Tag archieven: Tim Donker

Rhian Elizabeth – maybe i’ll call gillian anderson

Rhian Elizabeth maybe i’ll call gillian anderson review, recensie en informatie boek met gedichten van de dichteres uit Wales. Op 31 mei 2025 verschijnt bij Broken Sleep Books de dichtbundel van Rhian Elizabeth. Er is geen Nederlandse vertaling van het boek verkrijgbaar.

Rhian Elizabeth maybe i’ll call gillian anderson review en recensie van Tim Donker

Dit is de eerste scene. Een moeder staat op de drempel van het huis en ziet hoe de dochter in haar auto stapt en wegrijdt. Ze trapt het gaspedaal in, kijkt niet meer om, gaat. En daar staat moeder dan, in haar lege nest. Niet langer het hele tapijt vol vuile was, niet meer iemand die steeds met de deuren slaat, niet langer de posters van haar helden aan de muren van wat van nu af aan een extra kamer is. En nu? Wat te doen met al die leegte? Haar vrienden zeggen de moeder dat ze bezig moet blijven. Dingen moet vinden om te doen, en dan het liefste dingen die niets van doen hebben met heeldurdagen naar The Carpenters luisteren en huilen. Misschien, zo denkt ze, kan ze online dingen gaan bestellen. Niet omdat ze ze nodig heeft of zelfs maar hebben wil maar omdat ze zich dan kan verheugen op de komst van die spullen en dat verheugen zou je een bezigheid kunnen noemen. Of misschien kan ze op Google zoeken naar leuke hobby’s voor veertig jaar oude, verdrietige vrouwen. Of misschien kan ze gewoon een beetje in doodste stilte door het huis lopen tot ze zichzelf terugvindt in die ontstellend lege kamer, schreeuwend Wat word ik nu godverdomme geacht te doen, Alexa? Of misschien kan ze Gillian Anderson bellen en haar uitnodigen voor een logeerpartijtje, de lakens van het bed van haar dochter afhalen en er schone opleggen, in de hoop dat Gillian Anderson met een knipoog zal zeggen ik slaap liever in jouw bed.

Dit is de situatie van het titelgedicht, en dat is het allereerste gedicht in de bundel. Ik hoefde geen badwater te testen, deze regels las ik ademloos. Alles, bijna elk woord uit dit gedicht kan ik me zo levendig voorstellen dat het is alsof ik daar op die drempel sta, kijkend naar een veel te snel verdwijnende auto. Mijn kinderen zijn tien en twaalf en toch kan ik het me zo goed indenken hoe ze op een dag zullen gaan; als mijn oudste op zijn achttiende het huis uit gaat (wat daar geen ongebruikelijke leeftijd voor is), zal mijn nest over een luttele zes jaar reeds halfleeg zijn. Ga ik dan allicht enkele dingen die ik nu ook al doe alleen maar frekwenter doen? Want ik herken net iets te goed hoe het wachten op -in mijn geval- boeken en cd’s eigenlijk mojer is dan het ontvangen ervan. Vanaf het moment dat ik een bestelling plaats, kan ik dagen leven in het glorieuze vooruitzicht dat dat geniale boek of die wonderschone cd eraan komt – een fijn gevoel, dat kundig om zeep geholpen wordt wanneer de postbode ze daadwerkelijk aflevert. Zo mooi als het gedurende die paar dagen in mijn hoofd geworden is, zijn boeken en cd’s trouwens toch nooit. Niets is ooit zo mooi als het in je hoofd is. Dat is wat het betekent om in leven te zijn. Lekker zwelgen in je verdriet? Ken ik ook. Nog fijner met muziek erbij ja, al is dat in mijn geval nooit The Carpenters (maar misschien moet ik dat eens proberen?). Ook: onzinnige dingen opzoeken via Google. Goed, meestal voor de lol samen met mijn dochter. Maar de keren dat ik het doe als ik alleen ben, is onversneden verveling doorgaans de drijfveer erachter. Alleen Gillian Anderson ken ik niet. Zou dat iemand zijn natuurlijk is dat iemand ik ken wel meer beroemdheden niet vast een goeroe of een televisiepsycholoog of iemand van youtube of gewoon maar een moje vrouw die zingt of acteert of schrijft, in de danklijst wordt Anderson nog bedankt omdat ze Elizabeth vooralsnog niet heeft aangeklaagd. Het is makkelijk op te zoeken wie dat is, misschien iets voor als de verveling weer toeslaat. Maar liever laat ik me het raden, net als in de tijd dat er geen Google was en je zulke dingen niet kon opzoeken, nooit, omdat niet iedereen het schopte tot lemma in de encyclopedieën die je in de bibliotheek kon gaan inzien (maar mijn vader was in die dagen een soort Google, en die prikte menig een zeepbel door, gevraagd of ongevraagd).

Eén gedicht, het is niet veel meer dan anderhalve bladzijde, het is droevig het is grappig en het is springlevend. Dat is goed binnenkomen. Er zijn dichtbundels waarin je even moet rondstommelen, waarin je tot soms wel halfweg geen idee hebt wat je er van vindt, wat je aan het lezen bent, wat voor bundel het is, waarin je flarden krijgt toegeworpen: een intrigerend beeld, een moje zin; elk meer laat zich voorlopig alleen maar vermoeden. Maar Rhian Elizabeth trekt je zonder pardon tot over je oren de schittering in. Waar in het twede gedicht, drowning on a stranger’s couch, het perspectief maar enkele centimeters verschoven lijkt te zijn: een vrouw die haar dode vader erg mist, brengt ergens in Zweden een dag en een nacht door bij een vrouw die ze totaal niet kent. Deze vrouw mist op haar beurt haar (klein)kinderen die haar nooit komen bezoeken. Weeral eenzaamheid, weeral wringende familiebanden. Maar anders dan bij maybe i’ll call gillian anderson, zit de schoonheid van dit gedicht niet perse in de dwingende manier waarop Elizabeth beelden oproept. Nee, drowning on a stranger’s couch heeft veeleer de allure van een performancegedicht. Wat een genot moet het zijn om dit te horen voordragen, liefst door de dichter zelve (geen totale onmogelijkheid: Rhian Elizabeth woont in Wales). Het muzikale, de herhaling, het ritme, de klankkleur, hoe de zinnen als vanzelf gaan zingen (bijvoorbeeld: you will sit in het conservatory with the windows pushed wide open, the night will be hot, you will close your eyes, you will think about the pool outside, you will think of yourself weightless on the bottom, you will listen to the crickets singing, they live on the lake in the distance, the great lake is vättern or sommen, you aren’t sure which, this she told you on the drive across sweden in her car but you had your head out of the window like a dog, you will wonder if this is a mistake, you make bad decisions, she will bring you lemon ice tea, you will feel tired, she will convince you to stay the night on the massive old couch, you will dream about your father there, you will give him a new face, you will give him a new voice, you will no longer remember the actual ones he had, you will dream about swimming in vättern of sommen, you will dream about drowning), en dan is het overal om je heen, als, inderdaad, muziek en wat een verschil maakt een verschuiving van slechts enkele centimeters dan.

Wel. Goed. Dus. Dit is het gedeelte dat je aan voelt komen. Want uiteraard: zo overweldigend als de eerste twee gedichten is niet elk gedicht in deze bundel. En misschien gaat het inderdaad wel iets te vaak over dochter, en over dochter missen, en over (in mindere mate) moeder zijn. Maar in dit kleine boek (niet meer dan 45 pagina’s) levert haast elk gedicht wel iets op. Een zin, een gedachte, een flits.

Zoiets als in een relatie zijn en altijd het gevoel hebben dat je een kreeft bent in een aquarium in een restaurant en doorheen het glas ziet hoe de ander sjampanje drinkt en het fantasties naar de zin heeft terwijl jij daar zit in afwachting van je dood.

Of dat a new and precarious thing een rap is, een heerlijk ritmiese rap, een rap die stroomt en vloeit en loopt als een razende (iemand moet deze bundel op cd zetten, er moet een cd komen van deze bundel, de gedichten dikteren hun eigen muzikale omlijsting wel, er zal freakfolk zijn en hiphop en blues en snoeiharde rock en verstilde fado en het zal misschien wel de allermooiste cd allertijden zijn) maar tegelijkertijd ook een ontroerend gedicht over hoe een dronken dochter op haar achttiende verjaardag weer heel even een kind is, een baby die alle verzorging nodig heeft, zodat ook de dichter, eindelijk, weer even moeder mag zijn.

Of de wreedheid van het geheugen dat dingen die je liever vergeten wil je keer na keer in je gezicht blijft wrijven terwijl je dingen die je zo dolgraag onthouden wil -de stemmen van je ouders- onherroepelijk verliest.

Of de spinnen in je huis die blijven leven nu er niemand meer is die er bang voor is zodat je geen reden meer hebt ze te doden.

Of de Mona Lisa onder de Mona Lisa

Of dat een Londonse straatpuber (in wie ik Rhian Elizabeth zelf meen te herkennen) op haar weg neerwaarts een brief schrijft aan wiedanook en vertelt hoe zij en haar vrienden op weg zijn naar een optreden van Rachel Stamp. Zou dat echt een band zijn, vroeg ik me af, en dit keer zocht ik het wel op. Het was een echte band. Wat aanstellerige, net iets te theatrale rock, aanschurkend tegen glam, maar dan zo vet aangezet dat je er geen hekel aan kunt hebben. Toen ik me later iets afvroeg over Rachel Stamp en de band nog eens opzoeken wilde op Discogs kwam ik door een typefout in de bandnaam terecht bij Moljebkla Pvlse en sjee wat bleek hun debuutalbum Koan prachtig te zijn. Als ik me die ooit aanschaf -wat wel weer onvermijdelijk zal blijken te zijn- heb ik ook dat overgehouden aan maybe i’ll call gillian anderson. Het moet niet altijd rechtstreeks zijn.

maybe i’ll call gillian anderson is een briljant boek. Het is vanwege boeken als deze dat ik zoveel hou van poëzie. Omdat de woorden leven in de splinters, in de kieren, en midden in het leven.

The English translation of the review you can find further down down.

Rhian Elizabeth maybe i'll call gillian anderson

maybe i’ll call gillian anderson

  • Auteur: Rhian Elizabeth (Wales)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Broken Sleep Books
  • Verschijnt: 31 mei 2025
  • Omvang: 44 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: £ 9.99
  • Boek bestellen bij: Amazon

Flaptekst van de bundel van Rhian Elizabeth de Wels dichteres

Rhian Elizabeth’s maybe i’ll call gillian anderson is a raw, darkly funny, and deeply affecting collection that navigates the liminal spaces of love, loss, and reinvention. With a voice that is both unguarded and sharply observant, Elizabeth crafts poems that move through heartbreak, motherhood, memory, and self-destruction with biting wit and aching tenderness. Whether tracing the ghosts of past selves, confronting absence, or yearning for connection, these poems refuse sentimentality, instead offering something braver—an intimacy that is as unsparing as it is humane.

English translation of the review

This is the first scene. A mother’s state op de drempel van het huis and hoe de daughter in hair car stapt en wegrijdt. Ze trapt het accelerator pedal in, you can’t hear anything, gaat. In the state mother then, in hair laying nest. It’s never long before you can see anything, no one has the steeds with your slaat, it’s never long before the posters of hair heroes are in the wall of what you’re looking for and there’s an extra camera. En now? What did you do with the lying ones? The mother’s hair can be seen as soon as possible. Things can be seen from the doen, and in the last things the niets van doen hebben met heeldurdagen naar The Carpenters luisteren en huilen. Misschien, if you think so, you can order things online. You can’t get the heeft of the zelfs to be able to get to the point where you can get rid of the spools and get rid of them. Of course you can search on Google for a few hobby’s for every year or two. Of the misschien kan ze gewoon a beetje in doodste stilte door het huis lopen tot ze zichzelf terugvindt in the ontstellend lege kamer, schreeuwend What word ik nu godverdomme geacht te doen, Alexa? Of course, Gillian Anderson can bark and have her hair ready for a lounge party, the sheets of the bed with her hair are afhalen and he has a beautiful bed, in the hoop that Gillian Anderson has a knipoog zal zeggen and sleeps in the bed.

This is the situation of the title poem, and this is the very first poem in the bundle. I had to go to bad water to test it, and it was fine. Everything, like the word from the poem, can be easily imagined by me, which is also written on the jam, which can be seen in a very small car. My children have two children and I can think of them as soon as possible; as my oudste op zijn mindful het huis uit gaat (wat daar geen ongebruikelijke leeftijd voor is), zal my nest over a luttele zes jaar reeds halfleeg zijn. Is there anything that you can do with your grandchildren? I don’t want to hear anything that is good enough to wake up in my book and CD’s own version is in the ontvangen. Vanaf het moment that ik aen ordering plaats, kan ik dagen leven in the glorieuze vooruitzicht that the brilliant book of the wonderful cd eraan komt – a fijn gevoel, that knowledgeable om zeep geholpen wordt wanneer de postbode ze daadwerkelijk aflevert. As soon as he endured the few days in my house, his books and CDs were still there. Niets is ooit zo mooi than het in je hoofd is. That’s what he says in life. Lekkers are in jeopardy? Ken ik ok. There is still music here, yes, it is in my life no more than The Carpenters (maybe I missed it if I tried it again?). Ook: onzinnige things opzoeken via Google. Good, everything for the lol seeds with my daughter. This is what I do when I see it, it is on the other side of the door from the driver’s eye. Alleen Gillian Anderson knows nothing. This person is of course a person who can be seen in a vast amount of time from a television psychologist of someone from YouTube of gewoon maar a little bit of writing, in which Anderson has thanked her for Elizabeth never files a complaint. It’s a good idea to see how it is, but it’s not possible to see how it works. You can read more about it, but not in the encyclopedias that are in the library that can be found in Google, which in my opinion is not available in any way. en the prikte menig a zeepbel door, gevraagd of ongevraagd).

A poem, it’s never seen in other words, it’s dreary, it’s grappy and it’s spring-loaded. That’s good to come within. He zijn dense bundles was even moet rondstommelen, waarin je dead soms which halfway geen idea raises what je van vindt, wat je aan het lezen bent, wat voor bundel het is, waarin je flarden krijgt toegeworpen: an intriguing beeld, a moje zin; Elk sea let us do it quickly and easily. Maar Rhian Elizabeth treks je zonder pardon tot over je oren de schittering in. Waar in the two poems, drowning on a stranger’s couch, the perspective of her enkele centimeters lost lijkt te zijn: a vrouw the hair dode vader erg mist, brengt ergens in Zweden een dag en een night door in a woman who is completely out of her mind. Every day you don’t have enough hair for your (small) children’s hair. Weeral eenzaamheid, weeral wrestling family ties. It’s different in maybe I’ll call Gillian Anderson, to quote the beautiful poem from the poem in the compelling manner that Elizabeth has written. No, drowning on a stranger’s couch is a great performance poem. What you can do with it is this.

Bijpassende boeken en informatie

Geoff Gilbert & Alex Houen – See You Through

Geoff Gilbert & Alex Houen See You Through recensie, review en informatie boek met poëzie en fictie. Op 31 augustus 2025 verschijnt bij Broken Sleep Books het Engelstalige boek van Geoff Gilbert en Alex Houen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Geoff Gilbert & Alex Houen See You Through recensie en review

En dan ben je student in het derde jaar en dan ga je stage lopen en dan moet je alle dagen met de trein van Utrecht naar Amsterdam en dan is daar het kantoor de redactie op één of andere gracht en dan ben je daar een dag en dan ga je weer naar buiten en dan loop je weer terug naar het station en dan heb je net je trein gemist en dan hang je om de tijd te doden maar een beetje rond in de kiosk en dan lees je dat Stanley Kubrick is overleden en dan vraag je de volgende dag aan Huub de hoofdredacteur of je een in memoriam mag schrijven over Stanley Kubrick. En je weet niet waarom je dat vroeg je hebt niet veel op met film eigenlijk en het enige wat je weet van Stanley Kubrick is dat hij The Shining verfilmd heeft maar dat vond je wel een verdomd goede film of liever in die tijd vond je het de enige Stephen King-verfilming die beter was dan het boek. Want je hele puberteit lang was je weg geweest van Stephen King en elke verfilming van zijn werk moest je zien. Maar alleen The Shining kon je echt geslaagd vinden veel beter dan het boek eigenlijk een beetje een slechtgeschreven rotboek maar dat kon misschien ook aan de vertaling liggen. Maar Huub had gezegd dat het goed was dus nu moest je wel en dus las je in boeken in tijdschriften in krantenartikels om genoeg te weten te komen over Stanley Kubrick om er een goed stuk over te schrijven een stuk waarmee je aan kon komen bij de Huub een stuk waarvan de Huub zou zeggen dat heb je goed gedaan jongen. En even dacht je misschien interessante figuur wel die Kubrick en het was vooral één ding één ding dat hij gezegd had en wel dat een roman wordt geschreven door één persoon en een symfonie wordt gecomponeerd door één persoon en dat het dus niet meer dan logisch is dat een film wordt gemaakt door één persoon en dat bleef in je hoofd en daar zit het nu al meer dan dertig jaar.

Dan neemt de eerste persoon het over.

Het was iets. Dacht ik. Die man had iets bij het nekvel. Dacht ik. Mijn liefde voor klassieke muziek, die toch al nooit goed wortel had geschoten, was tanende in die dagen en naar ik zei had film me ook nooit echt gegrepen. Kon dat iets te maken hebben met Kubricks éénpersoonsregel? Waren er, in weerwil van diens eigen voorbeeld, bij een symfonie teveel mensen betrokken? Zoals ook bij een film? Een te grote afstand tussen de oorspronkelijke idee en het uiteindelijke werk. Maakte dat de genoemde kunstvormen te rationeel te cognitief te cerebraal te democraties teveel water bij iets wat ooit wijn was geweest maar inmiddels getransformeerd in een slap en smakeloos drankje, geen water en al helemaal geen wijn. Maar hoeveel is teveel. Een kunstcollectief, kan werken. Een band, kan werken. Een roman schrijven met twee personen, kan werken.

Dat See you through door twee mensen is geschreven, merk je eigenlijk nergens. Ik weet niet of dat als compliment kan gelden, of zelfs maar als zodanig bedoeld is. De roman is toonvast, de klankkleur blijft 183 pagina’s lang minder of meer in hetzelfde spectrum.

Dat See you through door twee mensen is geschreven, is goed te merken. Polyfoner en geflipter dan dit wordt het niet. Dit jaar niet, toch.

Misschien zou je kunnen zeggen dat het gaat over Mimo, die misschien tot taak heeft om beelden te bekijken van beveiligingscamera’s in winkelcentra, nachtclubs, kerken, boerderijen, op straat (vanwaar komen de beelden, vraagt hij zich ergens af, uit Memphis? Kish? Esztergorm?). Misschien moet hij software trainen om gezichten te herkennen en wapens te detecteren, misschien moet hij de beelden alleen maar bekijken. Misschien is er een persoon die de Regisseur genoemd wordt en misschien is dat zijn baas of misschien is het een stem in zijn hoofd (Mimo’s innerlijke stem liegt nooit maar hij weet niet wanneer hij een grapje maakt) of misschien is het de schrijver van het boek (hij bemoeit zich wel opvallend vaak met de ontwikkeling van de roman) (opheffing vierde wand) (derde kaft) (tikveel) of misschien is het wel echt een regisseur en is See you through geen roman maar een film, een tot boek gestolde film. Misschien is er een broer die Emael heet en zonder uitzondering in derde persoon meervoud gezet wordt en zij werken misschien in een restaurant in Parijs waar het hun taak is om levende inktvissen met hun hoofd herhaaldelijk op de badrand te slaan want dat maakt het vlees lekker mals maar Emael vat (vatten?) warme gevoelens op voor één van de inktvissen waar zij misschien een band mee opbouwen. Misschien zijn de ouders van Emael en Mimo omgekomen bij een auto-ongeluk en waarom lees ik de laatste tijd zoveel boeken waarin ouders omkomen bij een auto-ongeluk en waarom t schrijverken nu en waarom denkt hij aan Dregke. Misschien neemt Mimo ontslag, misschien wordt Emael ontslagen, misschien leven ze allebei een tijdje in een tentje in het bos maar niet in dezelfde tent en niet hetzelfde bos en zelfs niet hetzelfde land. Misschien is dat het verhaal of misschien is er nog veel meer, een liefde tussen Emael en een andere keukenhulp allicht, misschien is er iets met Mimo en het meisje Nin, geen liefde denk ik maar een warme vriendschap, misschien helpt hij haar ergens mee, misschien gaat iets niet helemaal goed.

Zo’n soort boek is het. Een boek waarin je het nooit zeker weet, waarin de lezer onophoudelijk zijn greep verliest, waarin je zo vaak valt dat er builen op je builen staan en je geniet er elke pagina weer van.

Alle stemmen die er zijn, en wie er wat vertelt.
We zien doorheen Mimo’s ogen. We zien doorheen Emaels ogen. Soms is het de regisseur die stuurt. Soms zijn er lange voicemails van Emael. Mijn vermoeden is dat er een stukje is waarin een stad de focalisator is, maar dat weet ik niet zeker. En op het einde duikt er ook nog een ikverteller op, geen idee wie dat is of waar hij vandaan komt.

Alle beelden die we voorgeschoteld krijgen. Dansvloeren. Veel dansvloeren. Vuur ook. Veel vuur. En soms op de dansvloer. Paringsdansen van kraanvogels. Een mesopotamische fles die gevonden is in een graf in Ur. Smeltende plafonds. De pro-vrijheidsrellen tijdens corona. Verbrijzelende voorruiten. Een vertrapte jongen. Een andere jongen die een “wheelie” doet. Of misschien is dat dezelfde jongen.

De toon die hermetisch is of poëtisch of analytisch.

Of wat het eigenlijk is, nu helemaal, dat ik hier lees.
Het zou een roman kunnen zijn. Of een boeklang poëem. Of een film, zei ik al dat ik hier mogelijk een film heb zitten lezen? Of een thematische dichtbundel. Of stadsklaagzangen (dat is een goede titel voor een dichtbundel). Maar evengoed een filosofisch geschrift, of zelfs een pseudo-wetenschappelijk traktaat. Vanwege de gedachten, u weet.

De gedachten, dat is iets anders. Van Mimo of Emael of de Regisseur of de ikverteller of die stad (als het al een stad was). Over ogen die sneller helen als ze beschadigd worden door plexiglas dan wanneer ze beschadigd worden door echt glas. Veel gaat over plexiglas. Glas als filosofie, het waarnemen doorheen glas, glas als doorzichtige barrière tussen jou en de wereld, tussen jou en de anderen, tussen jou en je leven. Maar ook gemis. De lichaamloze dood. Afstand als deel van het ouderschap. Hoe niemand ooit je anus zal stelen. Hoe schaamte is als zwanger worden van je denkbeeldig vriendje. Stilte die wordt gesproken vanuit de barst tussen wat is en wat gebeurt (het verschil tussen wat is en wat gebeurt is iets van een motief in dit boek, dat vond ik aardig heideggeriaans, jij?). En verkopen ze dragon bij Aldi?

See you through deed me geregeld denken aan het al even bizarre Aannex. Maar waar ik bij dat laatste boek minimaal de zekerheid had dat ik een dystopie zat te lezen over een geheel “getechnificeerde” samenleving, kan ik bij See you through de toon minder goed duiden. Gilbert en Houen schreven het tijdens een “lockdown” in de van de gele hond gescheten coronajaren, en het boek bevat genoeg allusies op de covidmaatregelen om er zeker van te zijn dat dit in ieder geval géén toekomstroman is. Sommige stukken ademen wel een zekere beklemming. Waar andere juist weer lichter zijn, teder, liefdevol, of zelfs humoristisch. Of. Naja. Ook daarover kan een mens diskuteren. Is het grappig dat Barry Gibb, Una Stubbs, Sting en Morrissey Cliff Richard ten grave dragen in een plexiglas doodskist (zoals Mimo op één van de schermen die hij de hele dag door in de gaten moet houden kan zien)? Is het grappig dat Mimo van de Regisseur de opdracht krijgt uit te vinden waarom één specifiek varken niet herkend kan worden door de gezichtsherkenningscamera’s (& aan het eind van de dag tegen de Regisseur zegt: Weet ik veel. Het is een gewoon varken)? Is het grappig dat Emael en zijn geliefde Khaled een berber haggis maken voor de rouwende restauranteigenaar na het verlies van diens vrouw (en Emael naar de halalslagerij moet om schapenmaag en al die andere zooi die er in haggis gaat) (en de restauranteigenaar in wie ik maar Gorden Ramsey bleef zien het weigert te proeven, zeggend Dit kan ik niet eten). Grappig of alleen maar bizar?

Als alles in See you through alleen maar als misschien gezegd kan worden zal ik zeggen dat dit boek misschien wel het mafste boek is dat ik dit jaar las. Maar misschien ook wel het intrigerendste.

Recensie van Tim Donker

Geoff Gilbert & Alex Houen See You Through

See You Through

  • Auteurs: Geoff Gilbert, Alex Houen (Verenigd Koninkrijk)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Broken Sleep Books
  • Verschijnt: 31 augustus 2025
  • Omvang: 186 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: £ 10.99
  • Boek bestellen bij: Amazon

Flaptekst van het boek van Geoff Gilbert & Alex Houen

Geoff Gilbert and Alex Houen’s See You Through: A Novel is a formally restless, genre-collapsing hybrid that inhabits the threshold between poetry and fiction. Structured around a shifting dialogue of voices and modes, the book navigates illness, intimacy, war, bureaucracy, and facial recognition technology with a syntax that veers between the lyrical and the analytic, the fragmentary and the fluid. Language becomes a site of both fracture and connection, as the text resists linear narration in favour of a porous, polyphonic architecture. What emerges is a work that holds complexity with conviction: self-aware, searching, and structurally bold.

Geoff Gilbert was born in Dunfermline in West Fife and now lives in France, where he works at the American University of Paris. He teaches, writes, and translates, and is currently completing a book on relations between writing and economics, called For Real.

Alex Houen was born in Oxford, England, grew up in Sydney, Australia, and teaches in Pembroke College and the Faculty of English, University of Cambridge. He co-edits with Adam Piette the poetry journal Blackbox Manifold. His research and writing interests include sacrifice, war literature, affects, and poets’ novels.

Bijpassende boeken en informatie

Urszula Honek – Witte nachten

Urszula Honek Witte nachten recensie en informatie over de inhoud van de Poolse roman. Op 28 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige Bij de Nederlandse vertaling van de roman Białe noce van de uit Polen afkomstige schrijfster Urszula Honek. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Urszula Honek Witte nachten recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Witte nachten, de roman van Urszula Honek, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Witte nachten is een donkere lyrische vertelling van de manieren waarop mensen betekenis en saamhorigheid zoeken in een vergankelijke wereld.” (Jury International Booker Prize)
  • “Urszula Honek maakt indruk in haar roman De witte nachten met duistere beelden uit het Poolse platteland.” (Neue Zürcher Zeitung)
  • “In deze wrede wereld kan literatuur schoonheid ontdekken. Urszula Honek doet dit meesterlijk.” (Andrzej Stasiuk, Poolse schrijver)

Recensie van Tim Donker

& iemand bij een meertje leviteert

& Piloot wil zich een vijver maken, en begint graven vanaf het noorden

& Dorotka wacht op haar moeder als Vladimir en Estragon op Godot

& Przepióra is helemaal geel in het ziekenhuis opgenomen en slacht voorlopig geen varkens meer

& Małgorzata is blij dat ze het lage en klagerige stemgeluid van Staszek nooit meer hoeft te horen

& Piotrek zal nooit meer terugkomen uit het buitenland, hij heeft zijn verloofde Anka eenvoudigweg achtergelaten, zo is het gewoon gelopen, hij scheurt nu over Duitse autowegen met de radio keihard aan

& Antek gaat naar Przemyśl, hij trekt het niet langer, hij komt over een jaar of twee wel weer een keer terug

& opa Jan weet niet dat zodra hij de geest geeft in de boomgaard vol bloeiende appelaars, oma meteen in de trein naar de Baltische Zee zal stappen om met Franz op de foto te gaan

& Agnieszka vraagt de menigte te zingen voor haar verbrande dochters

& een accordeon overstemt het verdriet

& Hanka loopt met zware stenen in de zakken een rivier in en ziet aan de andere oever de nieuwe dag komen

(& waarom heb ik altijd gedacht dat Albert Ayler met een blok beton aan zijn voeten in de Hudson geworpen werd?, hij werd gevonden in de East River, waarschijnlijk was het zelfmoord, al heeft er heel lang een stadslegende gesirkuleerd die stelde dat hij door de maffia vastgeketend aan een jukebox in het water is  gegooid, de maffia was in mijn hoofd ook nooit veraf maar waarom maakte ik een blok beton van een jukebox en de Hudson van de East River, was het iets wat mijn vader me vertelde?)

&
hoe dit dan weer te noemen.

Ik moest al een keer het boek sluiten om me te vergewissen van dat “roman” op het omslag, halfweg begon ik toch even peinzen dat het een verhalenbundel was. Het perspectief wisselt voortdurend, soms zelfs binnen één hoofdstuk en met hetzelfde personage – een ik-perspectief kan maar zo een hij/zij-perspectief worden zonder het woord aan een andere verteller te geven. Maar de hoofdpersoon hier is niet Piloot noch Dorotka of Hanka of Andrzej of wie dan ook; de hoofdpersoon is het Poolse dorp waar zich alles afspeelt. En wat dat dorp doet met de bewoners. Dierhalve gaat het niet zonder fragmentarisme al is er in het grotere geheel meer eenheid dan je na de eerste paar hoofdstukken geneigd bent te denken. Uiterste hopeloosheid is wat hier bindt. Steeds is er dood – zelfgekozen of noodlottig of misschien zelfs gewoon natuurlijk maar zelfs dan gaat het nooit zonder tragiek: Dorotka leeft met haar oma en die ligt al enige tijd dood in haar bed zonder dat Dorotka zich dat realiseert. Steeds zijn er verlangens die nooit vervuld zullen worden. Steeds is er eenzaamheid. Steeds schiet alles tekort. Steeds gaat liefde kreupel, wordt niet beantwoord of is al dood bij de geboorte. Mogelijkerwijs zet Honek de tragiek een tikje te vet aan, bij vlagen is het wel een beetje overdreven donker. “Ik hoor het geroep van de moeders zachter,” schrijft ze ergens, “en het rennen van de kinderen die het opnemen tegen wat hen toch te pakken zal krijgen. Als jullie eens wisten dat hetgeen achter jullie, waarvoor jullie zo op de loop gaan, met jullie korte, sterke benen, helemaal niet achter het poortje blijft, achter de deur, maar samen met jullie het licht in gaat, vastgekleefd als een onzichtbare huid. En zelfs als jullie je ogen weer snel aan het licht laten wennen, verzamelt zich in jullie ooghoeken een klein donker vlekje dat ooit jullie zicht zal overspoelen”. Jaja, Honek, we weten het. We zijn hartstikke verdoemd. Voor iedereen wacht Hein met de Zeis op het eind van de reis. En tot die tijd is het ook al een ellendige bedoeling. Zeker in een klein en treurig dorpje ergens op het droevige platteland van Polen. Men zuipt zich dood, men zoekt een beter leven elders en komt gedesillusioneerd weer terug, men wordt ongewild “gered” bij een zelfmoordpoging, huizen verbranden met een zuigeling en een pubermeisje erin, oma’s gaan dood, moeders komen nooit meer terug van wat het dan ook is waar ze heen gegaan zijn, beste vrienden gaan dood en haast alle liefde is slechts schijn; in eerste instantie wordt de lezer, of deze lezer toch in ieder geval, in Witte nachten getroffen door een bijna drammerig soort defaitisme. En ik vermoed dat het deze nadruk op de noodlottigheid van het menselijk bestaan is waarom het boek me zodanig vermoeide dat ik het wegleggen moest voor een tijd, een best lange tijd eigenlijk, want het geraakte onderop één of andere stapel en ik vergat het. Niet helemaal, ergens zat er nog iets ervan in mijn hoofd, een bepaalde sfeer, een zekere tristesse, een soort ijlheid, iets wits, witte mist ofzo, nevelig ook, even nog dacht ik dat het misschien verwarde met dat boek van die Belg met die vrouw die in de bus door de sneeuw naar haar demente vader reist maar toen zakte het nog verder en pas bij een recentelijke stapelreorganisatie kwam het weer boven en ik begon te lezen waar ik blijkens de boekenlegger gebleven was. Meestal gaat dat goed, ook als ik al weken of zelfs maanden niet meer in een boek gelezen heb en in de tussentijd vele andere boeken las, soms moet ik een paar bladzijden terugbladeren maar vrijwel altijd komt alles weer terug als ik gewoon stug door begin te lezen waar de boekenlegger uit het boek steekt. Maar in dit geval bleef het leeg. Niks. Ik las de paar laatstgelezen bladzijden opnieuw. Maar nee. Niets zei me wat. Er zat niks anders op dan bij het begin te beginnen, af en toe had ik vage herkenning bij iets, dat met Piloot zei me wel wat en ook dat meisje in het huis van haar oma, dat meisje dat zo graag de tanden zwart maakte van de mensen op de voorkant van haar oma’s tijdschriften (wat absoluut niet mocht van haar oma), maar het meeste was nieuw voor me.

Bij twede lezing domineerde de zwaarte niet langer. Ja de zwartgalligheid had een tikje minder uitgesproken mogen zijn maar ik dompelde me onder in Honeks poëzie. De muzikaliteit van het boek. Haar beelden. Die inderdaad om duisternis vragen, zoals sommige muziek in mineur moet. Zo ook. Past druilerigheid bij Witte nachten. Het mooiste is misschien wel het hoofdstuk waarin de lezer meereist in het prachtige hoofd van het kleine meisje Anielka die Honeks proza opstuwt naar een haast Berckmans-achtige razernij.

Nee, een opbeurend boek is Witte nachten zeker niet. Maar dat de allersomberste grauwheid een louterend effect kan hebben, bewijst Honek dubbel en dwars met deze ongemeen krachtige roman.

Urszula Honek Witte nachten

Witte nachten

  • Auteur: Urszula Honek (Polen)
  • Soort boek: Poolse roman in verhalen
  • Origineel: Białe noce (26 januari 2022)
  • Nederlandse vertaling: Charlotte Pothuizen
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 28 augustus 2025
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Poolse schrijfster Urszula Honek

Urszula Honek schrijft in Witte nachten met een ongelofelijk rijk taalpalet over de verlangende, verdrietige, liefde volle mensen uit een slaperig dorp aan de voet van de Poolse Beskiden. Ingebed in het verlaten, heuvelachtige boslandschap geeft ze in dertien met elkaar verbonden verhalen een stem. Zo beschrijft ze in een verhaal vrienden die elkaar van school kennen en op zoek zijn naar werk. In een ander staat een meisje haar grootmoeder bij als die sterft, zonder het te weten. In weer een ander verhaal wil een ongetrouwde jonge vrouw meer van het leven dan haar wordt geboden. Het leven in het dorp wordt gekenmerkt door naamloze angsten die raken aan het verleden, maar ook door vriendschap, empathie en een verbondenheid met alles wat leeft.

Urszyla Honek werd in 1987 geboren in het dorp Racławice, in Polen. Ze heeft vele prijzen gewonnen voor haar werk, waaronder de Witold Gombrowicz Prijs en Kościelski Prijs voor haar debuut Witte nachten. Het stond ook op de longlist van de International Booker Prize en op de shortlist van de Warwick Prize for Women in Translation.

Bijpassende boeken en informatie

Anne Carson – Glas, ironie & God

Anne Carson Glas, ironie & God recensie en informatie over de inhoud van het boek met gedichten van de Canadese dichteres. Op 25 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de dichtbundel uit 1995, Glass, Irony & God van de uit Canada afkomstige schrijfster Anne Carson. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de dichteres, vertaalster en over de uitgave.

Anne Carson Glas, ironie & God recensie van Tim Donker

Glas, ironie & God kon een goeje titel ween Glas, ironie & God zou een goeje titel ween, Glas, ironie & God kan maar zo een verdraaid goeje titel ween; Glas, ironie & God is ook een titel maar wel een titel die is samengesteld uit de titels van stukken in deze bundel en als zodanig dus ten halve al een verkapte inhoudsopgaaf. Het Glas-essay opent, en echt over glas gaan doet het niet en een essay is het als u het mij vraagt evenmin. Moet zo’n tekst een naam hebben misschien moet zo’n tekst een naam hebben voor mij dat u weet waar ik het over heb. Noem het met een kreupele term een prozagedicht. Een ik die misschien Anne Carson is logeert bij haar moeder, een wat bitsige, wat bekrompen, wat normatieve oude vrouw die alleen woont want de vader dementeert in een tehuis. Een relatie van de ik is net stukgelopen, er is hartzeer, er is pijn, er is vertwijfeling. Er zijn dingen te verwerken, er is sprake van therapie, de moeder snapt dat allemaal niet zo, waar hep dat allemaal voor nodig met die therapeuten enzo en helpt het eigenlijk wel ene sikkepit. De moeder woont op een heideveld in het noorden, en de ik maakt daar lange wandelingen, het liefst in de ochtend als alles er langzaamaan tot leven komt. Het lopen is allicht om de gedachten te reguleren. Gedachten over haar grote liefde Law die haar verlaten heeft, over de moeder, over de vader, over de dingen, over het leven, en over Charlotte en Emily Brontë en Woeste hoogten. Onophoudelijk wordt het leven en de literatuur van Emily Brontë geanalyseerd en met het eigen leven, en de eigen tijd in verband gebracht. Op die momenten is dit Glas-essay op zijn essay-achtigst (en misschien ook wel op zijn taaist – maar niemand zei dat literatuur licht verteerbaar dient te zijn, wel?), maar steeds overheerst de sterke, licht melankolieke, herfstige, druilerige sfeer. U zou denken dat het de sfeer is van een vroege winterochtend op ergens een heide en p’sies: dat is de sfeer.

Verstild misschien.
Verstilling, ja daar zegt u zoiets. Anne Carson is classicus. Dat merk, dat proef je in elke regel. Die traagheid, dat bedachtzame, en ook: hoe het voorbije altijd door het huidige heen schemert. Niet als altmodies. Maar als eeuwig. Universeel. Allicht dat ze daarom steeds weer voor de poëtiese vorm kiest: als een oerlied dat onder alle moderne melodieën te slapen ligt.

De waarheid over God is zoiets. Het zou bijna een kop kunnen zijn in een roddelblad. Eindelijk de waarheid over de bekendste aller bekendheden. Maar deze bekendheid heet God, en welke God, de spinozistische God misschien, de God van de christenen, God de Vader, of de uitgebluste en licht bezopen God zoals Twan Vet hem nog niet zo lang geleden nog schilderde? En welke waarheden kennen we nog in deze postmoderne tijden, is waarheid sowieso niet al een verouderd konsept? Waarheden over God zullen eo ipso duister zijn. God is een reusachtige scheur in het hart, heet het. Carsons God is een gemankeerd Wezen. Of misschien al te menselijk: “God vroeg aan Zijn vrouw: ben jij boos op de natuur? / Ja ik ben boos op de natuur ik wil niet / telkens als je bout gesopt moet worden // op je roze staf natuur tussen mijn benen gestoken krijgen / of geografisch uitgestort. / Is dat nou Schepping?”. Maar ja, zo’n vrouw kan wel meer willen natuurlijk maar Gods wil blijft wet: “God schiep de taal van vrouwen als een onomatopee. / Eeuwig strompelende klanken die eeuwig / strompelend // in de woorden zakken van wat ze zijn / als voeten in een bottenschoen. / ‘Bedrog’ (valt haar op) klinkt als Zijn rits die omlaaggaat.” heet het in een paragraaf die “Gods stijve” genoemd is. Sja. Geen patriarchaat zonder fallussymbool en je hebt het maar te willen!

Want

“wij zijn in een leegte gehangen […] Wij zijn opengesneden en leeggebloed […] Wij zijn stof. Wij weten niets. Wij zullen nooit meer praten […] Ons is opgedragen dit Zijn liefde te noemen.” Als het in de mens verankerd is om overheersing voor liefde aan te zien, dan is onderdrukking eigen aan het wezen van de mens en ook aan zijn taal. En taal is een andere, duidelijk merkbare interesse van Anne Carson. Het linguïstisch onderscheid tussen tijd en aspect (dat stemde me filosofisch). De etymologie van compassie. Āvaraņa, een teken van God (Gods eigen kalmte is een teken van God). Leg je droefheid af, het is een mantel van werk (wat me deed denken aan hoe kapotte slaap zegt Leg je onrust bloot). Als vrouwelijke woorden worden gemunt: blozen, stinken, pruim, echtgenote, heks – wat ondergeschikt, zwak, minderwaardig is. Maar ook: kerft God het “mannelijke woord” tsdq in Jesaja’s ene hand. En het “vrouwelijke woord” tsdqh in zijn andere. Zoek je dat op zegt artificiële intelligentie dat tsdq te maken heeft met therapie, met dissociatie, denk ik aan gespletenheid, denk ik aan niet heel zijn. En (zegt artificiële intelligentie) tsdqh is Hebreeuws, is tsedaqah, is geborgenheid en bijbelstudies noemen ook nog 6666 en dat is niet ver van één zes minder. Het beest, de man, het voorhoofd, de gespletene, uit Jesaja’s borsten stroomt melk, een zilveren rivier van mededogen.

Alles dat merkbaar en onmerkbaar overheerst. En ook het licht kan onderdrukken.

TV bestaat uit licht, net als schaamte.

Zegt het. Maar dan gaat het al niet meer over God dan gaat het over TV en over TV-mannen.

De TV-mannen zijnde. Hektor. Artaud. Sokrates. De slaper. Sappho. Lieden die je misschien niet meteen tot het televisievolk rekenen zou; de laatste zou je denkelijk niet eens tot het mannenvolk rekenen. Maar Hektor televisioneert de oorlog. Artaud zijn gekte. Het theater van de wreedheid. Welkom thuis, sanatorium. Socrates, in een ander soort instelling, een gevangenis, betaalt zijn sigaretten niet. Daar draait de cameraploeg voor op.

Misschien is het het patriarchalisme.
Misschien is het hoe het een steeds al het andere overklast.
Misschien is het simpelweg beweging.

In Carsons hervertelling van het boek Jesaja beweegt een land in zijn bolster (en slaapt verder). Nacht stroomt omlaag en God stopt Jesaja’s oren vol met stekels. Alles wat niet blijft hoe het is. In vorm. In consistentie. In plaats. In De val van Rome reist de ik af naar Rome om de wonderschone Anna Xenia te zien. Gidsen vertellen haar hoe te spreken. Wat te zeggen. Zinnen als Pardon, waar is de uitgang alstublieft? Breng me naar de reddingsboot. Ik constateer dat we autopech hebben. Kan ik de manager spreken? Waar vertrekt de trein naar Milaan? Ja dit is mijn / onze eerste keer in Rome. Ik zou graag de commissaris van politie spreken. En ik, ik herinner me een kennis die naar een land zou afreizen waar hij de taal niet sprak en iemand die die taal wel sprak had op een papiertje een paar handige zinnetjes geschreven voor hem. Op dat in vieren gevouwen blaadje stond onder andere Help! Bel de politie! Ik word achtervolgd! en dat dat meer dan één zin is, was niet waarom wij zo hard moesten lachen die dag. Ja. Ik vond humor in De val van Rome, iets wat ik niet bijster vaak tegenkom in het werk van Anne Carson. En licht. En liefde. Al gaat het ook over vreemdelingenhaat maar had je anders verwacht gezien de achternaam van degene die de ikpersoon gaat opzoeken? Duisternis ligt altijd op de loer. En liefde is altijd destructief. “De mens heeft een soort drang te nemen wat hemzelf het dierbaarst is en het kapot te smijten.” Ja. Precies. De nagel op de kop.

De liefde en het zwart.
Het duistert en tegelijk licht het onophoudelijk op in de woorden van Anne Carson. Net dat is het wat haar boeken zo onweerstaanbaar maakt.

Anne Carson Glas, ironie & God

Glas, ironie & God

  • Auteur: Anne Carson (Canada)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Origineel: Glass, Irony & God (1995)
  • Nederlandse vertaling: Marijke Emeis
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 25 augustus 2025
  • Omvang: 152 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Anne Carson

De poëzie van Anne Carson combineert met een volstrekt eigen stem het opbiechtende met onderzoekende. Carson, een gerenommeerd classicus, verweeft in Glas, ironie & God in een verbluffende stijl hedendaagse en eeuwenoude poëtische invloeden.

Deze collectie bevat onder meer het beroemde Glas-essay, een krachtig gedicht over het einde van een liefdesrelatie, verteld aan de hand van de zusters Brontë; dat het fundamentele gevoel van het oude jodendom oproept; en De val van Rome, over haar reis om Rome te vinden en over de strijd om daar haar gevoelens van existentiële vervreemding te overwinnen.

Anne Carson (21 juni 1950, Toronto, Ontario, Canada) wordt in Canada en de Verenigde Staten al lange tijd beschouwd als een van de belangrijkste stemmen in de hedendaagse literatuur. Ze werd geboren in Canada en is al meer dan dertig jaar hoogleraar klassieke literatuur. Ze ontving vele prijzen, waaronder de Lannan Literary Award en de T.S. Eliot Prize for Poetry.

Bijpassende boeken en informatie

Samiya Bashir – I Hope This Helps

Samiya Bashir I Hope This Helps review, recensie en informatie boek met poëzie van de Amerikaanse dichteres uit Harlem. Op 13 mei 2025 verschijnt bij Nightboat Books de bundel met gedichten van de Amerikaanse dichters Samya Bashir. Er is geen Nederlandse vertaling van het boek verkrijgbaar.

Samiya Bashir I Hope This Helps review en recensie van Tim Donker

ich sehe die Alle in einer Reihe. De kleermaker. De accountant. De dienstmaagd. De vertaler. De andere zus. De andere vrouw. De toerist. De hulp.

je ziet ook dat Bill Bixby nooit Lou Ferrigno werd zonder al zijn kleren, aan flarden gescheurd, prijs te moeten geven. Dat zijn Jekyll-episode nooit rimpelloos verliep. Wie krijgt het immers ooit gladjes op zijn heupen?

je ziet ook dat al mijn rood als bruin kan klinken.

je ziet ze zitten. Samiya Bashir en Nicole Searley (lees haar briljante And-gedicht op ze innernet). In Rome. Met beurs. Ze wonnen in 2020 de Rome Prize Fellows voor literatuur. Moet je daar blij mee zijn? Het van de gele hond gescheten jaar 2020 toen de corona-gekte goed losbrak, moest je net in dat maffe Italië zijn waar een heel nieuwe lading aan het woord “hysterisch” gegeven werd toen. Zaten ze, Bashir en Searley, zo goed als opgehokt, op hun kamertjes. Voedsel werd gewijzigd, dan aangepast, dan weggehaald. Voor hun eigen veiligheid. Ze mochten ook elkaar niet meer zien. Voor hun eigen veiligheid. Vanaf het dak zongen ze naar elkaar; ver uit hun ramen hingen ze om maar de minste glimp van elkaar op te vangen. Je ziet ze. Je ziet het voor je, nietwaar? Ze kunnen daar niet weg. Maar ze mogen ook niet blijven. In ballingschap. Voor hun eigen veiligheid. Want altruïstisch als overheden zijn hebben ze niets dan de veiligheid van hun burgers voor ogen. Je wil dat belastingbetalers blijven leven! En dan mogen ze toch gaan. Dan toch hun ciao, en wiljewelgeloven: ciao is etymologisch verwant aan slavernij. Komend of gaand klonk het schiavo: ik ben je slaaf. Maar de moderne belastingbetaler is niet langer een slaaf toch? Die is alleen plaatsgebonden voor zijn eigen veiligheid. Voor zijn eigen veiligheid.

je ziet hoe je niet onneergeschoten kunt blijven in de Verenigde Staten als je knoflook eet. Winkelt. Zwart bent. Wit bent. Thuis bent. Op de middelbare school zit. Een geweer hebt. Geen geweer hebt. Homosexueel bent. Heterosexueel bent. Naar je werk gaat. Op kaffee gaat. Naar het strand gaat. In je eigen bed slaapt. Stopt om te tanken. Een verpleegster bent. Een student bent. In geval van nood de politie belt. Met de bus gaat. Met de trein gaat. Het met iemand uit maakt. Alleen bent. Les geeft op welke school dan ook. De voordeur opent als er aangebeld wordt. Protesteert. Op straat loopt. Een ijsje eet. In een appartement woont. In een huis woont. Met iemand getrouwd bent.

je ziet hoe (ademen).

je ziet hoe (vliegen).

je ziet hoe (bestaan).

je ziet het gevoel. Een gevoel als. Er is iets vreselijks gebeurd maar je kunt je niet herinneren wat. Of. Het gevoel als. Je kan je het vreselijke ding wel herinneren maar nog steeds denk je dat het niet dat ene vreselijke ding was. Het gevoel als. Er niets meer over is dan gevoel, geen gedachte, slechts verlamming, en gevoel. Het gevoel als. Er niets meer over is te voelen, niets in je schoot geworpen dan ontbijt. Het gevoel als. Dat blijkt dat je allergisch bent voor de samenleving als geheel.

je kunt zien – televisie. Televisie kijken. Laat op de avond. Of vroeg in de nacht. Ergens in de zeventiger tachtiger negentiger jaren. Kijken tot het volkslied erop kwam (was dat echt zo?). Alles zien wat uitgezonden werd. Nieuws. Documentaires. Slechte films. Wat het ook was, het was altijd hetzelfde. Wees bang, was wat het zei. Wees heel erg bang voor. Oorlog. Invasie. Storm. Of geafrikaniseerde bijen.

je kunt zien hoe dit helpt (of een beetje misschien).

je kunt (zien) / (groot) / vliegen / bezweren / slapeloos / laten vallen / (geheim). En dat we hier zijn. En dat we maken.

je kunt zien hoe, dit, een dag, het weer wisselvallig misschien en daar zat ik, in mijn leesstoel zat ik, het was het zitten daar, het waren mijn verwachtingen, het was het zitten daar met die verwachtingen van mij, op de steerjoo was Hout van Frederik Croene en Esther Venrooy, ik had zoveel verwacht van die seedee, wat had ik verwacht van die seedee?, niet dit had ik verwacht van die seedee: niet wat het bleek te zijn had ik verwacht van die seedee, zo af en toe klonk er iets bovenuit, af en toe wat geluid dat klonk, het gaat in en het gaat uit fase dacht ik, soms ineens de slag soms in het gezicht, wat het was, in mijn handen I hope this helps van Samiya Bashir, ik had zoveel verwacht van deze bundel, wat had ik verwacht van deze bundel?, niet dit had ik verwacht van deze bundel: niet wat het blijkt te zijn had ik verwacht van deze bundel, ik had een gedicht gelezen van haar, ergens op dat vermaledijde internet (ooit dacht ik dat het een trend was, toen ik in de twintig was ofzo, ik dacht het is een trend dat internet het gaat wel weer over dat internet ook dit gaan voorbij, dacht ik toen, ik was halverwege de twintig ofzo), ik had dat gedicht gelezen dat How not to stay unshot in the U.S.A. maar ik had de titel even gemist en ik had het gelezen als een opsomming van dingen die een mens kan doen, dingen die een mens kan zijn: knoflook eten, benzine tanken, thuis zijn, naar een countrymuziekfestival gaan, homosexueel zijn, heterosexueel zijn, naar het strand gaan, de bus nemen, gaaf dacht ik, deze dingen kan je zijn deze dingen kan je doen met deze dingen kan je leven gevuld zijn, en o hoe hou ik van opsommingsgedichten dus deze bundel moet ik hebben dacht ik, deze bundel moet ik bestellen dacht ik, en ik deed, ik bestelde, en even later had ik hem ook, in handen, daar, in mijn leesstoel, met dat enigszins teleurstellende Hout op de steerjoo, dat was niet lang nadat La llorena van Lhasa ook al een lichte teleurstelling voor me was geweest, waarom had ik ook zo zitten zaniken tegen Katherine over hoe mooi de stem van Lhasa was, terwijl juist die stem nu, of ook de muziek, hoe zou het eigenlijk met Katherine gaan, woont ze al in Zweden, waar gaan alle mensen heen, waarom stelt alles toch altijd weer teleur, lichtelijk of een beetje of veel of gewoon, blijkt dat het gedicht dat voor mij aanleiding was I hope this helps onverwijld te bestellen How not to stay unshot in the U.S.A. heet, geen willekeurige opsomming van alles wat tesaam dat ding dat men leven heet komponeert maar een overzicht van wat zoal een reden kan zijn, in Amerika, om een kogel uit te lokken, alles kan een reden zijn om lood in je lijf gepompt te krijgen, zou dat daar nou echt zo zijn?, ik ken Amerikanen die nog nooit neergeschoten zijn, is er echt veel reden voor deze angst?, hoeveel procent van de Amerikanen is ooit neergeschoten geweest, hoeveel procent niet, welke plek neemt neergeschoten worden in op de lijst van voornaamste doodsoorzaken, bestaan zulke lijsten ja vast bestaan zulke lijsten, moet je in Amerika echt altijd bang zijn?, loert de kogel / de dood echt om elke hoek?, is deze paniek gerechtvaardigd?, of is het, anders, maar de zoveelste bijdrage tot de paniekmaatschappij die naar ik meen door Agamben al zodanig gefileerd was dat we haar allang achter ons hadden kunnen laten, je moet angsten niet voeden, angst is al te vaak een reden om nog meer onderdrukkende maatregelen te nemen, vormen van onderdrukking die erger zijn dan wat het dan ook is dat ze tegen heten te gaan, ineens weet ik ook niet meer zo zeker of dat “voor onze eigen veiligheid” uit het quarantainegedicht wel zo ironizerend bedoeld is als ik het dacht te mogen opvatten, natuurlijk, hoe woker, hoe linkser, hoe meer men het coronafascisme omarmde, ik kan me voorstellen dat het volgende totalitarisme op links geïnstalleerd gaat worden, bepaalde keuzes hebben bepaalde gevolgen nichtwahr moest je maar niet geloven wat je gelooft moest je maar wat meer woke zijn moest je maar gewoon zijn zoals wij allemaal zijn eins zwei drei und the snow ist eine star, maar de tekeningen, maar de visuele poëzie, maar de kreten maar de zinnen maar de flarden die blijven opklinken, en trouwens, Lisboa Mulata van Dead Combo was net zo mooi zo niet mojer als ik gehoopt had, niet alles stelt teleur, misschien had ik niet moeten lezen hoe Bashir mensen in het dankwoord met de achterlijke de vieze de oerlelijke term “powerhouse” bedenkt, Whitehouse maakt power electronics maar dichter dan dat mogen de worden “power” en “house” niet bij elkaar staan en al helemaal mag het niet naar mensen verwijzen, maar wie leest er ook dankwoorden, laat de poëzie spreken en in I hope this helps spreekt de poëzie zeikt de poëzie zeurt de poëzie overdrijft de poëzie zingt de poëzie schreeuwt de poëzie jankt de poëzie drijft de poëzie golft de poëzie en buldert de poëzie.

je ziet hoe. De poëzie is wat de poëzie is. Ik hoop dat dat helpt. Maar alle hoop is ijdel, en dat weet u even goed als ik.

Samiya Bashir I Hope This Helps

I Hope This Helps

  • Auteur: Samiya Bashir (Verenigde Staten)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Nightboat Books
  • Verschijnt: 13 mei 2025
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Samiya Bashir

Bending genre as a planetary body might bend spacetime, Bashir’s poems live as music and film, as memoir, observation, and critique, as movement across both cosmic and poetic fields.

I Hope This Helps reflects on the excruciating metamorphosis of an artist, “a twinkle-textured disco-ball Jenga set” constrained and shaped by the limits of our reality: time, money, work, not to mention compounding global crises. Think of a river constrained by levees, a bonsai clipped and bent, a human body bursting through shapewear. Begging the question, what can it mean to thrive in the world as it is, Bashir says, “Rats thrive in sewers so / maybe I’m thriving.” In these moving, sometimes harrowing meditations, Bashir reveals her vulnerable inner life, how she has built herself brick by brick into an artist.

Samiya Bashir is a poet, artist, writer, performer, educator, and advocate. She is the author of four poetry collections, including I Hope This Helps (2025) and Field Theories (2017), winner of the 2018 Oregon Book Awards Stafford/Hall Award for Poetry. Her other books are Gospel (2009), and Where the Apple Falls (2005). Samiya’s honors include the Rome Prize in Literature, the Pushcart Prize, Oregon’s Arts & Culture Council Individual Artist Fellowship in Literature. She lives in Harlem.

Bijpassende boeken en informatie

Autran Dourado – Opera der doden

Autran Dourado Opera der doden recensie en informatie roman uit 1967 van de Braziliaanse schrijver. Op 21 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling door Harrie Lemmens van de roman Ópera dos Mortos van de uit Brazilië afkomstige schrijver Autran Dourado. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Autran Dourado Opera der doden recensie

  • “Met flair, haast jolig, zoomt de verteller in op een huis, nee, op twee huizen, boven op elkaar, en hij vertelt kort de geschiedenissen van een liederlijke potentaat en zijn fijner besnaarde zoon.” (NRC Handelsblad)

Recensie van Tim Donker

En weeral ist Harrie Lemmers verdomd zeg ja weeral ist Harrie Lemmens. Had de goede man me eerst al gehaakt gekregen aan António Lobo Antunes, wiens Voor wie in het donker op mijn wacht ik deze zomer ademloos las onder de hete zon van Valencia (en ik vond dat boek zelfs nog wel een slagje beter dan De omvang van de wereld – het boek dat me ergens int voorbije voorjaar danig verpletterd had); nu introduceert Lemmens me aan Dourado, die ik ook al niet kende, en ook al met keelsnoerend proza weet op te komen. Eveneens opgedolven uit het Portugees, uiteraard, Lemmens moet het Portugees wel door de aderen hebben vloeien, maar het land is Brazilië dit keer. Ook de tijd verschilt: Dourado schreef Opera dos Mortos in 1967. Misschien daarom lijkt het, op eerste gezicht dan in ieder geval, een wat klassiekere toon aan te slaan dan Voor wie in het donker op me wacht of De omvang van de wereld – boeken waar Opera der doden behalve de brontaal en de vertaler niets gemeen mee heeft.

Of. Naja. Misschien de eenzaamheid.
Misschien de beklemming.
Misschien de nostalgie.
Misschien de melankolie.

In Opera der doden gaat het om Rosalina. Ooit was haar familie rijk en machtig; ze bezaten grond en hadden invloed. Rosalina’s opa boezemde ontzag en angst in; haar vader was milder en innemender en lange tijd een geliefde figuur in zijn omgeving. Het huis zat altijd vol, men at en dronk en onderhield zich. Tot hij de fout begin politieke aspiraties te ontwikkelen, en na een debacle gedesillusioneerd achterbleef. En zijn vrouw ging dood, en hijzelf ging dood, en toen was Rosalina alleen met Quiquina, sedert jaar en dag de dienstmeid, in dat ineens wat te grote huis, met weinig meer te doen dan drinken en kunstbloemen maken. Dan komt José Feliciano, de zanger José Feliciano dacht ik nog toen ik het achterplat las, waardoor ik dit boek heel eventjes op een absurdistische roman ging schatten (een blinde zingende klusjesman?), maar neen het is een andere José Feliciano, een personage dat ook gekend is als Juca de Mus en Zé-van-de-Majoor, ik weet ook niet zeker of die andere José Feliciano al platen opnam in 1967, volgens mij wel maar in ieder geval zong hij dan toch niet zó hard dat het tot in Brazilië te horen was, en deze José Feliciano weet zich, met het geluk dat hij van buiten komt (sinds de mislukte politieke carrière van haar vader koestert Rosalina een bittere wrok tegen haar stadsgenoten) zich als manusje-van-alles het huis en het leven van Rosalina in te kletsen. Hij klaart wat klusjes in huis, hij hangt een beetje rond in het stadje, waar hij praatjes maakt en verhalen vertelt en zich snel geliefd maakt, maar als hij in de avond een keer een glas met Rosalina mee drinkt, begint hun verstandhouding te veranderen – tot grote ergernis van Quiquina.

Dourado begint wat wollig, met Rosalina’s opa en met haar vader, en met de voorgeschiedenis van het huis waar ze woont, waardoor je even het idee krijgt dat je in een historische roman verzeild geraakt bent maar dat is (gelukkig) niet het geval. Je zou het postmodern kunnen noemen, je zou ook kunnen zeggen dat de erfenis van het decadentisme niet onopgemerkt aan deze roman voorbijgegaan is (waren er decadenten in Brazilië?); je zou kunnen wijzen op licht experimentelen ingrepen in de vertelstijl, zoals de geregelde perspectiefwisselingen (ah nog iets dat het deelt met De omvang van de wereld!) of de hebbelijkheid van Dourado om de lezer af en toe rechtstreeks aan te spreken maar waarmee Dourado écht onder de huid kruipt is de manier waarop hij het narratief bevriest tot op een punt waarop er ogenschijnlijk niks lijkt te gebeuren.

José Feliciano en Rosalina zijn mensen die, hoewel ze eigenlijk niet vreselijk oud zijn, hun gloriejaren wel achter zich hebben. Hoe gaat dat met levens. Er is geluk, harmonie, en alles is fijn, en dan gaan mensen dood, of jij gaat weg van de plek waar je gelukkig was, en de dagen blijven komen, en je kunt het vullen met wat geklets, of kunstbloemen maken, of likeurtjes drinken, en wat rondhangen en dat is het dan. Misschien gaat Opera der doden daar wel over: het leven, of wat daar van over blijft als het schoonste eraf is, bijvoorbeeld omdat de doden die je te betreuren hebt inmiddels zo talrijk zijn dat hun opera langzamerhand onnegeerbaar hard opklinkt in zelfs je triviaalste dagdagelijksheden. Maar zingen en klinken doet het. Ook in deze woorden. De muzikaliteit van deze roman is weergaloos. De vele herhalingen, de spreektaal, de bewustzijnsstromen, de in elkaar vlechtende perspectieven, de directe rede die zonder leestekens weergegeven in de hoofdtekst verzinkt zodat de verschillen tussen gedachte, monoloog, dialoog, gesprekken en gebeurtenissen vervagen en alles tot dezelfde melodie gaat behoren. Een melodie die komt en gaat in golven die de lezer af en toe overspoelen. Waarlijk prachtig, hallucinant en meeslepend is de scene waarin José Feliciano voor de eerste keer een glas met een al wat aangeschoten Rosalina besluit te drinken. Met een welbepaald ritme weet Dourado een (sexuele) spanning te creëren die zo dik is dat het zweet je op de huid komt te staan. Sex in literatuur werkt meestal niet (is in ieder geval zelden opwindend), maar Dourado laat het werken hier en sowieso behoren deze bladzijden hier tot de schoonste die ik dit jaar las.

Gelijk aan levens die na wat -achteraf bezien misschien- het hoogtepunt was, lijkt Opera der doden na hogergenoemde scene nog maar wat voort te kwakkelen. De lezer ziet de decors scheuren en de personages verbleken in steeds lelijker licht. De afstandelijke, wat vormelijke en onbenaderbare Rosalina ontpopt zich tot een manipulatieve en gevoelsarme hartenbreekster; de goedlachse en sympathieke (en oké misschien wat sukkelige) José Feliciano toont zich een sexistische, kleinzielige en afhankelijke zeurkous met uiterst dubieuze gedachten en herinneringen (was dat nou nodig, Dourado?) (langs de andere kant vormen incest en pedofilie ook wel ruimere motieven in dit boek) (misschien om, in mijn ogen lichtelijk geforceerd, een mythologische onderlaag te leggen) (die lauwe, zenoëske pijl-filosofie dient vermoedelijk een dergelijk doel) en Quiquina, eens zo zorgzaam, liefdevol en zachtaardig blijkt op het wrede af haatdragend te zijn. Het is pijnlijk om het weinige dat er nog is te zien instorten en even vraag ik me af of het wel het goede soort pijnlijk is. Maar dan zet de schrijver een ontwikkeling in gang die ik niet aan zag komen en worden er andere uitzichten geboden.

Misschien is de hoofdrol wel voor Quiquina.

Misschien gaat het om een nog grote kracht dan het heuvelafwaarts gaan van levens: afgunst. Rancune. Woede. Uitsluiting. Drama’s moeten altijd verwijtbaar zijn want wat verwijtbaar is kent zondebokken. Zonder zondebokken gaat het niet, en dat is ook een oeroud thema. Wat geweest is, en altijd zijn zal. Van een opera die nooit zwijgen zal weet Dourado een aardig tijdloze roman te smeden. Eén die nog lang na blijft klinken.

Autran Dourado Opera der doden

Opera der doden

  • Auteur: Autran Dourado (Brazilië)
  • Soort boek: Braziliaanse roman
  • Origineel: Ópera dos Mortos (1967)
  • Nederlandse vertaling: Harrie Lemmens
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 21 augustus 2025
  • Omvang: 264 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 23,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman uit 1967 van de Braziliaanse schrijver Autran Dourado

Opera der doden beschrijft het leven van Rosalina, de laatste nazaat van een familie van grootgrondbezitters, die samen met haar stomme dienstmeid in een groot oud herenhuis woont in een stille Braziliaanse provinciestad. Overdag maakt ze kunstbloemen, ’s avonds drinkt ze in het geheim. Ze leidt een vrijwel geheel geïsoleerd leven tot José Felicano aanneemt als klusjesman. Zijn aanwezigheid verlevendigt de claustrofobische atmosfeer van het huis en wanneer hij Rosalina’s minnaar wordt, verdwijnt al haar zelfverzekerde rust.

Opera der doden is het dwingende en intense meesterwerk van een van de belangrijkste Braziliaanse schrijvers van de twintigste eeuw.

Autran Dourado is geboren op 18 januari 1926 in Patos de Minas, Brazilië. Hij was een Braziliaanse romanschrijver. Dourado werd geboren in Patos de Minas, in de deelstaat Minas Gerais, en dat is de setting van zijn meeste boeken. Hij ontving onder meer de Camões-prijs en de Machado de Assis-prijs. In 2024 verscheen bij Uitgeverij Koppernik de roman Het mensenschip. Zijn bekendste roman, Opera der doden, zal in 2025 bij Koppernik verschijnen. Hij overleed op 30 september 2012 in Rio de Janeiro en werd 86 jaar oud.

Bijpassende boeken en informatie

Lotte Dodion – Verzachtende omstandigheden

Lotte Dodion Verzachtende omstandigheden recensie en informatie boek met nieuwe gedichten en poëzie van de dichteres uit Vlaanderen. Op 19 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de nieuwe dichtbundel van Lotte Dodion de Vlaamse schrijfster en performer. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Lotte Dodion Verzachtende omstandigheden recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Verzachtende omstandigheden, het boek met nieuwe gedichten van de Vlaamse dichteres Lotte Dodion, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Zegt iemand, zegt wie, zegt John Gower: The world goeth fast from bad to worse”. In de veertiende eeuw zei hij dat. Waarom is het toch van alle tijden om te denken dat men in de ergst denkbare tijd leeft? Alleen al gedurende de vijf decennia dat ik zelf in leven ben heb ik al minimaal vijf episodes meegemaakt waarin iedereen van mening was dat het nog nooit zo erg was geweest als nu. Toen ik een kinderken waart was er een oorlog die koud heette te zijn, en een wedloop om wapens. Een rode knop bovendien, waar geheid, het was alleen maar een kwestie van tijd, ooit iemand op ging drukken. De bom. Ja, De Bom. Die ging vallen. Dat was een zekerheid. De Bom ging vallen en dan gingen we er allemaal aan en waren al je inspanningen allemaal voor niets geweest. Voorlopig viel er geen bom, voorlopig werd ik ouder, en andere dreigingen staken de kop op. De klok tikte de 1990’s gestaag weg. De oorlog was niet zo koud meer maar het geweld wel erg zinloos. Uitgaansgeweld heette het ook wel. Je kon voor ja en voor nee en waarschijnlijk vooral voor amen doodgetrapt worden, gewoon maar op straat, ja dat deden Ze, dat vonden Ze leuk, voor Hen was dat maar tijdverdrijf, iemand doodtrappen die verkeerd keek of niet keek of er een minuut of wat bij loog als Ze vroegen hoe laat het was of niet wist wat te zeggen als Ze de weg vroegen naar een niet-bestaande straat, want daar was het Hen gewoon om te doen, Ze wilden je doodtrappen en zochten gewoon een flauw excuus, het kon iedereen overkomen, het was al teveel mensen overkomen, hoefeel moetuh er noch komuh hoefeel moetuh er noch chahn, dat bestond allemaal gewoon, wat deed De Politiek, wel De Politiek hing camera’s op in de publieke ruimte want het was toch wel erg gesteld he ja het was nog nooit zo erg gesteld geweest gedingesd als nu. Maar ik liep en was en leefde en werd niet doodgetrapt en toen werden er vliegtuigen gekaapt en vlogen Ze, niet de doodtrappers maar weeral andere Ze, twee hoge torens in, ergens in dat verdorven Amerika, en Pim Fortuyn huilde want het was de grootste gebeurtenis sinds de twede wereldoorlog (een paar andere oorlogen en rampen en hongersnoden en massasterftes waren klaarblijkelijk eventjes voorbijgegaan aan die gast z’n almanack), en de hele wereld was ervan overtuigd dat de Derde Wereldoorlog nu was aangebroken, alleen Maarten van Rossem twijfelde nog, maar in ieder geval moest er een oorlog tegen het terrorisme worden uitgevaardigd (dus ge moogt niet langer met een flesje water of met veters in uw schoenen of met een scheve blik het vliegtuig in want vanaf heden is iedereen verdacht tot hij zijn flesje water heeft ingeleverd) want het was toch erg he, iedereen was charlie, Je Kunt Tegenwoordig Niet Eens Meer Een Grapje Maken (en God wat bescheurden we ons allemaal om die grappenmakerij van die dekselse cartoonisten!), of je Westerse vrijheden uitdragen (want wat zijn we vrijgevochten en progressief en ruimdenkend he, en allen voorvechters van het vrije woord en ginder zijn ze maar achterlijk en bekrompen en agressief, niet?), ons hele zijn stond toch wel op het spel zeker, subiet zijn we allen moslim of dood en dat wil je geen van twee of wel? Maar de wereld ging snel van slecht naar erger, ineens hoorde je niet zoveel meer over terrorisme of over grapjes die niet gemaakt mochten worden, ineens was er een VIRUS, een levensgevaarlijk VIRUS, zeer zeer zeer besmettelijk en zeer zeer zeer dodelijk, een twede perstepidemie was uitgebroken en we gingen allemaal dood en toen gingen we niet allemaal dood maar was er een oorlog in de Oekraïne die om één of andere reden veel erger was dan al die honderdduizenden oorlogen die al gewoed hebben sedert de eerste mens eens ging kijken wat er buiten de eigen grot te doen was, en ook was er het weer en het klimaat en de doemsdagklok, het is wel erg koud voor januari het is wel erg warm voor januari twintig miljoen jaar gelden warmde de aarde net zo snel op als nu (hoe weten ze dat?) en dat had rampzalige gevolgen toen dus die rampzalige gevolgen zullen ook nu en het regent veel te veel de spoedeisendehulppost van een ziekenhuis in Doetinchem heeft in de zomer van 2024 al twee keer helemaal onder water gestaan wil je wel geloven en dat gebeurt normaal gezien maar een keer in de honderd jaar en nu al twee keer in één zomer dus god wat is het erg (en hoeveel eeuwen moet je in de gaten gehouden hebben vooraleer je zeggen kunt wat er normaal gezien één keer in de honderd jaar gebeurt?, en hoeveel eeuwen bestaat die spoedeisendehulppost van dat ziekenhuis in Doetinchem dan al?), want het is erg mensen, het is zo godgeklaagde erg allemaal, eigenlijk zijn we allemaal allang dood.

Is hier al ooit iemand op gepromoveerd? De mens als het angstigste beest, ofnee, de mens als het dier dat graag in angst leeft. Spookhuizen, Halloween, horrorfilms en het kapsel van Geert Wilders; het is allemaal niet genoeg, we moeten meer angst, er moet meer te vrezen zijn, we kunnen niet zonder angst en als er niks te vrezen valt zullen we de vrees wel verzinnen. Iemand had het over angstporno en dat vond ik een goede: de angst als lust, het zich verlustigen in het bang zijn. We willen er misschien gewoon graag erg aan toe zijn.

Tegenover de angst staat de troost. En dat is mooi. Want troost is goed. Er is maar één ding mis met troost en dat is dat het de angst bevestigt in haar bestaansrecht. Alleen waar er iets op het spel staat, is er behoefte aan troost. Dus is troost symptomatisch. Waar getroost wordt, is er iets aan de hand.

Eén ding, wel, misschien is er nog iets mis met troost.

De hoeveelheid kunstvormen die zich ervoor lenen troostrijk te zijn, is gelimiteerd. Maar dat is maar mijn persoonlijke smaak. Ik hou van muziek die troostrijk is en warm en wiegend, en ik kan ook wel een filosofie smaken die als contragewicht wil dienen tegen de hysterie (Agamben kan dat, bijvoorbeeld) maar troostende poëzie riekt naar zoetsappigheid en als ik ooit ontregeld wil worden dan is het wel als ik poëzie lees (en erg he mensen, zo erg zijn de tijden al, poëzie mag niet eens meer lief en zacht en warm en troostend zijn, NEE DAT MAG NIET NEE).

Waarmee ik maar wil zeggen dat ik met de nodige reserves begon aan Verzachtende omstandigheden, een bundel die, zo meent toch de achterplatschrijver, het verschijnsel hoop zou willen onderzoeken. Waaraan, natuurlijk, “net nu” behoefte is. Oké. Dodion komt daar niet mee, met dat “net nu”, dat zijn de woorden van Grae Schoeters maar iets riep ergens in mij weerstand op dat Lotte Dodion “net nu” een bundel met als thema hoop het levenslicht liet zien.

Maar ik ga zitten.
In mijn leesstoel.
En zet How welcome is death to I who have nothing more to do but die op om eventuele zoetsappigheid te neutraliseren.
En lees.

Lees, in eerste, veelgestelde vragen (ik dacht aan veelbeantwoorde vragen, een grapje van Skepter dat ik indertijd wel smaken kon) over hoop: hoe het te verkrijgen, hoe het te dragen, hoe het te bewaren, &c., de antwoorden op die vragen lijken sterk op de coronaregels van weleer, en ik vraag me af of deze richtlijnen gelezen kunnen worden als parodie, als pastiche, als embleem – en ik weet het niet.

Gelukkig krijgen we daarna de feiten.

Ja. Dit zijn de feiten is een uit zijn voegen barstend gedicht dat van de pagina’s spat: omstanders (lezers) kunnen door rondvliegend woordbrokken worden geraakt en zeg nu zelf: nooit bloedde je mojer.

Dodion beweegt zich op een vlak.
Nee. Dodion beweegt zich op het scherpst van de snede.

De lezer kan het experiment zien. De taalwoede. De liefde voor woorden en wat zij vermogen. Het kan alle kanten opgaan met poëzie, en Dodion is zeker zinnens al die kanten van nabij in het gelaat te staren. Verzachtende omstandigheden kent klassiek vormgegeven gedichten (zelfs rijm!) (gadverdamme). Maar er is meer. Poëzie die naar proza neigt, bijvoorbeeld, en poëzie die stuitert. Zinnen in een goed gareel, en zinnen die overal zijn.

Taal die dienend is, onderdanig, horig.
En taal die barst van de neologismen.

(neologismen die mooi zijn en neologismen die u naar een teiltje zullen doen grijpen)

Laagbrauwkultuur en hoogbrauwkultuur.

Dat laatste, bijvoorbeeld: een eerste minister die een toespraak geeft die wel erg geïnspireerd lijkt te zijn op de toespraken die de burgermeester altijd gaf in Samson en Gert; waar, langs de andere kant, het Advies, het “Kies hoop.”; “Kies onthardend.”; “Kies socialiseren” (&c.) eerder lijkt te knipogen naar Irvine Welsh, en of studio honderd de hoogbrauw is of juist Welsh laat ik aan u.

Waarmee maar gezegd wil zijn. Wat alleen maar uitdrukken wil.

Dodion slalomt. Dodion slingert. Dodion gaat van –

van hier naar daar?

Hum.

Ja.

Goed.

Als hier overal is en daar ergens.
Hier nu & daar ooit.
Hier wat is, en daar wat zijn zal.
Haar hiere hier is mij soms wat te nadrukkelijk; het laat de lezer te weinig keus.

Neem Taaladvies. Dat laat een krities licht schijnen over complimenteus bedoelde uitlatingen die een man (?) zou kunnen doen over het uiterlijk van een vrouw (?). Dat is wat wokeïaans, wat metooësk; altijd weer die man die altijd weer de vrouw bruuskeert met -misschien- goedbedoelde kreten. Misschien krijg je er net als ik soms wel wat van om te moeten vernemen wat er nu weer verkeerd uitgelegd kan worden, maar dan weer: “beeldschoon” en “oogstrelend” bevestigen de alzo genoemde inderdaad wel in een passieve rol: staties; als beeld; stilstaand, en enkel daar om jouw -ja JOUW MANNELIJKE OGEN te strelen; de schoonheid “in functie van” (de schoonheidsbeleving van een ander bijvoorbeeld), het zette mij toch wel denkend ja, maar de door Dodion aangeleverde neologismen (“fonkeltastisch”, “vuurrukkelijk”, “heuphemels”) vind ik, hoewel misschien aktiever, niet overtuigend.

Of.

Ombudsdienst voor historisch herstel van epische blunders: het is een soort pseudo-bijbelse oproep tot empathie, gelijkheid, zachtheid en liefde; het slaat verschillende tonen aan; het overschrijdt genres, maar, helaas, het rijmt soms en het projekt als geheel is me te wankelig.

Of.

Oergebed. Een geniaal gedicht. Fantasties. Prachtig. Het brengt een mens op zijn knieën. Maar het wordt helaas ontsierd door de laatste twee zinnen: “Vrijuit en viraal. Onze life-stream van adem verbindt ons aan elkaar.”; “viraal” is wel zo’n beetje het lelijkste woord ooit en “life-stream”? Gode. Serieus? En niet alles hoeft verbintenis te prediken, Dodion!

Maar Lijflied beschouwt op sterke wijze verschillende soorten kijken: het objectiverende kijken: de gemeten mens; en het veroordelende het inschattende het begerende het schaamteloze het begripvolle het indringende en het sympathiserende kijken – een smachten naar het blootoogse ontmoetende kijken. Een gedicht dat u confronteert met uw eigen blikken, een confrontatie die misschien niet gemakkelijk is maar dat is precies waar iets kunst wordt: daar waar het niet langer perse gemakkelijk is.

Verzachtende omstandigheden tapt uit verschillende vaatjes. Misschien wel uit een vaatje teveel.

Lotte Dodion Verzachtende omstandigheden

Verzachtende omstandigheden

  • Auteur: Lotte Dodion (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 19 augustus 2025
  • Omvang: 125 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Lotte Dodion de Vlaamse dichteres

Gedichten die een dappere oefening in hoop houden zijn. Een zoektocht naar een zachtere werkelijkheid, naar hoop, troost en inspiratie in donkere tijden zonder zich van de wereld af te keren.

In Verzachtende omstandigheden onderzoekt dichter Lotte Dodion de wonderlijke, maar grillige loop van het verschijnsel hoop. Waar verstopt hoop zich? Hoe roepen we haar krachten aan?

In toegankelijke taal smeedt Dodion observaties en ervaringen van pijn, rouw, twijfel en boosheid om, tot ze weer vonken van verwondering, engagement en levenslust. Werkelijkheid en wensdromen worden net zoals de taal zelf kleurrijk door elkaar geschud tot alternatieve gebeden, trotse lijfliederen en instructies voor een hoopvollere wereld.

Lotte Dodion is in 1987 geboren in Sint-Truiden, België. Ze is dichter, performer en poëziemissionaris. Ook wanneer ze niet schrijft of optreedt, slingert ze poëzie en verwondering binnen in het leven van alledag: ze zet poëzieprojecten op waarin ze experimenteert met social design en mensen met workshops aan het schrijven krijgt. Haar debuutbundel Kanonnenvlees is meermaals herdrukt.

Bijpassende boeken en informatie

Iulian Bocai – Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu

Iulian Bocai Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu recensie en informatie van de inhoud van de Roemeense roman. Op 19 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Geus de Nederlandse vertaling van de roman Ciudata și înduioșătoarea viață a lui Priță Barsacu van de uit Roemenie afkomstige schrijver Iulian Bocai. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en van de uitgave.

Iulian Bocai Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu recensie

  • “Dit ogenschijnlijk kleine boek opent een grote, melancholische, duistere wereld waar je maar al te graag in rond zou blijven dwalen.” (Lisa Weeda)
  • “Er zit iets in het hart van deze mensen, een onschuld die niet aangetast wordt door het cynische leven, en dat is wat je eigen (lezers)hart diep raakt.” (Mira Feticu)

Recensie van Tim Donker

Dan deze vraag: hoe vaak kun je een kliesjee vernieuwen? De vrije jazz maakte zich los van de traditionele jazz en hoe doorstroomde het me. Het liep met me mee tot hets schoenen ook weeral een weinig versleten leken te zijn. De innovaties van Ornette met de pet jajaja, en MIngus en Dolphy en Shepp en Albert Ayler natuurlijk jajaja, Albert Ayler altijd, en dan Pharoah Sanders die er nog wat soul bij mikte, en Sun Ra die alles de ruimte in schoot, en toen voelde het, ineens, of ik het belangrijkste wel in kaart had inmiddels, velden afgegrazen, weet jij het?, de essentialia op tafel, dan en daar, doorstromen deed het me nog wel, maar geheel nieuw op de oren vallen niet meer. Maar vele jaren later een dag Het begon al zomer te worden, stombelend doorheen de discografie van het prachtige Clean Feed-labeltje, stuitte ik op Will Holshouser, wie kon me zeggen wat dat was, die accordeon, hoe had ik het nu, huppelig en onderkoeld tegelijk, en altijd nog jazzy, kon het de mooiste accordeonplaat zijn sinds Accordion & voice van Pauline Oliveros?, nee natuurlijk niet want de hallucinante neofolk van Kimmo Pohjonen en Eric Echampard op Uumen is veel later nog dan Accordion & voice, het is ook maar bij manier van spreken, wat een drummer Eric Echampard is trouwens maar daar gaat het nu niet over, nu gaat het over hoe ik dacht oja een beetje folk bij de jazz dat kan ook nog natuurlijk, dat kun je ook doen, dit had ik nog niet eerder gehoord, het was ochtend, de zomer stond op het punt te beginnen, en ik hoorde Reed song, en onophoudelijk viel het licht, en onder deze omstandigheden begon ik te lezen in Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu van Iulian Bocai. Die hier geen nieuwe romansoort uitvindt, nee zeker niet, hoewel, Laurie Anderson zegt the detective novel is the only novel truely invented in the twentieth century because in the detective novel the hero is dead at the very beginning of shit verraad ik nu iets?, en waarom is het eigenlijk altijd maar muziek hier in deze bespreking dit moest toch over een boek gaan?, dit hier Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu is gewoon je dagdagelijkse komenvanleeftijd-literatuur en een komenvanleeftijd-roman lazen we al eerder, toch?, en zelfs de hoofdpersoon komt vertrouwd over. Natuurlijk is Priţă Barsacu een eenzelganger, en niet als anderen, niemand is ooit als anderen, zelfs de anderen zijn niet zoals de anderen. Natuurlijk is hij een dromer, en een vorser, en een eenling. Natuurlijk is hij intelligent en gevoelig. Natuurlijk heeft hij een paar andere zonderlingen om zich heen. Natuurlijk is er armoede, natuurlijk zijn zijn ouders volslagen geschift, natuurlijk wordt het dorp waar hij woont bevolkt door dwazen, dronkaards, werklozen, agressievelingen, pestkoppen en criminelen. We kennen het verhaal. We kennen het verhaal al zo lang. En toch schijnt Bocai er uit wat onvermoede hoeken lichten op zodat dit boek blijft boeien. Hij stopt als het ware wat folk in deze jazz, hij huwt de trompet met een accordeon, weetikveel. Zo heeft hij er om te beginnen al zeer wijs aan gedaan de roman kort te houden, een luttele 142 bladzijden en dan al gedaan. Nu peinst ge misschien of welzeker peinst gij dat want ik weet wel hoe gijlieden zit te peinzen daar allemaal, dat het triviaal is om een boek te wegen op het feitelijke gewicht. Maar toch. Niet veel schrijvers weten wanneer ze moeten stoppen. Ik wil hier niet aankomen met dat eeuwige in bekasting zeikt zich de meester want er zijn vele vuistdikke boeken waarvan iedere regel meer dan gerechtvaardigd is en waar van mij zelfs wel een vuist had bij gemogen maar er zijn eveneens genoeg  boeken met vele en vele overbodige bladzijden. Niet zo hier. Eén adem en het is uit, gelukkig nog lang voor het kans zag je te gaan vervelen. Of. Anders. En ook. En voorts. Het intrigerende begin. Bocai begint aan het eind en dat maakt dat je blijft lezen omdat je het wil vatten, hoe komt het tot dit einde, is het einde nog te keren, is het einde wel het einde, je las het aan het begin en je was nieuw in dit boek, als je nieuw bent zie je alles anders, dat is algemeen geweten. Zo blijf je kijken. Of ook zo: dat een toon het oog trekt. In dit geval de toon die Iulian Bocai aanslaat. Wat klankkleur zegt. Ja het gaat over armoede, geweld, sociale ongelijkheid, uitsluiting, ellende; maar Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu is geen tranentrekker, geen drama, niet zwaar op de hand; vermoedelijk heeft Bocai niet eens de bedoeling gehad bepaalde misstanden aan de kaak te stellen. Hij schetst gewoon een leven, een leven dat soms lijkt op het leven dat je had of gehad kon hebben (ja dat vele buiten zijn, dat herinner ik me nog wel van toen ik kind was, en ook iets met insecten, ik was er niet zo in geïnteresseerd als de hoofdpersoon van dit boek maar insecten speelden altijd wel een rol, je zag ze op de bladeren van de struiken zitten, je verzon maar wat, een simpele kever noemde je een bloedzuiger, wist jij veel), een leven waarin dingen gebeuren die vervelend zijn en een leven dat ook vaak mooi is; Bocai heeft met deze roman eerder een hoopvol boek geschreven, ja: hoop- en liefdevol. Dan weer niet doorslaand naar zoetsappigheid. Er is humor om daar voor te waken, er zijn zotte scheldkanonnades om daar voor te waken, er zijn idiote gebeurtenissen om daar voor te waken. En als alles eraf is, nee als alles goed strak staat, nee als alles gedaan is, of lijkt te zijn, volgt er nog iets over begrafenisrituelen en de lezer weet even niet of dat nog bij de vertelling over Priţă Bocai hoort, misschien maar iets dat er achter geplakt is omdat er nog wat ruimte overschoot, ook hier geven mafheden iets te lachen. Een accordeon kan huppelen, jazz kan folky zijn en een komenvanleeftijd-roman kan nieuw genoeg lijken om boeiend te blijven. Elke lezer dient zijn hoed af te nemen voor Bocai. Maar wie geen hoed heeft, kan ook gewoon dit boek lezen.

Iulian Bocai Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu

Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu

  • Auteur: Iulian Bocai (Roemenië)
  • Soort boek: Roemeense roman
  • Origineel: Ciudata și înduioșătoarea viață a lui Priță Barsacu (2018)
  • Nederlandse vertaling: Charlotte van Rooden
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 19 juni 2025
  • Omvang: 144 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 15,99 / € 9,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Roemeense schrijver Iulian Bocai

De intelligente en nieuwsgierige Priţă Barsacu groeit op in een kansarm gezin in een Roemeens dorp aan de oevers van de Olt. Hij ontwikkelt een bijzondere fascinatie voor de natuur, en ontpopt zich als een amateurtaxonoom. In warme kleuren zet Bocai een kindertijd neer te midden van armoede en geweld, waarin de jongen zich desondanks staande probeert te houden.

Iulian Bocai is geboren op 6 maart 1986. Hij is een Roemeense schrijver en literatuurwetenschapper. Hij doceert letterkunde aan de Universiteit van Boekarest, werkt als vertaler en essayist en schreef twee bekroonde romans en een verhalenbundel. Het vreemde en aangrijpende leven van Prita Barsacu is zijn debuut.

Bijpassende boeken en informatie

Lara Pawson – Verbruikt licht

Lara Pawson Verbruikt licht recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Engelse schrijfster. Op 12 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de roman Spent Light van de uit Engeland afkomstige schrijfster Lara Pawson. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Lara Pawson Verbruikt licht recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Verbruikt licht, de roman van Lara Pawson, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Verbruikt licht is wild, gedurfd schrijven in combinatie met volkomen helder denken, en hoewel verontrustend is het ook komisch, op een bevredigend duistere en absurde manier.” (The Guardian)
  • “Soms afstotend, vaak verleidelijk, altijd resonerend en dwingend.” (The Irish Times)
  • “Lara Pawsons manier van schrijven is briljant, zenuwslopend en schokkend levendig.” (Times Literary Supplement)

Recensie van Tim Donker

Oftewel: hoe misleidend woorden kunnen zijn

Toen ik een jaar of zeventien was, ging ik veel om met een jongen die ik kende van de HAVO. Patrick heette hij, en hij was echt wel mijn allerbeste vriend en misschien zelfs wel de enige vriend die ik ooit gehad heb. Na schooltijd ging we dingen doen. Dat was nieuw voor mij. Om na schooltijd met wie dan ook wat dan ook te gaan doen. We gingen naar de stad om wat rond te hangen. Of we gingen naar mijn huis. Om wat rond te hangen. Of we gingen naar zijn huis. Om wat rond te hangen. Het was één van die keren, en we waren bij hem, en het was vrijdag. We hadden op ons rug op de vloer van zijn kamer gelegen, om naar muziek te luisteren en om wat slap in de rondte te ouwehoeren; gesprekken die zomaar ineens een uiterst filosofische wending konden nemen want we waren zeventien en we waren goed in slap ouwehoeren maar we vroegen ons ook van alles af. We lagen daar. We praatten. We luisterden. We zeiden. En ineens was het laat, dat wil zeggen dat het ineens etenstijd was en dan moest ik dat hele eind terug over die lange lange lange boschdijk en misschien was mijn moeder niet eens thuis, of elders, misschien was mijn vader, misschien waren mijn zussen. Het was vrijdag. De zussen van Patrick. En zijn moeder. Ze vroegen of ik wilde blijven eten, en ik zat, en ik vroeg me af, achja, blijven eten, daar, dan was ik in ieder geval langer bij Patrick en dat was goed want ik hield van Patrick, hij was mijn vriend. Op vrijdag, echter, was het in dat gezin de gewoonte om het avondeten te betrekken bij de plaatselijke snackbar. Ik wist dat niet. Ik kende dat niet. Wij kwamen nooit bij de snackbar, in ieder geval niet om er ons avondeten te halen. Soms, prijze mijn gezegende moeder, kwam zij, mijn moeder, op het idee, veelal in vakanties of tijdens weekenden, in ieder geval op avonden dat niemand vroeg naar bed hoefde, later in de avond op het idee om een zakje friet te gaan halen, dan hadden we al gegeten, dan was de avond al gevorderd, dan hadden we allemaal nog wel ergens zin in, sommige mensen zouden dan een zak chips opentrekken maar mijn moeder liet dan friet halen, en dat was aan mijn vader en mij, dan stapten we in de auto, dan reden we dieper het dorp in, daar was een snackbar, daar gingen we heen, die was nog wel open, daar hadden ze nog friet. En dat was het enige waar ik de snackbar van kende: friet. Dus ze vroegen mij, Patrick en zijn familie, wat wil je hebben van de snackbar en ik zei friet wat iets anders kende ik niet. Dat is een beetje weinig, werd er gezegd, daar moet nog wat bij. Maar ik wist niks van snackbarvoedsel, wij kwamen daar nooit, wij kwamen daar zelden, en als we daar kwamen was het alleen maar voor friet, iets anders kende ik niet. Mijn moeder had het wel eens schertsend over “een berenlul”, daar lachten we dan om, dat had iets te maken met dingen die mensen in een snackbar bestelden, dat vonden wij belachelijk, daar lachten wij om, dat was het enige dat ik kon noemen maar dat heette vast niet zo want het was immers maar voor de grap en bezijden of het nu zo heette of niet, erg lekker zou het sowieso niet zijn. Dus ik zat. En ik hakkelde. En zei euh. Het duurde de familie te lang misschien, ze gingen dingen voor me opsommen. Of ik dit wilde of dat wilde of een kroket of een frikadel of een broodje bal en het leek me allemaal niks dus ik begon al te peinzen aan wat allicht het minst smerig zou zijn. Wil je anders een kaassoufflé?, vroegen ze. En ik dacht kaassoufflé? Daar heb ik nog nooit van gehoord. Maar soms, beste mensen, soms kookte mijn vader. Niet vaak, bijna alle dagen nam mijn moeder dat op zich, maar als mijn vader kookte dan maakte hij steevast een aardappelsoufflé met heel veel kaas, ik zie hem nog lopen, hem, mijn vader, vanuit de keuken, met ovenwanten aan zijn handen en daartussen een ovenschaal, die donkerrode ovenschaal met daarin een aardappelsoufflé, hoe ver was die niet omhooggekomen, en o god, dat bruine korstje, en wat ik daaronder wist, een soufflé die zowel romig als zacht als ziltig als bijzonder smaakvol was, misschien was een kaassoufflé dan zoiets: een klein souffléschaaltje met daarin een goed gerezen aardappelsoufflé met heel veel kaas?, ja dat leek mij wel lekker dus ik zei goed dus ik zei ja dus ik zei oké dus ik zei dat ik dat wel wilde, zo’n kaassoufflé, en iemand, was het zijn vader was het zijn moeder waren het zijn zussen, ik herinner het me niet meer, iemand ging naar de snackbar, iemand ging alles halen, en ik verheugde me al op mijn luchtige mijn zoutige mijn smaakvolle mijn romige aardappelsoufflé met extra veel kaas. Maar wat kreeg ik? Wat kreeg ik uiteindelijk op mijn bord, beste mensen? Een oranje zeemleren lap, bijna te taai om door te snijden maar toen me dat gelukt was, het doorsnijden van mijn oranje zeemleren lap, stroomde er een wittige substantie uit waarvan ik in de verste verte niet kon detecteren wat het überhaupt met kaas te maken had. En ik vroeg me af, toen, en ik vraag me af nu: waarom noem je iets dat niets met soufflé en vrij weinig met kaas te maken heeft in godsnaam een kaassoufflé?

En het werd iets.

En het werd een woord.

En het werd een woord voor een woord dat niets te maken heeft met het woord.

Kaassoufflé. Een woord voor woorden die niet in relatie staan tot het woord waarnaar zij verwijzen. Wanneer woorden je iets heel anders doen verwachten dan wat je uiteindelijk krijgt, want dat doen woorden.

Verbruikt licht. Lara Pawson. Se segt: “…een onthutsende leeservaring waarna u nooit meer op dezelfde manier zult kijken naar een wasmachine, een eekhoorn of een eierwekker.” Dus wat ik dacht. Wat ik dacht dat dit boek zou zijn: een indringende analyse van allerlei dagdagelijksheden, zo overweldigend dat de zienswijze van de schrijver vanzelf de jouwe wordt. Dat je nooit meer naar de dingen kunt kijken zonder te denken aan de manier waarop Lara Pawson naar de dingen kijkt.

Maar zo is het niet.

De associaties van Pawson bij wat dan ook zijn te particulier, te bizar, te idiosyncratisch om ze je eigen te maken. Wat je krijgt. Wat je krijgt is iets wat je niet volgen kan.

Of.

Wel.

Wat je krijgt: een vrouw kijkt naar huishoudelijke apparaten. Een broodrooster. Een pepermolen. Een kookwekker. Een magnetron. Elk voorwerp wakkert van alles aan in haar hoofd. Associaties. Gedachten. Herinneringen. Er is geen verhaal hier, het narratief was al langer een vogel voor de kat. Er is louter de doorgaande bewustzijnsstroom van de hoofdpersoon. Flarden die weer andere flarden wakker roepen. Dingen die ze in de krant las, of in een boek, of op televisie zag, of dingen die ze uit eerste hand weet. Sensatie. Politiek. Film. Nieuws. De inhoud van de gedachten kan sociologisch of historisch van aard zijn. Het kan gaan over architectuur. Kunst. Kolonialisme. Oorlog. Theater. Imperialisme. Het kunnen dingen zijn die ze uit haar eigen leven kent, of dingen die ze alleen maar van horen zeggen heeft. Want een bonte stoet aan kennissen, vrienden, familieleden, buurmannen en mensen die ze ontmoet heeft op haar vele reizen trekt hier voorbij. Ook hun levens, hun verleden, hun herinneringen geraken verweven in de stroom. De vele scenes waaruit deze roman is opgebouwd zijn pijnlijk, schokkend, bizar of soms ook tamelik komies – op een wat absurde manier dan weliswaar (absurd, niet absurdistisch) (absurdistisch is als je het leven als absurd ziet, zei een huisgenoot ooit toen hij, die gast die een blauwe maandag theaterwetenschappen had gestudeerd, en ik, een gast met een grote liefde voor alles dat afwijkt van de norm, het in de keuken van het studentenhuis waar we toen woonden het nogal uitgebreid hadden over absurdisme en wat daaraan zo geweldig was en een andere huisgenoot, die stond te koken, ineens vroeg Wat is absurdisme?).

En er is een lief, die steeds wordt aangesproken maar zelf geen actieve rol lijkt te spelen.

En ik las en ik zat en ik dacht. Is het geen koketterie: ieder klein ding is genoeg om de stroom zijwegen op te sturen, en dan zijwegen van zijwegen, en dan weer zijwegen daarvan. Een witte plek op haar ijskastdeur (waar ooit een obscene prent hing) doet haar denken aan haar inmiddels verkochte platencollectie wat haar doet denken aan een Marokkaanse vriendin wat haar doet denken aan Franco wat haar tot de conclusie laat komen dat het geweld dat door Europeanen binnen Europa gepleegd wordt wortelt in het geweld dat door Europeanen buiten Europa wordt gepleegd (sja, er zijn andere dingen die in mijn kop komen als ik naar de deur van mijn ijskast kijk). En eerder al kwam het via het tikken van haar eierwekker tot geïndustrialiseerde moord, Karl Bischoff, Zyklon Blausäure, doden op “schone” wijze; zonder trauma’s te verwekken bij de daders. Dienen alle artikelen alleen maar om haar kennis te etaleren? Kijk eens wat er alles ronddrijft in mijn hoofd en wat een diepzinnige overpeinzingen worden aangejaagd door de banaalste der banale zaken – als ik een broodrooster zie denk ik niet aan geroosterd brood met dik gezouten roomboter en oude kaas met een kopje koffie daarbij nee als ik een broodrooster zie denk ik aan de CIA. Want niet zelden gaat het over onderdrukking, geweld, marteling, vernedering – soms op een nuchtere, zakelijke, beschrijvende manier maar soms ook bijna verheerlijkend. Want de lompheid en de verhevenheid zijn onlosmakelijk verstrengeld hier.

Dat het een beetje gezocht aandoet. Soms.

Dat ik wegzak, misschien, een beetje, soms.

Kaassoufflé. Dacht ik. Dit boek is een kaassoufflé. Ik heb niet gekregen wat ik op grond van de omschrijving dacht te krijgen.

En dan ineens enkele alinea’s verder ben, en midden in de zoveelste gruwelijke scene zit en ik me afvraag hoe het tot hier gekomen is, ze stond toch gewoon in haar keuken, er was toch niets aan de hand? Met mijn dochter heb ik wel eens dat soort gesprekken. Dan praten we over a en over b en over c, en tegen dat we bij x, y, z zijn, vraagt één van ons: hoe komen we hier nou weer over te spreken? Dan volgen we het spoor van ons gesprek terug, en dan moeten we vaak lachen als we ontdekken welke idioterie tot welke andere idioterie heeft geleid. Maar bij Pawson heb ik er geen zin in, en na verloop van ettelijke pagina’s probeer ik niet eens meer terug te lezen hoe ik nu weer in welke bizarre scene dan ook beland ben. En dan weet ik het. Je moet dit boek niet lezen. Je moet dit boek je laten overkomen.

Dat klinkt allicht flauw.

Alles moet een ervaring zijn.

Ja.

Ik weet.

Maar toch.

Lees Verbruikt licht zonder het tot achter de komma te willen volgen. Laat de woorden over je heen stromen. En dan zul je het geniale zien. Al die krankzinnige kanten die het opgaat. Hoe het vliegt en raast en fladdert en gaat. Van grote overrompelende schoonheid, van een diepe emotionele zeggingskracht is een vijf pagina’s lange opsomming van alle dingen die de ikpersoon zegt of kan zeggen of wil zeggen tegen haar lief in een telefoongesprek. Daar wordt de lezer mijlenver uit het lood geslagen door ongekende pracht. En je zou willen dat het doorgaat en doorgaat en doorgaat maarja misschien is het hele moje eraan wel dat niet het hele boek die opsomming is.

En dan.

Als het stof is neergeslagen.

Als ik lig, ter huiskamervloer, en het stof is neergeslagen, en me afvraag wat me overkomen is.
Volgens mij staat er dat ze het lief belt, en dat ze al deze dingen zegt.
Vreemd telefoongesprek moet dat geweest zijn. De ander zal nauwelijks aan het woord geweest zijn. En dan weer de vragen. De bedenkingen. Hoe gaat zoiets. Wanneer je heel veel van iemand houdt, en alle dingen die je iemand zeggen wil, omdat alles wat in jou zit ook in de ander moet. Maar wat je zou willen zeggen, en wat je daadwerkelijk zegt zijn verschillende dingen. Want een echt gesprek is iets anders dan een gefantaseerd gesprek, bij een echt gesprek is de ander werkelijk betrokken en die zegt misschien dingen waardoor alles weer andere kanten opgestuurd wordt en je helemaal niet de kans krijgt alles te uiten wat klaarlag voor verzending. Maar het kan ook zijn dan zo’n lief alles welwillend, met liefde aanhoort, alles opzuigen wil, niets zegt omdat hij zijn lief wil laten spreken, omdat hij alles weten wil.

En dan warrelt het stof wederom op.

Dat is hoe Verbruikt licht is. Wij allen zijn uit verbruikt licht opgetrokken. En neergeslagen stof doet ander stof opwajen. Een boek als een storm. Het zal je misschien niet een leven lang bijblijven. Maar gestormd heeft het. En dat is meer dan een kaassoufflé kan, nietwaar.

Lara Pawson Verbruikt licht

Verbruikt licht

  • Auteur: Lara Pawson (Engeland)
  • Soort boek: Engelse roman
  • Origineel: Spent Light (2024)
  • Nederlandse vertaling: Lisette Graswinckel
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 12 juni 2025
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van Lara Pawson

Een vrouw kijkt naar haar broodrooster en plotseling barst de hele wereld open in haar keuken, in al zijn brutaliteit en schoonheid. En ze blijft kijken: de broodrooster wordt geassocieerd met de CIA, de eierwekker met de IRA, haar telefoon met de uitbuiting van Congo – en langzaam dringt het besef door dat we omringd worden door objecten die weliswaar levenloos zijn, maar zeker niet onschuldig.

In een meesterlijke mengeling van fictie, geschiedenis, memoir en liefdesbrief verheft voormalig oorlogscorrespondent Lara Pawson de netwerken van troep die we om ons heen verzameld hebben tot briljant, meedogenloos en extreem grappig proza. Verbruikt licht is een onthutsende leeservaring waarna u nooit meer op dezelfde manier zult kijken naar een wasmachine, een eekhoorn of een eierwekker.

Lara Pawson is geboren in 1968. Ze is schrijver en journalist. Als oorlogsverslaggever reisde ze veel en woonde onder andere in Angola, Ivoorkust, Mali en Ghana – tegenwoordig woont ze weer in Londen, zo dicht mogelijk bij het bos. Ze publiceerde drie boeken en schrijft regelmatig voor The Guardian en Times Literary Supplement.

Bijpassende boeken

Naja Marie Aidt – Oefeningen in donkerte

Naja Marie Aidt Oefeningen in donkerte recensie en informatie roman van de op Groenland geboren Deense schrijfster. Op 11 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij Querido de Nederlandse vertaling van Øvelser i mørke, de roman van de Deense schrijfster Naja Marie Aidt. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Naja Marie Aidt Oefeningen in donkerte recensie

  • “Net als in Het boek van Carl branden de pagina’s zich in je vast, de zinnen wikkelen zich om je hart, spannen aan, knorren en plagen je afwisselend, stimuleren je, en je verandert woord voor woord van de lezer die je bent in een vrouw van middelbare leeftijd met haar trauma’s, melancholie en verzet.” (Berlingske, ∗∗∗∗∗∗)

Recensie van Tim Donker

Het zijn van het zijnde dat het karakter heeft van het erzijn, ook maar geworpen, een geworpen zijnde. Het bestaan in gesleurd, nu heb je je zijn maar te zijn, en je kiest de omstandigheden niet. De omstandigheden waar daar al, om je heen, daarom heten ze zo, en ze blijven groeien ook waar je ze zelf niet gezaaid hebt. Ze knellen, ze drukken, ze duwen dit bestaan een kant op die niet noodzakelijkerwijs een gewenste kant is. Probeer nog maar geloof te hechten aan de fabel van vrije wil als een mens zich geworpen ziet in de omstandigheden van de hoofdpersoon uit Oefeningen in donkerte. Een vrouw, al diep de vijftig in gestombeld, duwend naar zestig, met de sporen van haar tumultueuze jeugd die in haar ziel gekerfd. De harteloze, gewelddadige vader die alles brak wat er in de knop maar te breken valt opdat dit meisje en haar twee zussen nooit meer voluit bloeien zouden. De moeder die liever wegkeek, want wegkijken is makkelijker, zolang je het niet ziet kun je nog doen alsof het niet bestaat. Eén van de twee zussen wordt later, als ze op de rand van volwassenheid staan, door de hoofdpersoon dood aangetroffen op haar studentenkamer. Het lijkt niet direct zelfmoord te zijn, er is geen afscheidsbrief, het oogt niet gepland. Misschien een overdosis. Er is hoe dan ook iets voltrokken dat jaren geleden door de beul van een vader in gang gezet is. De overlevende zussen zuipen en feesten zo hard mogelijk om het verdriet te overstemmen. Altijd feest en altijd dronken; zo ook, bijvoorbeeld, die keer dat de hoofdpersoon toen ze aardig wat in haar keelgat had gegoten in slaap viel op een bed in een huis waar ze niemand kende. Toen ze wakker werd bemerkte ze dat iemand bezig was haar te verkrachten. En later. Dit jaar nog niet. Deze eeuw nog niet. Maar later zeker misschien, een heel klein beetje liefde vinden, zomaar, op een hoopje, ergens in een hoek. Het brengt een beetje respijt. Soms is er respijt. Een man, geluk, drie zonen, een gezin. Maar dan wil de man, de vader van haar zonen, misschien liever toch niet dit familieleven, misschien liever toch een eigen leven. Alsof je de levens voor het uitkiezen hebt en slecht één daarvan echt helemaal van jou is. Misschien is er ook een ander lief, en misschien is zij wat jonger dan de moeder van je drie zonen. Misschien een beetje minder getroebleerd ook. Maakt het uit? Wat het uitmaakt is dat de hoofdpersoon van Oefeningen in donkerte nu alleen is. Alleen de jongens moet opvoeden, want de vader verdwijnt steeds verder naar de achtergrond totdat hij daarin is opgelost. En is ze niet te stuk om dit alleen te kunnen, torst ze zelf al niet een te zware last met zich mee om helemaal in haar eentje ook nog drie jongens te moeten dragen, op het leven voor te bereiden? Ze doet wat ze kan, ze loodst haar jongens naar de volwassenheid. Niemand komt er helemaal zonder kleerscheuren vanaf. De jongens niet. De moeder niet. Dat doet leven. Het scheurt. Niet alleen kleren. Want als de vrouw later, alleen, de jongens allang het huis uit, ongewild getuige is van een vreselijk voorval waarbij haar hachje er ook nog bijna bij inschiet, heeft het leven haar net die ene kaaksmeet teveel gegeven. Wat rest zijn de therapeuten. Behandelaars. Psychologen. U weet wel. Uiteindelijk komt ze terecht bij een specialist in posttraumatische stressstoornissen (die heel het boek doorheen de ptss-man genoemd wordt, wat, misschien onbedoeld, iets grappigs heeft) (of misschien ben ik dat maar, ik heb een beetje een raar gevoel voor humor, ik lach wel vaker om dingen die niemand grappig vindt) (ik herinner me nog mijn keiharde lach door een verder doodstille bioscoop om een scéne waar klaarblijkelijk alleen ik humor in zag) (die zeer waarschijnlijk ook helemaal niet komisch bedoeld was) (al een geluk dat het donker is in zo’n bioscoop) (Debby en Nadia waren daar ook, ik vroeg me af of ze mijn lach herkend hadden, ze zeiden er later op school in elk geval niks over).

Dat is waar Oefeningen in donkerte begint. Bij de ptss-man. Bij de gesprekken. Bij het trauma. Slechts met mondjesmaat, zeg beetje bij beetje, komt de lezer meer te weten. Dat is het boek, en dat is ook waarom ik het eventjes vreesde. Ik was bang voor huilerig proza, vet aangezet drama, onophoudelijke psychologiseringen. Maar het viel mee. Allermeest viel het mee. Aidt laveert juist met een zekere elegantie langsheen de grote thema’s die ze aansnijdt. Dat is in de eerste plaats te danken aan haar bijna griezelige taalbeheersing. Oké je moet wat lelijke onwoorden als “dealen”, “hooked” of “steppingstone” voor lief nemen (of zouden die uit de pen van vertaler Kor de Vries zijn gevloeid? misschien zijn die woorden niet te vinden in het orzjienele Øvelser i morke? zijn sommige talen sterker misschien, zelfverzekerder, en daarom resistenter tegen Engels?) maar over het algemeen weet Aidt een verslavend hallucinant toontje aan te slaan. Poëtisch zou een mens kunnen zeggen. Maar dat dekt nog maar de halve lading. Zangerig, zou beter zijn. Melodieus. Muzikaal. Woorden die dansen. Gegeven een zeker soort ritme. Bij momenten wisselt het perspectief naar andere bewoners van het appartementencomplex waar de hoofdpersoon woont; die vertellen dan wie ze zijn en welk appartement van hen is en welke andere bewoners er nog zijn. Dat gaat steeds in dezelfde bewoordingen, met dezelfde accenten zodat deze passages een soort intermezzi worden of, zo je wilt, refreinen. Een vrouw uit de vriendinnengroep van de hoofdpersoon was een keer op een feest waar iedereen een anekdote moest vertellen. Op dit feest wordt in het  boek een aantal keer teruggekomen, altijd zonder enig verband met het voorafgaande of met het volgende -een zekere mate van fragmentarisme is iets anders wat dit boek zo’n aangename leeservaring maakt- en de paragrafen die handelen over dat feest worden steeds met min of meer gelijkluidende zinnen ingeluid: “Zoals gezegd was Lea een keer op een feest waar iedereen een anekdote moest meebrengen, en een vrouw tikte tegen haar glas en ging staan.” (met kleine variaties in woordvolgorde en -keus). Dat lijkt in beginsel nog iets grappigs te hebben, op een flauwzinnige sitcom-manier: het suffe personage dat altijd hetzelfde soort verhalen op eenzelfde soort manier vertelt, zodat de kijker op enig moment al gaat kunnen voorspellen wat er komt als die lulligaard weer begint. Type: Cliff Clavin. Of als dat je niks zegt: denk aan je oom die boekhouder is en nooit iets meemaakt en daarom steeds maar begint over die paar dingen die hij wél heeft meegemaakt. Doch al snel weet de lezer dat de anekdote die komen gaat, verre van grappig is. Zonder uitzondering vertellen de vrouwen op het feest hartverscheurende verhalen over verkrachting, vernedering, bedrog, pijn, verwaarlozing (feitelijk zijn het ook geen anekdotes want zijn anekdotes niet per definitie grappig of op zijn minst luchtig? in ieder geval gaat het bij een anekdote om een (eenmalig) voorval en niet om ganse levensgeschiedenissen). Daardoor krijgt de houterige inleiding met dat “zoals gezegd”, dat “op een feest”, dat “iedereen een anekdote”, en dat “tikte tegen haar glas en ging staan” een heel andere lading. Iemands onvoorstelbare pijn wordt tot anekdotiek gemaakt of, misschien erger nog, onbeduidend feestjesgeneuzel, kleinpraat, vermaak, een koe, een kalf, iets wat geen speciale aandacht behoeft en wel afgedaan kan worden met de meest afgesleten woorden die een taal te bieden heeft. De tragiek is dubbel: er is iets gruwelijks gebeurd en vervolgens wordt het gebeurde (door de maatschappij? daders? mannen? de slachtoffers zelve, die ingepeperd hebben gekregen er maar overheen te stappen, het “een plekje” te geven, ermee te leven?) gebagatelliseerd tot het nog maar louter borrelpraat meer is. En de lezer zat zelfs nog een beetje te gnuiven! Oja daar heb je haar weer met haar anekdotefeestje! Gnuiver voelt zich nu betrapt: werkt hij niet net zo hard mee aan de machinerie die de pijn en de ellende van deze vrouwen het liefste tot kleinzieligheden vermaalt?

Fragmentarisme, taalkunst, het omkeren van ingesleten reacties: het zijn slechts enkele technieken waarmee Aidt Oefeningen in donkerte zijn indringende pracht geeft. Iets anders dat opvalt is dat veel van de personages in dit boek naamloos blijven. De hoofdpersoon zelve kennen we alleen als “ik”, en vrijwel al haar verwanten alleen in de rol die ze ten opzichte van haar vervullen: de oudste / middelste / jongste zoon, de moeder, de vader, de kleinkinderen, de opa, de ptss-man, de zus, de ex-man, de vader van de drie zonen. Dat werkt vervreemdend omdat je bij namen makkelijker gezichten voorstelt. Zodus blijven de personages in dit boek tot op zekere hoogte gezichtsloos, waardoor je ze ook makkelijker met elkaar verwart? Wie had nu ook alweer dat saje baantje? Was dat de oudste, de middelste of de jongste zoon? Wat zei de zus die nu in Spanje woont en waarover ging dat of wacht was het misschien toch de dode zus die dat zei? De lezer weet het niet meer zeker, en moet af en toe terugbladeren.

Dus vervreemding ook?
Ja vervreemding ook. En verwarring. Omdat je moeite moet doen om het te begrijpen. En er niet uit eerste impuls overheen walsen. Dacht ik zelf al niet dat het huilerig zou zijn, alleen omdat het ging over iets waarvoor een vrouw in therapie moest gaan, is dat niet zoals we zijn (wij mannen, wij westerlingen, wij hollanders): niet zeiken, niet moeilijk doen, herpak u zelve, ga terug op het paard (hee door mijn eigen metafoor zie ik het einde van het boek nu ineens in ander licht!).

Aidt kent haar materialen. Niet alleen verstaat ze de kunst inkt te laten schreeuwen, ook bespeelt ze de lezer als was hij een instrument. Alsof hij ook deel uitmaakt van wat ze zeggen wil. Zijn verwachtingen, zijn vooroordelen, zijn ideeën, zijn meningen, wat hij voor humor meent te moeten houden (ja mijn rare bioscooplach komt terug na vijfendertig jaar om me in mijn billen te bijten). Het anekdotefeestje, het naamloos blijven van de ptss-man, de weerzin die de hoofdpersoon voelt tegen simpele dingen als feestjes, reizen, werk – het leek me alles aanvankelijk best grappig maar later keek ik toch in een angstaanjagender gelaat. Ik acht het niet onwaarschijnlijk dat Aidt de lachreflex doelbewust heeft opgezocht. Ergens een grapje van maken heeft eenzelfde functie als het wegkijken van de moeder van de hoofdpersoon: alles waar je om kunt lachen, hoef je niet serieus te nemen.

De lezer van Oefeningen in donkerte weet zich gemangeld, uitgewrongen, ontroerd, in zijn hemd gezet, gepijnigd en totaal onthutst. En hij kan niet anders dan Aidt daarvoor ten diepste dankbaar te zijn.

Naja Marie Aidt Oefeningen in donkerte

Oefeningen in donkerte

  • Auteur: Naja Marie Aidt (Denemarken)
  • Soort boek: Deense roman
  • Origineel: Øvelser i mørke (2 februari 2024)
  • Nederlandse vertaling: Kor de Vries
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 11 juni 2025
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Naja Marie Aidt

Op de tweede verdieping van een appartementencomplex dat uitsluitend door vrouwen wordt bewoond, woont een vrouw van 57 jaar. Ze heeft drie volwassen zonen, ze leeft alleen en slaapt geregeld onder haar salontafel. Ze lijdt aan PTSS sinds een zeer traumatische gewelddadige ervaring. Elke week neemt ze de bus om haar therapeut te ontmoeten, en met haar vriendinnen in de buurt probeert ze de donkerte waarin ze zich bevindt te bestrijden en te hopen op nieuwe dromen.

Oefeningen in donkerte is een confronterende roman over geweld tegen vrouwen en de liefde tussen vrouwen onder elkaar, over vrouw zijn en terugkijken op jezelf als kind, tiener, jonge vrouw en volwassene. Over in het reine komen met je verleden – op je eigen voorwaarden.

Naja Marie Aidt is geboren op 24 december 1963 in Aasiaat op Groenland. Ze  is een van de meest gewaardeerde Deense auteurs. In 2017 publiceerde ze Het boek van Carl over de dood
van haar zoon, waarvan in Denemarken 50.000 exemplaren werden verkocht. Het werd genomineerd voor de National Book Awards 2019, de Kirkus Review Awards 2019 en de PEN Translation Prize 2020 en werd in veertien talen vertaald. In 2022 ontving Aidt de Swedish Academy Nordic Prize.

Bijpassende boeken en informatie