yodeling. In the morning a wheelbarrow scoops you up and the woman who gave you a name eats Coco Pops with warm frothy milk and says she never liked that dog because he always pees everywhere and always jumps up against everyone. Yes. Imagine that.

Imagine a brother who burns books in the living room to cook an egg. The fire. The smoke. The melting of the hard covers. Your sister forms words through the window. Don’t worry, neighbors, the fire is under control, you don’t need to call the fire department. But of course the neighbors call the fire department anyway and to their great displeasure, the fire is no reason to evict the family from the house because the rent is always paid on time. Only now the carpet shows a crater no a mouth no a black hole in the ground. So imagine a black hole in the living room: you never hear your parents argue again because the sound of their muffled voices is completely inhaled by the hole.

Imagine a country that isn’t thrown out of the airplane. Slaughtered documents. Archives in Berlin, yes Berlin, I already said so, ich hab’ noch eine Koffer in Berlin, a church in Berlin, an interview, maybe in Berlin maybe elsewhere, a reporter who asks Martin Luther King Jr. and do you find that depressing and Martin Luther King Jr. who answers yes I certainly find that depressing while somewhere off-screen a voice sounds saying vorsicht!

Imagine the search for language, for life, for love, for a place to be allowed, to be able to exist, places where you can exist because humans occur, that might just be the case.

Imagine pages that make sound; a pattern that can be felt, heard, experienced. Melted books becoming one. The children of the terminally ill mother (says Zappa: everything is terminal!) (after which he angrily slams down the receiver). Imagine the question of how to call a mother who is no longer there. Nomen est omen. Names are news. So. Foam. Spirit. Marrow. Wind. Utterance. Mutiny. Their mouth to the ocean. A dream in which all mothers grow. Eternally present. Her: them: I: conspiring to be.

Imagine the bus as an archive of bodies. A woman eating a hard-boiled egg on board a train. Imagine the sound that breaking that egg makes. Things that open up. Things sealed. A language that gradually breaks open and is understood, because you want to understand, because you want to be understood, Stevie Wonder who said some people want to understand you a little bit too quickly, on TV someone says Writing for me is conveying a message that is understood, in the conveying and the understanding, doesn’t it lie there?, is that (this) poetry (?): the carrying and the grasping, from arm to hand, the hand, the arm, the flicker in that brief contact.

Imagine the flicker and you imagine this collection.

Imagine it with the sunlight falling through the windows onto your bare forearms. There is coffee. There is music. David First perhaps, or The Red Crayola, or was it Nordvargr / Drakh that time, who knows.

Imagine someone saying Where ist work from and that you wave AR:RANGE in your hand and say Here ist work from, imagine hands and eyes and flickers and wind and trees and life. Imagine how it crawls, how all of that crawls, how it crawls in and out of the words, because that is the power of words, the power of collections, the power of poetry.

Esther Kondo Heller Arrangements

AR:RANGE:MENTS

Poems

  • Auteur: Esther Kondo Heller (Kenia, Duitsland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Fonograf Editions
  • Verschijnt: 11 maart 2025
  • Omvang: 74 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: $ 17,95
  • Boek bestellen bij: Amazon

Flaptekst van de dichtbundel van Esther Kondo Heller

Can words hold a note? Can language foam like a mouth? In Ar:range:mentsEsther Kondo Heller creates textual & visual language that escapes the page to utter and speak past the record, the archive, and the document. What arrangements exist between a mother and child? In listening to Black queer life in Berlin, Mombasa, and London, the action of arranging becomes a means of sounding out a collective utterance of Black survival with joy amidst grief, colonialism, medical racism, and loss.

Ar:range:ments collectively thinks with, amongst others, the works of Audre Lorde, May Ayim, Fred Moten, NourbeSe Philip, Harryette Mullen, Diana Khoi Nguyen, Victoria Adukwei Bulley, Marvin Gaye, Taylor Johnson, and Gabrielle Octavia Rucker.

Esther Kondo Heller is a poet, literary critic, and experimental filmmaker. They are a Barbican Young Poet 18/19, an Obsidian Foundation fellow, and a Ledbury Critic. They have an M.F.A. in Poetry from Cornell University 23′ and are currently, a first-year Ph.D. student in Comparative Literature at Harvard University, where they are working on transnational Black poetics.

Bijpassende boeken en informatie

Willem du Gardijn – Het koor van de 300 moordenaressen

Willem du Gardijn Het koor van de 300 moordenaressen recensie en informatie van de inhoud van de roman over Oost-Berlijn in de DDR. Op 25 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de nieuwe roman van de Nederlandse schrijver Willem du Gardijn. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver en over de uitgave.

Willem du Gardijn Het koor van de 300 moordenaressen recensie van Tim Donker

De koning danst op de muziek van een fascist.
De zon het volk het brood de spelen.
En de koning danst op de muziek van een fascist.

Andermaal spreekt een achterplat maar halve waarheden. Het zegt van Lena en Maksa. Ze wonen naast elkaar in de brede straat, ze reizen samen met de tram naar hun werk, want ook werken doen ze in hetzelfde bedrijf. Dat is waar, het achterplat liegt er niet over. Ze hebben mannen, Frans en Markus, ze hebben kinderen, Rainer en Rosie, twee gezinnen, wonend naast elkaar, de vrouwen zijn al bevriend sedert hun kindertijd, de kinderen krijgen misschien ook wel iets met elkaar. De boodschappen doen Lena en Maksa ook al samen, het zou alles heel gewoon kunnen zijn, heel volks. Behalve dan dat het verhaal speelt in Oost-Berlijn, in de tijd van, denk ik, Erich Honecker, toen de muur nog fier overeind stond (en dat maakt alles anders en net dat zegt het achterplat u niet). U weet. De socialistische eenheidspartij. De Stasi. Alle bedrijven in handen van de staat, alle neuzen dezelfde kant op. Planeconomie. Afgegrendelde grenzen. De welvaart en de mensenrechten waren elders. Alleen het socialisme gold, wie het socialisme niet aanhing was een vijand van het volk. En alles dat van verre of nabij met het gehate kapitalisme in verband gebracht kon worden, was uit den boze. Maar Lena en Maksa willen ook wel eens een spijkerbroek kunnen dragen. Dan. Er worden dingen gefluisterd, er zou iets gaande zijn, het moet alles strikt geheim, Markus weet ervan, er zijn mensen bij betrokken die alleen gekend kunnen en mogen worden via initialen, maar het lijkt echt zo te zijn: dat er een tunnel gebouwd wordt. Een tunnel, dwars onderdoor de muur, een tunnel die uitkomt in West-Berlijn, een tunnel naar de vrijheid, een tunnel naar spijkerbroeken. En hoe opmerkelijk: de tunnel zou uitkomen in de kelder van de slagerij bij Frans, Lena, Maksa en Markus in de straat, de vier buren moeten daar alleen nog even een beginnetje hakken, en dan komen ze hun bevrijders vanzelf tegen. Het moet gebeuren in een nacht, het komt, het komt eraan, nog even geduld en dan kunnen ze gaan.

Het blijkt alles verraad. Maksa speelt een dubbelrol, onduidelijk is hoe lang al, misschien al heel lang, er is geen tunnel, er zijn wel agenten, er wordt geschreeuwd, gerend, geschoten, iemand overleefd het niet, Lena probeert de koelbloedige moord van een agent op andere familieleden te voorkomen, de kogel verdwaalt en doorboort een andere agent, nu is Lena een moordenares, van een agent nog wel, een beschermer van het socialisme, hoe erg kan een mens zijn, Lena komt in de gevangenis.

In de gevangenis is het erg. Manipulaties, vernederingen, vuigheden, vuile spelletjes. Er is gefilmd, in het huis van Lena en Frans, er zijn beelden, ook van Frans met een andere dame op ergens een hotelkamer ofzo, sadistische bewakers laten Lena alles zien, het is alles onderdeel van iets veel groters, Maksa heeft in veel een rol gespeeld, Maksa heulde al langer van de machtshebbers, onduidelijk is hoe lang, in een onvrij land is het onmogelijk om niet af en toe te collaboreren, Rik Zaal toonde dat onlangs al onweerlegbaar aan, hoe zou je zelf zijn, hoe lang kan je je rug recht houden in omstandigheden waaronder de rug buigen zoveel voordeel brengt? Soms is verraad heel begrijpelijk, al zijn er gradaties misschien, en erg onmenselijk schildert Du Gardijn Maksa zeker niet af. En helemaal vrijuit gaat ze ook niet: na een lichtere straf komt ze onder curatele te staan van een misschien niet heel onaardige maar wel tamelijk opdringerige en ook enigszins viezige man die voornamelijk op haar liefde uit is. Het eindigt ermee dat ook Maksa voor moord gevangen wordt gezet.

Ergens, niet ver van Leipzig, is een vrouwengevangenis. Er zitten driehonderd moordenaressen gevangen. Twee ervan zijn Maksa en Lena. De grote hoedster is “het vrouwtje”, een kleine, niet al te moje vrouw die voor vele veranderingen, zeg verbeteringen, in de gevangenis heeft gezorgd. “Het vrouwtje” houdt therapeutische sessies met de moordenaressen, en de veelvuldige, door haar gedirigeerde, koorgezangen hebben een al even therapeutische werking. Hoewel “het vrouwtje” een sleutelrol speelt in Het koor van de 300 moordenaressen, ontwikkelt deze verhaallijn zich pas tegen het einde van het boek – ja dat hele koor van driehonderd moordenaressen komt pas tegen het einde van het boek aan bod. Het is waar de roman een haast surrealistiese lading krijgt. Ofnee. Wacht. Anders.

Want het zal wel. Dat Du Gardijn een te totalitair en te verstikkend beeld schetst van het toenmalige Oost-Berlijn. Jaja. Dat zal best. Ik weet het niet. Ik was toen niet daar, ik ben maar één keer in Berlijn geweest, dat was aan deze zijde van de millenniumwending, de muur was allang verleden tijd, ik was niet heel erg onder de indruk van Berlijn maar achteraf hoorde ik uit vele monden dat ik me niet in de goede wijken begeven had, ik had naar daar en daar moeten gaan, waar het allemaal veel mojer was dan waar ik geweest was. Het zal wel. Het zal allemaal wel. En toen kwam de overheid en zei dat de mensen niet naar hun werk mochten, dat de kinderen niet naar school mochten, dat niemand na tien uur ’s avonds nog de straat op mocht, dat je louter geboeid en gekneveld de supermarkt in mocht, dat de oude mensen moesten sterven zonder ooit nog hun kinderen of hun geliefden te zien, dat wie zich niet liet inspuiten met een of ander veel te snel ontwikkeld serum waarvan niemand de effecten op langere termijn kon voorspellen niet het recht had om op restaurant of op kaffee te gaan, en ik zei Het totalitarisme is geïnstalleerd, we moeten iets doen en monneer Bepaaldekeuzeshebbenbepaaldegevolgenendatisaltijdalzogeweest zei Ik vind niet dat het totalitarisme geïnstalleerd is en ik dacht hoeveel totalitarisme moet er zijn voor je het totalitarisme mag noemen? En de koning danst op de muziek van een fascist, de koning staat met zijn bolle kop vrolijk te wiegen op de muziek van een fascist, en ik denk is dat niet het begin van verstikking? Mijn ademen alleszins al wat stroever bedacht ik me dat het fascisme zo zou komen: met de koning vrolijk, de koning dansend, de koning die van de krommen aas gebaart. Hoe stroef moet het ademen gaan voor er sprake is van verstikking? Ik weet het niet, maar wat meer is –

want er is altijd meer –

wat meer is, is dit: waarom moeten Nederlanders proza toch altijd aan een of andere buitenromaneske realiteit toetsen? Een romancier is geen historicus. Waarom literatuur meten aan een lat die iets zeggen wil over het “wie es eigentlich gewesen war”, er zijn altijd anderen die beter kunnen zeggen wie es eigenlich gewesen war en die mogen anderen dan op de vingers tikken en zeggen ja so war es dus nicht. Nicht zo verstikkend en nicht zo totalitair, jajaja, het zal wel, er waren geloof ik ook westberlijners die liever in het oosten dachten te wonen, hoeveel verstikking is verstikkend genoeg, de koning danst op de muziek van een fascist en Boele zegt dat dat het verschrikkelijke was, voor ons westerlingen, toen, in de jaren tachtig, dat de Stasi alles van je wist, in zo’n soort maatschappij hoopte je toch nooit te hoeven leven, en nu, zegt Boele, geven we al onze privacy prijs aan koekjes en aan het internet, de grote bedrijven weten nu misschien wel meer van ons dan de Stasi ooit van haar burgers wist, misschien is het waar wij nu leven wel verstikkender en totalitairder dan ooit, en so war es dus nicht, waarom moet ik verdomme een abonnement nemen als ik alleen even wil lezen wat een of andere gast over een of ander boek geschreven heeft, nog een reden om kranten te mijden als de pest, maar wat ik zeggen wil is dat realiteitszin volgens mij niet de voornaamste waarde is in Het koor van de 300 moordenaressen. Misschien vergis ik me, maar het lijkt me dat het Du Gardijn er niet om te doen is een volledig en juist beeld te schetsen van het toenmalige Oost-Berlijn (en misschien had hij er wel beter aan gedaan om een fictieve plek in een fictieve tijd als achtergrond te gebruiken), hij lijkt mij, eerder, een podium te willen geven aan een bepaald soort vervreemding.

Die bijna hypnotiese vervreemding.

Dat vreemde sfeertje dat er doorheen gans de roman hangt.

Dat beklemmend is ja, maar ook bijna kinderlijk, bijna sprookjesachtig. Dat onwerkelijke. Dat, sja, toch, dromerige. De ene keer neigend naar een nachtmerrie. De andere keer alleen maar verwarrend. En soms  welhaast mooi.

Gardijns instrument, de taal, is overeenkomstig gestemd. Lange, meandere zinnen, vol komma’s, soms lichtelijk naïef, of, in ieder geval toch, impressionisties. De ene keer is Lena aan het woord, de andere keer Maksa. Iemand zei dat Du Gardijn doorsloeg in zijn schrijfstijl maar ik vind zijn stijl werkelijk prachtig. Ook de taal is gezang hier, ook de taal hypnotiseert. Uiteindelijk creëert het een heel nieuw universum dat het bestaande universum niet wenst te reproduceren maar zo haar eigen wetmatigheden heeft. Geloven in een tunnel naar West-Berlijn kan, je woonst veil hebben voor een spijkerbroek kan, een gevangenis met driehonderd moordenaressen kan, een vrouw die met liefde het koor leidt kan, gelouterd de gevangenispoort uitlopen kan ook. Kan allemaal zo erg dat het universum van Het koor van de 300 moordenaressen iets is waar je zo maar in zou kunnen verdwalen, hier en nu op goede dag of in een daar en dan op een kwadere dag – want in een land waar de koning danst op de muziek van een fascist is er nog veel meer verstikking mogelijk.

Willem du Gardijn Het koor van de 300 moordenaressen

 

Het koor van 300 moordenaressen

  • Auteur: Willem du Gardijn (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse DDR roman
  • Uitgever: Uitgeverij Koppernik
  • Verschijnt: 25 maart 2025
  • Omvang: 232 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50 / € 11,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Willem du Gardijn

De vriendinnen Anna en Maksa, die werken bij Die Fleisch Union Berlin, worden door een functionaris van de partij uitgenodigd voor een gesprek. De intimiderende ontmoetingen zetten een keten van gebeurtenissen in gang die niet anders dan noodlottig lijkt te kunnen eindigen.

In Het koor van de 300 moordenaressen roept Willem du Gardijn, in zijn geroemde stijl, de donkergrauwe wereld van Oost-Berlijn in de jaren tachtig van de vorige eeuw op. Ondanks de grove ernst van de communistische ideologie en het verraad door je naasten schetst hij een intrigerend claustrofobische wereld die toont dat het zelfs in de meest uitzichtloze tijden saamhorigheid een ontsnapping kan bieden.

Willem du Gardijn (1964) studeerde in Utrecht en Berlijn. In 2008 publiceerde hij de roman Monografie van de mond. Daarmee werd hij genomineerd voor de Academica Literatuur Prijs. In 2011 verscheen zijn buitengewoon goed ontvangen verhalenbundel Negen raven. In 2016 volgde de roman Bevrijding. In de herfst van 2018 verscheen de verhalenbundel Het grote vakantiepark. Met deze verhalenbundel stond du Gardijn op de longlist van de Bookspot Literatuurprijs. Zijn laatste roman Het einde van het lied (2021) stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs en de Boekenbon Literatuurprijs 2022.

Willem du Gardijn Het einde van het lied RecensieWillem du Gardijn (Nederland) – Het einde van het lied
Nederlandse roman
Recensie van Tim Donker
Weergaloos mooi. Het nam me mijn adem. Het stolde mijn bloed. Het zette de tijd stil. Dit is literatuur van het allerhoogste nivo…lees verder >

Bijpassende informatie

Sara Sølberg – Sarabande

Sara Sølberg Sarabande recensie en informatie over de inhoud van de Noorse roman. Op 17 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij HetMoet de Nederlandse vertaling van de roman Sarabande van de uit Noorwegen afkomstige schrijfster Sara Sølberg. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster, de vertaler en over de uitgave.

Sara Sølberg Sarabande recensie en informatie

  • “Sarabande is een intelligente, veeleisende en zeer actuele roman geworden, die de indruk bevestigt van Sara Sølberg als een bijzonder vaardige en spannende auteur.” (Sigmund Jensen, Stavanger Aftenblad)
  • “Een ongelooflijk goed geschreven hybride roman met een psychose als narratieve drijfkracht.” (Freddy Fjellheim, Vårt Land)

Sara Sølberg Sarabande recensie van Tim Donker

En dan? Wat is dit? Klimaatfictie? Bestaat dat? Wil dat zeggen dat wat schrijvers met het klimaat zien gebeuren fictioneel is? En hoe dan met dit hier Sarabande? Hoe begint dit? Een vrouw in een appartement dat langzaamaan wordt overgenomen door insecten? Wat is dat? Kafka? Stephen King? Daphne Du Maurier? Wat ben ik aan het lezen? Thriller? Horror? Wat moet ik denken van Silja, van de hete zomer, van de dingen die zij ziet? Zitten we gevangen in haar hoofd? Zit Silja zelf gevangen in haar hoofd? En waarom zijn sommige tekstdelen dwars over de pagina gezet? Zodat ik het boek moet keren, zodat ik zelf als een insect overheen de pagina’s kruip? Het begin is in de oersoep? Het begin loopt in de soep? De soep is haar brein? Maar wat als Silja later pagina’s en pagina’s lang, eigenlijk bijkans het hele boek, opgenomen zit in een kliniek? Toch maar Ken Kesey dan? Gaat dit over milieu of over psychiatrie? Is Silja een onbetrouwbare getuige? Waren er helemaal geen insecten? Was de zomer ook niet zo heet dan? Voltrekken zich allicht helemaal geen ecologische rampen? Bestaan de veranderingen die zij in de natuur waarneemt louter in haar hoofd? Is de premisse van dit boek dan dat iedereen die meent dat klimaatverandering iets werkelijks is met werkelijke gevolgen gek is? Dat kan toch niet zo zijn? Wat is om te beginnen het verschil tussen binnen en buiten het hoofd? Alles wordt toch gevormd in je hoofd? Wat immers te denken van een passage als: “Zelfs als de gevaren die ik hoor niet zouden bestaan, worden de zenuwcellen gestimuleerd, wordt het endrociene systeem in werking gezet – de reactiepatronen van de evolutie zitten nog steeds in het lichaam – hormonen vloeien het bloed in, adrenaline geeft de spieren energie. Voorbereiden, alles paraat maken: mijn lichaam is altijd klaar voor de vlucht.”? En waarom zou Sølberg anders zoveel woorden vuil maken aan hoe de evenwichtstoestand die lang op aarde bestaan heeft onder invloed van de mens aan een eind kwam? Waarom zou ze dat allemaal dan zo nauwgezet beschrijven, zo nauwgezet dat delen van dit boek soms veel weg hebben van een lesje biologie? Of is dat eerder aardrijkskunde? Waarom lette ik toch nooit op op school? Verkent Sarabande het binnen ten opzichte van het buiten en/of het dunne vlies daartussen? Is alles misschien metafories bedoeld? De mens als denkend wezen die met zijn denken alles ten einde aan het denken is? Zodat ons hoofd ons tot een werkelijk einde leidt? Of is de kliniek het antropoceen? Het heersende discours waarin we gedwongen worden mee te gaan? Totdat we geleerd hebben te doen alsof onze neus bloedt? Maar dat is toch evenmin conform de werkelijkheid? Milieuproblematiek is toch niet iets dat op geen enkele politieke agenda terug te vinden is? Dat in geen enkel kaffee- of werkvloergesprek weerklinkt? Of bedoelt Sølberg dat we niet anders kunnen dan zijn wie we te zijn hebben? Omdat we geworpen zijnden zijn? En waar komt die Heidegger nu ineens weer vandaan? Zit die in mijn hoofd, in dat van Sølberg? Of is het toch Silja? Het zou toch een mooi bestaan moeten zijn, Silja zijn, en hovenier, en daar zijn, en buiten? Waar komt de frictie dan vandaan? Waarom deze psychose? Is het schizofrenie? Mag je die term wel zomaar gebruiken? Het is toch geen dissociatieve identiteitsstoornis? Hoe omschrijft de DSM IV dat eigenlijk? Is het de wereld die schizofreen is? Kunnen we wel weten wat waan is en wat niet? Is er misschien helemaal niks buiten de waan? Bracht de mens door zelf het onevenwichtigste wezen te zijn alles uit evenwicht? Kunnen we wel vertrouwen op onze inzichten? Welke verwoestingen werden aangericht door nu primitief aandoende behandelmethodes is de psychiatrie? Hoe hoopvol kun je zijn over dat wankelmoedige mensgemaakte ding dat wetenschap heet als je je bedenkt dat de neuroloog die de lobotomie bedacht nog maar zestig jaar geleden onderscheiden werd met de Nobelprijs voor de Geneeskunde? Gaan we morgen net zo hard lachen met wat we vandaag al zinnig, terecht, nuttig, diepgaand of zelfs onweerlegbaar beschouwen? Is dit het zware synthetiese verdriet? Het onafwendbare? De verontrustende symptomen? Als de aarde schreeuwend sterft liggen wij dan dromend? Omdat we maar nooit weten te ontsnappen uit wat Jay Farley opbergkasten noemt? Kan wat in zijn geval op gender ook van toepassing zijn op normaliteit wetenschap vooruitgang kapitalisme dagdagelijksheid ongemak? Het ziende blind zijn? Alles in de opbergkast, slot erop, en we spreken er niet meer over? Fungeert Silja dan als indicator? Zijn haar psychosen en klimaatverandering gelijkoorspronkelijk? Uitdrukkingen van een zieke aarde? En ecologie en psychiatrie in hetzelfde bedje ziek? Omdat ze achterop komen en veel te traag gaan voor alles dat aan de andere zijde veel te snel gaat? Hoe hoopvol kun je zijn over dat wankelmoedige mensgemaakte ding dat wetenschap heet als je je bedenkt dat de neuroloog die de lobotomie bedacht nog maar zestig jaar geleden onderscheiden werd met de Nobelprijs voor de Geneeskunde? Of heb ik deze vraag al gesteld? Laat ik het dan anders stellen: is de mens misschien te dom voor zijn eigen intelligentie? En van wie zijn de andere ogen, de ogen die we te leen krijgen op de dwarse pagina’s? Zijn dat insecten? Andere dieren? Die boven het kunnen gaan? Zien wat de mens niet ziet? Weten wat de mens niet weet? Is het het kruipen, in de aarde, over de aarde, is het het vliegen boven de aarde, wat maakt dat Sarabande afwisselend heel rap en dan weer heel traag leest, een konstant versnellen en stoppen, en teruglezen, en ongemerkt al gelezen hebben wat je dacht nog niet gelezen te hebben? Als een muziekstuk misschien? Een barokke suite? Een dans? Een, ja, sarabande? Of eerder toch een paringsdans? Een ritueel? Waar zijn de insecten? Is het deze manier waarop Sølberg ons tot Silja schrijft? Zodat we niet meer zeker weten wat we lezen, wat we zien, wie we zijn? Maar die bijna wetenschappelijk aandoende passages dan? Zijn die om nog enig houvast te schenken? Of juist andersom: daar om twijfel te zaaien over datgene dat de mens ontwikkelde om nu juist zekerheid te verkrijgen over de wereld om hem heen? Als wetenschap ook maar fictie is, een verhaal tussen verhalen, wat blijft er dan nog over? Alleen nog het lichaam en wat het ons laat voelen? Laat voelen dat het scheef zit? Is het ook daarom dat ik Sarabande niet alleen met mijn ogen lees, maar met heel mijn zijn? Dat dit boek alles in mij activeert? De insecten, de lucht, de aarde, het kruipen, het hoofd, de kliniek, hoe het licht valt op de pagina’s? Is het dit laveren tussen wetenschap en proza dat me af en toe aan Jan Lauwereyns deed denken? Zou iedereen begrijpen dat ik het als levensgroot compliment bedoel dat dit boek uitgegeven had kunnen zijn door Koppernik? Is er iets dat literatuur moet? Uit evenwicht brengen misschien? Eindeloze stromen vragen genereren? Altijd twijfel? Omdat kunst dat uiteindelijk toch het beste kan? Als t schrijverken Dregke meenam naar een optreden van Fátima Miranda, zou ze dan denken dat hij gek geworden was of zou ze de schoonheid van haar zang kunnen voelen door de gekte heen? Is gekte een symptoom van schoonheid? Vind ik Sarabande daarom zo mooi? En hoe heet ook alweer die roman die uit louter vragen bestaat? Kon je nu werkelijk geen zinnigere vraag bedenken om deze bespreking mee te eindigen?

Sara Sølberg Sarabande

Sarabande

  • Auteur: Sara Sølberg (Noorwegen)
  • Soort boek: Noorse roman
  • Origineel: Sarabande (2021)
  • Nederlandse vertaling: Liesbeth Huijer
  • Uitgever: Uitgeverij HetMoet
  • Verschijnt: 17 maart 2025
  • Omvang: 350 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 23,50
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de roman van de Noorse schrijfster Sara Sølberg

Het is de warmste zomer ooit gemeten in Noorwegen. Tijdens haar werk als hovenier ziet Silja duidelijk hoe de natuur verandert en onder druk komt te staan, maar ze ziet niet dat dat ook voor haarzelf geldt. Binnen een paar heftige dagen valt de werkelijkheid zoals ze die kent uiteen. Die werkelijkheid wordt niet alleen bezien vanuit Silja’s perspectief, maar ook vanuit dat van een mier, een regenworm, een mot. Wanneer ze in een kliniek ontwaakt is er voor haar iets onomkeerbaar veranderd, alleen lijkt iedereen om haar heen door te gaan zoals voorheen.

Sarabande is een intense roman over een persoon in een crisis en over de crisis waarin de aarde zich bevindt. Hoe kun je leven in een wereld die aan de rand van een ecologische ramp staat, als je weet dat je eigen soort daar schuld aan heeft, en dat de werkelijkheid elk moment kan instorten?

Sara Sølberg is geboren in 1983 in Trondheim, Noorwegen. Ze  volgde van 2012 tot 2014 de schrijversopleiding fictie in Tromsø, waarna zij in 2016 debuteerde met haar roman Seismiske smell (Seismische schok). Hiermee behaalde ze de shortlist van de Tarjei Vesaas’s debutantpris en ontving zij de literatuurprijs van de NTNU. In 2021 verscheen haar tweede roman, Sarabande.

Bijpassende boeken en informatie

Esther Freud – De kleur van henna

Esther Freud De kleur van henna recensie en informatie over de inhoud van de debuutroman van de Engelse schrijfster. Op 5 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Orlando de Nederlandse vertaling van Hideous Kinky de verfilmde debuutroman uit 1992 van de uit Engeland afkomstige schrijfster Esther Freud. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Esther Freud De kleur van henna recensie en informatie

  • “Sla het boek open en begin, en je zult meteen gecharmeerd, daarna geïntrigeerd en uiteindelijk ontroerd zijn door dit fascinerende verhaal.” (The Spectator)
  • “De kleur van henna heeft een verrukkelijke lichtheid […] het landschap sprankelt aanlokkelijk en de minder belangrijke personages steken er levendig tegen af. Bedelaars, herders, idioten, dubieuze Marokkaanse en excentrieke Europese dames worden liefdevol en met humor beschreven.” (Times Literary Supplement)

De kleur van Henna recensie van Monique van der Hoeven

Van Esther Freud las ik eerder met veel plezier het boek Hoeveel ik van je hou. De kleur van Henna is haar debuutroman uit 1991, in Nederlandse vertaling uitgegeven door Uitgeverij Orlando in 1994 en nu, opnieuw, in 2025. Het verhaal van dit boek is verfilmd onder de naam Hideous Kinky (wat ook de oorspronkelijke titel van het boek is) met Kate Winslet in de hoofdrol.

De Britse schrijfster Esther Freud is de achterkleindochter van Sigmund Freud en de dochter van kunstenaar Lucian Freud.

Wat een heerlijk boek is De kleur van henna. Het leest alsof je zelf op vakantie gaat naar het kleurrijke Marrakech. Vanaf pagina 1 ben je er bij, als een jonge Engelse vrouw (in het boek “mama”) met haar beide dochters in een hippiebusje naar Marrakech vertrekt – op zoek naar vrijheid en avontuur. Ik las het boek dan ook in één ruk uit.

Bijzonder is dat het verhaal wordt verteld door de ogen van een 5 jarig meisje. Ze beleeft alles intens en geeft vaak haar eigen draai aan dingen. Ze kijkt op tegen haar zus Bea, die al naar school mag. Dit  maakt alles nog extra magisch en sprookjesachtig. Het gezin neemt haar intrekt in een huis in de Joodse wijk, er wordt gekookt op een klein houtkacheltje en dagelijks gaan ze naar de markt, waar kleurrijk volk rondloopt en werkt. Ze kopen kaftans om te dragen en de haren van de meisjes worden in de henna gezet. Behalve dat is er weinig verloop in het verhaal, het zijn gewoon dagelijkse beslommeringen. En juist dat maakt het boek zo uitnodigend!

Esther Freud heeft hierbij ongetwijfeld geput uit haar eigen jeugd, die ze deels doorbracht in Marokko.

Een roman waar ik geen afscheid van wilde nemen… ik was graag nog even met dit bijzondere gezin meegereisd. De roman is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Esther Freud De kleur van henna

De kleur van henna

  • Auteur: Esther Freud (Engeland)
  • Soort boek: Engelse roman, debuutroman
  • Origineel: Hideous Kinky (1992)
  • Nederlandse vertaling: René Kurpershoek
  • Uitgever: Uitgeverij Orlando
  • Verschijnt: 5 maart 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 16,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de debuutroman van Esther Freud

De kleur van henna, succesvol verfilmd als Hideous Kinky, met Kate Winslet in de hoofdrol, is het onweerstaanbare verhaal van een Engelse hippiemoeder die in een opwelling besluit om het grauwe Londen van 1972 te ontvluchten en met haar twee jonge dochters naar Marokko te verhuizen.

Het avontuur dat volgt voert hen langs kleurrijke markten, vervallen hotels en mystieke soefi-retraites, via vriendschappen en vetes, affaires met nomadische straatartiesten, urenlang liften langs stoffige wegen en nachtenlang kamperen aan de kust – dit alles gezien door de ogen van een vijfjarig meisje.

Herontdek deze meeslepende moderne klassieker over de geest van vrijheid, vol met de beelden, geuren, kleuren en smaken van het Marokko van de twintigste eeuw.

Esther Freud is geboren in 1963. Ze is de dochter van
de kunstenaar Lucian Freud en achterkleindochter van Sigmund Freud. Als kind van maar anderhalf jaar reisde ze door Marokko met haar oudere zus Bella en hun moeder. Haar debuutroman uit 1992
Hideous Kinky, vertaald als De kleur van henna, werd succesvol
verfilmd. Van Esther Freud verschenen onder andere de romans Bestrijd de vossen, Huis in zeeZomer in Gaglow, Liefdesval en Hoeveel ik van je hou.

Bijpassende boeken en informatie

René ten Bos – Het laatste woord

René ten Bos Het laatste woord recensie en informatie over de inhoud van het nieuwe boek van de Nederlandse filosoof. Op 13 maart 2025 verschijnt bij Boom Uitgevers het nieuwe boek van de voormalig Denker des Vaderlands (2017-2019) René ten Bos. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

René ten Bos Het laatste woord recensie van Tim Donker

Dikke Smurfin waakt over de stad. Dikke Smurfin sluit een restaurant. De mensen die in dat restaurant werkten hadden de onbeschaamdheid vertoond gewoon mensen toe te laten die weigerden zich te laten inspuiten met één of ander onbekend serum waarvan niemand de gevolgen op langere termijn kan voorspellen. Niet iedereen wilde dat spul in zijn lijf, niet iedereen zag er het profijt of de noodzaak van in. Dat kon natuurlijk niet zijn. Dikke Smurfin moest waken over de stad, en iedereen moest hetzelfde denken en hetzelfde doen. Voor filosofie was immers geen plaats, had ons aller potentaatje Rutte gezegd.

Dat laatste was René ten Bos ook ter ore gekomen. “Ik ga een boek schrijven”, dacht hij toen. Zo vertelde hij indertijd bij Café Weltschmerz – zo’n beetje het enige waar ik nog naar keek in die dagen. Dat boek werd De coronastorm. Hoe een virus ons verstand wegvaagde (met name die ondertitel vond ik geweldig); het boek dat, samen met De psychologie van totalitarisme van Mattias Desmet en de verzamelde polemische stukken van Giorgio Agamben die in Nederland bij Starfish Books zijn verschenen als Epidemie als politiek. De uitzonderingstoestand als het nieuwe normaal, het beste was dat ik in die van de gele hond gescheten coronajaren gelezen heb over (de doorsnee reactie op) “de pandemie”. Ten Bos schreef een boek omdat ook in benauwde tijden -of misschien zelfs: juist in benauwde tijden- er plaats moet zijn om te filosoferen. Angst is een slechte raadgever immers, en blinde volgzaamheid is vaker niet dan wel de meest geëigende houding.

Toch zit volgzaamheid diep ingesleten in de mens. Ooit volgde hij God. Verlichting en Nietzsche verklaarden God dood maar daarmee verdween de volgzaamheid niet. Iemand sprak over de verraders van de verlichting, maar de verlichting is niet verraden; de verlichting heeft gewoon nooit werkelijk verlichting gebracht. Als we God niet kunnen gehoorzamen, dan gehoorzamen we maar aan wat men wetenschap heet. Als er maar iets is dat een laatste woord brengen kan, iets waaraan we niet meer hoeven te twijfelen.

Het moet zijn dat René ten Bos zich nog steeds verbaast over al het wrakhout waaraan de uit het Paradijs verdreven mens zich wenst vast te klampen, wat hij heeft met Het laatste woord een boek gepend dat goed aansluit bij wat hij in De coronastorm reeds aanroerde. De mensen en hun zwijgzaamheid. Hun weerzin tegen filosoferen. Of tegen twijfelen. Tegen zoeken. Die grote hang naar zekerheden. Het volgzame. De gehoorzame mens. Een onderwerp waardoor, bijvoorbeeld, Isolde Charim zich laatstelijk ook geprikkeld wist: in 2022 publiceerde zij Die Qualen des Narzissmus. Über freiwillige Unterwerfung (in ’23 bij Athenaeum – Polak & Van Gennep verschenen als Narcisme. Over vrijwillige onderwerping). Ik ga meteen moeten bekennen dat ik dat boek niet gelezen heb, op internet las ik wel het voorwoord en dat vond ik bijzonder intrigerend. Maar een reactor haalde het boek door de gehaktmolen omdat Charim Lacan verkeerd gelezen zou hebben. De reactor wist het allemaal veel beter hoe dat zat met Jacques. Tsja. Dat zal. In een hol hoofd past veel kennis, zeg ik Karl Kraus dan na. In ieder geval lijkt Ten Bos bij bepaalde gedachtegangen, met name tegen het eind van dit boek, veel op Charim te leunen.

Was het abecedarium dat De coronastorm was een beetje aan de korte kant zodat er op punten naar mijn smaak te weinig kon worden doorgegaan, in Het laatste woord neemt hij er de tijd en de ruimte voor. Omdat ontogenese klaarblijkelijk altijd nog een recapitulatie van fylogenese inhoudt, iets wat me ook trof in Bonnie Honings Publieke dingen (maar daar kom ik een latere keer misschien nog over te spreken), omdat, anders gezegd, de wet van Ernst Haeckel nog altijd ijzersterk blijkt te zijn, op filosofisch niveau toch zeker, begint Ten Bos bij het kind. Geef een kind, een jong kind, een peuter misschien, een potlood en een stuk papier en het gaat gewoon maar wat krassen. Het maalt niet om wat het op papier zet, het tekent niets na, het zet gewoon krassen. Er is alleen maar een dat, zo zegt Ten Bos, en nog geen wat. Artsen, onderwijzers en ouders waken er echter voor dat het kind niet in het dat-stadium blijft steken want elk dat moet op een gegeven moment een wat worden. Het ongevormde moet vorm krijgen. Dat is een juiste observatie en één die niet alleen opgaat voor tekeningen: vanaf de leerplichtige leeftijd, vanaf dus het moment dat een kind onderwijsinstellingen gaat frequenteren, zie je het vrije existeren langzaamaan sterven: het verwerft enige bewustzijn over hoe zijn zijn is, hoe dat zijn overkomt op anderen, hoe het zijn van andere kinderen is, hoe het om allerlei redenen beter is niet al te ver af te wijken van het “algemene” zijn.

In Het laatste woord onderzoekt René ten Bos hoe op verschillende terreinen -politiek, management, zorg- de ongevormdheid tot vorm geslagen wordt, hoe er een laatste woord moet komen dat geen tegenwerping meer duldt, hoe het existeren (als erbuiten staan, van ex en stare of sistere) van een “in onevenwicht” zijn, een louter bestaan, dus een wat een stevig, duidelijk omlijnd wat wordt.

De staat, die Ten Bos heel lefortiaans (ja waarom wordt Claude Lefort eigenlijk nergens in dit boek genoemd?) ziet als een lege ruimte die opgevuld moet worden, gebruikt de wet als iets waar niets boven kan staan, behalve de wet zelve. Hobbes zei “Auctorias, non veritas, facit legem”, oftewel: “Gezag, niet waarheid maakt de wet”. De wet mag alleen door de wet(gever) geïnterpreteerd worden, hoeft daarbij niet te overtuigen alleen maar te poneren, te stellen, te funderen; iets dat Walter Hamacher “Gesetztotalitarismus” noemt. Nog ontluisterender is het inzicht dat de wet hierbij geneigd is iets feitelijks onwettigs als geweld te monopoliseren, iets dat de politie volgens Ten Bos goed zichtbaar maakt door uit naam van veiligheid voortdurend naar rechteloze middelen te grijpen (ook die gedachte zou Bonnie Honing van harte onderschrijven) (ja waarom wordt Bonnie Honing eigenlijk nergens in dit boek genoemd?).

De wet is een duidelijk dat; het verschaft een kader waarbinnen bewogen mag worden. Over dit kader kan niet gediscussieerd worden (en Rutte zag dat het goed was); waar nodig worden de kaders met krasse maatregelen gehandhaafd. De mens, het wettige dier.

Deze structuren konden ontstaan omdat de mens, minstens vanaf Plato, altijd gevoelig is geweest voor dogma’s, wetten, regels en laatste woorden; in den beginne was er het woord; al vanaf het eerste woord is elk weerwoord uitgesloten. Dat is precies naar de zin van elke manager, wat misschien is waarom Ten Bos in het twede en langste deel van Het laatste woord dieper in gaat op “het zachte imperium”, oftewel het management. “Efficiëntie is in het managementtijdperk de nieuwe referent geworden: alles gebeurt in naam van die efficiëntie. Wie eraan twijfelt, is gek. Iedereen wordt geacht zich eraan te onderwerpen. Het gaat om een quasireligieus evangelie. Als de bewakers van de efficiëntie zeggen dat iets bijvoorbeeld om financiële redenen niet kan, dan gebeurt het ook niet. Het gaat om ‘verschrikkelijke nee-zeggers’, die weten dat ‘nee’ altijd veiliger is dan ‘ja’, al was het alleen al omdat bevestiging meer werk met zich meebrengt dan ontkenning. Hoe zacht deze ontkenningsdictatuur ook is, door onszelf op het werk, in de wetenschap of zelfs in het dagelijks bestaan te onderwerpen aan de eisen ervan, werken we allemaal mee aan een nieuw soort feodalisme dat zijn eigen rituelen en liturgieën kent.” schrijft hij; het is deze gezamenlijkheid die het mogelijk maakt restaurants te sluiten uit naam van de volksgezondheid, me peinst, hoe meer het zich sluit, op allerlei nivo’s, hoe onmogelijker het wordt eraan te ontkomen. Hierin precies, wortelt het ontzeggen van rechten. Een verschijnsel dat door Jacques Ellul ook gesignaleerd wordt in propaganda: de neiging het individu ondergeschikt te maken aan het collectief.

Propaganda en massa gaan uiteraard altijd samen. Dezelfde Ellul ziet propaganda namelijk ook als orthopraxie; iets dat, anders dat orthodoxie, gericht is op reflexief handelen. De succesvol gepropagandeerde heeft het gevoel dat hij doet wat hij doet omdat hij het zelf wil (dat zijn de mensen die destijds over de vaccinaties zeiden dat ze “geen seconde getwijfeld” hadden) (had op zijn minst één seconde getwijfeld man) (en liever nog twee). Al het denken moet uitgeschakeld worden, omdat denken nogal eens de hinderlijke neiging heeft handelen te vertragen of zelfs te belemmeren (dan ga je zomaar een seconde twijfelen voordat je eender welk serum waarvan je de samenstelling helemaal niet kent in je lijf wil toelaten). “[M]ensen die geen vlieg kwaad zouden doen [sloten] hun kinderen op zolder [op] wanneer deze met het vermaledijde virus besmet bleken te zijn.” brengt Ten Bos fijntjes naar voren; en inderdaad zag je juist in de coronaperiode hoe mensen die doorgaans kritisch waren ten opzichte van de regering, sommigen zelfs met licht anarchistische neigingen, totaal kritiekloos het door de overheid naar voren gebrachte discours slikten, geheel geloofden in de zin en het nut van elke volgende idiote maatregel en netjes in de pas bleven lopen waar ze zich in andere tijden eerder op een recalcitrantie lieten voorstaan. Er bestaat ook geen “collectief kritische geest: dus het zich aan het collectief ondergeschikt makende individu stoot zijn vermogen tot kritisch oordelen af, met graagte zelfs, want het is prettiger om niet zelf na te hoeven denken maar de door “experts” gepropageerde “feiten” als voedsel op te zuigen. En iedereen die twijfels of kritiek uit, belemmert de constante levering van dit voedsel en wordt daarom als gevaarlijk en ondermijnend beschouwd. Propaganda verschaf de onthechte, geseculariseerde, “slimme” mens zekerheid, een opgaan in de massa waar iedereen dezelfde mening deelt, zodat die dus wel de juiste moet zijn. Zegt Ten Bos: “Als iedereen de persoonlijke mening is toegedaan dat een vaccin de hoofdweg uit de pandemie is of dat de oorlog in Oekraïne begonnen is door Rusland (en in het bijzonder door zijn

autoritaire leider), als daarbij geen enkele twijfel of tegengeluid nog wordt toegestaan, dan is de eigen positie automatisch gelegitimeerd.”

Een zoeken naar deze legitimatie in het hogere, het zelf overstijgende, is wat de mens altijd gekenmerkt heeft; mythes en goden hebben ooit in deze behoefte voorzien en sedert wat men wel verlichting heet, zijn de bronnen waaraan de massa zich laven kan allicht veeleer wetenschap en kennis. Dit brengt Ten Bos ertoe de maatschappij te kenschetsen als epistemocratie: een samenleving waarin alle macht komt te liggen bij diegenen die pretenderen over de juiste kennis te beschikken (allicht gelardeerd met een snuifje schrik want Hobbes sprak recht en niet krom toen hij zei dat iedereen die de mensen angst kan in boezemen gezag heeft). Zo zagen we in de coronaperiode voortduren epidemiologen, virologen, immunologen en diergelijke aan het woord; vakgebieden waarvan geen zinnig mens daarvoor ooit gehoord had maar nu over alles het laatste woord hadden. De macht die God ooit had, ligt nu bij het weten: via het weten is alles oplosbaar, via het weten is de waarheid toegankelijk en al het andere is onwaar en daarom ronduit gevaarlijk (heel erg ver van ketterverbrandingen hebben we ons vooralsnog niet bewogen). Wetenschap is en blijft echter mensenwerk en daarom te allen tijden gevoelig voor tekortkomingen, fraude, gemakzucht en simplisme. Wetenschap is evenmin de godheid die God zelve ooit was. Er is ook geen militia sine malitia, dat wil zeggen een strijden voor het goede zonder kwaad te doen (aan andersdenkenden); de epistemocratische mens is er echter van overtuigd dat er één duidelijk en aanwijsbaar kwaad is waartegen gestreden moet worden door de goeden die ook strijden uit naam van hen die (nog) niet inzien wat dat goede is. Denk daarbij aan woke, dat heilig overtuigd is van de superioriteit van het eigen gelijk. Of aan wat duurzaamheid is komen te heten; als zelfs iemand als Bruno Latour begon te zeggen dat “klimaatontkenners” geen spreekrecht meer mochten krijgen, is er echt wel iets aan de hand. Of denk. Die afgrijselijke, gluiperige, achterbakse kobold Pannenkoek die vond dat ongevaccineerden best een beetje mochten twijfelen hoor, dat mocht best, zo ruimhartig is die vullak wel, als ze uiteindelijk maar weer op de “goede weg” kwamen.

Vanuit hedendaagse invalshoeken legt Ten Bos eeuwenoude structuren bloot. Via een wat spitsvondige interpretatie van de Narcissusmythe komt hij uiteindelijk uit bij de narcistische wortels in elk mens die maar al te graag deel heeft aan iets onsterfelijks – een gelijk, een waarheid, een weten dat ons allemaal zal overleven.

Hoewel Het laatste woord bij momenten best iets scherper had mogen zijn, verschaft het een moje inleiding in het twijfelen als levenshouding. Dat maakt het boek waarlijk filosofie. Immers gaat filosofie nooit over weten maar altijd over denken. En dat gaat altijd voorbij aan elk laatste woord.

René ten Bos Het laatste woord

Het laatste woord

Twijfelen aan zekerheden

  • Auteur: René ten Bos (Nederland)
  • Soort boek: filosofieboek
  • Uitgever: Boom
  • Verschijnt: 13 maart 2025
  • Omvang: 312 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 29,90 / € 24,90
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van filosoof René ten Bos

Wie met gezag en geloofwaardigheid spreken wil, moet dit namens het hogere kunnen doen. Daarom heeft onze seculiere samenleving alternatieven gevonden voor God: we spreken niet langer in Zijn naam, maar in die van waarheid, rechtvaardigheid, efficiency, gezondheid, veiligheid of duurzaamheid. Dit heeft een nieuwe vorm van dogmatiek de wereld in gebracht, een machtige stem die geen tegenspraak duldt en altijd het laatste woord opeist.

In Het laatste woord legt René ten Bos de institutionele, psychologische en politieke mechanismen bloot die verklaren waarom we zo dogmatisch zijn en blijven. ‘Onderwerping,’ zo signaleert hij, ‘is de prijs die we maar al te graag willen betalen om iemand te worden.’ Tegelijkertijd heeft de samenleving behoefte aan sceptici die zich niets gelegen laten liggen aan leerstelligheid en de bijbehorende waarheidspretenties. Onze instituties hebben juist baat bij de frisse lucht van de twijfel om tot nieuwe inzichten te komen.

René ten Bos is geboren op 9 september 1959 in Hengelo. Hij is hoogleraar filosofie en voormalig Denker des Vaderlands (2017-2019). Van zijn hand verschenen bij Boom onder meer Water (2014, genomineerd voor de ECI Literatuurprijs), Bureaucratie is een inktvis (2015, winnaar Socratesbeker 2016), Dwalen in het antropoceen (2017) en Meteosofie (2021).

Bijpassende boeken